Aller au contenu
Bébénautes

Notre carnet d’enfance

Joko et Joko

Né(e) le 24 août 2016

10 ans

Depuis sa naissance

Les échographies : les nouvelles et les souvenirs du blog de Joko et Joko.

Une page de notre histoire

Les échographies

Accu DEWALT DC727KA B2

Behalve de processors voor de kleine notebooks, zijn er ook een vijftal zwaardere processors gelanceerd. Zo zullen vanaf nu de 2000+, 2200+, 2400+, 2500+ en de 2600+ mobiele XP-processors beschikbaar zijn voor laptops waar meer rekenkracht van verlangd wordt. Deze zullen uiteraard hun betere prestaties moeten bekopen met een minder lange levensduur van hun accu. Daarnaast zijn de 2200+ en 2400+ XP-M ook beschikbaar voor desktoptoepassingen zoals Sun dat van plan is. De prijzen voor de zwaardere processors komen per duizend stuks te liggen vanaf 87 dollar voor de 2000+ XP-M tot 246 dollar voor de 2600+ XP-M.De processors zullen verder allemaal gefabriceerd worden in Fab30 te Dresden met behulp van de koperen 0,13micron productietechniek. Wat wel een kleine teleurstelling genoemd mag worden is dat de FSB-snelheid op 266MHz is gehouden. Gelukkig is er wel rekening met gehouden met WiFi, zodat de standaarden 802.11a, 802.11b en 802.11g makkelijk in de laptop geïntegreerd kunnen worden. Hiermee lijken de nieuwe mobiele XP-processors een stevige concurrent van het vandaag gelanceerde Centrino-concept van Intel te zijn.


Asus heeft aan de vooravond van de CES-beurs een Eee Keyboard-all-in-one-pc en een Eee PC-tablet met gps en tv-tuner getoond. Ook kondigde het bedrijf de S121-notebook aan, die over een ssd van 512GB beschikt.Het Eee-toetsenbord dat Asus toonde, was een prototype, maar het apparaat zou zeker in productie genomen worden. Het apparaat is meer dan alleen een keyboard: het bevat een complete pc met 5-touchscreen, wifi, ethernet, bluetooth en geïntegreerde speaker en microfoon. Het toetsenbord kan via wireless hdmi op een televisie worden aangesloten, maar ook een vga-interface is aanwezig, evenals usb 2.0-poorten. Asus gaat de all-in-one aanbieden met 16GB- en 32GB-ssd's, terwijl de N270- of 330-Atom van 1GB ddr2-geheugen vergezeld zal gaan.Asus Eee Keyboard 1 Asus Eee Keyboard 2 Asus Eee Keyboard 3 Asus Eee Keyboard 4
Asus demonstreerde ook de langverwachte Eee PC met touchscreen. Het gaat om twee modellen met draaibaar scherm: de Eee T91 en de T101H. De eerste bevat een 8,9-touchscreen met led-backlights, Z520-Atom, gps en tv-tuner. De specificaties van de T101H zijn nog niet bekend, maar op het 10,1-scherm na zullen deze niet enorm afwijken, zo is de verwachting.


Ten slotte maakte de Taiwanese fabrikant bekend dat zijn nieuwe S121-notebook met een ssd van 512GB wordt uitgerust. De S121 zou dan de eerste notebook zijn die met een zo grote ssd is uitgerust. De laptop bevat een 12,2-scherm en een Atom Z520-processor. De S121 weegt 1,36 kilogram en kan 8 uur op een acculading functioneren. De prijs van de notebook is nog niet bekend, maar met de voorziene ssd zal die aanzienlijk zijn. Het model komt volgende maand op de markt.AMD heeft een nieuw platform voor notebooks aangekondigd. Dit platform, voorheen bekend als Yukon, moet het gat tussen netbooks en dure ultraportables opvullen. HP is de eerste met een laptop op basis van het nieuwe platform.AMD Athlon Neo logoHet nieuwe platform bestaat uit de nieuwe Athlon Neo MV-40-cpu die op 65nm is gebakken en op een kloksnelheid van 1,6GHz loopt, een M690T-chipset met Radeon X1250-igp en een optionele Mobility Radeon HD 3410-gpu. Inclusief de optionele gpu zou het volledige platform ongeveer 35W verstoken. Het afspelen van 1080p-content zou geen probleem zijn; netbooks met een Atom-cpu zijn hier niet toe in staat.


Volgens AMD is er een grote markt voor betaalbare 'ultradunne' notebooks met een schermgrootte tussen de 12 en 14. Er is een productgat ontstaan in de markt, en we denken dat dit platform dat kan vullen door het combineren van de juiste technologie en featureset¡±, aldus David McAfee, marketing manager bij AMD.AMD denkt vooral op prijs te kunnen concurreren. Zo zou een ultraportable op basis van AMD's nieuwe platform ongeveer de helft kosten van een Macbook Air of een Lenovo Thinkpad X300 of X301. AMD heeft een aantal benchmarks gefabriceerd waaruit zou blijken dat het nieuwe platform beduidend beter presteert dan de gemiddelde netbook, maar iets achterblijft op een ultraportable met Core 2 Duo op een kloksnelheid van 1,6GHz en een GMA X3100-igp.Intel is echter niet AMD's enige concurrent in het marktsegment voor kleine notebooks. Zo heeft Freescale een soc voor netbooks aangekondigd op basis van de ARM-architectuur en zou Nvidia weleens hoge ogen kunnen gooien met zijn Ion-platform, dat de Atom-cpu koppelt aan Nvidia's MCP79-chipset.



HP is de eerste systeemfabrikant die een ultraportable op basis van AMD's nieuwe platform uitbrengt. De Pavillion dv2 heeft een Athlon Neo MV-40 op een kloksnelheid van 1,6GHz, een 12,1-lcd met led-verlichting, een Mobility Radeon HD 3410-gpu, 1GB geheugen en een harde schijf van 160GB. Het OS is Windows Vista. Deze configuratie gaat voor een adviesprijs van 699 dollar van de hand.
The Inquirer meldt dat wellicht volgend jaar al de eerste brandstofcellen voor laptops en andere mobiele apparaten op de markt verschijnen. De Amerikaanse onderneming MTI Microfuel Cells, die vorig jaar een prototype van zo'n cel toonde, is een samenwerking aangegaan met Intermec Technologies. De kans is groot dat dit laatste bedrijf de eerste handheld met geïntegreerde fuel cell in 2004 zal introduceren. Fuel cells hebben aanzienlijk meer capaciteit dan conventionele accu's doordat ze werken met methanol als brandstof. Met behulp van een katalysator wordt de brandstof omgezet in elektrische stroom. Het opladen van de cel gaat simpel: de methanol-cartridge hoeft slechts vervangen te worden. Waarschijnlijk zullen de eerste producten met brandstofcel vooral externe opladers zijn voor accu's en batterijen.


Op de CES-beurs te Las Vegas is een draadloos werkende muis gepresenteerd die kan worden opgeborgen en opgeladen in een pc-cardslot van een laptop. De MoGo MouseBT laat zich plat opvouwen, heeft ongeveer de afmetingen van een visitekaartje en communiceert via Bluetooth. Hiermee lijken een aantal bezwaren van bestaande muizen voor de reislustige en mobiele notebookgebruikers te zijn getackled, waaronder het opbergen van het knaagdier. Zodra de MoGo MouseBT uit het slot gehaald wordt, ontvouwt het knaagdier met de anorexia-belijning zich automatisch in een schuine positie die de handpalm beter volgt, al oogt deze dan in ergonomisch opzicht nog steeds niet helemaal ideaal. Maar wie mooi wil zijn of lichtgewicht wil backpacken moet nu eenmaal pijn lijden, respectievelijk enig comfort inleveren. Hoewel het muisje enkele patenten meedraagt, lijkt het slechts een kwestie van tijd voor de eerste kloonexperimenten zullen opduiken. Nadere specificaties ontbreken nog, maar wel is bekend dat de MoGo MouseBT een prijskaartje draagt waarop 69,95 dollar geschreven staat.


Alienware heeft bekendgemaakt dat het deze maand een laptop voor 900 dollar op de markt zal brengen. Normaliter maakt het bedrijf duurdere high-end-systemen; vorige maand maakte het al duidelijk voortaan ook andere marktsegmenten aan te willen boren. Alienware's Sentia m3400 zal vanaf 23 januari verkrijgbaar zijn en huisvest in de basisuitvoering een Intel Celeron M 370-processor die 1,5GHz op de klok zet. Intern is 256MB geheugen beschikbaar; de opslagruimte bedraagt 40GB. Standaard is verder een Intel GMA 900 Extreme Graphics-kaart aanwezig, een CD-RW-drive, een 14 TFT-LCD-scherm met een resolutie van 1280x768 pixels en een 1,3MP-camera. Door selectie van andere componenten kan de prijs snel oplopen; door bijvoorbeeld te kiezen voor een Pentium M-processor (2,26GHz), 2GB geheugen, een 120GB-HD, een dvd-brander en een wireless-kaart komt er een prijskaartje van rond de 2500 dollar aan de notebook te hangen.Grote computerbedrijven zijn minder blij met vooruitzichten dat er de komende tijd mogelijk tientallen miljoenen netbooks over de toonbank zullen gaan. Ze zijn immers altijd uitgegaan van steeds krachtigere pc's met steeds meer functies.


Analistenbureau Forrester Research zegt dat bedrijven als Intel, HP en Microsoft bij hen aankloppen met de vraag hoe er op de opkomst van de kleine machines moet worden gereageerd, gegeven dat computerbouwers eigenlijk pc's willen verkopen die een stuk meer kosten, schrijft de New York Times. Voor softwarebedrijven geldt dat ze liever programmatuur afzetten met een veelheid aan functionaliteit aan boord. De minicomputers zijn echter bovenal geschikt voor eenvoudig internet- en mailgebruik.De recente verkleiningstrend werd ingeluid met de komst van de subnotebook Eee PC van Asus, en kent inmiddels een breed scala aan volgelingen van onder meer Dell en HP. De notebookjes, ook wel netbooks genaamd, gaan met een geringe winstmarge over de toonbank. Ook desktopversies zijn in aantocht zoals de Asus Eee Box.


De kleine marges zorgen ervoor dat niet alle computerbouwers happig zijn om met kleine computers te komen. Sowieso lijken degenen die het wel doen, de trend met de nodige tegenzin te volgen, maar Fujitsu gaf onlangs toe de ontwikkelingen vanaf de zijlijn gade te slaan. Volgens topman Paul Moore is dit niet uit luiheid, maar omdat zelfs succes in dit marktsegment zich niet vertaalt in behoorlijke financiële resultaten. Het is feitelijk een product zonder winstmarge, aldus Moore. Sony is positiever en zegt te onderzoeken wat consumenten van een tweede pc verwachten. Het bedrijf gaat er schijnbaar vanuit dat de markt voor krachtigere computers geen schade zal ondervinden. Intel lijkt op de subnotemarkt goede zaken doen gezien de vraag naar zijn Atom-cpu, maar ondervindt ook concurrentie van Via.



Ook Microsoft lijkt de ontwikkeling de nodige hoofdbrekens op te leveren. Asus levert zijn Eee PC immers ook met Linux. Bovendien gaf Acer vorige maand aan Linux te verkiezen boven het 'dure en trage' Windows. De verkleiningstrend heeft de softewarereus in ieder geval al zover gebracht om de levensduur van XP te verlengen, maar vermoedelijk zal het bedrijf meer moeten doen zoals het leveren van lichte versies van toekomstige OS'en. Als er interesse van consumenten is, kun je nou eenmaal niet op je achterste blijven zitten en toestaan dat een ander er met de buit vandoor gaat, aldus consultant Tim Bajarin van Creative Strategies.Vandaag is de jaarlijkse Zeitgeist van Google online geplaatst. Door middel van dit overzicht presenteert Google wat de meest gebruikte zoektermen in 2005 waren die de zoekmachine, de nieuwsafdeling en Froogle wereldwijd mochten verwerken. Daarnaast zijn de populairste zoektermen voor vijf categorieën gepubliceerd, te weten wereldzaken, natuur, films, bekendheden en fenomenen. Google geeft zelf aan dat Zeitgeist slechts een selectief beeld geeft van 2005 en dat het bedrijf zich niet aan voorspellingen waagt over de eeuwigheidswaarde van wat dit jaar speelde bij de wereldwijde Google-gebruikers. Niettemin biedt Zeitgeist een interessante analyse van wat er het afgelopen jaar on- ¨¦n offline gebeurde.


Eerder deze maand publiceerde ook zoekmachine AOL zijn zoektermenhitlijst van 2005. Gebruikers van deze service zochten het meest naar informatie over 'Lottery', gevolgd door 'horoscopes' en 'tattoos'. Populaire nieuwe termen in 2005 waren volgens America Online de puzzel 'Sudoku', de verzamelaarsmunt 'Winconsin Quarter' en het muziekevenement 'Live 8'. Ook op andere gebieden geeft het jaaroverzicht van AOL een afwijkend en meer op de VS gericht beeld. Zo leidt Paris Hilton het klassement der bekendheden, terwijl in de nieuwsafdeling Natalee Holloway het meest gezocht werd.De update van Microsoft spreekt alleen van 'Intel processors', maar The Inquirer achterhaalde dat het probleem aanwezig is in Core 2 Duo E4000/E6000-, Core 2 Quad Q6600- en Core 2 Extreme QX6700/QX6800-processors. Ook laptops met een Core 2 Duo T5000 of een T7000 en Xeons met het typenummer 3000, 3200, 5100 of 5300 zouden de gewraakte fout bevatten. Diverse fabrikanten hebben al bios-updates online gezet, waarbij benadrukt wordt dat de patches absoluut noodzakelijk zijn om een goede werking van de machines te kunnen garanderen. Het probleem is volgens de documentatie van HP dat de bewuste cpu's op een onjuiste manier met gegevens in de cache omgaan, waardoor de verkeerde data kan worden gebruikt met, in het ergste geval, instabiliteit of crashes tot gevolg.



  1. http://retrouve3.bravesites.com/blog

  2. http://retrouve3.sosblogs.com/

  3. http://retrouve3.mee.nu/


Akku ASUS K72J

Als drahtlose Schnittstellen bietet Toshiba Bluetooth 3.0, aber nur Single-Band-WLAN (802.11b/g/n). Zur weiteren Ausstattung gehören zwei Kameras. Die Kamera ¨¹ber dem Display bietet 2 Megapixel. Die R¨¹ckseitenkamera f¨¹r Fotos hat 5 Megapixel und einen LED-Blitz zur Unterst¨¹tzung.Das AT270 ist 7,84 mm d¨¹nn und wiegt laut Toshiba 332 Gramm. Der 15-Wattstunden-Akku soll genug Kapazität f¨¹r 11 Stunden Betrieb bieten.Ob es ein Update auf Android 4.1 alias Jelly Bean geben wird, konnte Toshiba auf Nachfrage noch nicht sagen. Auf der Ifa-Vorveranstaltung hat Toshiba das Tablet mit Android 4.0.3 gezeigt.Apples freiwilliger R¨¹ckzug aus dem US-Umweltsiegelprogramm EPEAT f¨¹hrt dazu, dass die Stadt San Francisco keine Macs mehr kaufen wird. Apple selbst kritisierte derweil die Kriterien, nach denen das Siegel vergeben wird.
Apples Entscheidung, sämtliche Produkte aus dem Electronic Product Environmental Assessment Tool (EPEAT) herauszunehmen, hat erste Konsequenzen provoziert. Die Stadt San Francisco k¨¹ndigte nach einem Bericht des Wall Street Journals an, k¨¹nftig keine Apple-Rechner mehr zu kaufen. Die Stadt kaufe mit öffentlichen Geldern nur zertifizierte Notebooks, Desktoprechner und Displays.


EPEAT beurteilt die Produkte in acht Kategorien unter anderem hinsichtlich ihrer Lebensdauer, der Verwendung giftiger Materialien und der Recyclingfähigkeit ihrer Komponenten und Verpackungen. Die Kriterien des Zertifizierungsprozesses sind laut eines Berichts der Website The Loop Apple nicht weitgehend genug.Kristin Huguet von Apple kritisierte gegen¨¹ber der Onlinepublikation, dass Tablets und Smartphones nicht zertifiziert werden könnten. Außerdem w¨¹rden alle Apple-Produkte das Energieeffizienzsiegel Energy Star 5.2 tragen. Die Treibhausgas-Emissionen aller Produkte w¨¹rden einzeln auf der Apple-Website angegeben und EPEAT w¨¹rde auch nicht den Verzicht auf giftige Inhaltsstoffe honorieren, so Huguet gegen¨¹ber The Loop.Apple konnte seit 2007 ein Goldzertifikat und damit die höchste Stufe von EPEAT f¨¹r seine Rechner vorweisen. Insgesamt waren bis vor dem R¨¹ckzug 39 Produkte zertifiziert. Ein wirklicher Grund f¨¹r die Entscheidung, aus dem Programm auszusteigen, geht aus den Äußerungen von Apples Mitarbeiterin nicht hervor.


US-Präsident George Bush hatte Anfang 2007 verf¨¹gt, dass Bundesbehörden 95 Prozent ihrer Computer mit EPEAT-Siegel beschaffen sollen, es sei denn, es gibt kein Produkt, das diese Kriterien erf¨¹llt. Das könnte nun zu Beschaffungsproblemen f¨¹hren, mutmaßte iFixit.Die professionellen Bastler zerlegten j¨¹ngst ein Macbook Pro Retina und fanden heraus, dass die Konstruktion durch den verklebten Akku als recylingunfreundlich einzustufen sei. In den EPEAT-Bestimmungen heißt es, dass sich Gehäuse und elektronische Baugruppen mit landläufig erhältlichen Werkzeugen oder mit der Hand trennen lassen m¨¹ssen. Das gelang den Bastlern von iFixit nicht, ohne den Akku zu beschädigen. Es ist deshalb möglich, dass Apple aufgrund seiner Designentscheidung die Zertifizierungsfähigkeit aufgab.Weshalb Apple deshalb aber gleich vollständig komplett aus dem EPEAT-Programm ausschied, bleibt unklar. Eventuell wird k¨¹nftig die gesamte Mac-Produktpalette auf das Designprinzip des Retina-Notebooks umgestellt.


Die Benq G1 ist eine Kompaktkamera mit einem lichtstarken 4,6fach-Objektiv mit f/1,8, deren Gehäuse gerade einmal 25,5 mm dick ist. Fotos nimmt sie mit 14 Megapixeln auf und Videos lassen sich in Full-HD drehen.
Benq hat mit der G1 eine flache Kompaktkamera mit einem fest eingebauten 4,6fach-Zoomobjektiv und schwenkbarem Display vorgestellt. Die Brennweite des Objektivs reicht von 24 bis 110 mm (KB) bei f/1,8 im Weitwinkel- und f/4,9 im Telebereich. Die Kamera ist demnach nur im Weitwinkelbereich lichtstark.
Der 1/2,3 Zoll große CMOS-Sensor erreicht eine Auflösung von 14 Megapixeln und kann im ISO-Bereich von 100 bis 6.400 eingestellt werden. Die Belichtungszeiten rangieren zwischen 1/2.000 bis 15 Sekunden.Das abklappbare und drehbare Display ist 3 Zoll (7,62 cm) groß und erreicht eine Auflösung von 920.000 Bildpunkten. Wer kein Stativ zur Hand hat, kann mit der Funktion "Handheld Night Shot" automatisch sechs Aufnahmen machen, die von der Kamera zu einem Bild zusammengefasst werden, das nicht verwackelt, aber gut belichtet sein soll.



Wer will, kann die G1 nicht nur in der Vollautomatik, sondern auch im Zeit- oder Blendenvorwahlprogramm nutzen. Der sogenannte Porträtmodus sorgt f¨¹r zwei Aufnahmen mit unterschiedlicher Schärfentiefe, die anschließend zu einem Ergebnis zusammengef¨¹hrt werden. Dabei soll das Hauptmotiv erkannt und vom Hintergrund abgetrennt werden, indem Letzterer unscharf gezeigt wird. Die G1 kann auch in Full-HD mit 1080p filmen und speichert sowohl Fotos als auch Videos auf SDHC- und SDXC-Karten. Der interne Speicher ist 82 MByte groß. Die Digitalkamera misst 114 x 62,5 x 25, 5 mm und wiegt leer, d. h. ohne Speicherkarte und Akku, rund 195 Gramm.Die Garmin F¨¥nix soll als GPS-Uhr Wanderer und Bergsteiger mit ihrer eingebauten Navigation sicher zum Ziel und wieder zur¨¹ck bringen. Neben dem GPS-Modul sind auch noch Höhenmesser-, Barometer- und Kompassfunktionen integriert.
Die GPS-Uhr Garmin F¨¥nix erlaubt es, Routen zu erstellen, die dann im Gelände abgegangen werden können. Die Route wird vereinfacht im Display der Uhr gezeigt. Dabei können bis zu 1.000 Wegpunkte markiert und bis zu 10.000 Trackpunkte gespeichert werden.


Mit der "Nach-Hause-find-Funktion" Tracback lässt sich der R¨¹ckweg einblenden. Die Daten können ¨¹ber Bluetooth zum Beispiel an einen PC oder Smartphones und Tablets ¨¹bergeben werden. Die Uhr ist nach Herstellerangaben bis zu 50 m wasserdicht. Wer will, kann die Routen auch am Rechner mit der Software Basecamp erstellen und ¨¹ber USB auf die Uhr transferieren.Auf ein herkömmliches Ziffernblatt muss der Besitzer der Uhr verzichten. Stattdessen wurde ein LCD mit 70 x 70 Pixeln eingebaut, das neben der Uhrzeit auch f¨¹r Timer, Stoppuhr und die Navigationsfunktion genutzt wird. Ein Vibrations- und Tonalarm ist ebenfalls vorhanden. F¨¹r Wanderer im Gebirge besonders interessant ist das Barometer, mit dem sich Wetterveränderungen beobachten lassen. Dazu kommen ein Höhenmesser und ein elektronischer 3-Achsen-Kompass, der auch in Bewegung funktionieren soll. Ein externes, optionales Funkthermometer misst die Umgebungstemperatur und sendet die Daten zur Uhr.


Durch die eingebaute Funktechnik ANT+ können auch Daten von externen Sensoren ¨¹ber Funk an die Uhr ¨¹bermittelt werden. Dazu zählen zum Beispiel Herzschlagmesser und Fahrradsensoren f¨¹r Geschwindigkeit und Kurbelfrequenz, die der Anwender separat erwerben muss.Die Garmin F¨¥nix kostet rund 400 Euro und soll mit einer Akkuladung im GPS-Modus bis zu 50 Stunden arbeiten. Ist das GPS deaktiviert und die Sensoren eingeschaltet, soll die Akkulaufzeit bei drei Wochen liegen. Im reinen Uhrenmodus läuft die 142 Gramm schwere Uhr mit ihrem Lithium-Ionen-Akku nach Angaben von Garmin rund sechs Wochen.Canons Selphy CP900 ist ein Fotodrucker, der nicht mit Tinten, sondern mit Farbfolien nach dem Thermosublimationsverfahren arbeitet. Bislang wurden Speicherkarten in die Geräte gesteckt, um zu drucken. Nun funktioniert das auch ¨¹ber WLAN.
Canons Selphy CP900 ist mit einem 6,8 Zentimeter (2,7 Zoll) großen Display ausgestattet. Eine einfache Bildbearbeitung, bei der die Helligkeit, Schärfe oder die Farbsättigung, aber auch der Bildausschnitt verändert werden kann, lässt sich mit dem Drucker erledigen.


Der CP900 wird ¨¹ber WLAN mit Daten versorgt. Canon bietet f¨¹r Android und iOS spezielle Apps an, mit denen die mobilen Geräte Fotos ausdrucken können. Nat¨¹rlich kann auch von PCs und Macs aus schnurlos gedruckt werden. Nach wie vor sind auch Speicherkartenschächte vorhanden. Der Drucker ist kompatibel mit SDHC- und SDXC-Karten, MiniSD, miniSDHC, Multi-Media-Cards sowie MMCplus und MMCmobile Card. F¨¹r microSD-(HC-)Karten wird ein optionaler Adapter benötigt. Auch ¨¹ber USB kann der Shelby-Drucker mit Pictbridge-kompatiblen Kameras oder Camcordern kommunizieren. Das Papier, das der Drucker verarbeitet, ist 148 x 100 mm groß. Alternativ sind auch Fotos in Kreditkartengröße (86 x 54 Millimeter) druckbar.



Der Drucker benötigt keine Tinten. Beim Thermosublimationsverfahren werden stattdessen aufeinanderfolgend Folien in den Farben Cyan, Magenta und Gelb genutzt, die jeweils die gleiche Größe wie das zu bedruckende Papier haben. ¨¹ber einen Thermodruckkopf wird die Folie so stark erhitzt, dass die Farben an den erhitzten Stellen mit dem Papier verbunden werden. Der bedruckte Bereich wird danach mit einem glänzenden Schutzfilm ¨¹berzogen. Die Fotos sind deshalb wisch- und wasserfest.Der Canon Selphy CP900 kann mit einem Netzteil oder einem optionalen Akku betrieben werden. Ein 10-x-15-cm großes Foto soll in 47 Sekunden ausgedruckt werden. In den USA soll der Preis bei rund 100 US-Dollar liegen. Der Akku NB-CP2L wird f¨¹r rund 80 US-Dollar angeboten. Europreise liegen noch nicht vor.


Im kommenden Monat bringt Asus das Padfone mit Android 4.0 auf den deutschen Markt. F¨¹r 700 Euro gibt es ein Android-Smartphone, das sich in ein Tablet verwandeln lässt. F¨¹r voraussichtlich 120 Euro mehr wird aus dem Padfone ein Netbook.
Asus will das Padfone nach einiger Verzögerung nun im August 2012 auf den Markt bringen. Das Basismodell mit 16 GByte Speicher kostet 700 Euro und besteht aus dem Android-Smartphone sowie einem Tabletgehäuse. Diese Daten hat Areamobile.de von Asus erhalten; der Hersteller wollte die Angaben auf Nachfrage bisher nicht bestätigen.
Um aus dem Smartphone ein Tablet zu machen, wird das Padfone in das mitgelieferte Tabletgehäuse geschoben, das Asus die Padfone Station nennt. Statt eines Smartphones mit 4,3-Zoll-Touchscreen steht dann ein Tablet mit 10-Zoll-Touchscreen zur Verf¨¹gung. Das Umschalten zwischen Smartphone- und Tabletmodus ging beim Prototyp auf dem Mobile World Congress 2012 in Barcelona ohne lästige Wartezeit vonstatten.


Noch Mitte Juni 2012 hatte der Asus-Vertrieb eine Padfone-Markteinf¨¹hrung bis Ende Juli 2012 erwartet, was nach den aktuellen Informationen knapp verfehlt wird. Zur Europavorstellung des Padfones im Februar 2012 hatte Asus noch einen Marktstart im April 2012 anvisiert. Wenig später war dann nur noch vom zweiten Quartal 2012 als Marktstart die Rede.Im Preis von 700 Euro ist auch ein Bluetooth-Stift mit Headset-Funktion enthalten, der zum Telefonieren verwendet werden kann, wenn das Smartphone im Tabletgehäuse steckt. Ansonsten kann der Stift zur Touchscreen-Bedienung oder zum Anlegen handschriftlicher Notizen verwendet werden. Asus will das Padfone nicht einzeln ohne das Tabletgehäuse anbieten.Das Padfone-Smartphone läuft mit Android 4.0.x alias Ice Cream Sandwich, also mit einer veralteten Android-Version, wenn das Gerät auf den Markt kommt. Laut der News-Website GSMinsider.com will Asus ein Update auf Android 4.1 alias Jelly Bean im vierten Quartal 2012 anbieten. Gegen¨¹ber Pocket-Lint wollte Asus keine Aussagen dazu machen, wann ein Update auf Jelly Bean zu erwarten ist. Eine offizielle Bestätigung gibt es somit nicht und es ist damit wieder unklar, wann ein Update erscheinen wird.


Das Tabletgehäuse enthält einen eigenen 24,4-Wattstunden-Akku, mit dem sich der Akku im Smartphone laden lässt. Zudem muss der Tabletakku das Tabletdisplay mit Strom versorgen.Damit das Padfone zum Netbook wird, gibt es eine Docking-Tastatur, die mit dem Tabletgehäuse verbunden wird. Das Konzept ist identisch mit dem vom Transformer Pad Infinity. Ob die Padfone-Docking-Tastatur als Zubehör angeboten wird, ist nicht bekannt. Es wäre denkbar, dass es das Padfone im Paket mit der Docking-Tastatur zu einem höheren Preis als 700 Euro gibt. Beim Transformer Pad Infinity bedeutet das einen Preisaufschlag von 120 Euro, so dass es das Padfone mit Docking-Tastatur f¨¹r um die 820 Euro geben könnte. In der Docking-Tastatur befindet sich dann ein weiterer Akku.


Der Vorteil des 3-in-1-Gerätekonzepts ist, dass der Anwender direkt auf alle Daten per Smartphone, Tablet oder Netbook zugreifen und diese beliebig bearbeiten kann.Nach Angaben von GSMinsider.com will Asus f¨¹r das Padfone im vierten Quartal 2012 ein Update auf Android 4.1 alias Jelly Bean anbieten. Die betreffende Textpassage wurde aktualisiert.Pocket-Lint hatte sich bei Asus erkundigt, wann mit Updates auf Android 4.1 alias Jelly Bean zu rechnen ist. Asus weigerte sich, darauf zu antworten, so dass die zitierten Aussagen von GSMinsider sehr fragw¨¹rdig sind. Die betreffende Textpassage wurde nochmals ¨¹berarbeitet.Bei ersten Händlern gibt es das Transformer Pad Infinity von Asus nun auch ohne Docking-Tastatur. Damit fällt der Anschaffungspreis auf 600 Euro. Das Tablet mit Android 4.0 hat ein 10,1 Zoll großes Full-HD-Display, 64 GByte Flash-Speicher, eine Quad-Core-CPU sowie eine 8-Megapixel-Kamera und ist besonders d¨¹nn und leicht.
Kurz nachdem das Transformer Pad Infinity von Asus bei ersten Händlern in Deutschland im Paket mit Docking-Tastatur zu haben ist, gibt es das Modell zumindest im goldfarbenen Gehäuse auch ohne Docking-Tastatur bei ersten Händlern. Das Transformer Pad Infinity gibt es auch in Grau ohne Docking-Tastatur, ist aber wohl noch bei keinem deutschen Onlinehändler verf¨¹gbar.



  1. http://retrouve3.comunidades.net/

  2. http://yourpot.com/users/dovendosi/blog.aspx

  3. http://dovendosi.gratisblog.biz/


Accu DEWALT DC330N

Asus zou tegen een Franse site hebben bevestigd dat alle netbooks van de fabrikant vanaf het einde van het derde kwartaal met matte schermen worden uitgerust. Asus zou de productlijnen met glossy schermen langzaam uitfaseren.De Franse technologiesite Les Numeriques was op bezoek bij de design-afdeling van Asus Taiwan en kreeg daar te horen dat alle netbooks van Asus vanaf het einde van het derde kwartaal van dit jaar met matte schermen verkocht worden. Vooral in Europa zou een voorkeur voor matte schermen bestaan, zei Jimmu Chu, ontwerper bij Asus.Ook in Azië, waar kopers traditiegetrouw een grote voorliefde voor glossy hebben, zouden de non-reflectieve schermen in opmars zijn. Hier in Azië is de verhouding nu ongeveer fifty-fifty, aldus Chu.


Asus begon als een van de eerste fabrikanten met het toevoegen van matte schermen aan Eee PC-modellen, zoals de Eee PC 1001PX. Aangezien netbooks veel buiten worden gebruikt en in andere omstandigheden met inval van zonlicht, vinden veel mensen een mat scherm fijner, omdat ze dan minder last hebben van reflecties. Ook de Chromebooks worden met mat scherm uitgerust. Asus Nederland kon het bericht van de Franse site niet bevestigen.Daarnaast wisten de bronnen meer details over het platform te onthullen. Zo zullen fabrikanten die desktops op basis van het platform willen fabriceren, niet gebonden zijn aan de singlecore Diamondville 230-cpu, die op 1,6GHz loopt en over een 533MHz-fsb en 512KB cache beschikt. Ze kunnen namelijk ook kiezen voor een dualcore processor. De specificaties van dit model zijn nog niet bekend, maar mogelijk gaat het om een van de 45nm-notebookcpu's die Intel in mei gaat introduceren.


Eerdere berichten spraken van de ontwikkeling van een dualcore Diamondville, maar dit model maakt pas in 2009 zijn opwachting. Voor notebooks zou Intel de N270 in gedachten hebben, een singlecore Diamondville-cpu die twee threads tegelijk kan afhandelen. De chipfabrikant zou van plan zijn om in de komende drie jaar een miljard dollar te investeren in de Aziatische markt om het budgetplatform in opkomende markten te promoten. Daarnaast wisten de bronnen meer details over het platform te onthullen. Zo zullen fabrikanten die desktops op basis van het platform willen fabriceren, niet gebonden zijn aan de singlecore Diamondville 230-cpu, die op 1,6GHz loopt en over een 533MHz-fsb en 512KB cache beschikt. Ze kunnen namelijk ook kiezen voor een dualcore processor. De specificaties van dit model zijn nog niet bekend, maar mogelijk gaat het om een van de 45nm-notebookcpu's die Intel in mei gaat introduceren.


Eerdere berichten spraken van de ontwikkeling van een dualcore Diamondville, maar dit model maakt pas in 2009 zijn opwachting. Voor notebooks zou Intel de N270 in gedachten hebben, een singlecore Diamondville-cpu die twee threads tegelijk kan afhandelen. De chipfabrikant zou van plan zijn om in de komende drie jaar een miljard dollar te investeren in de Aziatische markt om het budgetplatform in opkomende markten te promoten. Tijdens de CeBIT heeft Toshiba een eerste prototype getoont van een werkende brandstofcel die een laptop van energie voorziet. Het bedrijf toonde een Toshiba Portege M300 die 10 uur onafgebroken werkte op een 'lading' Methanol. Aan brandstofcellen wordt al geruime tijd ontwikkeld zodat deze op termijn de huidige batterijen kunnen vervangen in mobiele apparaten. Het voordeel van de brandstofcel ten opzichte van de reguliere accus is dat de werktijd aanzienlijk langer is, en opladen eenvoudig is.



Brandstofcel ToshibaHet prototype brandstofcel dat Toshiba toonde was in staat 20W te produceren gedurende 10 uur en weegt ongeveer een kilo. Het formaat en de capaciteit zorgt er echter voor dat de techniek nog niet rijp is voor commerciële introductie, aldus Tomoaki Arimura van Toshiba's Methanol Fuel Cell Group. Brandstofcellen werken over het algemeen door methanol te mengen met lucht en water waardoor elektrische energie wordt geproduceerd. De restproducten van een brandstofcel zijn warmte en water, waardoor deze niet belastend is voor het milieu. De daadwerkelijke brandstof is methanol, waardoor het 'opladen' van een brandstofcel in feite bestaat uit het vervangen van een cartridge gevuld met methanol. Dit laaste is ook nog een beperking voor het op de markt brengen van deze technologie, aangezien het tot nu toe niet toegestaan is om methanolcartridges in vliegtuigen te vervoeren. Dit laatste probleem wordt waarschijnlijk in 2007 opgelost, wanneer de Verenigde Naties de regelgeving op dit gebied zal aanpassen.


Naast Toshiba zijn uiteraard ook andere bedrijven actief op dit gebied. NEC verwacht in 2007 apparaten op de markt te brengen die van energie worden voorzien door brandstofcellen. Toshiba verwacht ook niet eerder dan 2007 de eerste producten op de markt te brengen.According to IDC, Compaq sold around 21,000 notebooks in Q2, and 31,000 in Q1 this year. Which means the 1,440 base units stolen on Saturday could put a dent in shipping. In all, 810 Compaq Armada 1500Cs and 630 Armada 1750s were nabbed in transit, Cheshire Police said this morning.Andy Brown, IDC analyst, said it would not have a huge effect on Compaq supply. However, he warned that the most serious aspect of the theft involved the TFT screens. These screens are like gold dust at the moment due to an international industry shortage.Samsung is in de Verenigde Staten begonnen met het aanbieden van live-ondersteuning bij zijn Chromebooks. Wie problemen met Samsungs apparaten heeft, kan door middel van een druk op de knop direct videochatten met een medewerker.


Gebruikers die naar het supportscherm van Googles besturingssysteem gaan, krijgen daar een knop te zien waarmee ze contact kunnen opnemen met een Samsungmedewerker, kreeg OmgChrome te zien. De b¨¨tafunctionaliteit lijkt op een optie die Google eerder ook al uitprobeerde met zijn Hangouts-dienst.Voorlopig kunnen alleen klanten in de Verenigde Staten met een medewerker van Samsung videochatten. Dat kan bovendien enkel tijdens gezette tijden. Het is nog niet bekend of de optie ook naar Nederland toe komt. Evenmin is onduidelijk of andere fabrikanten van ChromeOS-apparaten de functionaliteit op termijn gaan inbouwen.Microsoft overweegt om alle verschillende Windows XP-versies ten tijde van de release van Windows Longhorn te hebben samengevoegd in ¨¦¨¦n besturingssysteem, zo meldt PCWorld. Het gaat hierbij om onder meer de Home-, de Pro-, de Media Center- en de Tablet PC-editie. Dit betekent dat de features van al deze specifieke Windows-versies mogelijk aanwezig zullen zijn in de gezamenlijke codebase en de gebruiker bij installatie zal moeten aangeven welke onderdelen geïnstalleerd moeten worden. Het is niet onverwacht dat Microsoft met meer informatie over de volgende Windows-versie komt, gezien het feit dat er over ongeveer een maand een eerste b¨¨taversie van het besturingssysteem beschikbaar zal worden gesteld. Dat betekent dat de belangrijkste ontwerpkeuzes gemaakt zijn en er meer zekerheid is ontstaan over de features van de opvolger van Windows XP.



Windows Longhorn logoEen van de zaken die zal wijzigen, is dat er een beter onderscheid gemaakt zal worden tussen de versies die bedoeld zijn voor het gebruik thuis en op kantoor. Naast verschillende features zullen deze Windows Longhorn-versies ook voorzien worden van beter beschrijvende namen, aldus Brad Brooks, de verantwoordelijke voor de marketing van Windows-versies voor consumenten bij Microsoft. In een interview dat Brooks gaf, afgelopen week tijdens de Consumer Electronics Show, bleek dat er binnen het softwarebedrijf nog volop gediscussieerd wordt over de nieuwe naam van het besturingssysteem en dat er vooralsnog alleen het Windows-gedeelte van de naam vaststaat. Verder is men aan het overwegen om de features van de Media Center- en de Tablet PC-versie van Windows Longhorn aan de core van het OS toe te voegen.


Windows Longhorn logoVolgens Brooks zou dit een rijkere en flexibelere gebruikerservaring moeten opleveren. Zo zou het bijvoorbeeld mogelijk moeten worden om een laptop zo in te stellen dat, wanneer deze in een dockingstation geplaatst wordt, gaat functioneren als een Media Center PC. Als de laptop na verloop van tijd uit het dockingstation gehaald wordt, zou deze automatisch moeten kunnen transformeren in bijvoorbeeld een Tablet PC met alle bijbehorende functies, zoals verbeterd energiebeheer en een andere user interface. Om een Windows-versie samen te stellen die past bij de wensen van de gebruiker, zullen bij de installatie enkele vragen beantwoord moeten worden over het gebruiksdoel. Op basis van deze keuzes zal vervolgens software geïnstalleerd worden.


Een gevolg van deze ontwerpkeuze is dat Microsoft vanaf de release van Windows Longhorn nog maar een beperkt aantal Windows-versies in het pakket zal hebben. Dit in tegenstelling tot de huidige situatie waarin het softwarebedrijf een groot aantal verschillende versies van het besturingssysteem in het assortiment heeft. De verwachting is dat tegen juli of augustus de definitieve beslissing genomen zal worden of de Media Center- en de Tablet PC-code toegevoegd zal worden aan de Windows Longhorn-core of dat deze versies toch separaat uitgebracht zullen worden. Het idee om de verschillende cliëntversies van Windows samen te voegen in een Windows-versie, zal ook toegepast worden bij de servereditie van Windows Longhorn. Hier zal de gebruiker bij installatie gevraagd worden voor welke rollen de server ingezet zal worden en op basis van die keuzes zal software al dan niet geïnstalleerd worden.


ZDNet heeft het nieuwste speeltje van de Aldi getest, de Medion notebook die vanaf vandaag in de winkel ligt. Deze notebook is voorzien van een desktop model Pentium 4 die draait op een i845 moederbord. Verder is de notebook voorzien van 256MB DDR SDRAM, een ATI Radeon Mobility en een harde schijf van 20GB. Bovendien wordt het model geleverd met een combodrive: Op deze drive kunnen zowel cd's afgespeeld en gebrand worden als dvd's worden afgespeeld.ZDNet heeft de notebook vergeleken met een referentiemodel met een PIII-600 aan boord. De laptop scoort uitstekend in de benchmarks en maakt de verwachtingen waar. De grafische kaart is niet uitzonderlijk snel, maar levert voldoende kracht. De behuizing is wel wat groot uitgevallen, mede door de grote accu die nodig is om de Pentium 4 van energie te voorzien. Ook is hij nogal lawaaierig door de fan die ervoor moet zorgen dat de processor koel blijft. De laptop is dan ook, mede door zijn gewicht van 3,7 kilo, het best geschikt als mobiele desktop vervanger, volgens ZDNet:


Belangrijk is ook dat de Medion alle tests probleemloos afwerkte, en dus stabiel werkt. De behuizing is nogal kunstmatig, maar lijkt stevig genoeg. We merken wel op dat het toestel erg lawaaierig is - om de hitte van de Pentium 4 op 2 GHz buiten te krijgen maakt de ventilator overuren. De notebook is ook niet het meest draagbare model dat we ooit hebben gezien. Met een gewicht van 3,7 kg en de erg ruime behuizing lijkt het ons eerder een mobiele desktopvervanger. Met een prijskaartje van 1.849 euro lijkt de Medium Pentium 4 2 GHz een koopje, en dat beeld klopt ten dele. Deze notebook is erg volledig, werkt naar behoren en geeft goede resultaten. Niettemin kunt u bij uw reguliere dealer goedkopere modellen vinden die beter afgewerkt zijn en een vergelijkbare functionaliteit bieden, maar niet dezelfde prestaties. Of u dat belangrijk vindt, moet u zelf beslissen.
In september van dit jaar gaat de Hogeschool Leiden de mogelijkheid bieden om een HBO-studie Bio-Informatica te volgen. Men hoopt met het aanbieden van deze studie het gat op te kunnen vullen wat momenteel ontstaat tussen biologen die grote hoeveelheden informatie effectief moeten kunnen selecteren en bewerken, en de informaticus pur sang die weinig brood van biologische processen heeft gegeten. De voltijd studie heeft een normale duur van vier jaar, en geeft na afronden recht op de titel Bachelor. Omdat de nadruk ligt op werken met de computer wordt het gebruik van een laptop aangeraden. Ook wordt er een ICT-centrum opgericht.



  1. http://www.rondeetjolie.com/blog/dovendosi.html

  2. http://blog.roodo.com/dovendosi

  3. https://dovendosi.quora.com/

  4. http://facebookhitlist.com/profiles/blog/list?user=2yqzquh9jf4np


Akku Dell Latitude E6430s

Das Mobiltelefon unterst¨¹tzt HSPA mit bis zu 7,2 MBit/s, UMTS (900/2.100 MHz), Quad-Band-GSM, EDGE und GPRS. Zudem werden WLAN nach 802.11b/g/n sowie Bluetooth 2.1+EDR geboten. Zu den weiteren Leistungsdaten zählen ein UKW-Radio, eine 3,5-mm-Klinkenbuchse, ein GPS-Empfänger, DLNA-Unterst¨¹tzung und NFC-Technik f¨¹r einen drahtlosen Datenaustausch.Auf dem Liquid Express läuft Android 2.3 alias Gingerbread mit einigen Acer-spezifischen Anpassungen. Neben der Acer Shell 4.2 gibt es den Socialjogger, der Daten aus Facebook, Twitter und Flickr in einer Anwendung sammelt. Zudem liegt die Office-Lösung Documents To Go bei, um Word-, Excel- und Powerpoint-Dokumente zu bearbeiten.Bei Maßen von 115 x 60,8 x 13,4 mm wiegt das Smartphone 138 Gramm. Der Lithium-Ionen-Akku mit 1.300 mAh soll im UMTS-Betrieb eine Sprechzeit von 7 Stunden erreichen. Im GSM-Modus verlängert sich die Sprechdauer auf 8 Stunden. Im Bereitschaftsmodus hält der Akku bis zu 20 Tage durch, verspricht der Hersteller.

Acer bietet das Liquid Express nach eigener Aussage ab sofort zum Preis von 240 Euro ohne Vertrag an. Auf Acers Webseite ist das Liquid Express allerdings noch nicht verzeichnet.Acer erklärte, dass die zunächst bekannt gegebenen Informationen zum Liquid Express fehlerhaft waren. Das Liquid Express kommt nicht mit NFC-Technik auf den Markt. Zwar kann das Liquid Express mit NFC best¨¹ckt werden, aber Acer machte keine Angaben dazu, ob das Mobiltelefon mit NFC-Technik tatsächlich angeboten wird. Somit ist auch unklar, was das Liquid Express mit NFC-Technik kosten w¨¹rde.Huawei will Ende November 2011 sein 7-Zoll-Tablet mit dem Namen Mediapad auch in Deutschland anbieten. Es soll vor allem f¨¹r die Medienwiedergabe geeignet sein. Huawei will sein Tablet Mediapad Ende November 2011 auch in Deutschland verkaufen. Das 7-Zoll-Tablet soll vor allem f¨¹r die Medienwiedergabe optimiert worden sein. Daf¨¹r soll die Auflösung von bis zu 1280 x 800 Pixeln sorgen. Die Standardauflösung beträgt 1.076 x 600 Pixel. Zwischen den beiden Auflösungen kann der Nutzer wählen. Das Display ist ein kapazitiver IPS-LCD-Touchscreen.

Hierzulande soll das Tablet nur mit HSPA-Modul angeboten werden. Als Betriebssystem kommt Android 3.2 alias Honeycomb zum Einsatz. Neben HSPA+ unterst¨¹tzt das Mediapad auch WLAN-Verbindungen nach 802.11 b/g/n.In dem Mediapad befindet sich ein Zweikernprozessor von Qualcomm (MSM8x60 ARM Cortex A9), der mit 1,2 GHz getaktet ist. Als Arbeitsspeicher steht 1 GByte zur Verf¨¹gung. Intern sind 8 GByte Speicher verbaut. Das Tablet hat einen Micro-SD-Kartensteckplatz, der Karten mit bis zu 32 GByte erlaubt. Zudem sollen ¨¹ber den Micro-USB-Anschluss (USB 2.0) auch externe Festplatten angeschlossen werden können.Der Lithium-Polymer-Akku mit 4.100 mAh soll f¨¹r eine sechsst¨¹ndige Videowiedergabe reichen. ¨¹ber einen Mini-HDMI-Anschluss kann das Gerät auch an einen Fernseher angeschlossen und dort die Videowiedergabe fortgesetzt werden. Als Fernbedienung eignen sich eine Bluetooth-Maus und -Tastatur. Dank integrierter Sprachsteuerung in Android 3.2 kann das Gerät auch Sprachbefehle entgegennehmen.

Das Huawei-Tablet hat eine 5-Megapixel-Kamera auf der R¨¹ckseite, die auch Full-HD-Videos aufnehmen können soll. An der Vorderseite befindet sich eine 1,3-Megapixel-Kamera, die vor allem f¨¹r die Videotelefonie gedacht ist.Die R¨¹ckseite des Gehäuses besteht aus Aluminium. An den beiden Querseiten sind Plastikabdeckungen angebracht, die auf der einen Seite die Sim- und die SD-Karte abdecken. Das Tablet hat eine Abmessung von 190 x 120 x 10 Millimetern. Mit einem Gewicht von 395 Gramm ist das 7-Zoll-Tablet nur unwesentlich schwerer als das Galaxy Tab mit 379 Gramm, aber leichter als das Blackberry Playbook mit 430 Gramm. Dank des Aluminiumgehäuses macht das Tablet einen hochwertigen Eindruck.Eingaben verarbeitet das Gerät fl¨¹ssig und auch durch bilderreiche Webseiten ließ sich problemlos blättern. Die Wiedergabe von HD-Videos verlief ohne Ruckler. Auch auf einem angeschlossenen Fernseher war die Wiedergabe kein Problem.Das Galaxy Note N7000 wird in Deutschland ausgeliefert. Samsungs neues Android-Smartphone ist mit seinem 5,3-Zoll-Super-Amoled-Display nahe dran am Tablet. Samsungs Galaxy Note N7000 ist seit kurzem in Deutschland erhältlich, laut Hersteller kostet es rund 700 Euro. Durch seine Abmaße von 145,85 x 82,95 x 9,65 mm zählt es zu den größten Android-Smartphones am Markt. Das ist dem Super-Amoled-Display mit 5,3-Zoll-Bilddiagonale (13,44 cm) und einer Auflösung von 1.280 x 800 Pixel geschuldet. Trotz seiner Größe wiegt das Gerät mit 178 g vergleichsweise wenig.

http://www.powerakkus.com/dell-latitude-e6430-akku.html Akku Dell Latitude E6430

http://www.powerakkus.com/dell-latitude-e6430s-akku.html Akku Dell Latitude E6430s

http://www.powerakkus.com/dell-xps-13-akku.html Akku DELL XPS 13

http://www.powerakkus.com/dell-xps-l321x-akku.html Akku DELL XPS L321X

http://www.powerakkus.com/dell-vostro-1540-akku.html Akku DELL Vostro 1540

http://www.powerakkus.com/dell-xps-12-akku.html Akku DELL XPS 12

http://www.powerakkus.com/dell-wu841-akku.html Dell WU841

http://www.powerakkus.com/dell-fk890-akku.html Dell FK890

http://www.powerakkus.com/dell-cf623-akku.html Akku Dell CF623

http://www.powerakkus.com/dell-0txwrr-akku.html Akku Dell 0TXWRR

http://www.powerakkus.com/dell-km771-akku.html Dell KM771

http://www.powerakkus.com/dell-h7xw1-akku.html DELL H7XW1

http://www.powerakkus.com/dell-r795x-akku.html Akku Dell R795X

http://www.powerakkus.com/dell-gw240-akku.html Akku Dell GW240

http://www.powerakkus.com/dell-rn873-akku.html Akku Dell RN873

http://www.powerakkus.com/dell-3932d-akku.html Dell 3932D

http://www.powerakkus.com/dell-y6142-akku.html Akku Dell Y6142

http://www.powerakkus.com/dell-9x472a00-akku.html Dell 9X472A00



Samsung ermöglicht beim Galaxy Note nicht nur die ¨¹bliche Bedienung mit den Fingern, sondern legt einen Eingabestift bei, mit dem sich handschriftliche Notizen und Zeichnungen anfertigen lassen. F¨¹r den auf Wacom-Technik basierenden S-Pen sind Notiz-, Skizzen- und Kalender-Apps auf dem Smartphone vorinstalliert.F¨¹r Rechenleistung sorgt ein 1,4-GHz-Dual-Core-Prozessor, der interne Speicher des aktuell erhältlichen Modells ist 16 GByte groß und ¨¹ber eine Micro-SD-Karte lassen sich bis zu 32 GByte nachr¨¹sten. Mit einer 8-Megapixel- und einer 2-Megapixel-Kamera können Videos und Fotos aufgenommen werden. Als Betriebssystem ist Android 2.3 vorinstalliert.F¨¹r eine schnelle Internetverbindung sorgen laut Samsung UMTS mit HSPA+- und HSUPA-Unterst¨¹tzung sowie WLAN-n. Zudem werden Mobilfunknetze auf Basis von GSM, GPRS und EDGE unterst¨¹tzt. ¨¹ber Bluetooth 3.0 ist eine Verbindung mit Headsets und Freisprecheinrichtungen möglich.Mit einer Akkuladung soll das Galaxy Note im UMTS-Betrieb maximal eine Sprechzeit von 4,5 Stunden erreichen. Im GSM-Betrieb verlängert sich die Sprechzeit auf 13 Stunden. Im Bereitschaftsmodus muss der Akku nach 16 bis 23 Tagen aufgeladen werden.

F¨¹r eine gute Sprachqualität bei Telefonaten mit dem Galaxy Note soll der Advanced Voice Processor Earsmart von Audience sorgen. Er filtere Nebengeräusche aus beiden Seiten der Verbindung, wirbt Samsung.Sharp bringt mit dem Android-Smartphone Aquos Phone SH80F ein Modell mit 3D-Display auf den deutschen Markt. Lange Zeit war Sharp nicht mehr auf dem deutschen Mobilfunkmarkt aktiv. Das 4,2 Zoll große TFT-Touchscreen-Display im Aquos Phone SH80F kann 3D-Inhalte anzeigen und liefert eine Auflösung von 960 x 540 Pixeln. Mit einem speziellen Veil-Modus soll verhindert werden, dass der Displayinhalt von der Seite eingesehen werden kann, damit vertrauliche Daten nicht von Unbefugten gelesen werden können. Sharp verspricht, dass sich 2D-Inhalte in 3D umwandeln lassen, damit das 3D-Display sinnvoll genutzt werden kann. Unterhalb des Displays befinden sich drei der vier typischen Androidknöpfe. Auf der R¨¹ckseite stehen zwei 8-Megapixel-Kameras zur Verf¨¹gung, mit denen sich 3D-Fotos aufnehmen lassen. Videos kann die Kamera in HD-Auflösung aufnehmen.

http://www.powerakkus.com/dell-ug679-akku.html Dell UG679

http://www.powerakkus.com/dell-3r305-akku.html Akku Dell 3R305

http://www.powerakkus.com/dell-c1295-akku.html Akku Dell C1295

http://www.powerakkus.com/dell-312-0455-akku.html Akku Dell 312-0455

http://www.powerakkus.com/dell-u4873-akku.html Akku Dell U4873

http://www.powerakkus.com/dell-ww116-akku.html Akku Dell WW116

http://www.powerakkus.com/dell-kd476-akku.html Akku Dell KD476

http://www.powerakkus.com/dell-312-0416-akku.html Akku Dell 312-0416

http://www.powerakkus.com/dell-451-10298-akku.html Akku Dell 451-10298

http://www.powerakkus.com/dell-nm631-akku.html Akku Dell NM631

http://www.powerakkus.com/dell-2xrg7-akku.html Dell 2XRG7

http://www.powerakkus.com/dell-312-1242-akku.html Akku Dell 312-1242

http://www.powerakkus.com/dell-m5y0x-akku.html Dell M5Y0X

http://www.powerakkus.com/dell-t54fj-akku.html Dell T54FJ

http://www.powerakkus.com/dell-u011c-akku.html Dell U011C

http://www.powerakkus.com/dell-u164p-akku.html Akku Dell U164P

http://www.powerakkus.com/dell-wu946-akku.html Akku Dell WU946

http://www.powerakkus.com/dell-312-0273-akku.html Dell 312-0273



Im Sharp-Smartphone befindet sich ein Snapdragon-Prozessor von Qualcomm mit einer Taktrate von 1,4 GHz. Zudem hat das Gerät einen RAM-Speicher von 512 MByte, einen Flash-Speicher von 2 GByte und einen Speicherkartensteckplatz. Eine Micro-SD-Karte mit 4 GByte wird mitgeliefert, maximal ist eine Karte mit einer Kapazität von 32 GByte möglich.Das UMTS-Smartphone unterst¨¹tzt HSDPA mit bis zu 14,4 MBit/s, die drei GSM-Netze mit 900, 1.800 sowie 1.900 MHz, GPRS und EDGE. Zudem stehen WLAN nach 802.11b/g/n sowie Bluetooth als weitere Netzwerktechniken zur Verf¨¹gung. Das Mobiltelefon besitzt einen Micro-HDMI-Ausgang und unterst¨¹tzt DLNA.Auf dem Smartphone läuft Android 2.3.4 alias Gingerbread. Die Vollversion des Autorennspiels Need for Speed Shift von EA ist vorinstalliert.127 x 64 x 11,9 mm misst das Mobiltelefon und es wiegt 135 Gramm. Der Akku mit 1.240 mAh soll eine maximale Sprechzeit von 5 Stunden erreichen. Sharp machte keine Angaben dazu, ob dieser Wert f¨¹r den UMTS- oder GSM-Betrieb gilt. Im Bereitschaftsmodus muss der Akku nach rund 17 Tagen erneut geladen werden.

Apple wendet sich an Kunden, die sich in Foren zu kurzen Akkulaufzeiten des iPhone 4S äußern und bittet um Mithilfe. Das Problem sei bekannt und bislang ungelöst. Apple soll mit den Kunden seines neuen Smartphones iPhone 4S in Kontakt getreten sein, die sich ¨¹ber zu kurze Akkulaufzeiten beschwert hatten. Das berichtet der britische Guardian unter Berufung auf iPhone-4S-Käufer, die ¨¹ber einen massiven R¨¹ckgang der Akkukapazität gegen¨¹ber den Vorgängermodellen geklagt hatten. Ein Besitzer des Smartphones sagte dem Guardian, dass Apple ihn direkt gefragt habe, ob er ein Programm installieren wolle, das die Energiefunktionen des Geräts ¨¹berwacht und analysiert. Bislang sei die Ursache f¨¹r das Problem noch ungeklärt.Ein Nutzer, der wegen des Problems mit Apple in Kontakt steht, sagte dem Guardian: "Die Laufzeit des Akkus ist extrem schlecht. Manchmal verliere ich im Standby-Modus st¨¹ndlich 10 Prozent der Energie. Ein Abschalten von Siri und der Location Services hat auch nicht geholfen." Ein Apple-Entwickler habe seine Foreneinträge zu dem Thema gelesen und sich an ihn gewandt. Der Entwickler habe eingeräumt, dass das Problem existiert und dass es noch keine Lösung daf¨¹r gibt. "Es stellte viele Fragen zu meinen Nutzungsgewohnheiten." Der iPhone-Nutzer habe die Software zum Energieverbrauch installiert und die Ergebnisse nach einer Synchronisierung mit seinem Mac per E-Mail an Apple gesandt. Die Daten liegen nach den Angaben auch dem Guardian vor.

Das iPhone 4S erschien am 14. Oktober 2011 in Deutschland. Auch nach Angaben der Stiftung Warentest ist der iPhone-4S-Akku schneller leer. Die Verbraucherorganisation erklärte am 25. Oktober 2011: "Während das iPhone 4 in GSM-Netzen zehn Stunden dauertelefonieren kann, reicht es beim iPhone 4S nur f¨¹r achteinhalb. Im Betrieb als Musikspieler hält das iPhone 4 ¨¹ber 60 Stunden durch, der Nachfolger dagegen nicht einmal 44 Stunden. Und auch bei den Standby-Zeiten zeichnen sich deutlich schlechtere Werte ab als beim Vorgänger. Hier laufen unsere Tests noch. Jedenfalls scheint es Apple nicht gelungen zu sein, den höheren Stromverbrauch des neuen Prozessors durch einen stärkeren Akku auszugleichen."Ein Fehler in der Standortbestimmung soll an der kurzen Akkulaufzeit des iPhone 4S schuld sein. Offenbar läuft die Standortbestimmung unablässig, was das Akku-Gate erzeugt. Das Problem der kurzen Akkulaufzeit des iPhone 4S könnte von einem Fehler in der Software zur Bestimmung der Zeitzone verursacht werden. Das berichtet die britische Tageszeitung Guardian. Die Funktion in iOS 5 könnte die Positionsdaten des Nutzers zu häufig abfragen, was viel Energie verbraucht.

http://dovendosi.comunidades.net/">http://dovendosi.comunidades.net/

http://www.bloghotel.org/enablesyou/">http://www.bloghotel.org/enablesyou/

http://blogcity.jp/page.asp?idx=10057051">http://blogcity.jp/page.asp?idx=10057051


Akku f¨¹r HP HSTNN-XXXX

Nokia hat sein erstes Smartphone mit Windows Phone 7.5 vorgestellt. Mit dem Lumia 800 will der Konzern wieder konkurrenzfähig werden. Schick ist es allemal.
Das Lumia 800 soll die Smartphonesparte von Nokia wiederbeleben. Es ist Nokias erstes Smartphone mit Microsofts mobilem Betriebssystem Windows Phone 7. Nokia hat vor etwa einem halben Jahr ein aufsehenerregendes Abkommen mit Microsoft unterschrieben. Darin verpflichtete sich das selbst kriselnde Unternehmen Nokia, das wenig verbreitete Windows Phone 7 k¨¹nftig auf seinen Smartphones anzubieten. Das Lumia 800 erscheint daher mit der aktuellen Version Windows Phone 7.5 alias Mango.
Auf den ersten Blick ist das schlichte Design des Geräts beeindruckend: Das Gehäuse aus einem einzigen stabilen Kunststoffblock liegt mit seiner matten Oberfläche gefällig in der Hand. Das Gewicht von 143 Gramm entspricht den Smartphones seiner Größenklasse. Die Abmessungen betragen 116 x 61 x 12 Millimeter. Außer in Schwarz wird das Smartphone auch in den Farben Cyan und Magenta angeboten. Das Unibody-Gehäuse hat aber einen entscheidenden Nachteil: Der Akku lässt sich vom Anwender nicht auswechseln. Ein Kompromiss, den auch andere Smartphonehersteller eingehen.


Hinten befindet sich eine ovale Einsparung, in der die Kameralinse und die doppelte LED-Leuchte untergebracht sind. Sie ist mit einer metallischen Abdeckung verziert. Sämtliche Knöpfe sind auf einer der Längsseiten untergebracht, darunter der Wippschalter f¨¹r die Lautstärkeregelung, der Ein- und Ausschalter sowie ein Auslöser f¨¹r die Kamera. ¨¹ber diesen lässt sich das Smartphone ebenfalls aus dem Ruhezustand erwecken und startet sofort die Kameraapplikation. Dazu muss die Taste etwas länger gedr¨¹ckt gehalten werden.An der oberen Querseite ist der Micro-USB-Stecker durch eine Klappe verdeckt. Dar¨¹ber lässt sich das Gerät aufladen oder mit einem Windows-Rechner verbinden. F¨¹r das ¨¹bertragen von Inhalten zwischen Smartphone und Rechner wird Microsofts Anwendung Zune benötigt, die es kostenlos gibt. Dar¨¹ber kann beispielsweise Musik aus iTunes exportiert und auf das Lumia 800 ¨¹bertragen werden. Zu den unterst¨¹tzen Musikformaten gehören neben MP3 auch AAC sowie AAC+, WMA oder MP42. Daten lassen sich auch ¨¹ber Active Sync synchronisieren.


Erst nachdem die Klappe f¨¹r den Micro-USB-Stecker geöffnet wurde, kann der Einschub f¨¹r die Micro-SIM-Karte herausgenommen werden. Micro-SIM-Karten kommen bislang nur in iPhones und iPads zum Einsatz. Um sie einzulegen, muss die Abdeckung mit dem Fingernagel nach innen gezogen werden. Dabei wird die Arretierung des Einschubs gelöst und sie lässt sich m¨¹helos entnehmen und mit der Micro-SIM-Karte best¨¹cken. Auf neuen Geräten sind dazu Hinweise auf Plastikfolien angebracht. Ohne die Hinweise ist der Mechanismus aber nicht eindeutig erkennbar. Die Displayabdeckung aus Glas ist leicht gewölbt. Damit wirkt das Lumia 800 in Kombination mit dem Gehäuse wie aus einem Guss.Weil das N9 mit Meego im gleichen Gehäuse steckt wie das Lumia 800, f¨¹rchtet Nokia, dass die Kunden verwirrt werden könnten. Das Unternehmen hat sich daher entschieden, in den meisten Ländern nur eines der beiden Smartphones anzubieten. Zwar ist das N9 unter anderem in Deutschland zu bekommen, wird aber von Nokia Deutschland nicht offiziell vermarktet, weil Nokia hierzulande voll auf das Lumia 800 auf Basis von Microsofts Windows Phone 7.5 setzt.


Das Amoled-Display hat eine Diagonale mit 3,7 Zoll und eine Auflösung von 480 x 800 Bildpunkten. Nokia hat den Hintergrund des Displays nochmals mit einem satteren Schwarz versehen, das die Lesbarkeit auch bei hellem Licht erhöhen soll. Tatsächlich ist die Benutzeroberfläche auch bei direktem Sonnenlicht deutlich lesbar. Der Hintergrund der Benutzeroberfläche ist ebenfalls in Schwarz gehalten, wahlweise lässt sie sich auf Weiß umschalten. Selbst dann sind die Inhalte in heller Umgebung gut lesbar.
Die Konfiguration der Benutzeroberfläche ist indes weitgehend eingeschränkt: Neben dem Wechsel der Hintergrundfarbe zwischen Schwarz und Weiß lassen sich die Windows-Phone-typischen Kacheln noch mit verschiedenen Farben ausstatten. Eigene Hintergrundbilder können lediglich dem Anmeldebildschirm zugewiesen werden. Auch die Größe der Kacheln lässt sich nicht beeinflussen. Bei der Displaygröße des Lumia 800 werden nur acht Kacheln im aktiven Ausschnitt angezeigt. Es lassen sich zwar mehr unterbringen, allerdings muss dann gescrollt werden, damit die gew¨¹nschte Verkn¨¹pfung angezeigt wird.


Im Men¨¹fenster hingegen sind Einträge ¨¹bersichtlich in alphabetischer Reihenfolge untergebracht. Zudem lassen sich einzelne Men¨¹punkte durch Eingaben in einem Suchfenster anzeigen.Seit dem Update auf Windows Phone 7.5 alias Mango ist das mobile Betriebssystem von Microsoft multitaskingfähig. Die sechs zuletzt geöffneten Anwendungen werden angezeigt, wenn der Anwender länger auf die Zur¨¹cktaste dr¨¹ckt, eine von drei Hardwaretasten, die Mobiltelefone mit Windows Phone 7 mitbringen m¨¹ssen. In der Mitte ist der Home-Button mit dem Microsoft-Windows-Logo, rechts ist die Schaltfläche f¨¹r die Suche. Die verkleinerten Fenster im Taskmanager lassen sich nicht verschieben und auch nicht schließen. Mit dem Update funktioniert auch das Kopieren und Einf¨¹gen von Text ¨¹ber verschiedene Anwendungen hinweg.



Microsoft legt seinem mobilen Betriebssystem eine angepasste Office-Version bei. Damit lassen sich Word-Dokumente, Excel-Tabellen und Onenote-Notizen erstellen und bearbeiten. Dokumente im Doc- oder Xls-Format können geöffnet, aber nicht bearbeitet werden. Der Dokumentenaustausch erfolgt ¨¹ber Sharepoint, Office 365 oder Skydrive. Wer eine Windows-Live-ID besitzt, kann 25 GByte Onlinespeicher in der Microsoft-Cloud Skydrive kostenlos nutzen. Dort können beispielsweise auch Fotos gespeichert werden. In der Fotoanwendung wird Skydrive automatisch nach neuen Bildern durchsucht. Von einem Google-Konto importierte Kontaktdaten werden ebenfalls in der Microsoft-Cloud gespeichert, sie tauchten automatisch beim Anmelden mit der Windows-ID auf einem zweiten Windows-Phone-7.5-Smartphone auf.Nokia hat seine eigenen Dienste ebenfalls auf die neue Plattform portiert, darunter Nokia Music, das einen Zugriff auf Nokias Musikshop Mp3 Store bietet. Auch die Navigationssoftware Nokia Navigation wurde integriert. Um sie zu nutzen, muss zunächst Kartenmaterial heruntergeladen werden. Der Download umfasst mindestens 500 MByte. Zwar wird das Kartenmaterial dann auf dem Smartphone gespeichert, allerdings benötigt die Anwendung dennoch stets eine Internetverbindung, was Roaming-Geb¨¹hren bei der Verwendung im Ausland kostet.


Neben dem Kartenmaterial von Microsoft, das ¨¹ber den Men¨¹punkt Karten aufgerufen werden kann und Bing Maps öffnet, bietet Nokia seine eigenen Karten und die Anwendung Nokia Karten an. Sie konnte allerdings auf unserem Lumia 800 nicht ¨¹ber die entsprechende Kachel aufgerufen werden, sondern lediglich ¨¹ber die Verkn¨¹pfung auf der Men¨¹seite. Nokia weist aber daraufhin, dass es sich dabei um eine Betaversion handelt.Auf der Anmelde- und Startseite von Windows Phone 7.5 lassen sich durch einen Wisch nach unten am oberen Rand einige Systeminformationen anzeigen, etwa der Akkustatus, die Verbindungsart und -qualität. Allerdings verschwinden diese Informationen wieder, sobald beispielsweise der Browser geöffnet wird und werden erst wieder angezeigt, wenn die Einstellungen zum Browser geöffnet werden.Der integrierte Internet Explorer 9 Mobile reagiert z¨¹gig auf Eingaben und ruckelt beim Scrollen auch dann nicht, wenn bilderreiche Webseiten aufgerufen werden. Auch die Zoomfunktion arbeitet fl¨¹ssig. Der Browser unterst¨¹tzt HTML5. Somit lassen sich Videos von Youtube mit einer Auflösung von 720p abspielen, wenn auch nicht ganz fl¨¹ssig. Mit Windows Phone 7.5 lassen sich auch die Videoformate WMV9-, Mpeg4, H.264 oder ASF wiedergeben. Einen Flash Player f¨¹r Windows Phone 7.5 soll es aber laut einem Adobe-Mitarbeiter nicht geben.


Die integrierte 8-Megapixel-Kamera besitzt laut Nokia ein Carl-Zeiss-Tessar-Objektiv mit einer Blende von 2.2 sowie einen dreifachen digitalen Zoom und eine minimale Brennweite von 2.8 mm. Außerdem ist die Kamera mit einem Autofokus ausgestattet. Videos lassen sich mit einer Auflösung von bis zu 1.280 x 720 Pixeln aufnehmen. Auch hier kann der dreifache Zoom verwendet werden.Das Lumia 800 besitzt ein HSPA+-Modul und kann sich ¨¹ber WLAN nach 802.11b/g/n mit dem Internet verbinden. Außerdem beherrscht das Smartphone Bluetooth 2.1. Von den angegebenen 16 GByte Speicher stehen dem Anwender etwa 14 GByte f¨¹r Applikationen und persönliche Daten zur Verf¨¹gung. Den Arbeitsspeicher gibt Nokia mit 512 MByte an. Als Prozessor kommt ein Qualcomm MSM8255 zum Einsatz, der mit 1,4 GHz getaktet ist. Microsoft setzt mit Windows Phone 7.5 den Hardwareherstellern bislang sehr enge Grenzen. Beispielsweise ist die Verwendung einer auswechselbaren Micro-SD-Karte ebenso wenig vorgesehen wie der Einsatz eines Zweikernprozessors.


Der Akku hat eine Kapazität von etwa 5,4 Wattstunden und soll f¨¹r eine Sprechzeit von 9,5 Stunden ¨¹ber UMTS sorgen. In unserem Test war der Akku bei mittelmäßiger Nutzung und aktivierten Stromspareinstellungen nach eineinhalb Tagen leer. Dabei surften wir ¨¹ber UMTS und WLAN im Internet, telefonierten ein wenig, nutzten die Kameraapplikation und die Navigationshilfe. Das erste Testgerät, das wir von Nokia erhielten, ließ sich nicht mehr aufladen, nachdem der Akku einmal vollständig entladen war. Laut Nokia handelte es sich um ein Gerät aus einer Vorabserie.Neben dem Microsoft-eigenen Hotmail- und Exchange-Diensten lassen sich auch E-Mail-Dienste von Google oder Yahoo nutzen. Jedes erstellte Konto erhält auf der Startseite eine eigene Kachel. Sie können ¨¹ber die Optionen eines Kontos aber miteinander verkn¨¹pft werden.Windows Phone 7.5 bietet auch eine Spracherkennung, die f¨¹r die Suche im Web oder zum Erstellen von SMS-Nachrichten genutzt werden kann. Ähnlich wie bei Apples Siri werden die Eingaben an Server von Microsoft gesendet, um "den Service bereitzustellen und zu verbessern", wie es in den Nutzungshinweisen heißt.



Sowohl Nokia als auch Microsoft weisen allenthalben auf den Datenschutz hin. Unter dem Men¨¹punkt "Sie zählen" erläutert der Smartphone-Hersteller, dass Informationen ¨¹ber das Gerät zwar gesammelt, ohne Einverständnis des Benutzers aber nicht weitergegeben werden. Ende Juli 2011 wurde bekannt, dass Bewegungsdaten von Windows-Phone-7-Smartphones durch eine Sicherheitsl¨¹cke ¨¹ber die Dienste von live.com ausgelesen werden konnten.
Microsoft bietet auch einen Ortungsdienst an, ¨¹ber den abhandengekommene Smartphones geortet, angerufen und notfalls gesperrt werden können. Dazu kann sich der Anwender ¨¹ber seine Windows-Live-ID auf der Webseite windowsphone.com anmelden. Von dort lassen sich auch Applikationen im Windows Marketplace erwerben und auf das Mobiltelefon ¨¹bertragen. Der Windows Marketplace bietet neben Spielen und Anwendungen ebenfalls Musik an.


Das Lumia 800 von Nokia soll im November 2011 auf den Markt kommen. Unmittelbar nach seiner Vorstellung konnte das Windows-Phone-7.5-Smartphone im Onlineshop der Deutschen Telekom zum Preis von 500 Euro ohne Vertrag bestellt werden. Damit ist das Lumia 800 ohne Vertrag derzeit g¨¹nstiger bei O2 als bei der Telekom zu bekommen. Bei O2 wird es das Lumia 800 f¨¹r 481 Euro geben. Wie bei O2 ¨¹blich, gibt es eine zinslose Ratenzahlung. Bei einer Laufzeit von zwei Jahren fallen dann monatlich 20 Euro an, 1 Euro muss beim Kauf angezahlt werden. Der von Nokia angegebene Listenpreis beträgt 500 Euro.Das Nokia Lumia 800 beeindruckt durch sein schlichtes Design. Glasabdeckung und das Kunststoffgehäuse wirken wie aus einem Guss. Nokias Smartphone liegt gut in der Hand. Das Display ist kontrastreich und lässt sich auch in heller Umgebung gut ablesen.


Das mitgelieferte Windows Phone 7.5 ist funktional und optisch ebenso schlicht wie Nokias Smartphone. Verspielte Naturen, die etwa gerne an der Benutzeroberfläche basteln, werden enttäuscht sein. Dass Microsofts Benutzeroberfläche nur auf einem Einkernprozessor läuft, fällt nicht auf, wir konnten keine Ruckler oder Aussetzer feststellen. Verwunderlich ist hingegen die unterdurchschnittliche Sprachqualität.Nokia will mit dem Lumia 800 vor allem mit dem Design punkten. Das ist gelungen. Dar¨¹ber hinaus bietet das Windows-Phone-7.5-Smartphone aber wenig Innovatives.Acer bringt mit dem Liquid Express ein Android-Smartphone f¨¹r 240 Euro auf den Markt. Damit rangiert das Gerät im Einstiegssegment und bietet einen 3,5 Zoll großen Touchscreen sowie eine 5-Megapixel-Kamera.
Das Liquid Express hat einen 3,5 Zoll großen Touchscreen mit einer Auflösung von 320 x 480 Pixeln und zeigt bis zu 262.144 Farben an. Unterhalb des Displays gibt es drei der vier typischen Android-Knöpfe. Tasten zum Anrufmanagement sind nicht vorhanden. Auf der Geräter¨¹ckseite befindet sich eine 5-Megapixel-Kamera mit LED-Licht.
Der Qualcomm-Prozessor im Mobiltelefon arbeitet mit einer Taktrate von 800 MHz und der RAM-Speicher fasst 512 MByte. Einen internen Flash-Speicher hat das Smartphone nicht, aber der integrierte Micro-SD-Kartensteckplatz unterst¨¹tzt Speicherkarten mit bis zu 32 GByte.



  1. http://dovendosi.mee.nu/

  2. http://www.kiwibox.com/dovendosi/blog

  3. http://akkusmarkt.blogs.lalibre.be/


Accu BOSCH BAT411A

De laptopmarkt blijft AMD bedienen met zowel Athlon 64, Sempron als Turion-processors. Deze zullen echter wel allemaal in een Socket 754 zitten. De Athlon 64 en Sempron-processors zijn vooral bedoelt voor laptops die niet al te zuinig hoeven te zijn en min of meer bedoelt zijn om een desktop te vervangen. Door de overstap op een SOI 90nm-fabrikatieproces wordt er toch ook met deze processors een beetje energie bespaard. Het is goed om te zien dat van vele desktop-processors er ook een Mobile-versie is of komt.Voor laptops die het echter lange tijd moeten uithouden op een lading, heeft AMD de Turion. Deze lijn zal vanaf het derde kwartaal van dit jaar worden uitgebreid met een zevental nieuwe modellen. De eerste is een 2GHz Turion MT-37, het 25W-broertje van de huidige 35W Turion ML-37. Hierna zullen 25W en 35W Turion-processors met 512kb en 1MB L2-cache worden geïntroduceerd op snelheden, variërend van 2GHz tot en met 2,4GHz. In dezelfde periode zullen ook een aantal low-power Sempron processors het licht zien. Deze zullen net als de Turion MT-serie maar maximaal 25W aan energie verbruiken.


De Opteron-roadmap laat maar weinig veranderingen zien. Slechts drie nieuwe processors zullen in het derde kwartaal van dit jaar worden geïntroduceerd. Deze zullen allemaal op 2,8GHz draaien en een enkele core hebben. Het grote verschil tussen de drie is het platform waar ze op draaien. De Opteron 154 zal gebruikmaken van standaard Socket 939-moederborden, waarmee hij dus direct de concurrentie aangaat met de Athlon FX-57. De andere twee zijn geschikt voor dual-processors systemen (254) en multi-processor systemen (854).'Dat de concurrentie er zich maar bij neerlegt: Google is heer en meester in het komende computertijdperk.' Dat is de conclusie van Skrentablog op basis van de geschiedenis van de computerwereld en de huidige situatie.


Google op mobiel schermpjeAnalisten scharen Google in het rijtje van bedrijven dat begon met IBM, dat de computermarkt ruwweg van 1950 tot 1980 domineerde, en Microsoft, dat de fakkel in '84 van IBM overnam om in 1998 zijn absolute leiderspositie te zien verzwakken. Sinds 2001 schijnt er echter nieuw licht aan het monopoliefirmament, aldus de Skrenta-blogger. De schrijver is ervan overtuigd dat concurrenten en nieuwkomers zich moeten realiseren dat Google niet de concurrent is, maar de 'omgeving' waarin ze zich zullen moeten handhaven. Zo zou Yahoo volgens hem 1,5 miljard dollar extra kunnen verdienen door zich te profileren als distributeur van Adwords in plaats van Google te bestrijden. Dat Googles positie daardoor alleen maar versterkt zou worden, lijkt de blogger niet te deren.Kenmerkend voor de macht die Google heeft, is de structuur van het internet. Dat is volgens de auteur van Skrentablog namelijk geen boomstructuur of spinnenweb, maar een grote voordeur met de naam Google, die de surfer overal naartoe kan leiden. Daarmee wordt er enigszins afbreuk gedaan aan de marktaandelen van concurrenten als Yahoo en Live Search, maar de meeste bedrijven ontvangen zowat zeventig procent van hun bezoekers via die Google-voordeur. 'Hoe groter Google wordt, hoe beter voor die bedrijven', is dan ook de conclusie van de blogschrijver.


Ook het feit dat Google zo gemakkelijk geld lijkt te verdienen heeft te maken met die toegangspoort tot het internet. Terwijl gemiddelde cpm zowat vier tot vijf dollar bedraagt, klokt Google af op 90 tot 120 dollar opbrengsten per duizend weergegeven advertenties. Nu Google zowat de referentie is om het internet te doorzoeken, zal het die macht volgens Skrentablog zeker gebruiken om ook de rest van de internetters te bereiken die nog niet over de streep gehaald zijn. Zoektochten naar online winkels, financiële informatie, foto's, mail en sociale netwerken zijn de sectoren bij uitstek waar het bedrijf al druk bezig is zich te profileren en een weg naar binnen te banen.Het artikel haalt nog een aantal redenen aan die de toekomstige opmars van Google moeten illustreren. Daarnaast wordt terloops even beargumenteerd waarom Microsoft wel een belangrijk bedrijf zal blijven, maar eigenlijk geen speler van betekenis is op de online markt. Daarbij wordt verwezen naar IBM, dat ¨¦¨¦ns het grootste computerbedrijf was maar nu zijn laptop- en pc-divisie gewoon afgestoten heeft. Het probleem is dat IBM en consumenteninternet geen affiniteit met elkaar hebben en aangezien ook pc software en websites niets met elkaar te maken hebben, ziet Skrentablog de toekomst voor Microsoft somber in. Het slotwoord is dan ook duidelijk, maar zal niet door iedereen enthousiast onthaald worden: 'Grote bedrijven zullen in de toekomst in Googles 'framework' werken, terwijl de kleintjes van de nichemarkten die overblijven zullen profiteren'.


Het Amerikaanse OnLive wordt een dienst waarbij games draaien op servers van OnLive, die het resultaat als video naar de pc van spelers terugzenden. Daardoor zou een eenvoudige pc volstaan om geavanceerde games te spelen.Logo OnLiveDe Amerikaanse incubator Rearden Labs koos de Game Developers Conference, die momenteel in San Francisco gehouden wordt om de dienst OnLive te presenteren. Die moet het mogelijk maken om grafisch zwaarwegende games als Crysis te spelen op een simpele pc of laptop. De te spelen game draait op de servers van OnLive, die alleen de input van muis en keyboard oppikt van de pc van de speler. Het resulterende beeld wordt gestreamed naar de pc van de speler teruggestuurd. De beeldkwaliteit wordt daarmee bij OnLive niet bepaald door processor en grafische kaart, maar door de snelheid van de internetverbinding. De vertraging die optreedt bij het verzenden van informatie van en naar de servers van OnLive kan volgens de Rearden Labs beperkt blijven tot 1ms, wat acceptabel zou moeten zijn voor het spelen van snelle actiespellen.



Rearden werkt al zeven jaar in het geheim aan de dienst. In die tijd heeft men een eigen video-compressietechniek ontwikkeld die het mogelijk zou maken om de resolutie van de videostream aan te passen aan de snelheid van de internetverbinding van de gamer. Volgens Rearden is het met een account van 1.5Mbps al mogelijk om beeld te krijgen dat vergelijkbaar is met dat van de Wii. Voor beeld hdtv-niveau is een verbinding van 5Mbps nodig. In de VS, waar OnLive tegen het einde van 2009 van start moet gaan, beschikt een kwart van de huishoudens over een dergelijke account, terwijl 70% een account van 2Mbps of sneller heeft. Rearden wil de gamedienst ook buiten de VS aan de man brengen, maar denkt daarbij in eerste instantie aan Azië, waar veel op simpele pc's in internetcaf¨¦'s gegamed wordt. Over een introductie in Europa laat Rearden zich niet uit. OnLive kan overweg met Windows en Mac OS X, maar Rearden gaat ook een zogenaamde MicroConsole leveren, waardoor de games ook op een hdtv te spelen zijn. Het kleine kastje heeft een hdmi-uitgang en een optische uitgang voor het geluid. Bovendien kan de MicroConsole overweg met Bluetooth, zodat er met andere speler gepraat kan worden - wat ook mogelijk is als er gespeeld wordt via Windows of OS X. Prijzen van de MicroConsole en het maandelijkse abonnement op OnLive zijn nog niet bekend, al denkt Rearden dat de MicroConsole ongeveer hetzelfde gaat kosten als een Wii.


Volgens Rearden is het relatief simpel om bestaande games geschikt te maken voor OnLive: dat zou hooguit enkele weken kosten. Het bedrijf heeft de steun van een aantal grote speluitgevers. Zo zouden er naast Crysis al vijftien games in de b¨¨taversie van de dienst te spelen zijn, al is niet bekend welke. Uitgeverijen als Electronic Arts, Ubisoft, Take-Two Interactive, Warner, THQ, Epic Games, Eidos, Atari Interactive en Codemasters hebben hun medewerking al toegezegd. Alleen Activision Blizzard houdt zich nog afzijdig. Over de hardware die OnLive zelf gebruikt om de games op te draaien, laat men zich niet uit. AMD maakte in januari overigens bekend dat het een supercomputer bouwt die gaming via cloud-computing mogelijk moet maken.


De grote man achter OnLive en Rearden Labs is Steve Perlman, die zijn sporen verdiende bij zowel Apple als Microsoft. Bij eerstgenoemde stond hij aan de wieg van QuickTime. Perlman was ook verantwoordelijk voor WebTV, de dienst die hij later verkocht aan Microsoft en nu als MSN TV door het leven gaat. Na die verkoop startte Perlman Rearden Labs, een incubator waaronder ook Mova valt, dat motion-capture doet voor filmstudio's en daarbij gebruik maakt van een 3d-camera die ontwikkeld is door Perlman. De techniek is vooral geschikt voor het vastleggen van gezichten en werd gebruikt voor de film The Curious Case of Benjamin Button.



Volgens Heise heeft Intel in Duitsland het toepassingsbereik van het beschermde 'intel inside'-logo sterk uitgebreid in een nieuwe merkregistratie. In een eerdere registratie bleef het intel-inside-stickerplakdomein 'beperkt' tot computers en processors, halfgeleiders, geheugen, computercomponenten, interfaces en software op machinaal te lezen datadragers. De nieuwe registratie heeft echter veel weg van een trefwoordenregister in een elektronicacatalogus. Naast computers, computerhardware, halfgeleiders, microprocessors en andere halfgeleidercomponenten, ic's, communicatie- en netwerkchips, computerchipsets, moederborden en -kaarten, microcomputers, workstations, programmeerbare processors, notebooks en laptops, draagbare computers, zakcomputers, pda's, firmware en besturingssystemen, computer- en telecommunicatie-netwerkhardware, servers, netwerkadapters en -kaarten, switches, routers, draadloze en niet-draadloze modems en communicatiekaarten en -apparaten, mobiele telefoons, radiotelefoons en communicatieapparaten, wordt nu ook consumentenelektronica in bredere zin aangewezen als mikpunt voor het gekende vignetje. Van het 'Intel inside'-logo zouden vijf varianten gedeponeerd zijn.


Intel Inside logoDat heeft natuurlijk ook te maken met Intels 'Digital Home'-plannen; Intel laat daarbij vrijwel geen productcategorie onbenut. Genoemd worden computerrandapparatuur, hardware, software en randapparatuur voor gebruik in combinatie met entertainmentelektronica, computergestuurde en draadloze entertainmentelektronica, hardware en software voor gebruik met individuele, interactieve tv-programmering en randapparatuur voor individuele, interactieve tv-programmering, tv's, vcr's, dvd- en cd-spelers en -recorders, dvd's, cd's, radio's, walkie-talkies, hifi-stereosets, luidsprekers, digitale fotocamera's, digitale camcorders, externe afstandsbedieningen voor computers en entertainment-elektronica, breedbeeldschermen, plasmaschermen, draadloze apparatuur voor het verbinden van computers en computernetwerken met andere elektronische apparaten en daarbij diverse accessoires, onderdelen en verbindingsonderdelen en testapparatuur voor bovengenoemde producten.


Volgens Heise zijn de toevoegingen 'dvd' en 'digitale fotocamera's' opmerkelijk, omdat onlangs de exploitanten van de websites www.dvd-inside.de, www.movie-inside.de en www.foto-inside.de door Intel gesommeerd werden deze domains op te heffen. Opvallend is de volgorde van handelingen hierin: op 21 september deponeerde Intel zijn vernieuwde merkenregistratie, om een dag later de genoemde domeinbeheerders de sommatie te bezorgen. Het heeft er alle schijn van dat intel zijn al langer bestaande plannen om in de home-entertainment-sector te stappen gaat uitvoeren. Binnenkort kunnen we dus wellicht ook op videorecorders en entertainment-pc-derivaten een 'intel-inside'-logootje verwachten.



  1. http://retrouve3.comunidades.net/

  2. http://yourpot.com/users/dovendosi/blog.aspx

  3. http://dovendosi.gratisblog.biz/


Akku Dell Inspiron 1526

Das Auto soll im US-Bundesstaat Kalifornien f¨¹r 40.000 US-Dollar auf den Markt kommen. Wegen des Steuervorteils, den die USA Käufern von Elektroautos gewährt und einer Subvention des Bundesstaates, wird das Auto jedoch effektiv 10.000 US-Dollar weniger kosten. Urspr¨¹nglich hatte Coda die Markteinf¨¹hrung des Elektroautos bereits f¨¹r Ende 2010 geplant.Der Volkswagen eT! ist ein Konzeptfahrzeug, das zeigen soll, wie das Zustellfahrzeug der Zukunft aussehen könnte. Umweltfreundlich mit Elektroantrieb folgt es dem Zusteller halbautomatisch von Haus zu Haus und lässt sich auch von der Beifahrerseite aus steuern.
Der eT! von VW ist ein elektrisch angetriebenes Forschungsfahrzeug, das auf Befehl teilautomatisch hinter dem Zusteller auf der Straße fährt und dem Fahrer unnötige Laufwege ersparen soll. Das Einsteigen ist auch von der rechten Fahrzeugseite aus möglich und vom Beifahrersitz aus lässt sich das Lieferauto ebenfalls steuern.


Der Volkswagen eT! wurde gemeinsam mit der Deutschen Post und der Hochschule f¨¹r Bildende K¨¹nste Braunschweig entwickelt. Das Forschungsfahrzeug wird durch das Bundesministerium f¨¹r Umwelt, Naturschutz und Reaktorsicherheit gefördert und soll das f¨¹r Elektrofahrzeuge im gewerblichen Bereich momentan maximal machbare Technologieniveau darstellen, sagte Wolfgang Schreiber, Sprecher des Vorstands von Volkswagen Nutzfahrzeuge.Der Transporter wird rein elektrisch angetrieben und ist mit Radnaben-Elektromotoren ausgestattet. In einigen Situationen kann er auch teilautomatisch ohne Fahrer betrieben werden. Dabei kann er wahlweise dem Zusteller folgen, wenn er seine Waren in der Straße ausliefert, oder auf Befehl zu ihm hinfahren.Nach Informationen der Fachzeitschrift Auto Motor und Sport soll das Fahrzeug ¨¹ber einen Laderaum von 4,1 Kubikmetern Volumen verf¨¹gen und mit seinem Lithium-Ionen-Akku rund 100 km weit fahren können. Die Maximalgeschwindigkeit soll nach Angaben der Zeitschrift bei 110 km/h liegen.Auf der Beifahrerseite fehlt ein normaler Sitz. Stattdessen stellt sich der Fahrer dorthin und kann den Wagen mit Hilfe eines sogenannten Drive Stick langsam dirigieren. Der Zustieg zum Laderaum erfolgt ebenfalls ¨¹ber die Beifahrerseite.


Die Studie ist f¨¹r die Postzustellung gedacht, doch nach Angaben von VW sollen auch Varianten des leichten Transportfahrzeuges f¨¹r andere gewerbliche Nutzungen erforscht werden. Das Forschungsfahrzeug solle nun in eine Testerprobung integriert und weiter analysiert werden, teilte der Autohersteller mit.Fujifilms neue Digitalkamera X-S1 kann durch ihr 26fach-Zoom sowohl im Nah- als auch im Supertelebereich arbeiten. Makroaufnahmen lassen sich mit 1 cm Motivabstand fotografieren.
Die X-S1 von Fujifilm ist eine Bridgekamera, die optisch zwar an eine Spiegelreflexkamera erinnert, sich jedoch mit einem fest verbauten Objektiv und einem elektronischen Sucher stark von diesem Konzept unterscheidet. Die Auflösung des 2/3 Zoll großen CMOS-Sensors liegt bei 12 Megapixeln.


Das 26fach-Zoomobjektiv mit einer Kleinbildbrennweite von 24 bis 624 mm und einer Lichtstärke von f/2,8 im Weitwinkelbereich und f/5,6 in der Telestellung ist mechanisch gegen Verwackler gesch¨¹tzt. Das Objektiv besteht aus 12 Gruppen mit 16 Glaselementen, darunter vier asphärische Linsen und zwei Linsen mit besonders geringer Dispersion.Der Zoom wird manuell ausgefahren - ein Motor wird nur f¨¹r den Autofokus eingesetzt. Der Sucher der X-S1 erreicht eine Auflösung von 1,44 Megapixeln. Dazu kommt ein 3 Zoll großes Klappdisplay mit rund 460.000 Bildpunkten.Der EXR-CMOS-Sensor von Fujifilm kann in mehreren Modi betrieben werden. Im Betriebsbereich hohe Auflösung liegt die Auflösung bei 12 Millionen Pixeln, während im Modus erweiterter Dynamikumfang zwei Pixel eines gleichfarbigen Paares unterschiedlich lang belichtet werden. So entstehen parallel zwei unterschiedlich belichtete Bilder, die zu einem Foto mit erweitertem Dynamikumfang zusammengerechnet werden. Daf¨¹r ist es nur 6 Megapixel groß. Der Modus Hohe Lichtempfindlichkeit und geringes Bildrauschen verwendet ebenfalls zwei benachbarte Pixel. Dabei sollen jedoch die Lichtempfindlichkeit erhöht und das Bildrauschen gemindert werden. Die Serienbildgeschwindigkeit liegt bei 7 Fotos pro Sekunde bei voller Auflösung.



Neben Fotos nimmt die X-S1 Videos mit 1080p im H.264-Format samt Stereoton auf. Die Tonsignale können wahlweise auch ¨¹ber ein externes Mikro eingespielt werden.Die X-S1 speichert wahlweise nicht nur im JPEG-, sondern im herstellereigenen Rohdatenformat. Die Fujifilm-Kamera misst 135 x 107 x 149 mm und wiegt ohne Akku und Speicherkarte 905 Gramm. Die Fujifilm X-S1 soll im Januar 2012 f¨¹r rund 700 Euro in den Handel kommen.Aldebaran Robotics lässt den Internethasen Nabaztag von Violet weiterleben und vertreibt dessen aktuelle Variante Karotz. Das Unternehmen war bekanntgeworden durch seinen humanoiden Roboter Nao.
Der mit Linux und Kamera best¨¹ckte Karotz, ein Nachfolger des Internethasen Nabaztag, hat ein neues Zuhause bekommen und der Karotz-Online-Shop ist wieder eröffnet. Der Karotz-Hersteller Violet wurde im Oktober 2011 ein zweites Mal verkauft, nun gehört er dem französischen Roboterhersteller Aldebaran Robotics.


Violet wurde 2009 von der Firma Mindscape ¨¹bernommen, die zwar 2011 noch den Karotz einf¨¹hrte, aber im Juli/August 2011 die f¨¹r den Betrieb der Hasen notwendigen Server abschaltete. Mindscape hatte auch den Quellcode der Server als Open Source veröffentlicht. Dabei handelt es sich um die Version 2.0 der Serversoftware, die neuere Version 3.0 wird von Aldebaran kontrolliert und Entwickler können sie ¨¹ber ein SDK nutzen.Aldebaran Robotics will nun die f¨¹r Nabaztag und Karotz entwickelten Onlinedienste in Kooperation mit Entwicklern aus dem Violet-Team weiterentwickeln und auch mit dem Roboter Nao verkn¨¹pfen. Zudem ist geplant, Interaktionsmöglichkeiten zwischen Nao, Karotz und Nabaztag zu entwickeln. F¨¹r Aldebaran ist die Violet-¨¹bernahme ein Einstieg in das Geschäft mit Robotern f¨¹r Endanwender.Karotz ist die mittlerweile dritte Generation des Nabaztag und hebt sich davon vor allem durch die integrierte Kamera ab. Die fehlte den vorherigen Plastiklangohren noch und ermöglicht weitere Interaktions- und Kommunikationsmöglichkeiten. Karotz kann etwa genutzt werden, um ¨¹ber das Internet einen Blick in die eigene Wohnung zu werfen oder als Bewegungsmelder einen Alarm auszulösen.


Nokia will die Probleme mit der Akkulaufzeit des Lumia 800 mit zwei Patches in den Griff bekommen. Anwender berichten, dass der Akku des Windows-Phone-7.5-Smartphones bei Nichtnutzung innerhalb weniger Stunden leer ist.
Nokia will zwei Patches f¨¹r das Lumia 800 veröffentlichen, die die Akkuprobleme des Mobiltelefons beseitigen sollen. Unklar ist, warum daf¨¹r zwei Patches nötig sind. Ein erster Patch f¨¹r das Windows-Phone-7.5-Smartphone soll Anfang Dezember 2011 erscheinen. Er soll dem Mobiltelefon bessere Stromsparfunktionen bringen.Ein zweiter Patch f¨¹r das Lumia 800 ist f¨¹r Januar 2012 vorgesehen. Er soll allgemein eine längere Akkulaufzeit und Verbesserungen beim Laden des Akkus bringen. Beide Patches m¨¹ssen ¨¹ber die Zune-Software installiert werden, so dass das Lumia 800 nicht ohne Computer aktualisiert werden kann.Besitzer des Lumia 800 berichten von einer drastischen Akkuentladung innerhalb kurzer Zeit. So schreibt ein Anwender in Nokias Supportforum, dass er das Windows-Phone-7.5-Smartphone mit deaktivierter Funktechnik und geladenem Akku f¨¹nf Stunden liegen gelassen habe und der Akku danach nur noch 60 Prozent geladen gewesen sei.


Bei einem anderen Anwender war der Akku am Abend geladen und am nächsten Morgen betrug der Akkuf¨¹llstand nur noch 35 Prozent. Ein weiterer Nutzer berichtet, dass er den Akku nach zehn Stunden im Standby-Betrieb laden musste, weil er leer war. Laut Nokia sind nur wenige Lumia-800-Käufer von dem Problem betroffen. Eine Ursache f¨¹r die kurzen Akkulaufzeiten nennt Nokia nicht.Mit dem Lumia 800 will Nokia einen Neustart hinlegen und wieder Marktanteile im Smartphone-Markt zur¨¹ckgewinnen. Zuletzt sackte Nokias Marktanteil vor allem im Smartphone-Segment wiederholt ab und der ehemalige Marktf¨¹hrer muss sich derzeit mit dem dritten Platz auf dem weltweiten Smartphone-Markt begn¨¹gen.



Nokia hat erklärt, weshalb die Akkulaufzeit des Lumia 800 in manchen Fällen so kurz ist. Das Mobiltelefon erkennt nicht die korrekte Akkukapazität. Dieser Fehler soll mit dem f¨¹r Januar 2012 geplanten Patch beseitigt werden. Anwender können pr¨¹fen, ob ihr Lumia-800-Modell betroffen ist. Dazu m¨¹ssen sie den Befehl ##634# in die Telefonanwendung eingeben. Daraufhin öffnet sich eine Diagnosesoftware, in der der Men¨¹punkt Akkustatus geöffnet werden muss. Wenn der voll geladene Akku weniger als 1.000 mAh anzeigt, weist das Modell den Fehler auf und die betroffenen Kunden m¨¹ssen sich bis zum Erscheinen eines Patches mit dem Problem abfinden.Außerdem sind durch die ebenfalls integrierten Mikrofone kostenlose Telefonate von Karotz zu Karotz oder Smartphone zu Karotz möglich. Karotz kann ¨¹ber Online-Apps beispielsweise den Wetterbericht, die Verkehrslage, die Nachrichten oder beliebige RSS-Feeds vorlesen. Das Gleiche gilt f¨¹r den Facebook-Status und die Tweets von Freunden. Musik lässt sich in Form von MP3, Webradio und Podcasts ¨¹ber Lautsprecher im Hasen abspielen und dieser kann dadurch auch als Musikwecker verwendet werden.


Wie beim Nabaztag sind auch die Karotz-Ohren nicht nur Zierde. Die Elektronik kann sie mittels Motor drehen und außerdem ihre Position feststellen. So können etwa die Ohren von zwei ¨¹ber das Internet vernetzten Hasen synchronisiert und auch zum Austausch von Nachrichten verwendet werden. Im Bauch des Hasen stecken LEDs, die f¨¹r Farbsignale und als einfache Statusanzeige dienen. Außerdem gibt es einen Knopf zum Start der Spracherkennung. Alternativ kann das Gerät ¨¹ber den Karotz-Controller mit dem iPad oder iPhone gesteuert werden.Mit dem Nabaztag der zweiten Generation und dem Karotz propagiert Violet das Internet der Dinge (engl. Internet of Things). Dabei geht es um eine Verkn¨¹pfung eindeutig identifizierbarer physischer Objekte mit einer virtuellen Repräsentation im Internet. Dazu ist ein RFID-Lesegerät in die Hasen integriert, die damit auf vor sie gehaltene, mit RFID-Tag (Flat Nanoz) versehene Alltagsgegenstände reagieren. So kann einem der vor den Hasen gehaltene Regenschirm ¨¹ber den Hasen mitteilen, ob er an dem Tag gebraucht wird oder wegen des vorausgesagten strahlenden Sonnenscheins zu Hause bleiben kann.


Karotz ist mit einem Arm-9-Prozessor mit 400 MHz, 64 MByte RAM, 256-MByte-Flash-Speicher und Embedded Linux ausgestattet. Zur Ausstattung gehören Mikrofone, Lautsprecher, RFID-Leser, zwei USB-1.1-Anschl¨¹sse und WLAN. Die Ohren des Karotz lassen sich abnehmen und durch verzierte Varianten ersetzen. Außerdem gibt es viele Möglichkeiten, auch den Körper des Hasen individueller aussehen zu lassen. Zudem gibt es weiteres Karotz-Zubehör wie einen Akku, mit dem der Hase auch ohne Steckdose und Netzteil funktioniert.Im Karotz Store von Aldebaran Robotics kostet Karotz 130 Euro, im Moment inklusive ein paar extra Ohren im Chrom-Look. Besitzer eines Nabaztag können f¨¹r 70 Euro einen Karotz bestellen.HTC hat mit dem Rezound ein neues Android-Smartphone vorgestellt. Das LTE-Mobiltelefon besitzt einen Dual-Core-Prozessor mit 1,5 GHz sowie eine 8-Megapixel-Kamera und 16 GByte internen Speicher.
Das Rezound von HTC hat einen 4,3 Zoll großen Touchscreen mit einer Auflösung von 1.280 x 720 Pixeln. Zur Farbtiefe des Displays machte HTC keine Angaben. Mit Maßen von 129 x 65,5 x 13,65 mm ist das Mobiltelefon vergleichsweise groß und dick: etwa so groß wie Samsungs Galaxy S2, allerdings mehr als 5 mm dicker. Zum Gewicht wollte HTC keine Ausk¨¹nfte erteilen.



  1. http://retrouve3.cafeblog.hu/

  2. http://retrouve3.blogghy.com/

  3. http://en.donkr.com/blog/retrouve3


Akku Asus b53v

Nokia liefert das Lumia 920 wie bei den bisherigen Lumia-Modellen mit der hauseigenen Navigationssoftware sowie Zugriff auf Nokia Music aus. Zudem wurde die Augmented-Reality-Applikation City Lens von Nokia integriert. Im Gerät befinden sich ein GPS-Empfänger mit Kompassfunktion, ein NFC-Chip, ein UKW-Radio und eine 3,5-mm-Klinkenbuchse. HDMI-Anschluss oder DLNA-Unterst¨¹tzung gibt es nicht.Bei Maßen von 130 x 70,8 x 10,7 mm wiegt das Lumia 920 vergleichsweise schwere 185 Gramm. Es ist damit deutlich schwerer als vergleichbare Smartphones der Konkurrenz. Sogar das neue Galaxy Note 2 von Samsung ist 5 Gramm leichter als das Lumia 920 und hat dennoch ein 5,55 Zoll großes Display.Der fest eingebaute Akku soll im GSM-Betrieb eine Sprechzeit von bis zu 17 Stunden erreichen - ein sehr guter Wert. Im UMTS-Netz verringert sich dieser Wert auf immer noch gute 10 Stunden. F¨¹r den Bereitschaftsmodus gibt Nokia eine Akkulaufzeit von rund 16,5 Tagen an. Mittels induktiver Ladetechnik kann der Smartphone-Akku drahtlos aufgeladen werden. Nokia setzt dabei auf den QI-Wireless-Charging-Standard, so dass das drahtlose Aufladen nicht nur mit Nokia-Hardware funktionieren soll und die Ladestationen anderer Hersteller verwendet werden können.


Eine induktive Ladestation wird jedoch nicht mitgeliefert, sondern nur als Zubehör angeboten. Nokia will verschiedene Ladestationen zum Marktstart zur Verf¨¹gung stellen. Was die induktiven Ladestationen kosten werden, ist noch offen. Nokia plant, mit Läden und Flughäfen zu kooperieren, damit diese induktive Ladestationen bereitstellen, die Lumia-920-Besitzer verwenden können.Vor drei Jahren hatte Palm mit dem Pre als erster Hersteller eine induktive Lademöglichkeit direkt in seinen Geräten integriert. Die Akkus aller WebOS-Smartphones und -Tablets können drahtlos aufgeladen werden. Mit dem neuen Lumia-Smartphone ist Nokia der zweite Hersteller, der die drahtlose Ladefunktion direkt f¨¹r seine Geräte anbietet. Wie auch bei Nokia wurden die WebOS-Geräte ohne mitgelieferte induktive Ladestation ausgeliefert.Nokia will das Lumia 920 bis spätestens Dezember 2012 auf den Markt bringen. Genauer legt sich Nokia nicht fest und nennt auch keinen Preis f¨¹r das Gerät. Microsoft selbst bringt Windows Phone 8 vermutlich am 29. Oktober 2012 auf den Markt, voraussichtlich wird kurz danach das Lumia 920 erscheinen.


Fast zwei Monate später als geplant erscheint Opensuse 12.2. Die Entwickler haben in der Zeit viele Fehler behoben und so f¨¹r ein stabiles System gesorgt. Die größte Neuerung ist der Wechsel hin zu Grub2 und Plymouth.
Die Entwicklung von Opensuse 12.2 verlief ¨¹berhaupt nicht wie geplant. Ein vierter Meilenstein wurde nie veröffentlicht, die erste Beta erschien eine Woche zu spät und schließlich zog Release-Manager Stephan Kulow die Notbremse und verschob den finalen Termin um knapp zwei Monate. Diese Zeit nutzten die Projektmitglieder, um ihre Arbeit zu diskutieren und vor allem, um Fehler zu beheben.
Trotz der vielen Fehler, die während der Entwicklung auftraten, enthält Opensuse 12.2 kaum größere Neuerungen neben den aktualisierten Paketen. Die f¨¹r Anwender wohl auffälligste Änderung ist der Wechsel des Bootloaders von Grub Legacy zu Grub 2. Andere Linux-Distributionen setzen diese Version bereits seit einiger Zeit ein, allen voran Ubuntu, das seit Oktober 2009 Grub 2 standardmäßig benutzt, wenn auch damals noch als Vorabversion. Der Bootloader bildet die Grundlage daf¨¹r, dass der UEFI-Standard von Opensuse k¨¹nftig einfach unterst¨¹tzt werden kann. Ob und wie Secure Boot eventuell noch in Opensuse 12.2 nutzbar wird, steht jedoch noch nicht fest.



Im Gegensatz zu Ubuntu oder auch Fedora, die dem textbasierten Bootmen¨¹ von Grub 2 nur eine Hintergrundfarbe verpassen, vewendet Opensuse ein eigenes Grub-Theme. Dieses f¨¹gt zum Beispiel zu einzelnen Men¨¹einträgen ein dem Betriebssystem entsprechendes Icon hinzu oder animiert die Wartezeit in einer Leiste. Das Ändern der Booteinträge durch Dr¨¹cken der Taste E ist jedoch durch die Wahl der Schriftfarbe Grau fast nicht möglich. Die Einträge setzen sich kaum von dem Hintergrundbild ab, so dass sie nicht mehr lesbar sind.Das Bootloader-Modul von Yast wurde auch an Grub 2 angepasst. Leider fehlt der Reiter f¨¹r die Abschnittsverwaltung. ¨¹ber diesen konnten Nutzer bisher unter anderem die Reihenfolge der Booteinträge festlegen, den Standardeintrag auswählen oder die Einträge einzeln bearbeiten, um etwa Kernel-Parameter dauerhaft hinzuzuf¨¹gen.


F¨¹r die Anzeige während des Systemstarts ist nun Plymouth verantwortlich, das Animationen ermöglicht und zum Beispiel das Passwort f¨¹r verschl¨¹sselte Partitionen abfragen kann. Bei einigen Nvidia-Grafikkarten, die mit dem freien Nouveau-Treiber betrieben werden, kann der Einsatz von Plymouth jedoch unter Umständen den Start des X-Servers behindern. Einzige Abhilfe ist das Abschalten von Plymouth beziehungsweise der Wechsel in den Text-Konsolen-Modus während des Systemstarts. Um den Bootprozess selbst k¨¹mmert sich Systemd 44. Der Initialisierungsdienst kann damit auch das sogenannte Journal nutzen, das einen Ersatz f¨¹r Syslog darstellt.Das Opensuse-Team hat in Gnome 3.4 einige wenige Einstellungen der Gnome-Shell angepasst. So können Nutzer auch ohne Administrator-Rechte WLAN-Verbindungen erstellen. Ebenso ist die Option Tap-to-Click aktiviert und das Touchpad wird während des Schreibens deaktiviert. Dank der Grafikbibliothek Mesa 8.0 und des darin enthaltenen Llvmpipe-Treibers lässt sich die Gnome-Shell nun auch ohne 3D-beschleunigte Grafikhardware nutzen, etwa in virtuellen Maschinen. Die Berechnungen der 3D-Effekte ¨¹bernimmt stattdessen die CPU.


Mit der Veröffentlichung von Gnome 3.4 setzten die Entwickler eine neue Designrichtlinie um. So verzichten einige Anwendungen auf eine eigene Men¨¹leiste. Die wichtigsten Funktionen sind ¨¹ber den Eintrag einer Anwendung im Panel der Gnome-Shell per Mausklick erreichbar. Das gilt jedoch nicht f¨¹r sämtliche Gnome-Anwendungen, sondern nur f¨¹r ausgewählte, etwa Epiphany oder auch die Kontakt- oder die Dokumentenverwaltung.Mit Gnome 3.4 ist auch erstmalig eine Vorabversion der Software Boxes verf¨¹gbar. Dieses grafische Frontend f¨¹r virtuelle Maschinen ist f¨¹r Privatanwender gedacht und nutzt Libvirt f¨¹r den Zugriff auf KVM. Seine volle Funktionsfähigkeit soll Boxes jedoch erst mit Gnome 3.6 erreichen.Obwohl bereits seit knapp einem Monat KDE SC 4.9 zur Verf¨¹gung steht, haben sich die Opensuse-Entwickler f¨¹r die Stabilität und damit gegen dessen Integration entschieden. Stattdessen wird KDE SC 4.8.4 eingesetzt. Dieses nutzt QtQuick samt der deklarativen Programmiersprache Qt Meta Object Language, kurz QML. Die QML-Bibliothek Plasma-Components stellt in KDE SC 4.8 ein API bereit, ¨¹ber das häufig genutzte Fensterobjekte wie Schaltflächen, Schieberegler oder Scrollleisten in eine Anwendung eingef¨¹gt werden können.



F¨¹r KDE SC 4.8 wurde auch die Energieverwaltung umgeschrieben, wodurch Einstellungen leichter vorzunehmen sind. Anwender können nun in Reitern zu dem Akku- und Netzbetrieb direkt die bekannten Einstellungen zu der Bildschirmhelligkeit oder den Ruhezuständen vornehmen. Bisher mussten separate Energieprofile erstellt und anschließend zugeordnet werden.Die Anzeige des Dateimanagers Dolphin wurde komplett ¨¹berarbeitet. Die L¨¹cke nach dem Löschen von Dateien wird etwa sichtbar wieder "aufgef¨¹llt". Das Verändern der Fenstergeometrie sorgt ebenfalls f¨¹r Animationen, unter anderem, wenn die Dateien in drei statt vier Spalten angezeigt werden, weil die Fensterbreite verringert wird.F¨¹r nostalgische KDE-Fans findet sich in den Paketquellen auch eine angepasste Version von KDE 3.5.10. Diese kann nun sowohl Upower als auch Udisks nutzen. Ebenfalls verf¨¹gbar sind Xfce 4.10 , das hauptsächlich optische Detailverbesserungen bietet, sowie ein aktualisiertes LXDE. Das leichtgewichtige Razor-qt und Enlightenment E17, das seit kurzem einen Release Manager hat, sind nicht ¨¹ber die offiziellen Paketquellen erhältlich.


Der Linux-Kernel 3.4 bildet die Basis von Opensuse 12.2. Vor allem f¨¹r das bereits seit Opensuse 12.1 unterst¨¹tzte Btrfs enthält der Kernel viele Verbesserungen. Bei unerwarteten Fehlern gibt das Dateisystem k¨¹nftig Fehlermeldungen aus und versetzt sich in den schreibgesch¨¹tzten Modus, bisher schaltete es sich mit einem Panic kommentarlos ab.
Das Kommandozeilenwerkzeug f¨¹r die Paketverwaltung Zypper animiert den Download von Paketen mit einer von links nach rechts durchlaufenden Prozentangabe. Zudem hat das Team einige weitere Pakete nicht-freier Software in dem Non-OSS-Repository hinzugef¨¹gt. Deshalb wurde auch die Updatequelle aufgeteilt, in ein Repository f¨¹r freie Software und eines f¨¹r unfreie.Mit der USRMerge-Initiative folgt Opensuse dem Fedora-Projekt, das mit Beefy Miracle sämtliche Binärdateien und Bibliotheken in das /usr-Verzeichnis verschoben hat. Aber noch ist nur eine kleine Anzahl der Pakete verändert worden. Einen ¨¹berblick ¨¹ber den Fortschritt der Initiative bietet das Opensuse-Wiki.


Erstellt wurde die Linux-Distribution mit GCC 4.7.1, was dem System eine Leistungssteigerung bringen soll. Außerdem unterst¨¹tzt die Compiler-Collection nun die Standards C++11 und C11. Das Projekt wechselt außerdem die bereitgestellte Java-Version und nutzt nun das OpenJDK 7, da Version 6 offiziell nur noch bis November dieses Jahres mit Updates versorgt wird.Entwickler können außerdem auf Qt 4.8.1 zugreifen, ebenso wie auf die Glibc 2.15. Letztere optimiert vor allem die Funktionen auf 64-Bit-Systemen. Die von Google-Mitarbeitern initiierte Programmiersprache Go 1.0.2 kann ebenfalls genutzt werden.Dem Stabilitätsanspruch f¨¹r Opensuse 12.2 folgend, haben die Entwickler auch bei den Desktopanwendungen nicht immer die neueste Version eingepflegt. Als Standard-Office-Suite kommt etwa Libreoffice 3.5.4 zum Einsatz, alternativ kann auch die Calligra-Suite 2.4.2 genutzt werden, die erste Veröffentlichung des KDE-Office-Pakets unter neuem Namen.



  1. http://blogsinn.com/?w=dovendosi

  2. http://yaplog.jp/dovendosi/

  3. http://retrouve3.blog.wox.cc/


Akku Asus a62

Im Vergleich zu anderen Tablets fällt die Ausbuchtung f¨¹r das Smartphone am Tabletgehäuse auf. Wer auf ein besonders d¨¹nnes Tablet Wert legt, wird sich mit dem Padfone Station nicht anfreunden können.Als Zubehör wird Asus f¨¹r das Padfone Station eine Dockingtastatur anbieten und setzt damit das Konzept der bisherigen Eee-Pad-Transformer-Modelle fort: Mit der Tastatur verwandelt sich das Padfone Station in ein Netbook. Die Tastatur hat nochmals einen Akku, zu dem nur bekannt ist, dass es ein 6.600-mAh-Akku ist. Zudem gibt es an der Tastatur zwei USB-Anschl¨¹sse, einen Ladeanschluss und einen Micro-SD-Kartensteckplatz, der kompatibel zum SDXC-Standard ist. Dieser ergänzt den Micro-SD-Kartensteckplatz im Smartphone. Die Docking-Anschl¨¹sse am Padfone Station und an der Docking-Tastatur seien nicht kompatibel mit den Docking-Anschl¨¹ssen der Eee-Pad-Transformer-Serie, erklärte Asus auf Nachfrage von Golem.de. Begr¨¹ndet wurde das damit, dass das Padfone Station eine andere Gewichtsverteilung habe als das reine Tablet. Daf¨¹r sei eine neue Docking-Konstruktion erforderlich gewesen, damit das Gerät im Netbook-Gebrauch nicht umkippe. Beim Ausprobieren war das Tippgef¨¹hl auf der Tastatur zufriedenstellend.


Der Vorteil des 3-in-1-Gerätekonzepts ist, dass der Anwender direkt auf alle Daten ohne Umwege per Smartphone, Tablet oder Netbook zugreifen und diese beliebig bearbeiten kann. Allerdings: Wenn das Smartphone im Tabletgehäuse steckt, kann nur per Bluetooth-Technik telefoniert werden. Als Zubehör gibt es von Asus ein spezielles Bluetooth-Headset in Stiftform. Der Stift kann auch zur Bedienung des Smartphone- oder Tablet-Touchscreens verwendet werden, um etwa Notizen anzulegen. Speziell daf¨¹r gibt es eine Anwendung mit Handschriftenerkennung, mit der auch Fotos und Videos kommentiert werden können.Im zweiten Quartal 2012 will Asus das Padfone Station als Paket auf den Markt bringen, also das Smartphone mit dem Tabletgehäuse. Die Docking-Tastatur sowie den Bluetooth-Stift wird es als Zubehör geben. Damit will Asus erreichen, dass der Gesamtpreis nicht zu hoch ausfällt. Das Padfone Station könnte dann zu einem niedrigeren Preis angeboten werden als ein separates Smartphone samt Tablet. Preise zum Padfone Station und zum Zubehör will Asus erst in einigen Monaten veröffentlichen. Bisher ist noch unklar, ob das Padfone Station direkt bei einem Netzbetreiber angeboten wird.


Asus schlägt einen pfiffigen Weg ein, mit einer neuartigen Gerätegattung in den Markt f¨¹r Mobiltelefone neu einzusteigen. Auch mit den Eee-Pad-Transformer-Modellen konnte sich Asus recht erfolgreich von der Tabletkonkurrenz absetzen. ¨¹ber den Markterfolg der Padfone Station wird nun vor allem entscheiden, wie viel Kunden f¨¹r das Gerät zahlen m¨¹ssen.Broadcom will einen weiteren Weg der Navigation in Innenräumen ermöglichen, der kaum den Akku belastet. Mit Bluetooth Low Energy und kleinen Solarstationen ist das Konzept f¨¹r Einkaufszentren interessant.
Bluetooth Low Energy, kurz BLE, als Teil von Bluetooth 4.0 lässt sich laut Broadcom gut f¨¹r die Navigation nutzen. Das Bluetooth-Positionierungskonzept von Broadcom sieht vor, dass Smartphones mit Bluetooth in Zukunft die Funktechnik als Ergänzung f¨¹r die Navigation verwenden. Ähnlich wie WLAN-Positionierungen ist die Bluetooth-Positionierung vor allem f¨¹r Innenräume interessant und soll präzise Standortinformationen ermöglichen.



Broadcom soll f¨¹r seine neueren Chips das System bereits unterst¨¹tzen. Infrastrukturseitig gibt es aber noch keine Installationen abseits von Testsystemen. Ein Betreiber eines Einkaufszentrums muss f¨¹r die Bluetooth-Positionierung zunächst kleine Geräte installieren. Die arbeiten mit einem Bluetooth-Chip von Broadcom und nehmen dank Bluetooth Low Energy des 4.0-Standards so wenig elektrische Leistung auf, dass kleine Solarzellen gen¨¹gen. Die Geräte der Konzeptstudie haben einen Magneten, der einfache Installationen beispielsweise an Decken oder Wänden ermöglicht.
Bei der Installation muss der Betreiber der Bluetooth-Geräte einmalig deren Position festlegen. Sie haben eine Reichweite von 20 Metern, Broadcom geht aber davon aus, dass die Geräte in geringeren Abständen eingesetzt werden, um eine Positionierungsgenauigkeit von unter 5 Metern zu erreichen. F¨¹r die Ortung von Geschäften in einem Einkaufzentrum ist eine solche Genauigkeit notwendig. Alternativ könnte das System auch in Access Points f¨¹r ein Haus-WLAN ergänzend installiert werden. Entsprechende Lösungen m¨¹ssten aber die Hersteller von WLAN-Zubehör anbieten.


Das System ist nicht eigenständig, sondern eine Ergänzung bestehender Navigationssysteme. Neben GPS/Glonass, Mobilfunk und WLAN lässt ein Nutzer dann bei Bedarf auch Bluetooth im Hintergrund aktiv. Dank BLE soll der Energiebedarf vernachlässigbar sein. Voraussetzung ist dann aber Bluetooth 4.0. Da zu einer Navigation in Einkaufzentren auch die Bestimmung von Stockwerken notwendig ist, wird zur Ergänzung von BLE noch der Luftdruck genutzt, der mit zunehmender Höhe abnimmt.Das Ganze läuft f¨¹r den Nutzer im Hintergrund ab. Er sieht also nur das Ergebnis und nicht wie es zustande gekommen ist. Smartphones werden aber vermutlich in Zukunft Hinweise geben, dass sich die Positionierung verbessert, wenn Bluetooth aktiviert ist. Einige Handybetriebssysteme geben den Hinweis bereits bei abgeschaltetem WLAN. Welches Potenzial in Bluetooth Low Energy steckt, hat Broadcom bereits mit einer fr¨¹heren Ank¨¹ndigung gezeigt. Der Chipentwickler stellt Bluetooth-Tastaturen mit zehn Jahren Batterielaufzeit in Aussicht.


Wann so ein System gekauft und genutzt werden kann, wollte Broadcom auch auf mehrmalige Nachfrage nicht beantworten. Broadcom hat f¨¹r das System keinen eigenen Namen und nutzt einfach BLE als Begriff, der allerdings sehr weit gefasst ist. Auch zu den Kosten hält sich der Chipentwickler bedeckt. Sehr teuer darf es aber nicht sein, denn ein Einkaufszentrum m¨¹sste Hunderte dieser Geräte verteilen.Fraglich ist zudem, ob Betreiber eines solchen Einkaufzentrums diese Investition tätigen. Sinnvoll wäre dies beispielsweise, wenn ein Einkaufzentrum durch eine App ergänzt wird, die positionsabhängig zu Geschäften f¨¹hrt. Nur als reine Verbesserung der Innenraumnavigation wird wohl kaum ein Zentrumsbetreiber das System installieren.


Panasonic will mit dem Eluga Power ein zweites Android-Smartphone auf den europäischen Markt bringen. Wieder setzt Panasonic auf ein wassergesch¨¹tztes Gehäuse, aber diesmal gibt es gleich Android 4.0 alias Ice Cream Sandwich.
Das Eluga Power hat wie schon das Eluga ein Gehäuse, das nach dem IP57-Standard zertifiziert ist. Demnach ist das Mobiltelefon vor Staub gesch¨¹tzt und wasserdicht. Bis zu einer Wassertiefe von maximal 1 Meter funktioniert das Mobiltelefon unter Wasser auf jeden Fall 30 Minuten lang. Staubgesch¨¹tzt ist es gegen bis zu 75 Mikrometer große Partikel f¨¹r eine Dauer von bis zu 8 Stunden.
Das Eluga Power hat einen 5 Zoll großen Touchscreen mit einer Auflösung von 1.280 x 720 Pixeln. F¨¹r Foto- und Videoaufnahmen gibt es eine 8-Megapixel-Kamera mit Autofokus, jedoch wohl ohne Fotolicht. Auf der Gerätevorderseite ist eine Kamera f¨¹r Videokonferenzen. Im Mobiltelefon befindet sich Qualcomms Dual-Core-Prozessor Snapdragon mit einer Taktrate von 1,5 GHz. Angaben zum RAM-Speicher machte der Hersteller nicht. Es gibt 8 GByte Flash-Speicher und einen Steckplatz f¨¹r Micro-SD-Cards, die maximal 32 GByte groß sein d¨¹rfen.


Das UMTS-Gerät beherrscht HSPA mit bis zu 14,4 MBit/s im Download, HSUPA mit bis zu 5,76 MBit/s im Upload sowie Quad-Band-GSM, GPRS und EDGE. Das Mobiltelefon deckt WLAN nach 802.11b/g/n ab und beherrscht Bluetooth 3.0. Es hat eine 3,5-mm-Klinkenbuchse, einen GPS-Empfänger und einen NFC-Chip.Das Smartphone kommt gleich mit Android 4.0 alias Ice Cream Sandwich auf den Markt. Bei einem Gewicht von 133 Gramm misst das Panasonic-Smartphone 136 x 70 x 9,6 mm. Das Eluga hat einen nicht auswechselbaren 1.800-mAh-Akku. Angaben zur Akkulaufzeit wollte der Hersteller nicht verraten. In 30 Minuten soll der Akku halb geladen sein, wenn er vorher nur noch einen Ladestatus von 10 Prozent hatte. In knapp einer Stunde ist der Akku dann zu 80 Prozent geladen.Panasonic wollte keinerlei Angaben dazu machen, wann das Eluga Power in Europa zu haben sein wird. Auch zum Verkaufspreis äußerte sich Panasonic nicht.



Mit dem erneuten Markteintritt in Europa will Panasonic vom 1. April 2012 bis zum 31. März 2013 insgesamt 1,5 Millionen Smartphones auf dem europäischen Kontinent verkaufen.Seit November 2010 ist bekannt, dass Panasonic im Fr¨¹hjahr 2012 wieder Smartphones in Europa anbieten will. Dieses Ziel wurde dann im November 2011 bekräftigt. Bis 2006 hatte Panasonic Symbian-Smartphones vermarktet, sich dann aber aus diesem Markt zur¨¹ckgezogen. Im Jahr 2011 gab es dann wieder Smartphones von Panasonic, die mit Android liefen und vor allem in Japan angeboten wurden.Microsoft hat das erste Mal seit der Vorstellung der Windows-Phone-Plattform die bisher strikten Mindestanforderungen f¨¹r entsprechende Smartphones gelockert und will so steigende Marktanteile f¨¹r die eigene Smartphone-Plattform erreichen. Von Nokia wurde das Lumia 610 vorgestellt.
Microsoft hat die Hardware-Mindestanforderungen f¨¹r Windows-Phone-Smartphones nach unten korrigiert. Damit will Microsoft erreichen, dass Gerätehersteller Modelle zu niedrigeren Preisen auf den Markt bringen können als bisher. K¨¹nftig muss der RAM-Speicher nur noch mindestens 256 MByte statt 512 MByte betragen. Außerdem könnten k¨¹nftig preisg¨¹nstigere Prozessoren verwendet werden, heißt es von Microsoft.


Mit dieser Kehrtwende will Microsoft versuchen, die Verbreitung von Windows-Phone-Smartphones zu steigern. Seit der Einf¨¹hrung von Windows Phone ist es nicht gelungen, wieder steigende Marktanteile bei den Smartphone-Plattformen zu erzielen. Das erste Resultat dieser Umkehr ist das Lumia 610 von Nokia.
Das Lumia 610 hat einen 3,7 Zoll großen TFT-Touchscreen mit der von Microsoft vorgegebenen Auflösung von 480 x 800 Pixeln. Auf Komfortfunktionen wie Clearblack-Technik muss der Käufer hier verzichten. Ob das auch f¨¹r Gorilla-Glas gilt, ist derzeit fraglich. Der genutzte Single-Core-Prozessor arbeitet mit einer Taktrate von 800 MHz. Der RAM-Speicher ist 256 MByte groß und es stehen 8 GByte Flash-Speicher zur Verf¨¹gung. Wie bei Windows-Phone-Geräten ¨¹blich, gibt es keinen Steckplatz f¨¹r Speicherkarten.F¨¹r Foto- und Videoaufnahmen gibt es eine 5-Megapixel-Kamera mit Autofokus und LED-Licht. Das UMTS-Smartphone funktioniert in allen vier GSM-Netzen und beherrscht GPRS, EDGE sowie HSDPA mit bis zu 7,2 MBit/s. Als weitere Drahtlostechniken gibt es Single-Band-WLAN nach 802.11 b/g/n sowie Bluetooth 2.1+EDR. Im Gerät stecken ein GPS-Empfänger mit Kompassfunktion und eine 3,5-mm-Klinkenbuchse.Auf dem Lumia 610 läuft Microsofts Windows Phone 7.5. Als Beigaben gibt es Nokias Navigationssoftware und Zugang zu Nokia Music. Beide Funktionen können kostenlos genutzt werden. Zudem ist eine ESPN-Anwendung vorinstalliert.Das Gehäuse des Lumia 610 misst 119 x 62 x 12 mm und wiegt stattliche 131,5 Gramm. Im GSM-Betrieb schafft der Akku eine Sprechzeit von 6,5 Stunden, im UMTS-Modus soll sich die Sprechzeit auf 7,5 Stunden erhöhen. Im Bereitschaftsmodus gibt Nokia eine Akkulaufzeit von rund 24 Tagen an.



  1. http://dovendosi.kinja.com/

  2. http://dovendosi.bravesites.com/blog

  3. http://dovendosi.sosblogs.com/


Akku f¨¹r HP HSTNN-XB94

Mit einem neuen Konzept wagt Asus einen Neueinstieg in den Smartphone-Markt, nachdem die Zusammenarbeit mit Garmin gescheitert ist: dem Padfone Station. Das Android-Smartphone Padfone lässt sich in ein Tablet und mit Zubehör in ein Netbook verwandeln.
Das Android-Smartphone Padfone ist die Basis von Asus' 3-in-1-Konzept. Auf dem Smartphone befindet sich das Betriebssystem Android 4.0 alias Ice Cream Sandwich und darauf werden auch alle Daten gespeichert. Das Padfone kann in das mitgelieferte Tabletgehäuse geschoben werden, diese Kombination nennt Asus Padfone Station. Der Einschubmechanismus am Tabletgehäuse macht einen stabilen Eindruck. Damit das Padfone nicht versehentlich herausrutschen kann, wird es von einer Klappe gesch¨¹tzt.


Die Skibrille MOD Live von Recon Instruments blendet ¨¹ber ein Mikrodisplay während der Abfahrt die Geschwindigkeit, Richtung und Höhe ein. ¨¹ber ein Handy kann die gefahrene Strecke veröffentlicht werden. SMS können im Display empfangen werden.
Die MOD Live arbeitet mit einer angepassten Android-Version, dem ARM-Prozessor Cortex-A8 Core mit 600 MHz, und ist mit einem Bluetooth-Modul, 512 MByte Speicher und 256 MByte RAM ausgestattet. Das Gerät wird in eine Skibrille eingesetzt und wiegt 65 Gramm. Der Akku soll rund 6 Stunden Laufzeit ermöglichen und wird ¨¹ber USB geladen.


Ein 4,65-Zoll-Display mit einer HD-Auflösung von 1.280 x 720 Pixeln bietet Samsungs neues Android-Smartphone Galaxy S2 HD LTE. Mit dem Galaxy S2 LTE hat Samsung zugleich ein kleineres Modell mit einem nur 4,5 Zoll großen Display angek¨¹ndigt.
Samsung hat auf einer Medienveranstaltung in Seoul (Korea) zwei neue Android-Smartphones vorgestellt. Vor allem das Galaxy S2 HD LTE fällt mit seinem großen Display mit einer HD-Auflösung aus dem Rahmen. Zudem handelt es sich um die ersten LTE-Geräte von Samsung f¨¹r den koreanischen Markt.In beiden neuen Galaxy-Smartphones kommt ein mit 1,5 GHz getakteter Dual-Core-Prozessor zum Einsatz und auch sonst sind sich die Geräte bis aufs Display sehr ähnlich: 16 GByte Speicher, Bluetooth 3.0 HS, WLAN nach 802.11a/b/g/n, LTE und HSPA+ sowie eine integrierte Kamera mit 8 Megapixeln und Blitz auf der R¨¹ckseite sowie eine Kamera mit 2 Megapixeln zur Videotelefonie auf der Vorderseite. Hinzu kommen ein Akku mit einer Kapazität von 1.850 mAh und Android 2.3 alias Gingerbread als Betriebssystem.Der Unterschied der beiden Modelle liegt in deren Maßen und dem eingebauten Display: Das kleine Galaxy S2 LTE verf¨¹gt ¨¹ber ein 4,5 Zoll großes Super-Amoled-Plus-Display mit einer Auflösung von 800 x 480 Pixeln. Es steckt dabei in einem Gehäuse, das nur 9,5 mm dick ist und wiegt 135,5 Gramm. Es kann Videos in voller HD-Auflösung auf einem externen Display ausgeben.


Dabei hat sich Sony nette Effekte einfallen lassen. Programme in der App-¨¹bersicht und Listen in den Einstellungen werden beispielsweise leicht auseinandergezogen oder zusammengeschoben, wenn der Anwender an die Scrollgrenzen kommt, und mit einem leichten 3D-Effekt versehen. In der Programm¨¹bersicht können die Apps zudem sortiert werden.
Die Bedienung der Oberfläche funktioniert recht fl¨¹ssig. Das kann auch an neuen Treibern liegen, die Android 3.2 f¨¹r den Tegra-Chip mitbringt.Der Nummernblock, der optional neben der Tastatur eingeblendet wird, ist ebenfalls sehr angenehm. Trotz des Platzmangels erleichtert er das Eintippen. Leider fehlt eine dedizierte Taste f¨¹r den Nummernblock. Wer will, kann in den Optionen den Nummernblock dauerhaft anzeigen lassen. Im Hochkantbetrieb wird er als Zahlenreihe oberhalb der Tastatur angezeigt. Die Tastatur ist gut benutzbar, mit Ausnahme der Leertaste, die wir beim Test regelmäßig nicht getroffen haben, da wir zu tief getippt haben.



Ein etwas größerer Trefferbereich f¨¹r diese Taste wäre möglich gewesen und hätte vor allem Tippern die Schreibarbeit erleichtert, die beim Schreiben nicht ständig auf die Tastatur schauen.Sony hat einige Webseiten entwickelt, die besonders schick aussehen und als Content-Hub f¨¹r Inhalte dienen sollen. Darunter sind Downloadlinks f¨¹r Sony-Anwendungen, die seltsamerweise nicht einfach auf dem Tablet vorinstalliert sind. F¨¹r den Sony Reader mussten wir eine Webseite aufrufen, diese leitet wiederum zum Android Market und von dort aus muss die Anwendung installiert werden. Erst dann funktioniert das Programmsymbol wie erwartet.Mit den dedizierten Tablet-Webseiten ¨¹berfordern Sonys Webdesigner allerdings das Tablet. Wir haben noch nie eine Herstellerwebseite f¨¹r ein Tablet gesehen, die so sehr ruckelt. Das ist erstaunlich, denn sonst surft es sich mit dem Tablet gut. ¨¹berraschungen gibt es hier aber nicht. Sony nennt zwar eine Beschleunigung beim Seitenaufbau von Webseiten, aber in der Praxis mit schnellem WLAN spielt das keine Rolle.


Schweizer Forscher lassen Minidrohnen im Schwarm fliegen. Sie nutzen dazu einen 25 Jahre alten Algorithmus, der das Verhalten von Fisch- und Vogelschwärmen beschreibt.
Mit Hilfe eines vor 25 Jahren entwickelten Algorithmus haben Forscher der Ecole Polytechnique F¨¦d¨¦rale im schweizerischen Lausanne (EPFL) kleinen Flugrobotern, sogenannten Micro Aerial Vehicles (MAVs), das Fliegen im Schwarm beigebracht. Zehn der MAVs können gemeinsam auf kleinem Raum fliegen, ohne zusammenzustoßen.
Die MAVs sind Nurfl¨¹gelflugzeuge mit einer Spannweite von 80 Zentimetern. Sie bestehen aus expandiertem Polypropylen (EPP), einem Schaumstoff auf Polypropylen-Basis, und wiegen nur 420 Gramm. Als Antrieb dient ein Propeller auf der R¨¹ckseite. Hergestellt werden sie vom Schweizer Unternehmen Sensefly, einer Ausgr¨¹ndung des Projekts an der EPFL.Das MAV verf¨¹gt ¨¹ber einen Mikrocontroller, der als Autopilot dient. Das System kommt mit drei Sensoren, einem Gyroskop und zwei Drucksensoren aus, um Geschwindigkeit, Lage und Flughöhe zu messen. F¨¹r die Berechnungen der Schwarmmanöver dient ein Toradex Colibri PXA270 mit einem Linux-Betriebssystem. Zur Kommunikation nutzen die Schwarmdrohnen WLAN. Mit Energie wird das MAV von einem Lithium-Polymer-Akku versorgt, der eine Flugzeit von etwa einer halben Stunde ermöglicht.


Die Drohnen stimmen sich per WLAN miteinander ab. Die Ergebnisse werden dann an den Autopiloten weitergegeben und in Flugmanöver umgesetzt. F¨¹r das Fliegen im Schwarm seien drei Elemente nötig, sagte Sabine Hauert dem US-Technologiemagazin Wired: Eine Drohne m¨¹sse sich genauso schnell und in der gleichen Richtung fortbewegen wie ihre Nachbarn. Die Drohnen d¨¹rften sich nicht ber¨¹hren, und sie m¨¹ssten eng zusammenbleiben.Als Grundlage f¨¹r das Schwarmfliegen setzen Hauert und ihre Kollegen Severin Leven und Dario Floreano den sogenannten Boids-Algorithmus ein. Den hat Craig Reynolds, ein Experte auf dem Gebiet der Computergrafik und des k¨¹nstlichen Lebens, 1986 entwickelt.Der Algorithmus beschreibt das Verhalten von Fischen oder Vögeln in einem Schwarm. Das Muster in einem solchen ist relativ einfach: Die Mitglieder orientieren sich nur an ihren unmittelbaren Nachbarn. Genauso agieren auch die Flugroboter.


Das Konzept scheint aufzugehen: Die Wissenschaftler haben es in mehr als 200 Fl¨¹gen getestet, ohne dass es zu einer Kollision kam. Dabei kamen bis zu zehn MAVs zum Einsatz. Am Computer haben sie Schwärme mit bis zu 100 Drohnen erfolgreich simuliert.Anwendungen gebe es eine Reihe, etwa die Kartierung aus der Luft, erklärten die Forscher. Dazu haben sie die Drohnen mit GPS und damit der weiteren Fähigkeit ausgestattet, ein bestimmtes Ziel anzufliegen. Außerdem könnte ein solcher Drohnenschwarm f¨¹r die ¨¹berwachung und die militärische Aufklärung eingesetzt werden - das EPFL-Projekt SMAVNET wird vom Schweizer Verteidigungsministerium mitfinanziert.Floreano ist auch an dem europäischen Forschungsprojekt Swarmanoid beteiligt. In dessen Rahmen werden Roboter mit verschiedenen Fähigkeiten entwickelt, die nur als Schwarm agieren können. Das Projekt hat k¨¹rzlich einen Preis f¨¹r einen Film ¨¹ber die Schwarmroboter erhalten. Darin wird gezeigt, wie die Roboter in einer koordinierten Aktion ein Buch aus einem Regal entwenden.



HTC k¨¹ndigt mit dem Explorer ein vergleichsweise g¨¹nstiges Android-Smartphone f¨¹r 199 Euro an.
Das HTC Explorer ist mit einem 3,2 Zoll großen HVGA-Display (480 x 320 Pixel) und einer 3-Megapixel-Kamera ausgestattet und richtet sich an Smartphone-Einsteiger. Als Betriebssystem kommt Android 2.3.5 mit HTCs eigener Oberfläche Sense zum Einsatz. Dabei sollen nahezu alle Apps aus dem Android Market auf dem Gerät laufen und auch Adobe Flash wird unterst¨¹tzt.
Als Prozessor kommt der AMRv6-Chip MSM7227 von Qualcomm zum Einsatz, der mit 600 MHz getaktet ist. Ihm stehen nur 384 MByte DDR1-Speicher und 512 MByte integrierter eMMC-Speicher zur Seite. WLAN wird nur nach 802.11b/g/n unterst¨¹tzt, Bluetooth in der Version 3.0 mit EDR. HSDPA wird auf den Frequenzen von 900 und 1.200 MHz unterst¨¹tzt und es ist ein AGPS-Empfänger integriert.Das HTC Explorer misst 102,7 x 58,5 x 12,8 mm und enthält einen Akku mit einer Kapazität von 1.230 mAh. Welche Akkulaufzeit das Smartphone damit erreichen soll, gibt HTC bisher nicht an.


Nach Smartphones und Tablets bekommen jetzt auch Gitarren einen App Store: Auf Gibsons lang erwarteter Firebird X können Gitarristen Software von externen Anbietern installieren.
Der US-Musikinstrumentenhersteller Gibson bringt am 30. September 2011 seine Hightech-Gitarre Firebird X auf den Markt. Das Instrument wurde bereits vor gut einem Jahr angek¨¹ndigt.
Von der Form her ist das Instrument eine Firebird, die Gibson seit den fr¨¹hen 1960er Jahren produziert. Technisch unterscheidet es sich jedoch von den Vorgängern.Das zeigt sich schon vor dem Spielen: Die Firebird X muss nicht gestimmt werden - das Instrument verf¨¹gt ¨¹ber den Robohead der vierten Generation, der f¨¹r die richtige Stimmung sorgt. Das System ermöglicht es dem Spieler, ¨¹ber einen Einstellknopf im Nu die Tonlage des Instruments zu ändern. 2007 hat Gibson die erste selbststimmende Gitarre vorgestellt.Auch das lästige Anschließen von Effektgeräten mit Kabeln fällt weg. Die Firebird X verf¨¹gt ¨¹ber eine Bluetooth-Schnittstelle, ¨¹ber die die Wah-Wah, Verzerrer und andere Effekte drahtlos angesprochen werden. Das Gerät verf¨¹gt zudem ¨¹ber einen Prozessor, der f¨¹r Effekte sorgt, sowie ¨¹ber einen Vorverstärker.


Wem das von Gibson gelieferte System zur Tonverarbeitung nicht gefällt, der kann ¨¹ber eine Schnittstelle ein eigenes auf der Gitarre installieren. Gibson will sogar ganz zeitgemäß einen App Store einrichten, ¨¹ber den Entwickler eigene, f¨¹r die Gitarre geschriebene Software anbieten können.Nachteil: Die ganze Technik im Instrument braucht auch Strom. Den liefert ein Akku, der in die Gitarre integriert ist. Er limitiert die Spielwut der Gitarristen: Nach etwa zwei Stunden muss das Instrument an die Steckdose.Easypix' Kinder-Tablet Easypad Junior ist lieferbar. Der Nachwuchs soll mit dem 7-Zoll-Gerät auf Lernanwendungen, Spiele und ein f¨¹r Kinder geeignetes gefiltertes Youtube zugreifen können.
Das Easypad Junior von Easypix ist lieferbar. Der Hersteller bewirbt das Tablet als mobiles und robustes Unterhaltungs- und Lernhilfegerät. Easypix hat das Tablet mit Android 2.3 (Gingerbread), einer angepassten Bedienoberfläche und vorinstallierten kindgerechten Anwendungen versehen.



  1. http://www.nichtraucher-blogs.de/blogs/dovendosi/

  2. https://www.wireclub.com/users/dovendosi/blog

  3. http://www.rondeetjolie.com/blog/dovendosi.html

  4. http://blog.roodo.com/dovendosi


Akku Dell Latitude XT2 Tablet PC

Im großen Modell, dem Galaxy S2 HD LTE, setzt Samsung ein 4,65 Zoll großes "HD Super Amoled" als Display ein, das 316 Pixel pro Zoll zeigt und damit die 16:9-Auflösung von 1.280 x 720 Pixeln erreicht. Laut Samsung deckt das Display 110 Prozent des nat¨¹rlichen Farbspektrums ab und funktioniert auch bei sehr flachen Winkeln von 180 Grad. Auch hier ist das Gehäuse nur 9,5 mm dick, mit 68,8 x 132,65 mm ist es aber sogar ein wenig schmaler als das normale LTE-Modell, das 69,6 x 130,6 mm misst.Samsung hat sein erstes Smartphone mit Microsofts neuem Betriebssystem Windows Phone 7.5 alias Mango angek¨¹ndigt. Das Omnia W verf¨¹gt ¨¹ber ein Super-Amoled-Display und einen mit 1,4 GHz getakteten Prozessor.
Das Omnia W ist Samsungs erstes Smartphone mit der neuen Version von Windows Phone 7 alias Mango. Microsoft hatte in der vergangenen Woche verk¨¹ndet, ab Ende September 2011 entsprechende Updates f¨¹r bestehende Windows-Phone-7-Geräte auszuliefern.


Samsungs neues Windows-Phone-Smartphone verf¨¹gt ¨¹ber ein 3,7 Zoll großes Super-Amoled-Display mit einer Auflösung von 800 x 480 Pixeln und arbeitet mit einem nicht näher spezifizierten Prozessor mit 1,4 GHz Taktfrequenz, dem 512 MByte RAM und 8 GByte Flash-Speicher zur Seite stehen. Zudem sind zwei Kameras integriert, eine mit 5 Megapixeln und LED-Blitz hinten und eine mit VGA-Auflösung f¨¹r Videotelefonie vorn.
Neben den Neuerungen von Windows Phone 7.5 hat Samsung auf Softwareseite auch eigene Applikationen installiert. Darunter Samsung Allshare, um Inhalte mit anderen DLNA-fähigen Geräten auszutauschen, und Video Call f¨¹r Videotelefonate. Zudem kann ein aktualisierter E-Book-Client ¨¹ber die Samsung Zone heruntergeladen werden und Samsung hat Twitter sowie Linkedin integriert.Nokia hat begonnen, das N9 auszuliefern. Das Meego-Smartphone wird nicht offiziell in Deutschland angeboten, kann aber unter anderem ¨¹ber Amazon bestellt werden.
Das Meego-Smartphone N9 von Nokia wird an Händler weltweit verteilt. ¨¹ber Onlinehändler wie Amazon konnte das N9 bereits seit Mitte August 2011 vorbestellt werden. Nokia hatte zuvor die Auslieferung f¨¹r Ende September 2011 angek¨¹ndigt.


Amazon verlangt f¨¹r die Variante mit 16 GByte etwa 620 Euro, die Version mit 64 GByte kostet 800 Euro. Andere Onlinehändler verlangen f¨¹r das N9 mit 16 GByte bereits 800 Euro.Das Mobiltelefon wird vor allem mit Fingerwischgesten bedient, hat drei virtuelle Hauptbildschirme und bietet aktuelle Mobilfunktechnik einschließlich Dual-Band-WLAN und NFC-Chip. Bedient wird das Mobiltelefon in Ermangelung von Knöpfen ausschließlich ¨¹ber den 3,9 Zoll großen Touchscreen. Das Amoled-Display liefert eine Auflösung von 854 x 480 Pixeln und besitzt ein Gorilla-Glas. Das N9 besitzt nur einen Ein-Kern-Prozessor.F¨¹r Foto- und Videoaufnahmen besitzt das N9 eine 8-Megapixel-Kamera mit Carl-Zeiss-Objektiv, Autofokus sowie zweifachem LED-Licht. Die Kamera soll besonders unter schlechten Lichtbedingungen noch gute Aufnahmen liefern.


Der Programmspeicher beträgt 1 GByte und f¨¹r Daten stehen je nach Modell 16 GByte oder 64 GByte zur Verf¨¹gung. Einen Speicherkartensteckplatz besitzt das Mobiltelefon nicht. Das UMTS-Mobiltelefon unterst¨¹tzt alle vier GSM-Netze samt GPRS und EDGE sowie HSDPA mit bis zu 14,4 MBit/s. Zudem werden WLAN nach 802.11a/b/g/n sowie Bluetooth 4.0 unterst¨¹tzt und es gibt einen GPS-Empfänger.Das Gewicht des Mobiltelefons beträgt 135 Gramm und es misst 116,45 x 61,2 x 12,1 mm. Im N9 steckt ein Akku mit 1.450 mAh, der im UMTS-Modus eine Sprechzeit von 7 Stunden erreichen soll. Im GSM-Betrieb verlängert sich die Sprechzeit mit einer Akkuladung auf 11 Stunden. Im Bereitschaftsmodus muss der Akku nach spätestens 18 Tagen aufgeladen werden. Die Angaben zur Akkulaufzeit lassen vermuten, dass der Akku im N9 bei intensiver Nutzung locker einen Tag durchhält.



Nokia nannte keinen Grund daf¨¹r, warum das Meego-Smartphone nicht in Deutschland angeboten wird und vergibt damit die Chance einer weiten Verbreitung der Meego-Plattform. Denn auch in den USA wird Nokia das N9 nicht anbieten. Damit zeichnet sich bereits ab, dass die Meego-Plattform im Smartphone-Segment bestenfalls eine Nischenplattform bleiben wird.Sonys Tablet S ist nicht wie andere Tablets - und das ist gut, zum Beispiel beim Formfaktor, aber auch schlecht. Wir haben uns beim Testen vor allem ¨¹ber die Schwierigkeiten mit dem Update auf Android 3.2 geärgert.
Als einer der letzten Hersteller will nun auch Sony den Markt der Android-Tablets bedienen. Wie seinerzeit beim Eintritt in den Netbook-Markt versucht Sony, sich von anderen Anbietern zu unterscheiden. Das gilt f¨¹r das Design des Geräts mit dem schlichten Namen Tablet S ebenso wie f¨¹r die Software. Mit einem 9,4-Zoll-Display und einer Auflösung von 1.280 x 800 Pixeln ist das Bild des Tablets etwas kleiner als bei der 10-Zoll-Konkurrenz, was aber nicht stört.


Hinsichtlich der technischen Ausstattung unterscheidet sich Sonys Tablet nicht von anderen Tablets. Das Fehlen bestimmter Anschl¨¹sse ist allerdings ¨¹berraschend. Sonys Tablet hat beispielsweise einen SD-Kartenleser, während ein Lesegerät f¨¹r Memory Sticks fehlt. Dass der Memory Stick eines Tages nicht mehr angeboten w¨¹rde, war zwar absehbar, dass er bereits jetzt bei einem Gerät f¨¹r den Massenmarkt fehlt, hat uns jedoch ¨¹berrascht. Es gibt aber einen Anschluss f¨¹r das Netzteil, der zugleich Dockanschluss ist, sowie einen Micro-USB-Anschluss und einen Kopfhörerausgang.Sonys Tablet S kommt mit einer Trageschlaufe. (Bilder: Andreas Sebayang)
1 / 9
Sonys Tablet S kommt mit einer Trageschlaufe. (Bilder: Andreas Sebayang)
Im Inneren gibt es entweder 16 oder 32 GByte Speicher. Bei unserem 32-GByte-Testmuster sind 4 GByte f¨¹r Apps vorgesehen. Als Arbeitsspeicher steht 1 GByte zur Verf¨¹gung. WLAN ist auf das 2,4-GHz-Band beschränkt (802.11b/g/n). Bluetooth beherrscht das Gerät in der Version 2.1 inklusive EDR. Eine Frontkamera mit 0,3 Megapixeln und eine R¨¹ckkamera mit 5 Megapixeln gibt es f¨¹r Bilder. Als Prozessor mit Grafikeinheit wird Nvidias Tegra 2 mit 1 GHz Taktfrequenz genutzt.


Das spiegelnde Display ist blickwinkelstabil, es wird nur etwas dunkler, wenn der Anwender im flachen Winkel draufschaut. Ein Sensor sorgt f¨¹r eine Anpassung der Displayhelligkeit. Das funktionierte tags¨¹ber gut. Abends fiel uns aber auf, dass die Automatik zu weit herunterregelt. Eine Semi-Automatik, wie sie das iPad hat, bietet Sony nicht an und so muss der Anwender abends die Automatik abschalten.Das Aussehen des Tablet S polarisiert. Einige finden es schick, andere finden die Keilform hässlich. Wenn sie das Tablet in die Hand nehmen, mögen aber selbst Designkritiker die ungewöhnliche Form. Es liegt wunderbar in der Hand und kann einhändig mit dem Daumen an der Seite und den anderen Fingern unten stabil gehalten werden. Vor allem beim Spielen lässt sich das Tablet gut stabilisieren, indem die Zeigefinger jeweils in den Keil gelegt werden, während die Daumen f¨¹r die Steuerung genutzt werden. Positiv wirken sich zudem das geringe Gewicht von etwa 590 Gramm und die rutschfeste R¨¹ckseite aus. Durch den konsequenten Einsatz von Plastik wirkt das Tablet S aber nicht so hochwertig wie etwa Samsungs Galaxy Tab 7.7 oder das iPad.


Das Tablet lässt drei Orientierungen zu. Nur hochkant mit der flachen Seite links oder rechts und im Querformat mit der flachen Seite zum Nutzer hin genutzt, dreht sich der Bildschirminhalt. ¨¹ber Kopf kann das Gerät somit nicht gehalten werden.Eine Chance des Designs hat Sony leider vertan: Die Lautsprecher klingen schlecht. Der blecherne Ton hätte nicht sein m¨¹ssen, denn durch die Keilform wäre genug Volumen f¨¹r eine ordentliche Klangerzeugung da gewesen. Sony hat die Lautsprecher im unteren Bereich integriert, wo kein Platz ist. Bässe gibt es nicht mal andeutungsweise. Es gibt nur wenige hochpreisige Tablets, die schlechter als das Tablet S klingen.Sonys Tablet macht die heimische Fernbedienungssammlung ¨¹berfl¨¹ssig, denn das Gerät hat einen Infrarotsender an der Front, also oberhalb der Kamera. Lobenswerterweise hat Sony die Funktion nicht nur f¨¹r die eigenen Fernseher vorgesehen. Die vorinstallierte Fernbedienungssoftware unterst¨¹tzt Dutzende von Gerätegattungen und Geräten innerhalb der jeweiligen Kategorien.



Steuern lassen sich unter anderem TV-Geräte, DVD-Player, Videorekorder und Blu-ray-Player. Die Liste der Blu-ray-Player ist erwartungsgemäß sehr ¨¹bersichtlich, schließlich produziert nicht jeder Heimkinohersteller derartige Player. Wer hingegen ein TV-Gerät einrichten will, scrollt lange durch eine Liste von Herstellern, die wir größtenteils gar nicht kennen. Sony ist nat¨¹rlich an erster Stelle, dann folgen alphabetisch mindestens hundert Hersteller, gezählt haben wir nicht. Da wir die Fernbedienung mit einem Philips-, einem Sharp- und einem Toshiba-Fernseher testeten, war das mit entsprechend viel Scrollerei verbunden.Nachdem Kategorie und Hersteller ausgesucht wurden, bietet die Software bereits das erste Fernbedienungslayout an. Das muss aber nicht auf Anhieb funktionieren, da verschiedene Typen angeboten werden. Nur beim Philips-Fernseher funktionierte gleich der erste Typ, wenn auch nicht vollständig. Weitere Typen können ausgewählt werden, um alle Funktionen des Fernsehers abzudecken. Beim Sharp-Fernseher funktionierte erst der Typ 5 korrekt. Toshiba hat offenbar viele verschiedene Fernbedienungstypen, hier mussten wir 9 durchprobieren, bis wir zufrieden waren. Das ging aber recht schnell. Eine Auflistung aller Fernsehtypen fehlt, was angesichts der Zahl der Produkte auf dem Markt nicht verwundert.


Klappt das alles nicht, kann das Tablet auch von Fernbedienungen lernen und die Funktionen ¨¹bernehmen. Beispielsweise könnte eine unvollständige Belegung als Basis genutzt werden. Der Anwender f¨¹gt dann weitere Tasten hinzu, und mit Hilfe der Originalfernbedienung lernt die Android-Fernbedienung fehlende Funktionen. Dazu m¨¹ssen die beiden Infraroteinheiten aneinandergehalten werden. Die Funktion hat uns sehr gut gefallen. F¨¹r eine Fernbedienung ist das Tablet zwar zu teuer, wer aber ohnehin die Anschaffung eines Tablets plant und von der Fernbedienungssammlung genervt ist, hat einen guten Grund, sich f¨¹r Sonys Android-Tablet zu entscheiden.Sony hat recht viel Arbeit in die Entwicklung eigener Anwendungen gesteckt. Diese erkennt der Anwender an den lila Icons. Das lässt das Betriebssystem ordentlicher erscheinen, solange der Anwender nicht weitere Apps installiert, und sieht am Anfang weniger abschreckend aus als das App-Durcheinander anderer Hersteller. Das Tablet wirkt wie aus einem Guss.



  1. http://dovendosi.blogpage.eu/

  2. http://dovendosi.cafeblog.hu/

  3. http://en.donkr.com/blog/dovendosi

  4. http://dovendosi.blogghy.com/


Akku Dell U011C

Die Basis des Gerätes bildet ein Board mit einem Freescale-iMX6-Prozessor mit 1,2 GHz (Cortex-A9-Quadcore) und einer Vivante GC2000, der Arbeitsspeicher und die Micro-SD-Karte fassen je 4 GByte. Ein WLAN-Modul ist verbaut, Debian-Linux vorinstalliert. Als Anschl¨¹sse stehen HDMI, zweimal USB und Gigabit-Ethernet bereit. Diese Kombination kostet 500 US-Dollar und ist ein halbes Jahr nach Kampagnenende verf¨¹gbar.F¨¹r knapp 1.195 US-Dollar verschickt Huang die Platine in einem Aluminiumrahmen verbaut als All-in-One-Desktop. Dieser ist mit einem IPS-Display mit 1.920 x 1.080 Pixeln ausgestattet, eine gewöhnliche Tastatur dient als Schreibinstrument. Sieben Monate nach der Schwarmfinanzierung soll es bei den Unterst¨¹tzern ankommen. Knapp 2.000 US-Dollar kostet die Laptop-Version mit Akku und einer 240-GByte-SSD, Huang veranschlagt acht Monate Wartezeit.Wer sich vier Wochen länger geduldet, der darf f¨¹r 5.000 US-Dollar auch die Edelvariante mit einem Gehäuse aus Weißeiche bestellen. Da jedoch auch 500 US-Dollar f¨¹r viele ein hoher Betrag sind, gibt es eine weitere Möglichkeit, Project Novena zu unterst¨¹tzen: F¨¹r 5 US-Dollar gibt es ein Bier f¨¹r die beiden Ingenieure.


Sowohl Samsung als auch HTC veröffentlichen zum Fr¨¹hling 2014 ihr neues Topsmartphone: Samsung setzt dabei auf Glamour, HTC auf Aluminium. Golem.de konnte beide Geräte bereits testen und erklärt die wichtigsten Unterschiede - und welches Smartphone sich eher lohnt.Nur knapp einen Monat hat es gedauert, bis HTC mit Samsung gleichgezogen ist und sein eigenes neues Android-Smartphone mit Topausstattung vorgestellt hat: das One (M8). Nicht nur der Name ist fast genauso wie beim Vorgänger, auch Design und Technik werden konsequent fortgef¨¹hrt. Das One (M8) ¨¹berrascht mit seiner Hardware genauso wenig wie das Galaxy S5, in den Details unterscheiden sich beide Geräte aber merklich.Der erste auffällige Unterschied zwischen dem neuen One und dem Galaxy S5 ist das Gehäuse. Herrscht bei Samsungs neuem Topgerät der gewohnte Kunststoff vor, ist das One (M8) wie sein Vorgänger aus Metall. Der Anteil an Kunststoff ist HTC zufolge jetzt noch geringer, was im direkten Vergleich mit dem Vorgänger sofort sichtbar ist: War beim ersten HTC One noch der Rahmen aus Kunststoff, ist das neue Gerät bis auf zwei d¨¹nne Streifen auf der R¨¹ckseite komplett aus mattem, geb¨¹rstetem Aluminium.


Dementsprechend f¨¹hlt sich das neue One verglichen mit dem Galaxy S5 deutlich hochwertiger an. Zwar mag eine abnehmbare Kunststoffr¨¹ckseite praktisch sein, da sie einfach ersetzt werden kann, wenn sie zerkratzt ist. Aber obwohl Samsung einen Glamour-Faktor verspricht, finden wir die R¨¹ckseite des Galaxy S5 einfach viel weniger spektakulär und hochwertig als das edle Metall-Finish des One. Aufgrund der abgerundeten Kanten und der gewölbten R¨¹ckseite liegt das One auch etwas besser in der Hand. Ein Vorteil der Kunststoffr¨¹ckseite des Galaxy S5: Bei feuchten Fingern rutscht das Smartphone weitaus weniger leicht aus der Hand.Ein weiterer Vorteil ist, dass das Gehäuse des Galaxy S5 vor Wasser und Staub gesch¨¹tzt ist. Zwar bietet auch das One (M8) laut HTCs Marketingchef Jeff Gordon einen temporären Schutz vor Spritzwasser nach IPX3, in Wasser tauchen wie das Galaxy S5 sollte der Nutzer es aber nicht.Was das Gehäuse betrifft, ist der Wasserschutz f¨¹r uns der einzige Grund, zum Galaxy S5 statt zum One (M8) zu greifen. Viele Nutzer d¨¹rften auch den wechselbaren Akku des Galaxy S5 praktisch finden - in Zeiten mobiler Zusatzakkus halten wir dies jedoch nicht mehr f¨¹r so wichtig. Ansonsten liegt das neue Smartphone von HTC sowohl beim verwendeten Material als auch bei der Verarbeitung und beim Design klar vorn.


Was die grundlegende Hardware betrifft, ähnelt das HTC One (M8) dem Galaxy S5 stark - und ist in dieser Hinsicht auch ebenso wenig innovativ: Beide haben einen Snapdragon-801-Prozessor mit vier Kernen, der an sich ein bereits bekannter Snapdragon 800 mit wenigen Verbesserungen beim Handling großer Bilddateien sowie beim LTE-Modem ist. Der Arbeitsspeicher ist bei beiden Smartphones 2 GByte groß, auch die Displays mit Full-HD-Auflösung haben nahezu die gleiche Größe: Das HTC One (M8) hat einen 5 Zoll großen Bildschirm, das Galaxy S5 einen 5,1 Zoll großen. Beide Smartphones unterst¨¹tzen LTE, bieten einen Steckplatz f¨¹r Micro-SD-Karten und ¨¹bliche Funktionen wie Bluetooth, GPS und NFC.
Wie aufgrund des gleichen Prozessors kaum anders zu erwarten, schneiden beide Smartphones in den Benchmark-Tests nahezu identisch ab - und das trotz der Vorw¨¹rfe an HTC, es schummle bei einigen Tests. Im Geräte-Benchmark Geekbench 3 kommt das One (M8) im Single-Test auf 977, im Multi-Mode auf 2.842 Zähler; das Galaxy S5 erreicht hier jeweils 960 und 2.933 Punkte. Im Grafik-Benchmark GFX Bench kommt das One (M8) im T-Rex-Test im Onscreen-Modus auf 29,6 fps, im anspruchsvolleren Manhattan-Test auf 11,8 fps. Das Galaxy S5 schafft hier 27,8 respektive 11,7 fps.



Lediglich im 3D Mark von Futuremark sind größere Abstände zwischen den beiden Smartphones erkennbar - hier verwendet HTC aber auch einen speziellen Highspeed-Modus, um bessere Resultate zu erhalten. Im Icestorm-Extreme-Test kommt das One (M8) auf 20.466 Zähler, das Galaxy S5 erreicht hier ohne speziellen Modus 18.126 Punkte. Mittlerweile hat der Hersteller des 3D Mark, Futuremark, das One (M8) wegen der Verstöße aus der Ergebnisliste genommen.Bei den zusätzlichen Funktionen unterscheiden sich das neue One und das Galaxy S5 deutlicher. Mit einem Fingerabdrucksensor und einem Pulsmesser bietet das Samsung-Gerät zwei kaum bei Smartphones gesehene neue Funktionen an, ¨¹ber deren Praxiswert allerdings gestritten werden kann. Bei unserem Test des Galaxy S5 fanden wir, dass beide kein kaufentscheidendes Argument sind.


Als Hardware-Neuheit hat das neue One eine zweite Kamera auf der R¨¹ckseite zu bieten: Diese macht keine Fotos, sondern sammelt Tiefeninformationen, dank denen der Nutzer bei jedem Foto im Nachhinein den Fokuspunkt ändern kann, ohne eigene Einstellungen machen zu m¨¹ssen. Außerdem hat das Gerät wie sein Vorgänger und auch das Galaxy S5 einen Infrarotsender, mit dem Fernseher und andere Geräte bedient werden können.Bei den zusätzlichen Hardwarefunktionen halten wir die zweite Kamera des HTC One f¨¹r interessanter als den Fingerabdrucksensor und den Pulsmesser des Galaxy S5. Im Alltag finden wir Fotos mit veränderbarem Fokuspunkt praktischer als Samsungs wenig verlässlichen Fingerabdruck-Scanner oder die Möglichkeit, seine Herzfrequenz zu messen. Wie groß der Praxiswert der Refokussierung ist, haben wir uns genauer angeschaut.


So sehr die Refokussierung des One (M8) nach Lytro klingt: Im Endeffekt ist sie nichts anderes als das, was viele Apps am Markt bereits ermöglichen - wenngleich dank der Informationen der zweiten Kamera zuverlässiger und schneller. Dank der Tiefeninformationen klappt es bei unseren Tests anders als bei vielen Apps immer, mit der "Ufocus" genannten Funktion neue Fokuspunkte an jeder beliebigen Stelle zu setzen. Auch dauert die Aufnahme nicht länger als die eines normalen Fotos, da im Vorfeld keine separaten Einstellungen vorgenommen werden m¨¹ssen.Auf der R¨¹ckseite ist neben der bereits vom Vorgänger bekannten 4-Megapixel-Kamera eine zweite Linse f¨¹r die Erfassung von Tiefeninformationen eingebaut. (Bild: Fabian Hamacher/Golem.de) Auf der R¨¹ckseite ist neben der bereits vom Vorgänger bekannten 4-Megapixel-Kamera eine zweite Linse f¨¹r die Erfassung von Tiefeninformationen eingebaut.
So einfach die Handhabung des Ufocus ist, umso gemischter sind die Ergebnisse. Grundsätzlich gilt: Ist der Hintergrund bei einem aufgenommenen Bild unscharf, also wenn das Hauptmotiv beispielsweise nah am Objektiv ist, wird er auch mit der Fokuskorrektur nicht scharf. Die zweite Kamera nimmt also kein separates Bild mit einer anderen Schärfeeinstellung auf. Die Refokussierung erfolgt anders als bei einer Lichtfeldkamera also nicht ¨¹ber Hardwarekomponenten, sondern ausschließlich per Software. Und hier zeigen sich die Grenzen der automatisierten Neufokussierung.


Das One arbeitet wie Apps, bei denen der Nutzer manuell den Vordergrund bestimmt und den Hintergrund mit einem Weichzeichner unscharf macht - nur eben dank der Tiefeninformationen automatisiert. Die Weichzeichnung ist aber häufig ungenau, Kanten werden nicht zuverlässig erkannt, stellenweise ist die Unschärfe unlogisch verteilt. Falls dem Nutzer solche Fehler auffallen, hat er keine Möglichkeit, sie manuell zu korrigieren. Bis HTC mit einem Update hier nachbessert, ist die automatisierte Refokussierung nur bei eindeutigem Bildaufbau halbwegs brauchbar - also wenn es einen eindeutig definierten Vorder- und Hintergrund gibt. Und auch hier d¨¹rfen die Kanten der Motive nicht allzu genau betrachtet werden - in der Praxis ist die Funktion derzeit bei vielen Motiven nicht brauchbar.Die von HTC "Ultrapixel-Kamera" genannte Hauptkamera hat eine maximale Blendenöffnung von f/2.0 sowie einen BSI-Sensor. Das alleine sollte bereits daf¨¹r sorgen, dass Bilder bei schwacher Beleuchtung besser ausgeleuchtet sind. Zusätzlich betont HTC, dass die Kamera dank größerer Pixel mehr Licht aufnehme als andere Smartphone-Kameras mit deutlich mehr Pixeln - die größeren Pixel sind der Grund daf¨¹r, dass die Kamera des neuen One wie die des Vorgängers nur 4 Megapixel hat.


Tatsächlich lichtet die Kamera des neuen One schlecht beleuchtete Szenen mit deutlich größerem Belichtungsumfang ab, weshalb dunklere Bereiche besser zu erkennen sind als beim Galaxy S5. Ein Nachteil ist, dass sehr helle Spots wie Lichtquellen oder Fenster mit Tageslicht schnell ¨¹berbelichten und dementsprechend als grelle Flächen mit wenig Zeichnung erscheinen. Dies wird auch bei Tageslichtaufnahmen schon zum Problem: Auf unserer Fototour durch London hatten wir häufig das Problem, dass Straßenszenen zwar gut belichtet sind, der Himmel und Monumente im Hintergrund aber bereits stark ¨¹berstrahlt. Hier kann der HDR-Modus stellenweise helfen, bei bewegten Objekten ist er aber technisch bedingt nur mäßig n¨¹tzlich.



Die Kamera von Samsungs neuem Galaxy S5 hat mit 16 Megapixeln eine viermal so hohe Auflösung, was beim Vergleich der Bilder auch sichtbar wird. In der verkleinerten Ansicht sehen die Fotos des neuen One trotz der deutlich geringeren Auflösung zwar ebenfalls sehr gut aus, vergrößern wir einzelne Bildabschnitte, fällt der Unterschied aber auf. Allerdings ist er auch hier weniger dramatisch, als wir zunächst angenommen hatten. Zwar sind feine Strukturen beim One weniger detailreich, Strukturen sind generell gröber und aufgrund der "fehlenden" Pixel einfach weniger scharf. Wie eine Kamera, die nur ein Viertel der Auflösung von der des Galaxy S5 hat, wirkt die des One auf uns aber trotzdem nicht. Daf¨¹r ist die Bildqualität zu gut, auch wenn das Grundrauschen etwas höher ist.
So unterschiedlich die Bildergebnisse sind, so unterschiedlich sind auch die Kamera-Apps: HTC hat sich, wie bei der gesamten neuen Sense-Oberfläche, f¨¹r einen zur¨¹ckhaltenden Look entschieden. Samsung hingegen setzt weiter auf bunte Bilder, um die einzelnen Funktionen zu verdeutlichen. Von den Funktionen her sind beide Apps ähnlich, es gibt unter anderem einen Panorama-Modus, eine HDR-Funktion und einen Glattb¨¹gler f¨¹r Selbstporträts.


Wie das iPhone 5S hat auch das neue One zwei unterschiedlich getönte LED-Blitzlampen. Diese sollen bei menschlichen Motiven f¨¹r bessere Hauttöne sorgen. Wie das One entscheidet, wann welches Fotolicht verwendet wird, ist uns nicht klar. In unseren Tests gingen meist beide Lampen an.Mit Zoe bietet auch das neue One HTCs Mischung aus Foto und kleinen Videos an, die automatisch zu kleinen Filmen zusammengestellt werden können. Im Zoe-Modus ist es jetzt einfacher, ohne Umschalten sowohl Fotos als auch Videos aufzunehmen: Ein einzelner Druck auf den Auslöser macht ein Foto, ein längerer Druck nimmt ein Video auf. Wie nach einer Aktualisierung des ersten One können auch wieder eigene Musikdateien als Basis f¨¹r den Videoschnitt verwendet werden. Wichtig zu wissen: Bei Zoe-Fotos kann der Fokus nicht im Nachhinein verändert werden.Insgesamt sollten die Kameras des neuen One und des Galaxy S5 nicht nur nach technischen Daten wie der Auflösung verglichen werden: Bei der Kamera des neuen Samsung-Smartphones ist die Bildqualität besser, die des One ist bedingt durch ihre Bauart aber lichtempfindlicher. Zudem gefallen uns die Extrafunktionen beim One besser: Der Ansatz mit dem frei wählbaren Fokus ist interessant und bietet theoretisch durch die Automatisierung Vorteile - allerdings ist die Funktion noch zu ungenau. Momentan hapert es sowohl an der automatischen Erkennung als auch an der Implementierung des Effektes selbst.


Akku Dell BATACY13C8

Die 8-Megapixel-R¨¹ckkamera eignet sich maximal f¨¹r Schnappsch¨¹sse. Die Schärfe passt zwar, allerdings sind die Farben flau und Details werden nicht gut dargestellt. Häufiger kommt es zu verwackelten Bildern - denn es ist nicht einfach, das große Tablet ruhig zu halten. Die 2-Megapixel-Frontkamera nimmt zu dunkle Bilder auf, das reicht aber f¨¹r einfache Selbstporträts.Aufgeladen wird das Tablet ¨¹ber die OTG-fähige Micro-B-USB-3.0-Buchse, an die auch MHL-fähige Monitore angeschlossen werden können, denn einen HDMI-Ausgang besitzt das Tablet nicht. Der Akku mit einer Nennladung von 9.500 mAh ist bei durchschnittlicher Nutzung nach 1,5 Tagen leer. Ein 1.080p-Video konnte das Tablet rund 8 Stunden wiedergeben. Nervig ist aber der hohe Standby-Verbrauch: Nutzt man das Tablet nicht und lässt es nur liegen, muss es bereits nach 2,5 Tagen wieder aufgeladen werden.Das Samsung Galaxy Note Pro 12.2 mit LTE und 32 GByte Speicher ist im Onlinehandel ab 715 Euro erhältlich. 100 Euro weniger kostet die Variante ohne Mobilfunkmodul. Die Modelle mit 64 GByte internem Speicher sind nicht verf¨¹gbar.


Das Galaxy Note Pro 12.2 ist ein Tablet im Din-A4-Format, das trotz der Größe gut in jede Aktentasche passt. Aufgrund des hohen Gewichts versucht man allerdings instinktiv, das Gerät irgendwo abzulegen. Um es in einer Hand zu halten, ist es einfach zu schwer und beim Halten mit beiden Händen ist es nur umständlich bedienbar.
Die Bedienung mit dem Digitizer funktioniert gut, jedoch ist dieser nicht tief genug in das Android-Betriebssystem integriert. An manchen Stellen ist es nicht möglich, mit der Handschrifterkennung zu arbeiten und es muss stattdessen die virtuelle Tastatur verwendet werden. Ist es möglich, mit dem Stift zu arbeiten, klappt das so komfortabel wie mit keinem anderen Galaxy-Note-Gerät. Auch längere Texte können so handschriftlich geschrieben werden.Wer weniger auf Mobilität setzt und stattdessen ein Tablet haben möchte, auf dem auch längere Texte per Hand geschrieben werden können, wird mit dem Note Pro 12.2 gl¨¹cklich. Ruckler treten zwar auf dem Startbildschirm auf, die meisten Apps laufen aber schnell und fl¨¹ssig. Die Akkulaufzeit bei der Nutzung ist in Ordnung, lange ungenutzt herumliegen darf es allerdings nicht. Das Display gefällt uns. Wer ein Tablet auch mit einer Hand bedienen und es nur f¨¹r das Schreiben kurzer Notizen verwenden will, sollte lieber zum Galaxy Note 8.0 greifen.


F¨¹r Sch¨¹ler und Studenten kann das Samsung-Tablet ein sinnvolles Arbeitsgerät sein, mit dem das Lernen erleichtert wird. Diesen empfehlen wir aber die Variante ohne LTE, da sie rund 100 Euro g¨¹nstiger ist.Sony hat auf der Fachmesse NAB 2014 mit der Alpha 7S eine Systemkamera mit Vollformatsensor vorgestellt, der 12 Megapixel große Fotos und Videos in 4K-Auflösung ausgeben kann und eine Lichtempfindlichkeit von ISO 409.600 erreicht. Der Nachteil: 4K-Videos m¨¹ssen extern aufgezeichnet werden.Die Sony Alpha 7S ist das neue Systemkamera-Vorzeigeprodukt von Sony. Die kompakte Kamera mit einem Vollformatsensor (35 mm) nimmt damit nur 12 Megapixel große Fotos auf - doch daf¨¹r erzielt sie als Systemkamera eine bislang nicht erreichte Lichtempfindlichkeit von bis zu ISO 409.600.
Fotos sind allerdings nur ein Einsatzgebiet der Sony Alpha 7S. Ein weitaus interessanteres Feature ist ihre Möglichkeit, Videos in 4K-Auflösung (3.840 x 2.160 Pixel) aufnehmen zu können. Die hohe Lichtempfindlichkeit kann auch beim Filmen genutzt werden. Das Signal mit 4:2:2-Farbunterabtastung kann ¨¹ber HDMI mit 30p ausgegeben werden. Das soll zugunsten einer besseren Bildqualität ohne Pixel-Binning (Zusammenfassen von Bildpunkten) oder dem Auslassen von Zeilen passieren. Dar¨¹ber hinaus sind Aufnahmen in Full-HD mit bis zu 60p möglich.


Im APS-C Modus ist die ¦Á7S sogar zu 100 beziehungsweise 120 Bildern pro Sekunde in HD-Auflösung (1.280 x 720 Pixel) fähig. Damit lassen sich Videos mit bis zu f¨¹nffacher Zeitlupe erzeugen. Als Sucher kommt ein OLED mit 2,36 Millionen Bildpunkten zum Einsatz. Zudem bietet die Sony Alpha 7S auch WLAN zur Fernsteuerung ¨¹ber eine Smartphone- beziehungsweise Tablet-App. Auf der R¨¹ckseite befindet sich ein 3 Zoll (7,62 cm) großes Display mit 1,23 Millionen Bildpunkten.Anders als die bisherigen Sony-Systemkameras A7 und A7R mit Vollformatsensor ist das neue Modell nicht an den AVCHD-Codec gebunden, sondern kann auch in XAVCS aufnehmen und Bitraten von bis zu 50 MBit/s erzielen.Intern wird maximal mit 1080/60p und 4:2:0-Chroma Sub-Sampling aufgenommen. Die hohe Qualität und Auflösung kann lediglich ¨¹ber HDMI ausgegeben werden, so dass ein externer Rekorder erforderlich ist, um die Aufnahmen zu sichern. Das ist f¨¹r den normalen Anwender unpraktisch, f¨¹r professionelle Videofilmer, die Sony mit der Kamera explizit ansprechen will, stellt das hingegen kein Problem dar. Individuelle Bildprofile, S-Log2 Gamma, Time-Code-/User-Bit-Funktionen und die Möglichkeit, via XLR-Adapter professionelle Mikrofone nutzen zu können, sind zumindest zwingende Voraussetzung daf¨¹r, die die Kamera auch bietet.



Die Kamera kann außerdem intern parallel 720p in einer niedrigen Bitrate und in XAVCS mit 1080p aufnehmen. So lässt sich das Material je nach Anwendungszweck leichter handhaben. Das niedrig aufgelöste Videomaterial kann zum Beispiel f¨¹r Internetvideos genutzt werden.Noch sind sehr wenige Vollformatobjektive f¨¹r den E-Mount-Anschluss der kleinen Kameraserie von Sony erhältlich. Der japanische Hersteller arbeitet derzeit an einem Zoomobjektiv mit einer Brennweite von 28 bis 135 Millimetern (f/4).Die Kamera misst 127 x 94 x 48 mm und wiegt mitsamt Akku und Speicherkarte 489 Gramm. Dazu kommt noch das Gewicht des angeschlossenen Objektivs. Wann die Sony Alpha 7S auf den Markt kommt und was sie kosten wird, teilte Sony noch nicht mit.Wiko will in K¨¹rze das 5-Zoll-Smartphone Rainbow f¨¹r 160 Euro auf den deutschen Markt bringen. Das Einsteiger-Smartphone hat ein HD-Display, einen Quad-Core-Prozessor, eine 8-Megapixel-Kamera und Android 4.2.2.Noch Anfang April 2014 soll Wikos Rainbow in verschiedenen knalligen Farben in den deutschen Handel kommen, bisher ist es bei keinem Onlinehändler in Deutschland gelistet. Den Listenpreis gibt Wiko mit 160 Euro an, was f¨¹r ein 5-Zoll-Smartphone mit HD-Display, 8-Megapixel-Kamera und Quad-Core-Prozessor ein guter Preis ist.


Der IPS-Touchscreen im Rainbow hat eine Auflösung von 1.280 x 720 Pixeln und sollte eine hohe Blickwinkelstabilität und eine nat¨¹rliche Farbwiedergabe bieten. Im Smartphone steckt ein nicht näher benannter Quad-Core-Prozessor mit einer Taktrate von 1,3 GHz. Da dieser nur mit Cortex-A7-Kernen läuft, sollten hier keine Geschwindigkeitsrekorde erwartet werden.Der Arbeitsspeicher beträgt 1 GByte, aber es gibt gerade mal 4 GByte Flash-Speicher. Es steht aber ein Steckplatz f¨¹r Micro-SD-Karten mit bis zu 32 GByte bereit. Voraussichtlich wird das Smartphone auch App2SD unterst¨¹tzen, um Apps auf die Speicherkarte auslagern zu können.F¨¹r Foto- und Videoaufnahmen gibt es eine 8-Megapixel-Kamera mit Autofokus und LED-Blitz. Neben den normalen Fotofunktionen stehen auch HDR-, Panorama- und weitere Spezialmodi zur Verf¨¹gung. Auf der Displayseite ist eine 2-Megapixel-Kamera untergebracht.Wie bei Wiko ¨¹blich ist auch das Rainbow ein Dual-SIM-Gerät. So kann neben einer privaten SIM-Karte auch eine Firmenkarte oder aber die SIM-Karte eines anderen Anbieters im selben Gerät benutzt werden. Im Urlaub kann der Nutzer somit etwa eine ausländische SIM-Karte zusätzlich verwenden, um diese vor Ort zu verwenden, um Roamingkosten zu vermeiden. Das Modem unterst¨¹tzt UMTS auf den Frequenzen 900, 1.900 sowie 2.100 MHz und Quad-Band-GSM; LTE ist nicht vorhanden. Zudem sind Bluetooth 4.0, ein GPS-Empfänger sowie WLAN vorhanden, allerdings nennt das technische Datenblatt keine weiteren Details dazu.



Wiko liefert das Rainbow mit der veralteten Android-Version 4.2.2 alias Jelly Bean aus. Ob es f¨¹r das Gerät ein Update auf Android 4.3 oder Android 4.4 alias Kitkat geben wird, ist nicht bekannt. Die Android-Oberfläche wird von Wiko kaum verändert, so dass sie in etwa dem entspricht, was Käufer eines Nexus-Smartphones erhalten.Das Rainbow steckt in einem 146 x 74 x 9,3 mm großen Gehäuse und wiegt 154 Gramm. Der auswechselbare Akku hat 2.000 mAh und 7,4 Wh, zur Akkulaufzeit macht der Hersteller keine Angaben.Zu Googles modularem Smartphone-Konzept Project Ara sind weitere Details bekanntgeworden. Die einzelnen Module kommen aus einem 3D-Drucker, um die Produktionskosten niedrig zu halten. In einem Video stellen sich die Projektbeteiligten vor und geben Einblicke in die Entwicklung von Project Ara.Mitte dieses Monats findet die erste Entwicklerkonferenz rund um Project Ara statt. Dann werden weitere Details zu Googles modularem Smartphone-Konzept erwartet. Im Vorfeld ist bereits von Phoneblocks ein Videoclip erschienen, in dem sich die Projektbeteiligten vorstellen und es gibt Details zur Fertigung der einzelnen Ara-Module.


Auf der "Inside 3D Printing"-Konferenz in New York nannte der Chef von 3D Systeme, Avi Reichenthal, Details zur Produktion der einzelnen Ara-Module, berichtet PCWorld. Google hat im November 2013 eine Zusammenarbeit mit 3D Systems beschlossen, das sich auf den Einsatz von 3D-Druckern spezialisiert hat. 3D Systems wird die einzelnen Module per 3D-Druck produzieren - dabei werden neben dem Kunststoffgehäuse auch die Schaltkreise aus dem Drucker kommen.
Zudem kann das Unternehmen anpassbare Designs auf die Oberflächen der Module drucken. Dies zeigt ein 3D-Systems-Mitarbeiter auch in dem aktuellen Phonebloks-Video. Phonebloks arbeitet f¨¹r das modulare Smartphone-Konzept eng mit Google zusammen. Das Projektvideo erlaubt auch einen ersten Blick auf eine spezielle Ara-App, mit der sich ein Ara-Smartphone wird konfigurieren lassen.
Zudem zeigt das Video ein Entwickler-Board, mit dem Software, Treiber und Apps f¨¹r das modulare Smartphone entwickelt werden. Auch das Konzept der einschiebbaren Module ist zu sehen, allerdings ist dabei unklar, ob der Rahmen namens Endoskelett am Ende so aussehen wird. Es wäre auch denkbar, dass das Endoskelett bis zur Markteinf¨¹hrung noch verändert wird.


Insgesamt sind derzeit drei verschieden große Endoskelette geplant: ein kleines, ein mittelgroßes und ein großes. Das kleine Modell wird wohl mit einem Display um die 4,3 Zoll ausgestattet sein, das mittlere Modell scheint deutlich größer als 5 Zoll zu sein, zum Format des großen Modells gibt es noch keine Informationen.
Die Module werden durch kleine Magneten in Position gehalten. In den Modulen selbst sind daf¨¹r Elektromagneten eingebaut, deren Kraft im ausgeschalteten Zustand ausreichen soll, damit die Module nicht aus der Halterung fallen. Wird das Smartphone eingeschaltet, verstärkt sich die Magnetkraft - dadurch sollen die Bausteine im laufenden Betrieb nicht aus Versehen herausfallen. Die Strom- und Daten¨¹bertragung erfolgt ¨¹ber eine Mipi-konforme Schnittstelle.Das Project Ara will ein modulares Smartphone auf den Markt bringen - derzeit wird mit einem Verkaufsstart im kommenden Jahr gerechnet. Nutzer können die Module frei wählen und bekommen ein Smartphone mit den Fähigkeiten, die dem Besitzer wichtig sind. Die Module lassen sich jederzeit austauschen. Wer etwa weiß, dass er gerade eine längere Akkulaufzeit benötigt, kann ein Modul ausbauen und einen zusätzlichen Akku einschieben.


Akku Apple 020-6380-A

Die normale LG-Oberfläche unterscheidet sich äußerlich kaum von der größerer und teurerer Modelle. Das L35 kommt zudem auch mit der Knock-On-Funktion, mit der das Smartphone per Doppeltipp auf den Bildschirm aus dem Standby geweckt werden kann. Zudem kann der Nutzer das L35 mit Knock Code sch¨¹tzen: Hier muss zur Entsperrung eine bestimmte Klopfsequenz eingegeben werden.Das IPS-Display des L35 ist 3,2 Zoll groß und hat eine f¨¹r ein Smartphone recht geringe Auflösung von 480 x 320 Pixeln. Das ergibt eine Pixeldichte von 180 ppi. Hier muss sich der Käufer mit einer Einbuße aufgrund des niedrigen Preises arrangieren. Von der Hardware ist das Gerät ein klassisches Einsteiger-Smartphone: Im Inneren arbeitet der Dual-Core-Prozessor Snapdragon 200 von Qualcomm mit einer Taktrate von 1,2 GHz. Der Arbeitsspeicher ist 512 MByte groß, der eingebaute Flashspeicher 4 GByte. Ein Steckplatz f¨¹r Micro-SD-Karten ist eingebaut.Das L35 unterst¨¹tzt GSM und UMTS, LTE beherrscht das Gerät nicht. WLAN wird nach 802.11b/g/n auf der Frequenz 2,4 GHz unterst¨¹tzt. Der wechselbare Akku hat eine Nennladung von 1.540 mAh, zur Laufzeit macht LG keine Angaben.


Auf der R¨¹ckseite ist eine 3-Megapixel-Kamera ohne Fotolicht eingebaut. Auf einen Autofokus muss der Nutzer bei diesem Preis verzichten, der Fokus ist fest eingestellt. Eine Frontkamera f¨¹r Videotelefonie hat das Smartphone nicht.Damit w¨¹rde LG etwas vollbringen, was Marktf¨¹hrer Samsung oder auch Huawei bislang nicht geschafft haben: Ein neues Android-Smartphone f¨¹r deutlich unter 100 Euro auf den Markt zu bringen. Die Möglichkeiten d¨¹rfte Samsung eigentlich haben. Huawei hat sich selbst das Ziel gesetzt, Smartphones anzubieten, die mit vergleichbarer Ausstattung g¨¹nstiger als die Geräte der Konkurrenz sind, wurde aber hier von LG offenbar kalt erwischt. Das L35-Display d¨¹rfte f¨¹r eine intensive Smartphone-Nutzung zu klein sein, aber f¨¹r Einsteiger könnte es ausreichend sein.Mit Stiftbedienung, viel Leistung und großem Display ist das Samsung Galaxy Note Pro 12.2 vor allem f¨¹r den Business-Alltag entwickelt worden. Doch auch f¨¹r Sch¨¹ler und Studenten kann das Tablet interessant sein.Das Galaxy Note Pro 12.2 ist eines der größten Tablets mit Android als Betriebssystem. Neben Samsung bietet aktuell kaum ein anderer Hersteller ein so großes Gerät an - Apple, Acer, Sony und Google setzen auf höchstens 10 Zoll große Displays. Zusammen mit dem Digitizer will Samsung ein ideales Gerät f¨¹r Business-Kunden geschaffen haben, denn ausreichend Leistung und ein LTE-Modem sind vorhanden. Aber auch f¨¹r Sch¨¹ler und Studenten kann sich das Tablet lohnen.


Das Samsung-Tablet ist mit 296 x 205 mm ziemlich groß - jedenfalls im Vergleich zu den sonst bekannten 10-Zoll-Modellen. Dennoch wirkt das Format vertraut, denn das Tablet ist nur minimal kleiner als ein gewöhnliches Din-A4-Blatt. Die Verarbeitung des Kunststoffgehäuses ist sehr gut. Die Tabletr¨¹ckseite soll an Leder erinnern - selbst Nahtimitate verwendet Samsung - und ist angenehm griffig. Mit 8 mm ist das Galaxy-Tablet außerdem d¨¹nn, wodurch es kompakter wird und leichter aussieht, als es tatsächlich ist - die 755 Gramm des Note Pro 12.2 sind nicht zu unterschätzen.Zwar ist das Galaxy Note Pro 12.2 das leichteste Gerät in diesem Format, doch fällt im Alltag das Gewicht immer noch negativ auf: Mit einer Hand halten wir das Tablet nicht gerne, daf¨¹r ist es ¨¹ber längere Zeit zu schwer. Angenehmer hält sich das Tablet in beiden Händen, doch ist so die Bedienung umständlich - mit dem Stift ist sie gar nicht möglich und auch mit den Fingern ist die Bildschirmmitte nur schwer zu erreichen. Selbst wenn das Tablet nur aufrecht auf einem Tisch gest¨¹tzt werden soll, nervt das Gewicht. Ein Ständer, wie ihn etwa Microsoft in der Surface-Reihe oder Lenovo in den Yoga-Tablets verbaut, wäre praktisch, fehlt aber.


Am liebsten legen wir das Tablet einfach auf den Tisch und nutzen es mit dem Digitizer als digitalen Notizblock. Die Stiftbedienung bietet sich in diesem Format nämlich besonders an. Die reine Anzeigefläche des Displays ist aufgrund des 2 cm dicken Bildschirmrahmens zwar etwas kleiner als die Fläche eines Din-A4-Blattes, doch lässt man bei diesem meist auch einen kleinen Rand beim Schreiben.Samsungs Geräte der Galaxy-Note-Reihe laden dazu ein, auf Stift und Papier zu verzichten und handschriftliche Notizen stattdessen auf dem Tablet zu verfassen. Das klappt auch schon bei den kleineren Samsung-Tablets mit Digitizer gut, doch griffen wir bei längeren Texten wieder zu den herkömmlichen Schreibwerkzeugen. Beim 12,2-Zoll-Tablet dagegen ließen wir Papier und Stift liegen und machten auch längere Mitschriften auf dem Tablet. Zwar kommt das Schreibgef¨¹hl durch die glatte Oberfläche des Displayglases noch nicht an das Schreiben auf herkömmlichem Papier heran, doch macht sich die größere Schreibfläche im Vergleich zu einem 10-Zoll-Tablet positiv bemerkbar.



Praktisch fanden wir das Format auch beim Erarbeiten von Fachtexten aus B¨¹chern. Sch¨¹ler und Studenten kennen das Problem: Viele B¨¹cher sind nur ausgeliehen und wichtige Textpassagen d¨¹rfen beim Lernen mit diesen nicht markiert werden. Eine Lösung wäre, die jeweiligen Kapitel zu kopieren, um darauf Notizen verfassen zu können. Mit dem Galaxy-Note-Tablet haben wir aber die Buchseiten einfach abfotografiert und konnten so bequem Notizen zu den jeweiligen Textpassagen verfassen, ohne Papier zu verbrauchen. Das geht zwar auch auf kleineren Tablets ganz gut, jedoch passt auch hier das Bildschirmformat des großen Samsung-Tablets einfach besser, da die Buchseiten meistens in Originalgröße auf dem Bildschirm dargestellt werden können.Beim Surfen kann auf die virtuelle Tastatur verzichtet werden. Die wirklich gute Handschrifterkennung ermöglicht das Schreiben mit dem Digitizer. Auch krakelige Schrift erkennt die Software zuverlässig. Doch ist sie nicht komplett in das System integriert, so dass einige Apps die Handschrifterkennung nicht zulassen, stattdessen muss die virtuelle Tastatur verwendet werden. Sinnvoll ist bei dieser eine Zahlenreihe, die oben hinzugef¨¹gt wurde. Umlaute fehlen aber, obwohl gen¨¹gend Platz f¨¹r zusätzliche Tasten gewesen wäre.


Insgesamt ist das Android-Betriebssystem in der Version 4.4 alias Kitkat mit Samsungs Touchwiz-Oberfläche noch nicht ausreichend an die Stiftbedienung angepasst worden. An vielen Stellen ist der Stift nur ein Ersatz f¨¹r den Finger, ohne einen Mehrwert zu bieten - das bemängelten wir bereits bei den 8- und 10-Zoll-Modellen. Nur in wenigen Anwendungen wie dem angepassten Kalender oder S-Pen lässt er sich auch sinnvoll nutzen.Schlecht umgesetzt sind auch die vielen Icons auf dem Startbildschirm und in der App-¨¹bersicht. Diese sind f¨¹r ein 12,2-Zoll-Gerät viel zu groß, so dass nur vergleichsweise wenig App-Symbole auf eine Seite passen. Wären sie kleiner, w¨¹rde das den Bedienungskomfort deutlich verbessern.Ansonsten sind die meisten Funktionen bereits vom Galaxy Note 8.0 bekannt. So wird der Digitizer erkannt, wenn er einige Millimeter ¨¹ber dem Displayglas gehalten wird, und der Touchscreen deaktiviert. So kann die Hand auf das Display gelegt werden, ohne eine Eingabe auszulösen. Auch Smart Stay und S Voice sind vorhanden. Der Multi-Window-Modus bietet sich auf dem großen Tablet besonders an. Bis zu vier kompatible Anwendungen können nebeneinander angezeigt werden. Bei der dritten geöffneten App begann unser Tablet aber, deutlich zu ruckeln.
Als Universalfernbedienung lässt sich das Tablet mit seiner Infrarotlampe nutzen. Die dazugehörige Applikation bietet eine große Auswahl von Geräten verschiedener Hersteller. So konnten wir z¨¹gig einen Fernseher von LG, eine Comag-Set-Top-Box und einen A/V-Receiver von Yamaha konfigurieren. Lediglich an einem älteren Panasonic-Fernseher scheiterte die App. Eine Fernbedienung im Din-A4-Format stellt sich im Alltag als nicht sehr praktisch heraus, da sie schlicht zu groß ist.


Beim Galaxy Note Pro 12.2 ist nun auch die Magazine UX in den Startbildschirm eingebaut worden. Mindestens eine Seite im Launcher muss so die Nachrichtenoberfläche sein. Jedoch unterst¨¹tzen weiterhin nur wenige Dienste die Kacheln der magazinartigen Bedienoberfläche. Außerdem kommt es bei der Benutzung häufig zu Rucklern, was stört.Mit ein paar vorinstallierten Apps möchte Samsung das große Tablet f¨¹r den Business-Alltag attraktiver machen. So ist mit Remote PC eine App f¨¹r den Fernzugriff auf den eigenen PC im Stile von Teamviewer vorinstalliert. F¨¹r diese App ist ein Samsung-Konto notwendig, daf¨¹r lässt sich der Fernzugriff leicht konfigurieren. F¨¹r Meetings bietet Samsung mit seiner E-Meeting-App eine Lösung an, und auch Ciscos Webex Meeting ist auf Samsungs Tablet bereits installiert. Leider sind auch viele Applikationen installiert, die nur wenige Besitzer verwenden werden. Werbe-Apps von Cewe oder HRS sind einfach unnötig.



Das 12,2-Zoll-Display ist ein sogenanntes Super Clear TFT LCD mit IPS-Panel und löst mit 2.560 x 1.600 Pixeln auf, was dem WQXGA-Standard entspricht. Aufgrund der Pixeldichte von 247 ppi sind Bildschirminhalte scharf und auch Treppcheneffekte kommen trotz des großen Displays nicht vor. Mit 366 cd/qm ist das Display ausreichend hell, damit der Nutzer auch bei sehr hellem Umgebungslicht alles erkennen kann. Die Ausleuchtung ist mit 84 Prozent nicht gut, Helligkeitsunterschiede sind mit dem bloßen Auge leicht erkennbar. Auch der Schwarzwert ist zu hoch: Schwarze Flächen wirken eher wie ein dunkles Grau.Die R¨¹ckseite besteht aus Kunststoff in Lederoptik, ... (Bild: Fabian Hamacher/Golem.de) Die R¨¹ckseite besteht aus Kunststoff in Lederoptik, ... (Bild: Fabian Hamacher/Golem.de)

F¨¹r viele Galaxy-Geräte bietet Samsung diverse Farbmodi, die Dynamisch, Video und Standard heißen. Beim Videomodus sind die Farben zwar blasser, wirken aber nat¨¹rlich. Dynamisch stärkt die Sättigung deutlich; der Standardmodus liegt zwischen den beiden und gefällt uns am besten.


Samsungs Digitizer nutzt die passive Technik von Wacom. Das Panel liefert die Energie, sofern der Stift nah genug gehalten wird, und braucht dadurch keine eigene Stromversorgung. Er bietet 1.024 Druckstufen, welche in Samsungs S-Pen-Anwendungen kaum auffallen. Erst beim Zeichnen mit dem vorinstallierten Sketchbook konnten wir mit den verschiedenen Druckstufen arbeiten.In der von uns getesteten LTE-Variante ist der Snapdragon 800 von Qualcomm verbaut, der auch in Googles Nexus 5 oder Nokias Lumia 1520 verbaut ist. Die vier Kerne takten mit bis zu 2,3 GHz und liefern im Alltag ausreichend Leistung. Das spiegeln auch die Benchmark-Ergebnisse wider: Im Geekbench 3 erreicht das Tablet im Single-Core-Benchmark 921 Punkte und im Multi-Core-Benchmark 2.804 Punkte. Beim 3DMark Icestorme Ultimate erzielte es 14.610 Punkte im Graphics-Score und 8.092 Punkte im Physics-Score.Der Octa-Core-SoC Exynos 5420 aus eigener Entwicklung ist in der Nur-WLAN-Variante des Galaxy Note Pro 12.2 verbaut.


Das Tablet verf¨¹gt ¨¹ber 3 GByte Arbeitsspeicher und besitzt je nach Ausstattung einen 32 oder 64 GByte großen Flash-Speicher. Bei unserem Testgerät mit 32 GByte internem Speicher sind 6 GByte f¨¹r das Betriebssystem reserviert. In den Einstellungen erscheint nur der Flash-Speicher, in den auch Apps installiert werden. Ein Micro-SD-Kartenschacht ist vorhanden und auch App2SD wird unterst¨¹tzt, so dass Applikationen auch auf eine Micro-SD-Karte ausgelagert werden können.WLAN unterst¨¹tzt das Tablet nach 802.11 a/b/g/n/ac, also auf den beiden Frequenzbändern 2,4 und 5 GHz. GPS mit Glonass-Unterst¨¹tzung und Bluetooth in der Version 4.0 sind auch verbaut. Im Galaxy-Note-Tablet ist ein WWAN-Modem mit Micro-SIM-Kartenschacht verbaut. Das Tablet unterst¨¹tzt dadurch laut Samsung Quadband-GSM, UMTS auf den Frequenzen 850, 900, 1.800, 1.900 und 2.100 MHz sowie die LTE-Frequenzen 800, 850, 900, 1.800, 2.100 und 2.600 MHz.


Akku Dell 0R160

Die Android-Kamera misst 113 x 63,5 x 27,5 mm und wiegt 216 Gramm. Gespeichert wird auf MicroSD-Karten. Die Kamera bietet 4 GByte internen Speicher und ist mit 1 GByte RAM ausger¨¹stet. Sie arbeitet mit einem Cortex-A9-Prozessor.Neben Bildern lassen sich auch Videos mit 1080p und 30 Bildern pro Sekunde mit optischem Zoom und Stereoton aufnehmen. Serienaufnahmen sollen mit einer Geschwindigkeit von bis zu 8,1 Bildern pro Sekunde möglich sein.Die Profibastler von iFixit haben sich Samsungs Smartwatch Gear 2 vorgenommen und sie auf ihre Reparaturfreundlichkeit gepr¨¹ft. Besonders positiv: Die Uhr kann leicht auseinandergenommen und gewartet werden.Die Bastler von iFixit waren nach eigener Aussage ¨¹berrascht, wie leicht sich die Smartwatch Samsung Gear 2 öffnen lässt. Wenn etwas daran kaputtgeht, lässt es sich ohne Probleme austauschen. Das fängt bei den alltäglichen Problemen, die mit einer Uhr zusammenhängen, an. Die Armbänder können gewechselt werden und beinhalten keine Technik mehr. Beim Vorgängermodell war darin noch die Kamera befestigt, die sich nun im Gehäuse befindet.


Die Uhr selbst kann mit einem herkömmlichen Torx-Schraubendreher geöffnet werden. Danach muss der Bodendeckel mit sanfter Gewalt entfernt werden. Verklebt wurde er nicht. Das macht den 300-mAh-Akku möglich, der leicht gewechselt werden kann, falls er zu alt geworden ist. Eine Akkuladung soll die Smartwatch bei normaler Nutzung etwa 2 bis 3 Tage mit Strom versorgen können. Der Lithium-Ionen-Akku ist nicht eingelötet, sondern gesteckt.Die Dichtungen rund um den Boden und die Schraublöcher sollen daf¨¹r sorgen, dass die Uhr ungefähr 30 Minuten in einem Meter Wassertiefe verharren kann, ohne dass sie beschädigt wird. Die Versiegelung soll auch gegen Staub und Dreck helfen. Der Prozessor der Gear 2 wurde von Samsung zu einer Version mit zwei Rechenkernen und 1 Gigahertz Taktfrequenz aufger¨¹stet. Im Vorgänger Galaxy Gear hatte Samsung einen Einkernprozessor verbaut, der mit 800 MHz getaktet ist.Das LCD samt Touchscreen ist mit dem winzigen Motherboard der Uhr ¨¹ber ein einzelnes Kabel verbunden, das auch noch daf¨¹r sorgt, dass die Platine an der richtigen Stelle bleibt und nicht verrutscht.


Samsung stattet seine neuen Smartwatches nicht mit Android aus. Stattdessen werden sie mit dem freien Betriebssystem Tizen laufen, das auf Linux basiert. Die Uhr kann wie ihr Vorgängermodell Samsung Galaxy Gear ¨¹ber eingegangene E-Mails und Kurznachrichten informieren. Außerdem ist sie mit Sensoren f¨¹r Fitnessfunktionen versehen. Die Auflösung des Displays beträgt 320 x 320 Pixel bei einer Displaygröße von 1,63 Zoll.Lange Akkulaufzeit und ein recht niedriger Preis sind die Hauptmerkmale des neuen Einsteiger-Handys Nokia 225. Es ist mit Nokias Xpress Browser ausgestattet, aber WLAN hat die Neuvorstellung nicht.Technische Rafinessen hat das Nokia 225 als Einsteigergerät nicht zu bieten. Denn Nokia will damit Kunden bedienen, die kein Interesse an Smartphones haben. Es gibt das klassische Handy-Design mit einem Display ohne Touch-Eingabe-Möglichkeit, darunter befindet sich eine Zahlentastatur zur Eingabe von Daten. Zwischen Display und Tastatur befindet sich eine 5-Wege-Navigationstaste, um die Men¨¹- und Telefonieverwaltungsknöpfe angeordnet sind. Die Tasten sollen vor dem Eindringen von Staub und Wasser gesch¨¹tzt sein.
Das Display hat eine Bilddiagonale von 2,8 Zoll und eine Auflösung von 320 x 240 Pixeln. F¨¹r Schnappsch¨¹sse ist eine 2-Megapixel-Kamera eingebaut. Zum Ablegen von Daten hat das Handy einen Steckplatz f¨¹r Micro-SD-Karten, die bis zu 32 GByte fassen d¨¹rfen.


Mobilfunktechnisch unterst¨¹tzt das Handy nur maximal EDGE-Geschwindigkeit, kein UMTS oder HSDPA. Es gibt nicht einmal Quad-Band-GSM-Technik, sondern lediglich Dual-Band-Technik auf den Frequenzen 900 sowie 1.800 MHz. WLAN ist nicht eingebaut, es gibt nur Bluetooth 3.0. Das Handy hat zwar Nokias Xpress Browser, aber mit maximal EDGE-Geschwindigkeit d¨¹rfte es trotz Komprimierung des Datenstroms wenig Freude machen, damit zu surfen.
Das Handy läuft mit der Nokia-eigenen Software Series 30+, und neben dem Xpress Browser gibt es die Möglichkeit, direkt Twitter und Facebook zu nutzen. Zudem gibt es ein UKW-Radio und einen Musik-Player, um das Handy als mobiles Abspielgerät zu verwenden.Bei Maßen von 124 x 55,5 x 10,4 mm wiegt das Handy 100,59 Gramm. Es hat einen 1.200-mAh-Akku und soll damit eine Bereitschaftszeit von bis zu 36 Tagen bieten. Die Gesprächszeit mit einer Akkuladung wird von Nokia mit bis zu 21 Stunden angegeben.Ein Dresdner Unternehmen hat einen Generator mit kleinen Brennstoffzellen entwickelt, der mit Feuerzeuggas betrieben wird. Das Taschenkraftwerk liefert Strom, um den Akku von Mobilgeräten zu laden.



Der Akku des Smartphones oder des MP3-Players oder des Tablets ist oft gerade dann leer, wenn das Gerät gebraucht wird. Und wie es der Zufall will, ist keine Steckdose in Reichweite. Ein mobiles Kraftwerk hilft dann weiter. Eines mit Solarzellen zum Beispiel. Oder mit Brennstoffzellen.
E-Zell 1 heißt der mit Minibrennstoffzellen betriebene Generator, den Ezelleron entwickelt, hat. Das Gerät ist etwas größer als eine Zigarettenschachtel und enthält drei Brennstoffzellen. Die liefern 5 Volt und 2 Watt. Das reiche aus, um ein Smartphone in etwa drei Stunden zu laden, sagt Sascha K¨¹hn, Entwickler der Minibrennstoffzelle und Chef des Dresdner Unternehmens, im Gespräch mit Golem.de.Betrieben wird das Taschenkraftwerk mit Feuerzeuggas, also Propan oder Butan. In den Gastank passen 40 Gramm Feuerzeuggas. Eine F¨¹llung liefert 56 Wattstunden. "Das sind zehn volle Smartphone-Ladungen", sagt K¨¹hn. Ist der Tank leer, wird er wie ein Feuerzeug wieder aufgef¨¹llt. Es soll später sogar einen Adapter geben, um Gas aus einem Feuerzeug zu zapfen.Den Strom erzeugen drei Brennstoffzellen, etwa 5 Zentimeter lange Keramikröhrchen mit einem Durchmesser von 3 Millimetern. Je nach Aufbau liefert eine solche Zelle bis zu 2 Watt. Die drei Röhrchen sitzen zusammen mit der Regelung des Gasstroms in einer sogenannten Hotbox. In dem Gehäuse befinden sich außerdem ein Gastank, die Steuerelektronik, ein kleiner Akku sowie ein L¨¹fter. Der Akku dient als Zwischenspeicher, damit der Nutzer sofort Strom hat, wenn er sein Smartphone anschließt. Die Brennstoffzelle selbst braucht einen Moment, bis sie anläuft.


Das Gas wird in der Hotbox gez¨¹ndet. Ein Teil verbrennt und heizt die Zelle auf die notwendige Betriebstemperatur. Ein Teil wird aber auch zerlegt, wobei Wasserstoff frei wird, der als Treibstoff f¨¹r die Brennstoffzelle dient.Seit Anfang dieser Woche könne E-Zell 1 bestellt werden, vorerst aber nur von Mobilfunkanbietern und Smartphone-Herstellern, sagt K¨¹hne. Es werde zunächst eine Kleinserie von 100.000 St¨¹ck geben, die ab Januar 2015 produziert und im Juli ausgeliefert werden. E-Zell 1 wird zuerst in Asien auf den Markt kommen. Dort gebe es viele Smartphone-Nutzer, es fehle aber oft die Infrastruktur, um die Geräte laden zu können, sagt K¨¹hn.Die ersten Exemplare des Kleinkraftwerks sind noch teuer: Sie werden rund 650 Euro kosten. Wird das Gerät später in Großserie produziert, soll der Preis auf unter 150 Euro sinken.In einem Youtube-Video eines israelischen Unternehmens wird das Aufladen eines Galaxy S3 in nur 30 Sekunden gezeigt. Dahinter soll eine neue Akkutechnik stecken, daf¨¹r gibt es jedoch keinen Beleg. Vielmehr wirft das Video viele unbeantwortete Fragen auf.Das Unternehmen Store Dot, das eine Ausgr¨¹ndung der Universität von Tel Aviv sein soll, macht derzeit von sich reden. Grund ist ein Youtube-Video, das in nur einem Tag ¨¹ber 1,3 Millionen Mal angesehen wurde. Darin wird gezeigt, wie ein Samsung Galaxy S3 in nur 30 Sekunden von einem Akkustand von 27 Prozent auf 100 Prozent gebracht wird.


Zuerst wies darauf das Blog des Wall Street Journals hin, dem Bericht zufolge wurde die neue Technik, die als "Ladegerät" bezeichnet wird, auf der Microsoft-Konferenz "Think Next" in Tel Aviv gezeigt. Das Journal schreibt von einem S4, tatsächlich scheint es sich aber um ein S3 zu handeln, wie an der offenen R¨¹ckseite erkennbar ist.Dabei ist allerdings keinesfalls klar, ob es sich bei dem gezeigten Gerät, das auf der R¨¹ckseite des S3 angebracht ist, nur um ein Ladegerät oder um einen vollständigen Akku handelt. Der Klotz am S3 ist mehrere Zentimeter dick und weist, wie in einer Szene zu sehen ist, typische Anschl¨¹sse f¨¹r Laborstecker auf. Das Ein- und Ausstecken der Kontakte wird auch im Video gezeigt, welcher Strom dabei fließt, verrät Store Dot nicht.
Daher ist es auch möglich, dass es sich bei dem Prototyp nur um einen Akku mit herkömmlicher Technologie handelt, der mit sehr hohen Stromstärken geladen wird. Solche Schnellladungen sind beispielsweise von Elektrowerkzeugen bekannt, bei denen Nickel-Cadmium-Akkus mit der zigfachen Kapazität eines Smartphone-Akkus in wenigen Minuten voll aufgeladen werden können. Einen Beleg daf¨¹r, dass es sich bei dem Store-Dot-Gerät um ein Ladegerät f¨¹r den internen Akku des S3 handelt, gibt es nicht.Ebenso ist es nicht unwahrscheinlich, dass hinter der Demonstration tatsächlich eine neue Akkutechnik steckt. Dies geht aus einer fr¨¹heren Meldung von EETimes hervor, in der neue Elektrolyte auf Basis von Peptiden beschrieben werden. Diese Materialien entwickelt Store Dot angeblich, um mit quantenmechanischen Effekten kurze Ladezeiten zu erreichen.


Damit scheint es sich um einen neuen Typ von Akku zu handeln, der auch neue Ladegeräte erfordert. Ob sich die Technik auch zur Serienanwendung in flachen Akkus eignet, wird sich erst in einigen Jahren zeigen. Dem Wall Street Journal zufolge ist mit der Marktreife fr¨¹hestens im Jahr 2016 zu rechnen.Das Team von Paranoid Android hat eine vierte Version seines auf Android 4.4.2 basierenden ROM präsentiert, die einige Detailverbesserungen bringt. So kann die Telefon-App jetzt auch nach Personen und Unternehmen suchen, im Sperrbildschirm können die Neustartoptionen eingeschränkt werden.Von dem alternativen Android-ROM Paranoid Android 4.2 ist eine vierte Betaversion erschienen. Dies haben die Programmierer ¨¹ber Google+ mitgeteilt. Die Änderungen fallen verglichen mit vorigen Betaversionen eher gering aus, was ein Hinweis auf die Stabilität sein könnte, die mittlerweile erreicht wurde.So beinhaltet die Beta 4 als Sicherheitsmerkmal ein eingeschränktes Neustartmen¨¹ im Sperrbildschirm, zudem wurde ein Problem mit der Helligkeit beseitigt. Die Telefon-App kann jetzt wie die des Nexus 5 nach den Kontaktdaten von Personen und Unternehmen suchen. Laut einem Kommentar unterhalb des Beitrags bei Google+ funktioniert die Personensuche aber momentan nur in den USA und Kanada.In den vorigen Betaversionen wurden unter anderem die Quick Settings erweitert und die Downloadbenachrichtigungen verbessert. Hier wurde in der aktuellen Beta nochmals die Geschwindigkeit erhöht.


Bereits im März 2014 hatten die Macher das neue Benachrichtigungssystem Peek vorgestellt. Peek zeigt neue Nachrichten und Informationen an, ohne das Smartphone aus dem Schlafzustand aufwecken zu m¨¹ssen. Daf¨¹r werden Daten der Sensoren verarbeitet, die erkennen, wenn das Smartphone beispielsweise angehoben wird. Dann zeigt das Gerät kurz in der Mitte des Displays die Benachrichtigungen an, ohne viel Strom zu verbrauchen.Die Sensoren sollen dabei intelligent arbeiten: Liegt das Smartphone auf einem Tisch, wird der Annäherungssensor abgeschaltet; wird es in der Hosentasche transportiert, arbeitet das Gyroskop nicht. So sollen fehlerhafte Aktivierungen vermieden und der Akku geschont werden.Die vierte Beta von Paranoid Android 4.2 kann auf der Downloadseite von PA heruntergeladen werden. Ein vollständiges Changelog ist noch nicht verf¨¹gbar. Zu den unterst¨¹tzten Geräten zählen momentan nur Nexus-Smartphones und -Tablets einschließlich des Galaxy Nexus.



Logitech hat mit dem K830 eine Tastatur samt integriertem Trackpad vorgestellt, die im Wohnzimmer zur Bedienung des Heimkinorechners gedacht ist. Ihre Tastenbeschriftung leuchtet auf, wenn die Umgebung abgedunkelt wird.Die Logitech-Tastatur K830 eignet sich vornehmlich zum Einsatz im Wohnzimmer. Der Anwender kann ohne separate Maus einen Rechner aus der Ferne per Funk steuern, Texte eingeben und mit dem Trackpad navigieren. Die Reichweite des 2,4-GHz-Senders beträgt laut Logitech ungefähr 10 Meter - genug, um in den meisten Wohnzimmern den Heimkino-PC zu erreichen. Ein kleines USB-Dongle, das kaum aus dem Port herausreicht, liegt dem Paket bei. Es handelt sich um den bekannten Unifying-Empfänger, mit dem neben der Tastatur auch weitere Logitech-Geräte wie etwa eine schnurlose Maus verbunden werden können.
Die Beleuchtung der Buchstaben wird beim Tippen automatisch eingeschaltet, wenn es im Raum dunkel ist, damit die Tasten ausgemacht werden können. Nach 5 Sekunden ohne Benutzung wird das Licht wieder abgeschaltet, um Strom zu sparen und den Anwender nicht abzulenken, wenn er beispielsweise einen Film anschaut.


Das Trackpad auf der rechten Seite und die beiden großen Taster, die als Maustastenersatz fungieren, bleiben allerdings dunkel. Daf¨¹r gibt es eine Reihe von beleuchteten Tasten zur Mediensteuerung. Prominent ¨¹ber dem Touchpad befinden sich die Bedienknöpfe f¨¹r die Lautstärkeregelung.Der Akku soll rund 10 Tage pro Ladung ausreichen, wenn im Schnitt 2 Stunden auf der Tastatur getippt wird. Aufgeladen wird er ¨¹ber Micro-USB, was nach Angaben von Logitech ungefähr 3 Stunden dauert.Die Logitech K830 misst 367 x 125 x 16,5 mm und wiegt etwa 495 Gramm. Das Trackpad ist 80 x 52 mm groß. Logitech verkauft die K830 f¨¹r rund 100 Euro.Mit dem Einsteiger-Smartphone L35 visiert LG besonders Umsteiger von Featurephones an: Das Gerät mit 3,2-Zoll-Display und Dual-Core-Prozessor von Qualcomm wird mit der aktuellen Android-Version 4.4.2 und auswählbarer Handy-ähnlicher Oberfläche ausgeliefert - und kostet nur 80 Euro.LGs Android-Smartphone L35 soll in Deutschland f¨¹r 80 Euro auf den Markt kommen. Damit gehört das Smartphone zu einem der g¨¹nstigsten Android-Geräte auf dem Markt. Gedacht ist es sowohl f¨¹r Einsteiger als auch f¨¹r Umsteiger, die zum ersten Mal ein Smartphone nutzen. Das Smartphone wird mit Android 4.4.2 alias Kitkat ausgeliefert und d¨¹rfte damit momentan das g¨¹nstigste Smartphone mit der aktuellen Android-Version in Deutschland sein.
Das Smartphone hat neben der normalen LG-Benutzeroberfläche einen vereinfachten Launcher mit dem Namen Easy Home. Dieser sieht wie eine klassische Handy-Tastatur aus und wird durch ein Wetter-Widget sowie Zugriffe auf den Wecker und den Browser ergänzt. Apps können auf weiteren Startbildschirmen neben dieser Oberfläche abgelegt werden.


Akku Apple MacBook Pro 13inch MB991ZP/A

Davon träumt so mancher Autofahrer: ein Auto, das mehr Energie erzeugt, als es verbraucht. Das Solar Team Eindhoven hat ein solches Auto gebaut. Es erzeugt ¨¹ber das Jahr gerechnet deutlich mehr Energie, als es selbst zum Fahren benötigt.
Zugegeben: Stella sieht nicht so elegant aus wie andere Elektroautos, etwa das Tesla Model S. Das Dach des 4,5 Meter langen und 1,5 Meter breiten Autos ist komplett mit Solarzellen ausgelegt, die den Strom f¨¹r den Antrieb liefern.Das Auto verf¨¹gt zudem ¨¹ber einen Akku mit einer Kapazität von 15 Kilowattstunden, der von den Solarzellen geladen wird. Das Auto habe zudem einen Stecker und könne an einer beliebigen Ladestation geladen werden, erzählt Teammanager Lex Hoefsloot im Gespräch mit Golem.de.Solarzellen und Akku zusammen ermöglichen eine Reichweite, die nicht einmal ein Tesla erreicht: Mit dem Akku allein kommt das Auto etwa 400 bis 500 Kilometer weit - das Model S mit dem großen Akku schafft etwa 500 Kilometer. Durch die Solarzellen verlängere sich die Fahrtstrecke auf etwa 800 Kilometer, sagt Hoefsloot.Der Akku sei auch notwendig, um höhere Geschwindigkeiten zu erreichen, erklärt er. Die Leistung der Solarzellen alleine reiche aus, um etwa 60 bis 70 Kilometer pro Stunde schnell zu fahren. F¨¹r höhere Geschwindigkeiten kommt der Akku als Energielieferant hinzu. Dann schafft Stella eine Höchstgeschwindigkeit von 135 Kilometern pro Stunde.


Ein Grund f¨¹r die Energieeffizienz von Stella ist das geringe Gewicht. Trotz seiner Größe bringt das Auto dank Leichtbaumaterialien wie Aluminium und kohlenstofffaserverstärktem Kunststoff gerade mal 380 Kilogramm auf die Waage. Wir sagen immer, das Gewicht unseres Autos ist geringer als das eines Akkupacks von Tesla, scherzt Hoefsloot.Eine weitere Besonderheit: Stella ist das erste Solarauto f¨¹r vier Personen, also das erste Familienauto, das mit Solarenergie fährt, sagt Hoefsloot. Die Leute haben immer gedacht, es sei nur möglich, einen Einsitzer zu bauen, der mit Solarenergie betrieben wird.Das Team von der Universität Eindhoven hat mit dem Auto, das ¨¹brigens eine normale Straßenzulassung hat, 2013 an der World Solar Challenge teilgenommen, einem 3.000 Kilometer langen Rennen f¨¹r Solarautos durch Australien. Und das erfolgreich: Die Niederländer siegten in ihrer Klasse.Stella hat zwar eine Straßenzulassung: Wir können auf jeder Straße in Europa fahren, sagt Hoefsloot. Das Auto ist aber noch ein handgefertigter Prototyp. Wir haben viele Pläne, das Auto weiterzuentwickeln, so dass es alltagstauglicher wird und reif f¨¹r die Massenfertigung. Das Solarauto Stella ist derzeit auf der Hannover Messe (Halle 3, Stand F2) zu sehen.


Google hat ein erstes Module Developers Kit (MDK) f¨¹r Project Ara veröffentlicht. Damit können Entwickler erste Bauteile f¨¹r das modulare Smartphone entwickeln. Vorerst sind nur Prototypen möglich, aber das MDK zeigt, in welche Richtung es mit Project Ara gehen kann.Google schreitet bei der Entwicklung von Project Ara voran und hat eine erste Vorabversion des Module Developers Kits (MDK) veröffentlicht. Die erste Fassung trägt die Versionsnummer 0.1, sie eignet sich ausschließlich zur Entwicklung von Prototypmodulen. Erst wenn das MDK die Versionsnummer 1.0 erreicht hat, lassen sich Module entwickeln, die dann auch verkauft werden können. Das fertige MDK ist f¨¹r Ende 2014 geplant.
Mit Project Ara will Google zusammen mit Phonebloks ein modulares Smartphone entwickeln. Die Basis des Smartphones ist ein Rahmen namens Endoskelett, in das sich Module einstecken lassen. Der Nutzer kann die Module frei wählen und so je nach Bedarf die passenden verwenden. Wer etwa weiß, dass er gerade eine längere Akkulaufzeit benötigt, kann ein Modul ausbauen und einen zusätzlichen Akku einschieben.
Das MDK bestätigt nochmals, dass es drei Rahmengrößen geben wird. Generell werden die Endoskeletts nur von Google kommen. Drittanbieter können also nur Module anbieten, aber keine eigenen Basiseinheiten. Die meisten Module passen in das große Endoskelett, wobei die genaue Anzahl der Module noch nicht festgelegt ist. So wären auch verschiedene Endoskelette in einer Größe denkbar, in die sich unterschiedlich viele Module einstecken lassen.



Das MDK bietet Informationen und Beispielzeichnungen zu möglichen Modulen, um den Entwicklern die Arbeit damit zu erleichtern. So gibt es bereits Prototypen f¨¹r WLAN, Akku, USB-Ladefunktion, Lautsprecher und Ähnliches. Sowohl die Modulgehäuse als auch die Schaltkreise können mit einem 3D-Drucker produziert werden. Auf den Ara-Smartphones läuft prinzipiell Android und laut MDK unterscheiden sich Ara-Apps nur unwesentlich von regulären Android-Apps.Wenn es voraussichtlich im kommenden Jahr erste Ara-Smartphones zu kaufen gibt, will Google einen Onlineshop anbieten, in dem Nutzer auch Module f¨¹r das Smartphone kaufen können. Google geht derzeit davon aus, dass im ersten Quartal 2015 erste Ara-Smartphones verkauft werden könnten. Der Termin ist aber noch nicht fest und könnte sich noch nach hinten verschieben.Samsungs Galaxy S5 erreicht in der Reparaturskala der iFixit-Reparaturprofis mehr Punkte als das HTC One (M8). F¨¹r den austauschbaren Akku des S5 gibt es Pluspunkte, f¨¹r alle weiteren Schritte muss aber das Display entfernt werden.Die Reparaturprofis von iFixit haben Samsungs neues Galaxy S5 auseinandergenommen und kommen zu dem Fazit, dass das Smartphone nur mäßig gut zu reparieren ist. Insbesondere das verklebte Display erschwert die Arbeit. Wie schon beim Galaxy S4 ist der Akku leicht zu wechseln, da der Nutzer einzig die vernaste R¨¹ckschale abnehmen muss.


F¨¹r alle weiteren Schritte ist anders als bei fr¨¹heren S-Modellen die Demontage des Displays zwingend erforderlich. Dieses ist zudem durch eine kleine Platine mit dem Zwischenrahmen verbunden. Auf dieser sitzt der Synaptics S5100A, der Touchscreen-Controller.
Unterhalb des Displays befinden sich ein äußerer und ein innerer verschraubter Zwischenrahmen aus Kunststoff. Sind beide voneinander getrennt, lässt sich der Homebutton samt Anschlusskabel lösen, auf dessen R¨¹ckseite der Fingerabdrucksensor ist. Der innere Teil des Galaxy S5 enthält das Mainboard mit allen relevanten Komponenten, die meisten Chips stammen von QualcommDie oben angebrachte Frontkamera löst mit 2 Megapixeln auf, die r¨¹ckwärtige mit 16 Megapixeln. Auf der eigentlichen Hauptplatine befinden sich 2 GByte Speicher von Elpida, darunter - so vermutet iFixit - das MSM8974AC SoC (ein Qualcomm Snapdragon 801). Der eMMC-Festspeicher vom Typ Samsung KLMAG2GEAC fasst 16 GByte. Auf der R¨¹ckseite der Platine hat Samsung den Beschleunigungssensor und das Gyroskop verlötet.Das Display zu entfernen, ist zwar durchaus möglich, jedoch immer mit einem höheren Risiko verbunden, als wenn die anderen Bauteile von der R¨¹ckseite des Smartphones aus erreichbar sind. Daher vergibt iFixit 5 von möglichen 10 Punkten. Das HTC One (M8) erhielt nur 2 Punkte, da es schwer zu öffnen ist und der Akku unter der Hautplatine sitzt.


Nokia selbst hat bislang kein Interesse, das Android-Smartphone Nokia X in Deutschland zu verkaufen, da springen einige Online-Händler ein und haben mit dem Verkauf begonnen. Allerdings ist der Preis f¨¹r Nokias Android-Smartphone dadurch hierzulande höher als der Listenpreis des Herstellers.Mehrere Online-Händler in Deutschland haben diese Woche mit dem Verkauf des Nokia X begonnen. Nokia stellte die X-Modellreihe mit preisg¨¹nstigen Android-Smartphones Ende Februar 2014 auf dem Mobile World Congress in Barcelona erstmals vor. Das Unternehmen hat sich noch nicht dazu geäußert, wann die X-Modellreihe in Deutschland offiziell angeboten wird, obwohl die Nachfrage nach preisg¨¹nstigen Android-Smartphones hoch ist.
Weil es vom Hersteller keine reguläre Markteinf¨¹hrung gibt, liegt das jetzt im Online-Handel verf¨¹gbare Nokia X preislich oberhalb des Listenpreises: Nokia selbst hatte einen Listenpreis von rund 110 Euro genannt, im Onlinehandel kostet es mindestens um die 125 Euro. Das mit mehr Speicher versehene Nokia X+ gibt es bislang nicht in Deutschland - Nokia hatte daf¨¹r einen Listenpreis von 120 Euro genannt. F¨¹r das mit einem größeren Display und einer besseren Kamera best¨¹ckte Nokia XL war ein Preis von 130 Euro anvisiert.


Mit der X-Modellreihe will Nokia vor allem preisg¨¹nstige Smartphones anbieten können, die g¨¹nstiger angeboten werden als die Lumia-Geräte. Topgeräte sind in der X-Reihe definitiv nicht geplant, nicht einmal Mittelklassegeräte will Nokia mit Android anbieten.Allerdings hat die Konkurrenz bereits auf Nokias Vorstoß reagiert und unterbietet die von Nokia anvisierten Preise: LG will im Mai 2014 das L35 auf den Markt bringen. Dabei handelt es sich um ein Smartphone mit der aktuellen Android-Version 4.4.2 alias Kitkat f¨¹r 80 Euro. Das L35 liegt also 30 Euro unterhalb des Listenpreises von Nokias X.Das LG-Smartphone hat eine Android-Version mit den Google-Diensten, während auf dem Nokia X eine von Nokia angepasste Android-Version läuft, die noch auf dem veralteten Android 4.1.2 beruht. Statt der Google-Dienste wie Play Store und Google Maps gibt es entsprechende Dienste von Nokia respektive Microsoft. Der Android-App-Store heißt einfach nur Nokia Store, f¨¹r Navigationsfunktionen wird Here Maps von Nokia verwendet.Die Bedienoberfläche der Nokia-Geräte erinnert mit ihrem Kachelsystem an die Oberfläche von Windows Phone. Auf dem Startbildschirm lassen sich Apps in Form von Kacheln ablegen. Diese können in der Größe verändert werden und lassen sich beliebig umsortieren. Dabei werden auch Ordner unterst¨¹tzt, um die Apps zu organisieren. Mit einem Fingerwisch von oben in das Display erscheint der Android-typische Benachrichtigungsbereich.



Prinzipiell laufen auf den Nokia-X-Smartphones alle Android-Apps und es ist auch erlaubt, alternative App-Stores aufzuspielen. Auch die direkte Installation von APKs ist möglich, was etwa Amazon bei seinen Kindle-Tablets nicht erlaubt. Die aus der Android-Welt bekannten Widgets lassen sich ebenfalls integrieren.Das Nokia X hat einen 4 Zoll großen IPS-Touchscreen mit einer Auflösung von 800 x 480 Pixeln. Das ist f¨¹r ein Einsteigergerät eine gute Leistung. Das Smartphone hat eine 3-Megapixel-Kamera mit Fixfokus-Technik, so dass sie vor allem f¨¹r Schnappsch¨¹sse geeignet ist. Eine Frontkamera gibt es nicht.Der Ein-Aus-Schalter befindet sich zusammen mit der typischen Lautstärkewippe auf der rechten Gehäuseseite. Ein separater Kameraknopf wie bei den Lumia-Modellen ist nicht vorhanden. Das Nokia X hat 512 MByte Arbeitsspeicher, 4 GByte Flash-Speicher und einen Steckplatz f¨¹r Micro-SD-Karten, die bis zu 32 GByte groß sein d¨¹rfen.Das Nokia X funkt in den beiden UMTS-Frequenzen 900 sowie 2.100 MHz und deckt Quad-Band-GSM ab. Die neuen Nokia-X-Modelle sind allesamt Dual-SIM-fähig, können also mit zwei SIM-Karten betrieben werden. Außerdem sind Single-Band-WLAN b/g/n und Bluetooth 3.0 vorhanden.


Als Prozessor kommt Qualcomms Dual-Core-Modell Snapdragon S4 mit einer Taktrate von 1 GHz zum Einsatz. Das Gehäuse misst 115,5 x 63 x 10,4 mm und wiegt 129 Gramm. Mit einer Akkuladung wird eine Bereitschaftszeit von 22 bis 28 Tagen versprochen. Die Gesprächszeit soll 10,5 bis 13 Stunden betragen, bevor der Akku wieder aufgeladen werden muss. Nikon hat mit der Coolpix S810c eine Kompaktkamera mit WLAN und Android 4.2.2 vorgestellt, die mit einem 3,7 Zoll großen Touchscreen und einem Zoom mit einer KB-Brennweite von bis zu 300 mm ausger¨¹stet ist. Dennoch ist das Gehäuse vergleichsweise flach.Die Coolpix 810C ist schon die zweite Kamera von Nikon, die mit Android ausgestattet ist. Mit der Coolpix S800C wagte Nikon im August 2012 den ersten Schritt. Nun ist nach langem Zögern der Nachfolger erschienen, der wiederum mit GPS und WLAN ausger¨¹stet ist. Ein Mobilfunkmodul fehlt weiterhin, so dass der Benutzer auf ein Smartphone angewiesen ist. Telefonieren lässt sich mit der Kamera dennoch mit Apps wie Skype.


Die Nikon Coolpix S810c sieht auf den ersten Blick aus wie eine gewöhnliche Kompaktkamera - bis sie eingeschaltet wird. Statt eines propritären Betriebssystems läuft auf der Kamera Android (Version 4.2.2, Jelly Bean). So lassen sich zum Beispiel Facebook- und Google-Plus-Apps auf dem Gerät nutzen, aber auch Dropbox und andere Cloudspeicher.Auch Bildbearbeitungs-Anwendungen lassen sich direkt auf der mit WLAN (802.11b/g/n) ausger¨¹steten Kompaktkamera installieren. Selbst E-Mails lassen sich abrufen und Nikon betont ausdr¨¹cklich, dass auch Spiele-Apps vom Google Play Store aus benutzt werden können.Wer lediglich fotografieren und filmen will, kann auf ein optisches 12fach-Zoom mit einer Brennweite von 25 bis 300 mm (KB) zur¨¹ckgreifen. Mit f/3,3 bzw. f/6,3 ist das Objektiv allerdings nicht sehr lichtstark. Der CMOS-Sensor im Format 1/2,3 Zoll erreicht eine Auflösung von 16 Megapixeln bei einer Empfindlichkeit von maximal ISO 3200.Der Akku soll f¨¹r 270 Aufnahmen reichen, bevor er wieder aufgeladen werden muss. Einen Spielfilm kann man damit aber nicht bis zum Ende ansehen. Bei der Filmwiedergabe ist nach 1 Stunde und 10 Minuten Schluss. Da empfiehlt sich der Kauf eines zweiten Akkus schon bei der Anschaffung der Kamera. Die Stromspeicher können ¨¹ber MicroUSB aufgeladen werden.


Akku Dell PT434

I'm going on an adventure, ruft Bilbo Beutlin, während er aus der runden T¨¹r und auf eine Karotte tritt, worauf er zu Gandalfs F¨¹ßen landet. In Peter Jacksons Verfilmung Der Hobbit rennt Schauspieler Martin Freeman zu diesem Ausspruch einfach nur durchs Auenland. Entwickler Traveller's Tales erzählt die Geschichte keineswegs falsch, im Gegenteil: Das britische Studio interpretiert die Filmszenen sowie Originalzitate schlicht ein klein wenig anders.
Untermalt von Howard Shores Oscar-prämierter Filmmusik beginnt die unerwartete Reise von Bilbo Beutlin schon im Hauptmen¨¹: Der Hobbit sitzt in seinem liebevoll nachgebauten Lego-Arbeitszimmer und berichtet Frodo ¨¹ber sein wohl größtes Abenteuer. Alleine die Geschichte der Zwerge, die den Berg Erebor und den Arkenstein zur¨¹ckerobern möchten, beschäftigt gute zehn Stunden - mit allen Nebenaufgaben locker dreimal so lange.Lego Der Hobbit umfasst derzeit nur die beiden ersten Filme, das Spiel zum dritten soll als - hoffentlich kostenloser - DLC nachgeliefert werden. Jegliche Stationen der Reise hat Traveller's Tales charmant in Klötzchengrafik nachgebaut: Das quiekfidele Auenland, das Tänzelnde Pony in Bree, die d¨¹stere Trollhöhle, die Elbenzuflucht Bruchtal, das Nebelgebirge, die Goblinstadt, den D¨¹sterwald mit seinen Spinnen und Elben, die finsteren Tiefen von Dol Guldur, Seestadt und schließlich das Königreich unter dem Berg.


Dort herrscht der Drache Smaug mit seinem tiefen Bass, im Original wunderbar gesprochen von Benedict Sherlock Cumberbatch. Auch die restlichen Figuren haben die Entwickler im Englischen wie im Deutschen mit den jeweiligen Schauspielern vertont: Zwerg Balin (Ken Stott) fasst zusammen, wie sein Volk von Smaug vertrieben und Thorin Eichenschilds Großvater im Kampf mit den Ork Azog (Manu Crixus Bennett) getötet wird, Saruman (Christopher Lee) gibt Tipps auf der Weltkarte und zwischen den Missionen einen ¨¹berblick.Ob der Zauberer von den Geschehnissen in Der Hobbit wusste, ist zwar fraglich, f¨¹r die Atmosphäre ist dies aber unbestreitbar ein dicker Pluspunkt.
Apropos dick: In Lego Der Hobbit haben alle Charaktere ihre Eigenarten und damit spielerische Vorteile. Bombur beispielsweise isst nicht nur ähnlich wie Rusty in Ocean's Eleven in jeder Szene etwas oder streitet sich in einem an Ice Age angelehnten Running Gag mit einem Vogel um seine Wurst, sondern dient auch als Trampolin.Das Spiel f¨¹hrt in St¨¹ckchen gehauene Lego-Objekte als Ressource ein, ein paar Fische später bettet sich der sichtlich aufgeblähte Bombur zum Nickerchen und die anderen h¨¹pfen auf seinen Bauch.


Welcher der 13 Zwerge ihm auf den Wanst steigen soll, ist allerdings nicht immer ersichtlich - vielleicht der mit der Steinschleuder, der mit dem Bogen oder der mit dem Enterhaken an der Kette? Oder doch Dwalin mit seinem Hammer, bei dem wir wenigstens wissen, wie er aussieht? Stehen alle Figuren auf einem Haufen, ploppt meist die Y-Taste ¨¹ber der aktiven auf und ein Mitstreiter beginnt zu h¨¹pfen - dann ist die Sache klar.Verteilt sich die Gruppe aber ¨¹ber ein größeres Areal, so hilft das zusätzliche Kreismen¨¹ nur wenig. Klar, nach einigen Stunden finden wir den richtigen Zwerg, Hobbit oder Zauberer f¨¹r den Job. Da die Sortierung sich aber ständig ändert (neuer Schauplatz - andere Charaktere), nimmt der Figurenwechsel jedoch leider oft unnötig Tempo aus dem Spiel.
Das gilt auch f¨¹r die Lego-Bauszenen: Während vielerorts die in Klötzchen zerhauenen Objekte herumzappeln und sich per simplem Knopfdruck zusammensetzen, sind andernorts Ressourcen notwendig. Haben wir nicht genug, reicht es, in der Umgebung ein paar B¨¹sche oder Steine zu zerlegen. In den Bausequenzen suchen wir unter Zeitdruck Steinchen heraus - das sieht zwar schick aus, nervt jedoch ein wenig.


Ein klein wenig Frust hat sich bei uns auch bei den zahlreichen Nebenmissionen eingestellt: Einmal absolviert, d¨¹rfen alle Charaktere diese Spielabschnitte und die Welt darum bereisen. Auf der Suche nach gut versteckten Bauplänen f¨¹r Mithril-Gegenstände, die beim Schmied aus Ressourcen gehämmert werden, besuchten wir eine Vielzahl von Gebieten und Höhlen.
Wer nur während der Hauptquest dort hineinmarschiert, kann viele Rätsel mangels verf¨¹gbaren Figuren nicht lösen. In einem Fall mussten wir den letzten Speicherpunkt neu laden, da wir in einer Mine festsaßen. Die Lösung: Die passende Nebenmission annehmen, erst dann ist der Abschnitt zu meistern.Was hingegen immer klappt, ist das Kumpel-Feature: Zwei Zwerge haken sich ein oder einer steigt auf die Schultern des anderen, dann stehen dick gepanzerte Trolle bald in rosa Unterhose da und dicke Wände bersten.


Noch launiger sind die sehr häufigen Zwischensequenzen: Da h¨¹pfen die Elfen wie die Gummibärenbande mit Pirouetten und Salti herum und wenn Tauriel den Zwerg Kili verliebt anschmachtet, steigen Legoherzchen auf - Fili wendet sich mit einem Facepalm ab. Während die Zwerge in den Fässern den Fluss hinabtreiben, versucht Bombur Fische zu fangen und wird von einem Hai verschluckt.Die durch Thorin abgeschlagene Hand von Azog f¨¹hrt ein sehr spezielles Eigenleben und rettet sich nur knapp davor, als Wargfutter zu enden. Der Oberork macht aus der Not eine Tugend, steckt sich eine Bratpfanne an den Armstumpf, setzt die Kochm¨¹tze auf und bewirtet seine Kumpane am nächtlichen Lagerfeuer.Gandalfs Zauberstab geht gelegentlich der Akku leer, nach ein bisschen Sch¨¹tteln strahlt er aber wieder. Das ist wichtig, denn in der Dunkelheit haben die Zwerge panische Angst und rennen dicht gedrängt und schreiend zur¨¹ck ins Licht - herrlich! Besonders kurios mutet Thranduil an: Der eitle Elbenkönig bewundert sich ständig in einem Handspiegel und wenn er aufsteht, setzt sich ein Elch auf seinen Thron.



Die Beleuchtung ist wichtiger Bestandteil der schicken Grafik, die Traveller's Tales mit einem Deferred Renderer unter Direct3D 9 umgesetzt hat. Daher gibt es leider nur eine Postprocessing-Kantenglättung, die zudem in den oft mit Tiefenunschärfe versehenen, weiter entfernten Bereichen versagt.Daf¨¹r stellte die 4K-Auflösung von 3.820 x 2.160 Pixeln weder f¨¹r Lego Der Hobbit noch f¨¹r unsere Radeon R9 290X ein Problem dar. In 720p läuft das Spiel auch auf Ultrabooks rund, wir empfehlen trotz der frei konfigurierbaren Tastatursteuerung ein Gamepad (der Xbox-360-Controller wird anstandslos unterst¨¹tzt).Lego Der Hobbit ist seit dem 11. April 2014 f¨¹r alle Last- und Current-Gen-Konsolen erhältlich. Neben der von uns getesteten PC-Version (bei Steam gekauft) gibt es zudem Umsetzungen f¨¹r den Nintendo 3DS und die Playstation Vita. Je nach Plattform kostet der Titel 25 bis 50 Euro.I am fire, I am death, knurrt Smaug, während er kurz vor dem Abspann auf Seestadt zufliegt und Bilbo fragt: What have we done? Nun, der britische Entwickler Traveller's Tales hat ein sehr unterhaltsames Spiel programmiert, das gut aussieht und klingt und mit seiner dichten Filmatmosphäre punktet. Die leicht chaotischen Kloppereien zwischen den häufigen Sequenzen sind seicht, die Bauszenen nerven gelegentlich.Schon die Hauptgeschichte fesselt viele Stunden, die Nebenaufgaben in Mittelerde machen Der Hobbit noch dazu so umfangreich wie Zwerg Bomburs Bauch nach einer anständigen Mahlzeit. Der eigentliche König unter dem Berg aber ist der tolle Slapstick-Humor des Spiels, der sich an Erwachsene richtet. Und die sind ja auch nur große Kinder.


In bestimmten Exemplaren des Convertibles Vaio Fit 11A sind fehlerhafte Akkus verbaut. Sony ruft die Geräte zur¨¹ck und rät Nutzern, sie auf keinen Fall weiter zu verwenden. Sonst könne sich der Akku ausdehnen und letztlich sogar explodieren.Besitzer des Convertible-Notebooks Vaio Fit 11A sollen ihren Computer bis zu einer Pr¨¹fung nicht weiter nutzen und das Netzteil nicht mehr anschließen, rät Hersteller Sony auf einer neuen R¨¹ckrufseite. In allen Modellvarianten des Fit 11A, die im Februar 2014 hergestellt wurden, kann ein fehlerhafter Akku verbaut sein. Ob das entsprechende Gerät betroffen ist, lässt sich dort durch Eingabe der Seriennummer feststellen. Sony gibt dabei die folgenden Modellnummern an, welche die unterschiedlichen Ausstattungsvarianten des Notebooks beschreiben:Der fest verbaute Akku kann sich ¨¹berhitzen, die möglichen Konsequenzen beschreibt Sony sehr drastisch: Als Folge kann es zu einer Explosion und einem Bersten des Computergehäuses kommen. Solch deutliche Worte sind bei den immer wieder vorkommenden Akkuproblemen mit mobilen Geräten recht selten, man sollte die Warnung vor einer Weiternutzung des Geräts also wohl durchaus sehr ernst nehmen.


Wie der offenbar unvermeidliche Austausch oder die Reparatur des Geräts genau abgewickelt wird, gibt Sony auf der R¨¹ckrufseite nicht an. Wenn man jedoch die Seriennummer eines betroffenen Notebooks und seine Kontaktdaten eingibt, will sich Sony innerhalb eines Werktages melden. Weitere Ausk¨¹nfte will das Unternehmen ¨¹ber seine Hotline geben, die von Montag bis Freitag 9-18 Uhr unter der deutschen Telefonnummer 030 58 58 12 345 zu erreichen ist. Warum fährt ein Druckkopf immer von links nach rechts, dachten sich einige Studenten, befreiten ihn aus seinem Druckergehäuse und setzten ihn kurzerhand auf einen Roboter. Der fährt nun auf Rädchen auf beliebig großen Papieren herum und bedruckt sie.Der puckförmige Tintenstrahldrucker Mini Mobile Robotic Printer fährt ¨¹ber das auf dem Tisch liegende Blatt und bedruckt es. Dadurch ist er sehr klein, doch an der Auflösung hapert es noch. Daf¨¹r kann das Papier beliebig groß sein, auf dem er druckt.
Der Mini Mobile Robotic Printer lässt sich im Vergleich zu einem normalen Tintenstrahldrucker problemlos transportieren. Tinte, Druckwerk, Akku, Motoren und die Räder, mit denen der Drucker ¨¹ber das Papier flitzt, sind in dem 300 Gramm schweren Gerät enthalten.



Der Drucker wird ¨¹ber Kickstarter finanziert, erreicht einen Durchmesser von 11,5 cm und ist 10 cm hoch. Mit einer Akkuladung soll er ungefähr 100 St¨¹ck Papier bedrucken können. Daf¨¹r braucht er im Gegensatz zu stationären Tintenstrahlern sehr lange. Er soll ungefähr 1,2 Seiten pro Minute bedrucken können. Eine Tintenkartusche soll f¨¹r etwa 100 Seiten bei der ¨¹blichen f¨¹nfprozentigen Deckung reichen.
Das größte Manko ist derzeit noch seine geringe Auflösung von 96 x 192 dpi, wobei seine Entwickler versprechen, dass das finale Produkt auf bessere Werte kommen wird. Das Gerät druckt aus Platzgr¨¹nden nur mit schwarzer Tinte.Der Mini Mobile Robotic Printer wird ¨¹ber Micro-USB wieder aufgeladen, kommuniziert mit dem Rechner oder mobilen Gerät ¨¹ber Bluetooth oder WLAN und soll innerhalb von 3 Stunden wieder aufgeladen sein. Unterst¨¹tzt werden iOS, Android, Windows, OS X und Linux.Auf Kickstarter hat der kleine Roboter sein Ziel noch nicht erreicht. Die Entwickler benötigen 400.000 US-Dollar, um die Massenproduktion zu beginnen. Davon sind nach einem Tag erst 162.000 US-Dollar an Zusagen eingegangen, was auch am Preis von 180 US-Dollar liegen kann, der f¨¹r einen Druckroboter mindestens verlangt wird.Stella ist ein besonderes Elektroauto: Es macht sich seinen Fahrstrom selbst, mit Solarzellen auf dem Dach. Das in den Niederlanden entwickelte Fahrzeug ist ein viersitziges Familienauto mit Straßenzulassung.


Accu Dell 451-10586

Het is vooralsnog onduidelijk hoe makkelijk verkrijgbaar de software is om op afstand in te checken. De SP denkt dat de hacks het einde vormen van de huidige ov-chipkaart. De hack van de huidige Mifare-chip in de ov-chipkaart is allesbehalve nieuw. Drie jaar geleden toonden twee Duitsers al een hack van de Mifare-chip.De onderzoekers, werkzaam aan de Simon Fraser-universiteit in Canada, baseerden hun werk op het feit dat oled-pixels elk hun eigen licht genereren, in tegenstelling tot de gangbare lcd's met een led- of ccfl-backlight. Johnson Chuang en zijn team stelden een kleurenschema samen dat de lichtopbrengst van een oledscherm kan minimaliseren, waardoor het energieverbruik omlaag gaat. Uiteraard was het doel om daarbij de perceptie van een afbeelding op het scherm zo goed mogelijk te handhaven.Zij profiteren met hun kleurenpalet van het feit dat verschillende kleuren bij hetzelfde energieverbruik een verschillende waargenomen helderheid hebben. Daaruit volgt dat twee verschillend gekleurde pixels met dezelfde helderheid niet hetzelfde energieverbruik hoeven te hebben. Door de gebruikte kleuren handig te kiezen, slaagden de onderzoekers erin beelden op een oled-display te tonen die 37 procent tot 41 procent minder energie vergden dan bij gebruik van de reguliere kleurruimte.Volgens Chuang zou het energiezuinige kleurenpalet vooral geschikt zijn om de accu van laptop of mobieltje te sparen. De beperkte kleurruimte is overigens niet geschikt voor continu gebruik, omdat niet alle beelden en kleuren goed herkenbaar blijven.


Intel heeft aan de vooravond van de Computex-beurs in Taiwan zijn strategie voor lichte en mobiele internetapparaten uit de doeken gedaan. Het bedrijf onderscheidt twee productcategorieën: netbooks en nettops.De grote lijnen van Intels koers voor zogeheten mid's waren al bekend, maar de chipbakker heeft nu de ontbrekende puzzelstukjes ingevuld. Netbooks zijn volgens het bedrijf 'compacte mobiele apparaten die kinderen, beginnende internetgebruikers en mensen die een extra pc willen, kunnen gebruiken voor eenvoudige computertaken, zoals het afspelen van muziek, e-mailen en surfen.' Ook zouden de apparaten simpele spelletjes moeten kunnen draaien en zou het voeren van voip-gesprekken mogelijk moeten zijn. Voor nettops zou hetzelfde gelden, behalve dat deze niet op mobiel maar op thuisgebruik gericht zijn.


Intel wil dat laptopfabrikanten voor netbooks de Atom N270 gaan gebruiken, terwijl de Atom N230 zijn weg naar nettops moet vinden. In feite zijn de twee Diamondville-cpu's identiek; het enige verschil is dat de N270 een tdp van 2W heeft terwijl de N230 4W verstookt. Zowel de N270 als de N230 hebben een kloksnelheid van 1,6GHz en beschikken over 512KB L2 cachegeheugen en beide modellen ondersteunen hyperthreading. Een van de verschillen van de N-modellen ten opzichte van de Z-lijn van Atom-cpu's is de grootte van de package: die meet bij de N-serie 22x22mm terwijl die bij de Z-varianten 13x14mm is.
Een netbook moet naast een N270-processor ook een scherm met een diameter tussen 7" en 10", ondersteuning voor de b- en g-varianten van 802.11-wifi, 256MB tot 512MB ram en een 2GB tot 4GB grote ssd krijgen. Netbooks krijgen verder een 945GSE Express-chipset, terwijl de nettops van een 945GC-chipset worden voorzien. Hoe Intel de nettop verder definieert is nog niet bekend; ook de specificaties van de twee chipsets zijn nog niet vrijgegeven. Duidelijk is wel dat Intel hoge verwachtingen heeft van de markt voor goedkope, energiezuinige systemen, een terrein waarop het moet strijden met Nvidia en VIA.


Legit Reviews heeft twee verschillende PC2700 geheugenmodules voor laptops, met een capaciteit van 512MB, getest. Beide modules komen niet alleen van twee verschillende fabrikanten af, ze verschillen ook nog eens in specificaties. De reep Kingston ValueRAM is namelijk bedoeld om de concurrentie aan te gaan met merkloos geheugen en is dan ook scherp geprijsd. Dit betekent echter wel dat de timing van het geheugen gewoon standaard is: 2,5-3-3-7. De reep van Corsair komt uit de XMS-serie, is een stuk duurder en biedt de mogelijkheid om een snellere geheugentiming te gebruiken: 2-3-2-6. Afgaande op de specificaties kan er worden verwacht dat de Corsair XMS het beste zal presteren.



De test van Legit Reviews toont echter aan dat er geen verschil te merken is in prestaties tussen beide modules, of er nu synthetische geheugenbenchmarks werden gedraaid, of dat de prestaties met spellen werd gemeten, er was geen verschil te merken en te meten. Verbaasd over de resultaten vroeg Legit Reviews aan Corsair waarom het niets merkte van enige verbetering in prestaties met de XMS-module. Corsair antwoordde hierop dat het verschil vooral zichtbaar wordt op laptops met een in de chipset geïntegreerde grafische processor. Legit Reviews vraagt zich dan ook af wat het nut van het XMS-geheugen is. Iemand die een notebook wil hebben met goede prestaties zal immers voor een notebook met een losse grafische processor kiezen. De conclusie is dan ook dat het geen zin heeft om duur, op prestaties gericht geheugen te kopen voor een laptop.HTC heeft op een eigen evenement in Londen de Titan aangekondigd, een toestel met Windows Phone Mango en een 4,7"-scherm met een resolutie van 800x480 pixels. Naast de Titan kondigde HTC ook de goedkopere smartphone Radar aan.


De Titan is de eerste HTC die draait op Windows Phone 7.5 Mango, de nieuwe versie van Microsofts mobiele besturingssysteem. Het scherm is met 4,7" een slag groter dan de HD7 van vorig jaar, die over een 4,3"-scherm beschikt. Vanwege de beperkingen die Microsoft oplegt, kan de resolutie niet hoger zijn dan 800x480 pixels. Windows Phone ondersteunt nog geen hogere resoluties dan dat.Het toestel draait op een Qualcomm MSM8255 met Adreno 205-gpu. De nieuwe processor en beeldprocessor moeten ervoor zorgen dat Windows Phone sneller draait dan op de hardware van vorig jaar. De kloksnelheid is opgeschroefd naar 1,5GHz, net als in HTC's Android-tablet Flyer. De Titan is bovendien uitgerust met een 8-megapixelcamera met 28mm groothoeklens en backlight illuminated sensor, een eigenschap die ook in veel andere smartphonecamera's te vinden is. De camera wordt bijgestaan door twee led-flitsers en kan video's opnemen met een maximale resolutie van 720p. De frontcamera heeft een resolutie van 1,3 megapixels. Het werkgeheugen heeft een grootte van 512MB, terwijl het opslaggeheugen 16GB is. De accu heeft een uithoudingsvermogen van 1600mAh. Het toestel is met 9,9mm dunner dan de toestellen die HTC afgelopen anderhalf jaar uitbracht. Het toestel meet 131x71mm en weegt 160 gram.


Naast de Titan kwam HTC ook met de Radar, een mid-range toestel dat ook met Windows Phone 7.5 is uitgerust. De Radar draait op dezelfde MSM8255-cpu, maar heeft een scherm van 'slechts' 3,8" en een kloksnelheid van 1GHz. Bovendien heeft de Radar slechts 8GB aan opslaggeheugen aan boord en is de 5-megapixelcamera uitgerust met een enkele led-flitser. HTC kondigde ook aan dat zijn videodienst Watch naar Windows Phone komt. Beide toestellen moeten 4 oktober in de winkels liggen. De Titan moet 599 euro kosten, terwijl de Radar een adviesprijs meekrijgt van 399 euro.Update 21:01: De specificaties op de site van HTC vermelden de mogelijkheid tot tethering op de Titan, het delen van de internetverbinding van de telefoon met een laptop. Tetheren was tot nog toe niet zonder hack mogelijk op Windows Phone 7. Het is onduidelijk of het een functie is die HTC heeft ingebouwd of dat Windows Phone 7.5 dat standaard ondersteunt. Ook de Radar ondersteunt tethering.AMD heeft zes apu's van de nieuwe Trinity-generatie voor desktops aangekondigd. De apu's worden op 32nm geproduceerd en moeten betere cpu- en vooral betere gpu-prestaties bieden dan de huidige Llano-apu's, bij een lager verbruik.


Trinity boxAMD introduceerde de Trinity-apu's voor laptops al eerder dit jaar, maar het wachten was op de desktopversies. Die zijn nu in aantocht, al vindt de daadwerkelijke introductie aanstaande maandag plaats. Het chipbedrijf heeft de specificaties van de nieuwe generatie al wel bekendgemaakt.De Trinity's volgen de Llano-apu's met typeaanduiding A4, A6 en A8, en de nieuwe A10 op, maar ze worden net als die chips nog op 32nm geproduceerd. De architectuur van de cpu-cores is echter flink op de schop genomen; de K10-cores van Llano hebben het veld moeten ruimen en AMD gebruikt nu Piledriver-cores, die opgebouwd zijn rond de verbeterde Bulldozer-architectuur. De nieuwe line-up bestaat uit vier quadcores en twee dualcores.Ook het gpu-onderdeel van de apu heeft een flinke upgrade gekregen. De gpu is een mix van de Radeon HD 6000- en 7000-generatie, en AMD voorziet de krachtigste Trinity-apu van 384 grafische cores, met een kloksnelheid van 800MHz. Het doel van het bedrijf is dan ook vooral om een alternatief voor Ivy Bridge te bieden, dat aanzienlijk beter op grafisch vlak presteert dan voorgaande processorgeneraties.



De A10-, A8-, A6- en A4-apu's van de Trinity-generatie nemen zitting op de nieuwe FM2-socket. Llano-apu's kunnen dus niet op de komende AMD-moederborden geprikt worden. De socket zal combinaties vormen met de A55-chipset voor de instapmarkt, de A75-chipset voor het 'entertainment'-platform en de nieuwe A85X-chipset voor de high-end. Deze laatste biedt onder andere acht sata600-interfaces en vier usb 3.0-aansluitingen.Hoewel het nog wachten is op de uitgebreide benchmarks van de cpu-delen, maakt AnandTech uit de gpu-benchmarks op dat het Radeon-deel van de snelste Trinity 16 procent sneller is dan dat van Llano, bij een toename van het verbruik met 7 procent. De prestaties komen grofweg overeen met die van een Radeon HD 5570. Als de prijs inderdaad in de buurt van die van een Core i3 komt en de cpu-prestaties niet al te veel tegenvallen, heeft AMD een interessante optie voor bouwers van basissystemen waarop ook nog een spelletje gespeeld kan worden.Op de website van AMD is zonder veel ruchtbaarheid een tweetal nieuwe Turion-processors opgedoken. Het bedrijf vergelijkt deze nieuwe modellen echter nog met Intels Core Duo-processors.


AMD Turion 64 X2-logoDe nieuwe cpu's zijn de op respectievelijk 2,2GHz en 2,3GHz geklokte Turion 64 X2 TL-64 en Turion 64 X2 TL-66. Beide processors hebben een tdp van slechts 35W en zijn uitgerust met 512KB L2-cache per core. Over de te verwachten prijs heeft AMD voorlopig nog niks bekend gemaakt, aangezien de nieuwe topmodellen nog niet in de prijslijst staan. De introductie heeft ongetwijfeld te maken met Intels net geïntroduceerde Santa Rosa-platform voor laptops. AMD voelt duidelijk de hete adem van Intel in zijn nek en tot het moment dat de 65nm-processors ook daadwerkelijk verkrijgbaar zijn, zal het weinig anders kunnen doen dan zijn Turion 64 X2 vergelijken met de verouderde Intel Core-processorlijn.Sony heeft dankzij goede verkopen van zijn Bravia-tv's, zijn Vaio-laptoplijn en de PlayStation 3 het eerste kwartaal van zijn boekjaar 2010 met winst afgesloten. In het vorige boekjaar schreef het bedrijf nog rode cijfers over het eerste kwartaal.


Akku Acer BATCL32L

Neben reinen Elektrofahrzeugen wollen wir auch die besonders alltagstauglichen Plugin-Hybride privilegieren - sofern sie einen echten Umweltvorteil aufweisen, bestätigte Bundesumweltministerin Barbara Hendricks (SPD) dem Handelsblatt.Voraussetzung daf¨¹r ist, dass ihre elektrische Reichweite groß genug ist, um Alltagsfahrten emissionsfrei zu bewältigen. Die Fahrzeuge sollen mit einer Plakette sichtbar gekennzeichnet werden, weil sie Sonderrechte genießen sollen. Wer geglaubt hat, dass ein Elektroauto zwingend nur mit Akkus ausgestattet sein muss, der irrt sich. Ein Elektroauto ist dem Entwurf nach entweder ein Fahrzeug, das maximal 50 Gramm Kohlendioxid je Kilometer ausstößt oder aber mindestens 30 Kilometer rein elektrisch fahren kann. Damit wird erstmals festgelegt, welche Art von Fahrzeugen k¨¹nftig als Elektroautos gelten und deshalb Vorteile erhalten.Nach Informationen des Handelsblatts wollen deutsche Autohersteller in diesem Jahr noch 16 Plugin-Modelle auf den Markt bringen. Ab 2018 sollen dann verschärfte Anforderungen gelten. Dann muss ein Fahrzeug 40 statt 30 Kilometer elektrisch fahren können. Damit geben wir den Herstellern gen¨¹gend Zeit, noch bessere Batterien zu entwickeln, sagte die Ministerin.


In der Praxis wird das zumindest bei den meisten Modellen kaum erforderlich sein, da die H¨¹rde recht niedrig bemessen ist. Selbst einfache Elektroautos erreichen mit einer Akkuladung eine Reichweite deutlich ¨¹ber 100 km. Der Nissan Leaf kommt nach Herstellerangaben auf 190 km, der Tesla Model S gar auf rund 500 km. Der BMW i3 mit reinem Elektroantrieb soll auf 160 km kommen.Hingegen sieht es bei den Plugin-Hybriden mit am Stromnetz aufladbarem Akku und Verbrennungsmotor deutlich schlechter aus. Der Opel Ampera fährt rein elektrisch zwischen 40 und 80 km, während der Volvo V60 D6 AWD Plug-in Hybrid auf diese Weise etwa 50 km weit kommt. Der Supersportler BMW i8 soll rein elektrisch 35 km fahren. Der Prius Plug-in Hybrid legt mit seinem kleinen Akku nur etwa 25 km zur¨¹ck.


Das geplante Gesetz sieht eine Reihe von Alltagsvorteilen vor, die Elektrofahrzeuge mit Plakette nutzen d¨¹rfen. In einer ersten Stufe sollen die Fahrer Busspuren mitbenutzen und Sonderparkplätze nutzen können. In einem zweiten Schritt will der Bund Details wie Haftungsfragen oder Regeln zum Aufbau von Ladesäulen festlegen, berichtet das Handelsblatt.Leica hat mit der Leica T eine Systemkamera ohne Spiegel vorgestellt, die mit einem Sensor im APS-C-Format ausger¨¹stet ist. Mit einem Preis von 2.950 Euro samt Objektiv d¨¹rfte das Modell eine der teuersten spiegellosen Systemkameras auf dem Markt sein.
Die Leica T ist wie jede spiegellose Systemkamera besonders flach, weil der Platz f¨¹r den Spiegelkasten entfällt, der in DSLRs verbaut ist. Anders als bisher bei Leica ¨¹blich, wird jedoch auch auf den Messsucher verzichtet, der das manuelle Scharfstellen durch ¨¹berlagerung zweier Bilder besonders schnell möglich macht. Der APS-Sensor mit 16,2 Megapixeln arbeitet bis zu einer Lichtempfindlichkeit von ISO 12.500.


Der Anwender kann entweder auf dem r¨¹ckwärtigen, 3,7 Zoll großen Touchscreen mit 1,3 Millionen Bildpunkten die Schärfe beurteilen oder mit Hilfe des elektronischen Suchers, den es als Zubehör zum Aufstecken gibt. In dem elektronischen Aufstecksucher ist auch ein GPS-Modul integriert, das Ortsdaten in die Bilder schreiben kann. Einen optischen Sucher gibt es aus technischen Gr¨¹nden nicht: Die notwendige Umlenktechnik, mit deren Hilfe der Fotograf durch das Objektiv schauen könnte, ist schlicht nicht vorhanden.Die Leica T wurde in einem massiven Aluminiumgehäuse untergebracht, dessen Schalen aus einem Block geschnitten wurden. Das soll die Kamera besonders unempfindlich gegen Umwelteinfl¨¹sse machen. Ein kleiner Blitz steckt im Gehäuse und kann bei Bedarf ausgefahren werden. Mit zwei Rädchen und dem Touchscreen können die meisten Funktionen der Leica T gesteuert werden, wobei der Anwender zum Beispiel Blende und ISO-Wert auf die Einstellrädchen legen kann.Die Auflösung der Kamera ist mit 16,2 Megapixeln im Mittelfeld angesiedelt. Neben JPGs können auch Aufnahmen im DNG-Format erzeugt und Videos in Full-HD aufgezeichnet werden. Der interne Speicher ist mit 16 GByte vergleichsweise groß, wobei er bei einer Serienbildgeschwindigkeit von 5 Fotos pro Sekunde schnell gef¨¹llt sein d¨¹rfte. Nat¨¹rlich verf¨¹gt die Kamera auch ¨¹ber einen Slot f¨¹r SD-/SDHC-/SDXC-Speicherkarten.



Mit der Leica T hat der Traditionshersteller auch ein neues Bajonettsystem eingef¨¹hrt. Zu Beginn wird mit dem Leica Vario-Elmar-T ASPH 18-56mm f/3.5-5.6 ein kleines Zoom und mit dem Leica Summicron-T ASPH 23mm f/2 ein Weitwinkel als Festbrennweite angeboten. Der Vorteil des neuen Bajonettsystems: Leica kann wie beim S-System einen Autofokus anbieten. Blendenringe weisen die neuen T-Modelle aber nicht auf. Alte Leica-Objektive können jedoch ¨¹ber einen Adapter weiter genutzt werden, sie m¨¹ssen aber von Hand eingestellt werden.Mit einem eingebauten WLAN-Modul können die Fotos und Videos auf ein Smartphone, PC oder Tablet ¨¹bertragen werden. Außerdem ist eine Fernsteuerung ¨¹ber die iOS- und Android-App möglich.Die Leica T misst 134 x 69 x 33 mm und wiegt samt Akku 339 Gramm. Die Leica T soll ab dem 26. Mai 2014 erhältlich sein und 1.500 Euro kosten. Das Leica Vario-Elmar-T 1:3,5-5,6/18-56 mm ASPH ist f¨¹r 1.450 Euro erhältlich und das Leica Summicron-T 1:2/23 mm ASPH kostet 1.600 Euro.


Westunitis hat eine leichte Datenbrille mit Android vorgestellt, die ähnlich wie Google Glass mit einem Mikrodisplay arbeitet, das in Augenhöhe angebracht ist. Das System wiegt 48 Gramm und selbst mit Brillengestell soll das Gewicht unter 100 Gramm liegen.
Der japanische Hersteller Westunitis will eine Datenbrille mit Mikrodisplay f¨¹r den Unternehmenseinsatz anbieten, die dem Träger einen großen Bildschirm vorgaukelt, der halbtransparent vor ihm schwebt. Damit sollen zum Beispiel Reparaturanleitungen und Ähnliches eingeblendet werden, während der Monteur beide Hände nutzt.
Die Auflösung des Displays, das vom japanischen Unternehmen Kopin stammt, liegt bei 400 x 240 Pixeln. Die Entfernung zum Auge und die Position des Mikrodisplays lassen sich durch eine biegsame Halterung leicht verändern. Damit kann der Träger selbst bestimmen, wo das Display erscheint. Bei Google Glass ist die Postion aufgrund des starren Aufbaus unveränderlich.Wie bei Google Glass ist das System monokular - also nur f¨¹r ein Auge gedacht. Besonders das Gewicht von 48 Gramm inklusive Akku hebt das Unternehmen hervor. Dadurch soll der Tragekomfort hoch sein. Mitsamt Brillengestell und Gläsern werden 100 Gramm Gewicht angestrebt, wobei hier keine geschliffenen Gläser ber¨¹cksichtigt werden.


Die Brille arbeitet nach Angaben des Herstellers mit Android 4.2.2 und verf¨¹gt ¨¹ber Bluetooth 4.0 sowie WLAN (IEEE 802.11b/g/n). Ein Mikrofon sowie ein Touchpad ähnlich wie bei Google Glass sind f¨¹r die Steuerung vorgesehen. Ein Bewegungssensor samt Kompass und eine 2-Megapixel-Kamera sollen ebenfalls integriert sein. Die Kamera soll Full-HD-Videos mit 30 Bildern pro Sekunde machen können.Diese Ausstattung fordert allerdings ihren Tribut bei der Akkulaufzeit. Mehr als eine Stunde Betrieb ist bei der Ausnutzung aller Komponenten nicht möglich. Der Akku mit 300 mAh ist der Kompromiss, den der Hersteller zugunsten eines niedrigen Gewichts eingegangen ist. Er lässt sich während des Betriebs austauschen, teilte Tech-on mit.Die Brille soll ab Sommer 2014 f¨¹r rund 150.000 Yen in Japan (umgerechnet rund 1.060 Euro) angeboten werden. Ob die Brille auch außerhalb Japans verkauft werden soll, ist nicht bekannt.


Xplores neues XC6 DMSR ist f¨¹r harte Hunde: Egal ob minus 30 oder plus 60 Grad Celsius bei einer Luftfeuchtigkeit von 95 Prozent, das Tablet funktioniert dank Aktivk¨¹hlung laut Hersteller einwandfrei. Das Gerät ist zudem IP67-zertifiziert, ist also staubdicht und darf f¨¹r 30 Minuten mit in der Badewanne planschen. Selbst st¨¹rmischer Regen mit ¨¹ber 60 km/h Windgeschwindigkeit in 15.000 Höhenmetern (der Mount Everest ragt 8,85 Kilometer empor) soll dem Xplore XC6 DMSR nichts anhaben können.Damit bei solch heftigen Umweltbedingungen nicht die Nutzbarkeit leidet, hat Xplore ein resistives 10,4-Zoll-Touchdisplay mit IPS-Panel verbaut. Dieses löst mit 1.024 x 768 Pixeln auf und ist auch mit Handschuhen bedienbar. Die maximale Helligkeit von 1.300 cd/m2 garantiert eine gute Lesbarkeit bei grellem Sonnenlicht: Das ist mehr als das Dreifache eines handels¨¹blichen Tablets wie dem Lenovo Miix 2. Der Haswell-Prozessor Core i5-4300U liefert eine Leistung vergleichbar mit dem Surface Pro 2, gegen Aufpreis ist auch ein Core i7-4650U verf¨¹gbar.Der Arbeitsspeicher fasst 4 GByte, optional stattet Xplore das XC6 DMSR mit bis zu 16 GByte DDR3L-1600 aus. Windows 7 oder 8.1 speichert das Tablet auf einer 128-GByte-SSD, auf Wunsch sind auch 256 GByte im RAID 1 (also gespiegelt) erhältlich. Zudem ist ein Micro-SD-Slot vorhanden. Dank einer Intel 7260 funkt das XC6 DMSR mit Dual-Band-ac-WLAN und Bluetooth 4.0, LTE gibt es ebenfalls. Gigabit-Ethernet, USB 3.0 und HDMI-Out runden die Anschlussvielfalt ab. Der austauschbare Lithium-Ionen-Akku soll bis zu 8,5 Stunden durchhalten.



Eine Öse f¨¹r ein Kensington-Schloss trägt zum Diebstahlschutz des Geräts bei. Sollte das XC6 DMSR bei der Flucht eines dennoch erfolgreichen Langfingers auf eine Sperrholzplatte oder Beton fallen, ist das kein Problem: St¨¹rze aus bis zu 2,1 respektive 1,2 Metern dämpft das Magnesium-Gehäuse. All das hat seinen Preis, die Basisversion des XC6 DMSR kostet 5.300 US-Dollar. F¨¹r harte Hunde sind das aber vermutlich Peanuts. Oneplus hat alle Details zum One-Smartphone veröffentlicht: Mit gerade einmal 270 Euro hat das Smartphone mit Oberklassenausstattung den Preis eines Mittelklassegeräts. Allerdings wird es nicht einfach, das erste Cyanogenmod-Smartphone ¨¹berhaupt zu bekommen.

In den vergangenen Wochen hat das Startup Oneplus in kleinen Häppchen immer mehr Details zum One vorgestellt - dem ersten Smartphone, das ausschließlich mit Cyanogenmod angeboten wird. Dabei zeichnete sich bereits ab, dass der Käufer eine äußerst gute Ausstattung zu einem g¨¹nstigen Preis bekommen wird.


Nun liegt Oneplus deutlich unter dem angepeilten Preis von weniger als 350 Euro f¨¹r das Cyanogenmod-Smartphone: Das Basismodell des One kostet mit 16 GByte Flash-Speicher 270 Euro - damit gibt es zum Preis eines Mittelklassegeräts ein Smartphone mit hochklassiger Ausstattung. 300 Euro kostet das Smartphone mit 64 GByte Flash-Speicher - eine Vervierfachung des internen Speichers f¨¹r nur 30 Euro. Selbst Google verlangt ¨¹blicherweise 50 Euro Aufpreis - und das f¨¹r eine Speicherverdopplung.Mit diesem g¨¹nstigen Preis könnte Oneplus einen neuen Preiskampf im Smartphone-Markt einläuten. Bislang galten die Nexus-Smartphones von Google als preisg¨¹nstige Smartphones mit besonders guter Ausstattung, aber im direkten Vergleich kann das derzeit aktuelle Nexus 5 nicht mithalten: Die 16-GByte-Ausf¨¹hrung des Nexus 5 ist 80 Euro teurer als die des One bei weniger Arbeitsspeicher, einem etwas langsameren Prozessor, einem weniger leistungsfähigen Akku und einer Kamera mit geringerer Auflösung.Wer sein Smartphone intensiv nutzt, wird die 30 Euro Aufpreis f¨¹r mehr Flash-Speicher in Kauf nehmen, denn dem One fehlt ein Steckplatz f¨¹r Speicherkarten. Wenn der interne Speicher voll ist, lassen sich keine weiteren Daten auf dem Gerät ablegen. Bei einer Kapazität von 64 GByte sollte dies nicht so schnell zum Problem werden.


Die ¨¹brige technische Ausstattung ist auf dem Niveau aktueller Topmodelle von Samsung, Sony und HTC: Das One hat einen 5,5 Zoll großen IPS-Touchscreen mit einer Auflösung von 1.920 x 1.080 Pixeln. Das Display ist mittels Cornings Gorilla Glass 3 vor Kratzern und Beschädigungen gesch¨¹tzt. Auffällig ist, dass es auf der Displayseite kein Herstellerlogo gibt.Der Rand zwischen Display und Gehäuse ist mit 4,6 mm besonders gering, das Gerät ist mit Maßen von 152,9 x 75,9 mm f¨¹r ein Gerät mit 5,5-Zoll-Display kompakt. Auch die Dicke von 8,9 mm liegt auf dem Niveau aktueller Topgeräte und mit einem Gewicht von 163 Gramm ist es vergleichsweise leicht. Als Prozessor steckt im One Qualcomms neuer Quad-Core-Prozessor Snapdragon 801 mit einer Taktrate von 2,5 GHz. Zudem ist die GPU Adreno 330 eingebaut, die mit einer Taktrate von 578 MHz läuft. Zusammen mit 3 GByte Arbeitsspeicher sollte eine fl¨¹ssige Bedienung des Smartphones gewährleistet sein.Im Smartphone steckt eine 13-Megapixel-Kamera mit Sonys Exmor-Sensor IMX 214 mit optischem Bildstabilisator und zweifachem LED-Blitz. Damit sollen durch Einsatz von sechs Linsen besonders gute Fotos entstehen, auch bei schlechten Lichtbedingungen. Die Auslösezeit soll bei 0,3 Sekunden liegen. Auf der Displayseite gibt es eine 5-Megapixel-Kamera. Das Smartphone hat Stereo-Lautsprecher von JBL, die im unteren Gehäuserand untergebracht sind.

Bater¨ªa para ordenador Lenovo FRU 42T4787

Un equipo de la Universidad de Maryland ha desarrollado un m¨¦todo no intrusivo para leer las ondas cerebrales de una persona y traducirlas para que otros dispositivos, como un ordenador, una pr¨®tesis rob¨®tica o una silla de ruedas motorizada, puedan comprenderlas. En ¨²ltima instancia se podr¨ªan controlar mentalmente estos aparatos, lo que contribuir¨ªa a paliar lesiones y enfermedades.
GarageBand para iPad no es una versi¨®n completa del programa como lo es en un ordenador Apple, pero es una aplicaci¨®n que logra mucho la misma experiencia y tiene un nivel realmente profesional.Lo mejor de la aplicaci¨®n es como GarageBand convierte al iPad en una colecci¨®n de instrumentos t¨¢ctiles y en un estudio de grabaci¨®n port¨¢til. Puedes tocar el piano, la guitarra, el bajo, la bater¨ªa y hacer grabaciones de voz en donde sea que te encuentres.Los instrumentos suenan como lo har¨ªa uno de verdad, la adaptaci¨®n de la aplicaci¨®n est¨¢ tan bien lograda que aporta el extra de poder hacer cosas que no podr¨ªas hacer con instrumentos reales


GarageBand para iPad te permite compartir tus canciones. Es posible enviarte tus canciones por email directamente desde el iPad en formato AAC. Tambi¨¦n puedes exportar tus canciones y añadirlas a la bilbioteca de tu iTunes y enviar el proyecto inconcluso a tu Mac para terminarlo en el ordenador.La era del v¨ªdeo online est¨¢ definida por YouTube. La forma de crear, producir, editar y consumir contenido audiovisual cambi¨® desde la aparici¨®n de YouTube.Pensemos que en el año 2005 YouTube no exist¨ªa. Compartir v¨ªdeos era muy dif¨ªcil, sobre todo si quer¨ªamos enviarlo a colegas del trabajo, a amigos o familiares. Esto se hac¨ªa por email en un archivo comprimido o a trav¨¦s de ficheros que pesaban much¨ªsimo.La sencillez de YouTube y la facilidad de producir ahora un v¨ªdeo online y compartirlo con nuestros contactos ha disparado la necesidad innata de los seres humanos de autoexpresi¨®n.De los v¨ªdeos alojados en YouTube el 50% de ¨¦stos tiene alg¨²n tipo de interacci¨®n: comentarios, me gusta, no me gusta, favoritos o son compartidos en redes sociales.


Una parte fundamental es que con YouTube el usuario se ha convertido en parte de la creaci¨®n, y precisamente el v¨ªdeo que les presentamos hoy es un ejemplo de esto. El dj Kutiman de Israel utiliza YouTube para creaciones musicales. En esta ocasi¨®n ha utilizado 100 fragmentos de v¨ªdeos colgados en YouTube para hacer la versi¨®n de Black Dog de Led Zeppelin Vale la pena mirar los cr¨¦ditos de todos los v¨ªdeos utilizados, ya que a pesar de que perdi¨® algunos enlaces, es impresionante ver el listado de urls bajo categor¨ªas (bajo, voz, guitarra, piano y bater¨ªa) A ti como usuario de YouTube ¿qu¨¦ te parece el resultado final?En mayo de 2011 YouTube cumpli¨® seis años y lo celebr¨® con una infograf¨ªa en la que se refleja el vertiginoso crecimiento que han tenido.A partir del domingo 17 se podr¨¢ adquirir el iriver Stroy HD, el primer libro electr¨®nico que podr¨¢ descargar libros desde Google eBooks, la librer¨ªa en l¨ªnea de Google con m¨¢s de tres millones de libros gratuitos, directamente desde redes WiFi. Costar¨¢ 139,99 d¨®lares y se podr¨¢ comprar en las tiendas Target (tanto f¨ªsicas como online).Hasta el momento exist¨ªan varios e-books capaces de descargar libros en formato electr¨®nico desde la librer¨ªa en la nube de Google (todos los compatibles con Adobe Digital Editions, como el Nook). Sin embargo, para hacerlo ten¨ªan que conectarse a un ordenador. Por otro lado, hab¨ªa aplicaciones para dispositivos iOS y Android, pero sus pantallas no eran las apropiadas para la lectura (por no ser de tinta electr¨®nica).


Esto cambiar¨¢ a finales de semana gracias al iriver Story HD, un libro electr¨®nico con teclado QWERTY completo de cuatro l¨ªneas, pantalla de 6 pulgadas y bater¨ªa de unas tres semanas de duraci¨®n.Este e-book, adem¨¢s, permitir¨¢ leer los libros a trav¨¦s de redes WiFi, de modo que no ser¨¢ necesario descargarlos en el dispositivo. Es decir, gracias a Story HD, los usuarios podr¨¢n leer los libros en la nube.Seg¨²n explica Google en su blog, Google eBooks ya cuenta con m¨¢s de 250 librer¨ªas independientes y alrededor de tres millones de libros gratuitos. Adem¨¢s, en un futuro, aseguran, llegar¨¢n m¨¢s dispositivos que tendr¨¢n integrado el acceso a su plataforma.Research In Motion (RIM) ha abandonado la producci¨®n de su nueva tableta, conocida como PlayBook 2. Al parecer, este proyecto, del que se conoc¨ªan detalles como que iba a tener una pantalla de diez pulgadas, ha sido abandonado para que la compañ¨ªa pueda centrarse en un ¡®supertel¨¦fono¡¯, que tambi¨¦n funcionar¨¢ con QNX, el sistema operativo de RIM.Por el momento, la compañ¨ªa no ha confirmado oficialmente esta noticia, por lo que no se conocen muchos datos sobre este tel¨¦fono (ni siquiera se sabe cu¨¢l ser¨¢ su nombre).



En cualquier caso, los rumores apuntan a que el dispositivo tendr¨¢ un procesador de un n¨²cleo de 1,2GHz. Al parecer, utilizar el mismo procesador de doble n¨²cleo que emplea PlayBook repercutir¨ªa negativamente en la bater¨ªa del tel¨¦fono.Adem¨¢s, seg¨²n apuntan desde N4BB, la resoluci¨®n de la pantalla, que ser¨¢ de 4,3 pulgadas, ser¨ªa superior a los 900 puntos.Esta cancelaci¨®n, no obstante, no afecta a la versi¨®n LTE 4G del PlayBook, que se espera que se produzca en octubre de este año.
Porque el uso de la tecnolog¨ªa no est¨¢ reñido con la ecolog¨ªa, Sharp se ha propuesto construir una casa de cero emisiones CO2 equipada con los inventos de ¨²ltima generaci¨®n, sin carencias. Se trata de su Eco House y sobre ella van a llevar a cabo varios experimentos, como la optimizaci¨®n del HEMS o el uso de iluminaci¨®n mediante LED.


La compañ¨ªa japonesa ha terminado de construir en la gran ciudad de Osaka su Eco House, una casa con garaje y jard¨ªn de casi 300 m2 pero consideraci¨®n ambiental total. Se trata de su nuevo centro de experimentos sobre el que avanzar hasta lograr una casa completamente ecol¨®gica, con el consumo m¨ªnimo de energ¨ªa y sin emisiones de di¨®xido de carbono.Una de las claves para alcanzar la eficiencia est¨¢ en el uso del sistema HEMS (Home Energy Management System), que permite hacer una gesti¨®n a tiempo real del consumo de energ¨ªa. Se trata de una consola de medici¨®n, que puede estar en cualquier pantalla o en el m¨®vil, que recoge la informaci¨®n ofrecida por los medidores inteligentes colocados en los enchufes para ofrecer la configuraci¨®n de consumo ¨®ptima en cada momento.Otro de los experimentos consiste en llevar toda la iluminaci¨®n de la casa mediante LED, pantallas AQUOUS TV, electrodom¨¦sticos conectados a la red interna, coche el¨¦ctrico y, como m¨¦todo de alimentaci¨®n, placas solares. Una pequeña pieza para continuar construyendo la ciudad inteligente desde el hogar, aunque no han entrado en especificaciones de dom¨®tica.


Utilizar dispositivos como las televisiones LCD Aquous y tabletas LCD para ver exactamente cu¨¢nta electricidad se est¨¢ ahorrando, utilizando HEMS y sistemas para medir el consumo individualizado
Evaluar el ahorro de energ¨ªa y el confort de la iluminaci¨®n LED
Evaluar con qu¨¦ efectividad una bater¨ªa de un veh¨ªculo el¨¦ctrico conectada a Inteligent Power Conditiones puede alimentar a la casa
Evaluar el uso de m¨®dulos energ¨¦ticos fotovoltaicos como fuente de alimentaci¨®n directa de los electrodom¨¦sticos conectados directamente a la corriente.Sharp ha dado un paso m¨¢s para conseguir el ahorro de recursos sin renunciar a la tecnolog¨ªa, o m¨¢s bien partiendo de la evoluci¨®n t¨¦cnica. Sin embargo, la consideraci¨®n ecol¨®gica no puede circunscribirse ¨²nicamente al objeto o al equipamiento concreto, sino que debe extenderse a todo el proceso productivo.Los modelos Aquous de Sharp son un ejemplo de ecolog¨ªa desde la ra¨ªz. Para su creaci¨®n se utilizan pl¨¢sticos reciclados, al igual que el papel y la tinta de las instrucciones y el empaquetado; utilizan materiales no hal¨®genos que no emiten dioxinas durante su incineraci¨®n y, lo m¨¢s importante, las partes electr¨®nicas est¨¢n creadas a partir de materiales no pesados.



No hay que olvidar que la mayor¨ªa de los recursos empleados en la fabricaci¨®n y el reciclaje de circuiter¨ªa y chips, especialmente los semiconductores, son de dif¨ªcil acceso o de un elevado coste ecol¨®gico en el reciclaje, que provienen de pa¨ªses en desarrollo de situaciones en conflicto y que son fabricados en otros con condiciones laborales paup¨¦rrimas o reg¨ªmenes de semiesclavitud.La aut¨¦ntica casa ecol¨®gica y responsable tendr¨¢ que sumar todas estas consideraciones a la no emisi¨®n de CO2.
De entre la enorme cantidad de compañ¨ªas que piensan que el futuro est¨¢ en la nube, una de las que grandes que pujan con m¨¢s fuerza es Google. No s¨®lo por sus aplicaciones, sino tambi¨¦n por su apuesta por el primer sistema operativo cloud a gran escala, Chrome OS. Ahora se la juego intentando demostrar que tambi¨¦n se puede ahorrar en hardware.Cuanto todo el mundo estaba esperando el SO de Google para port¨¢tiles, la compañ¨ªa sali¨® con algo m¨¢s. Un port¨¢til ya montado y una oferta de distribuci¨®n cerrada con el Chromebook, un Samsung Serie 5 3G. Partiendo de la base del prototipo Cr-48, Chrome OS ha aterrizado en este port¨¢til, creado para demostrar los beneficios de un SO cloud.


El dato llamativo es que en 8 segundos est¨¢ listo para funcionar porque no necesita cargar aplicaciones ni documentos ya que todo est¨¢ almacenado en la nube. Lo desconocido es, ¿se consigue este rendimiento solo por esta configuraci¨®n o es tambi¨¦n gracias a un hardware muy potente? Dado el precio de venta, no parece ser el caso.Para saber exactamente qu¨¦ hay en un Chromebook Samsung Serie 5 3G, Ifixit ha destripado el port¨¢til para ver qu¨¦ tiene dentro y qu¨¦ le hace distinto al resto y esto es lo que han encontrado:Si estuvi¨¦semos hablando de hardware corriente, de los que se venden actualmente en masa, estas ser¨ªan especificaciones propias de un netbook o de un port¨¢til antiguo o de gama baja. De ah¨ª su precio. Google apuesta con su Chromebook por reducir las especificaciones de hardware para ofrecer los mismos servicios.Con este Chromebook, Google est¨¢ haciendo una apuesta muy arriesgada para demostrar que no es necesario disponer de un hardware tan potente, y por tanto que consume m¨¢s recursos, si se prescinde de la carga del sistema operativo y del resto de programas y documentos. La experiencia de usuario determinar¨¢ su grado de ¨¦xito.
El directivo de Intel, Sean Maloney, ha presentado en la Computex de Taiw¨¢n una nueva serie de port¨¢tiles con caracter¨ªsticas similares a las tabletas. Los Ultrabook est¨¢n respaldados por unos chips que consumen un 50% menos de energ¨ªa que los dispositivos actuales. La compañ¨ªa espera que su diseño se adopte masivamente en los pr¨®ximos años.


La Computex de Taiw¨¢n, una de las ferias de inform¨¢tica y tecnolog¨ªa m¨¢s destacadas del año, ha acogido la presentaci¨®n por parte de Intel de una de sus ¨²ltimas investigaciones. Los Ultrabooks son un tipo de port¨¢tiles que tratan de adaptar su hardware a los nuevos tiempos, donde la movilidad cada vez es m¨¢s importante.En una conferencia, el directivo de Intel, Sean Maloney, ha presentado un diseño fino y ligero de port¨¢tiles, que recuerda al Macbook Air. Los Ultrabooks tendr¨¢n un alto rendimiento, la duraci¨®n de la bater¨ªa ser¨¢ de un d¨ªa entero y ser¨¢ un dispositivo seguro. Adem¨¢s, tendr¨¢ caracter¨ªsticas similares a las tabletas.Seg¨²n Maloney el diseño de los Ultrabooks inspirar¨¢ alrededor de un 40% de los port¨¢tiles para finales del año 2012. La mayor¨ªa de los chips que actualmente Intel incluye en los ordenadores tienen un consumo medio de 40 watts, mientras que ahora esta cifra se reducir¨¢ a 15 watts.El fabricante Asus ha apostados por la visi¨®n d Intel y ya ha presentado su primer modelo de Ultrabook, el UX21, cuyo grosor es de 20 mil¨ªmteros. El port¨¢til se vender¨¢ por menos de 1.000 d¨®lares, un precio que no es desorbitado tal y como est¨¢ planteado el mercado en estos momentos.El mayor fabricante de procesadores del mundo ha visto disputada su c¨®moda posici¨®n por otras compañ¨ªas que han puesto el foco en los dispositivos m¨®viles, como ARM o Nvidia, que se atrevi¨® a predecir el final de Intel por culpa de los smartphones.



  1. http://akkusmarkt.blogolink.com/

  2. http://gegensatz.mixxt.at/networks/blog/posts.auch.werden

  3. http://globaldoctoroptions.com/story/akkusmarkt/

  4. http://akkusmarkt.comunidades.net/