Aller au contenu
Bébénautes

Notre carnet d’enfance

Joko et Joko

Né(e) le 24 août 2016

10 ans

Depuis sa naissance

Les échographies : les nouvelles et les souvenirs du blog de Joko et Joko.

Une page de notre histoire

Les échographies

Accu Dell Latitude E6430 XFR

De virtuele provider Tringg is in Nederland begonnen met het aanbieden van bel- en internet-abonnementen met fair use policy voor mobiele telefoons. Het duurste abonnement, met onbeperkt dataverkeer, kost drie tientjes per maand.TringgManaging director Harry van Streun van Tringg zegt tegenover Tweakers.net dat Tringg gebruikmaakt van een gecombineerde techniek van voip en traditionele gsm om de prijzen zo laag mogelijk te maken. Ik wil daar nu niet veel over zeggen, maar het is een techniek die het voor andere bedrijven moeilijk maakt ons businessmodel over te nemen.Van Streun mikt op studenten tussen 18-26 jaar die geregeld over hun bundel heen gaan. Dat is volgens onze schattingen een groep die bestaat uit een half miljoen mensen. In die groep willen wij een substantieel marktaandeel behalen, maar ik heb geen precieze schattingen hoe groot wij gaan worden.


Tringg is naar eigen zeggen de eerste provider die komt met een 'onbeperkt' abonnement voor bellen, sms'en en internetten op telefoons. Voor het goedkoopste abonnement, van 24,95 euro, geldt een fair use policy van 1250 belminuten of sms'jes. Tringg zegt alleen in te grijpen als gebruikers daar 'ver' overheen gaan. De maximale snelheid is 7,2Mbps down en 1,6Mbps up. Tethering - het gebruiken van de 3g-verbinding om te internetten op bijvoorbeeld een laptop - is verboden. Internetten is niet mogelijk met het goedkope abonnement.Bij het duurdere abonnement, van 29,95, is dataverkeer inbegrepen. Dat wordt eveneens per 'eenheid afgerekend', waarbij een megabyte even zwaar wordt geteld als een belminuut of sms. Voor die drie tientjes krijgt de gebruiker 2250 'eenheden' per maand. De abonnementen lopen een jaar. Tringg werkt via de netwerken van KPN. Bellen met 0900-nummers is niet mogelijk via de provider.PC Watch maakt melding van de nieuwe Interlink XV-notebook van de Japanse fabrikant Victor, gebouwd volgens Intels Centrino-normen. Speciaal aan deze laptop zijn de dimensies: met afmetingen van 235 bij 214 bij 43,2mm en een gewicht van 1,47kg is de laptop behoorlijk klein en licht. Ondanks de geringe afmetingen zijn de specificaties behoorlijk goed: een Intel Pentium M 1GHz als processor en een i855GM als chipset, 256MB DDR333 als geheugen, een harde schijf van 40GB, ondersteuning voor WiFi 802.11g, twee USB 2.0-poorten en een FireWire- en LAN-poort, een ingebouwde modem, een PCMCIA-slot en een kaartlezer voor SD-flashgeheugen.


Verwisselbare media kunnen gelezen en beschreven worden door de dvd-brander: deze kan DVD-R(W), DVD-RAM en CD-R(W) aan. De brandsnelheden bedragen 2x voor alle dvd-media, 16x voor CD-R en 8x voor CD-RW. Het beeldscherm heeft een diagonaal van 8,9 inch maar ondersteunt toch een resolutie van 1024 x 600 pixels; de lithium-accu houdt het ongeveer 5u30 lang uit. De notebook zal voor een prijs van omgerekend circa 1.864 euro over de Japanse toonbanken gaan; volgens het Franse PC INpact zal hij midden juni in onze westerse contreien beschikbaar zijn.Intel heeft op de Computex een platform voor netbooks met een dikte van slechts 14mm geïntroduceerd. Daarnaast heeft de fabrikant zijn dualcore-Atoms van de Pine Trail-generatie en Oak Trail-chips voor tablets uitgebracht.Intel noemt zijn Canoe Lake een 'innovatie'-platform. De netbook met een dikte van 14mm moet dan ook als een demonstratie worden gezien, maar de fabrikant verklaart wel dat mag worden verwacht dat er in de loop van de tijd netbooks op basis van het platform uitkomen. Wat het platform precies inhoudt, zegt Intel echter niet. Alleen dat de netbooks 50 procent dunner zijn dan de huidige modellen en dat ze zowel singlecore- als dualcore-Atoms kunnen bevatten.


Intel Canoe Lake netbook Intel Canoe Lake netbook Intel Canoe Lake netbook

De productie van die dualcore-Atom begint volgende week, maakt de fabrikant verder bekend, en de eerste netbooks met de chip moeten in de herfst in de schappen liggen. Intel maakte geen specificaties bekend van de eerste dualcore op een enkele die voor netbooks, maar meldde wel dat de accuduur door de extra core niet nadelig wordt beïnvloed. Half mei verschenen geruchten dat de chip typeaanduiding N455 en een kloksnelheid van 1,5GHz gaat krijgen.
Intel heeft Oak Trail aan zijn roadmap toegevoegd. Dit platform is voor tablets en moet vooral leiden tot verbeteringen wat verbruik betreft, en daarmee tot een langere accuduur. Het verbruik zou 50 procent lager komen te liggen en het platform zou full hd-videocontent kunnen afspelen. Intel richt zich naar eigen zeggen op tablets die MeeGo, Windows 7 en Google OS-en draaien.Op de Computex kondige Intel verder nog aan dat de N455 en de iets snellere N475 voor netbooks en de dualcore D525 en singlecore D425 voor netbooks per direct beschikbaar zijn. De eerste systemen zouden vanaf 21 juni verschijnen. Deze nieuwe Atoms brengen ddr3-ondersteuning naar netbooks en nettops.


AMD werkt mogelijk aan een nieuwe grafische kaart op basis van de RV790-gpu. De HD 4860 zou de prestaties van de Radeon HD 4870 benaderen, maar de prijs zou meer in de richting van de HD 4850 gaan, aldus informatie op Chinese sites.Momenteel gebruikt AMD de RV790 alleen op de Radeon HD 4890, hoewel AMD de gpu ook zou willen toepassen op de mogelijk op stapel staande HD 4790. De fabrikant werkt echter ook aan een nieuwe mainstream-kaart op basis van de grafische chip, melden Hkepc en IT168. De kaart zou worden voorzien van een uitgeklede versie van de RV790, die de naam RV790GT draagt. De videochip zou 640 streamprocessors krijgen die op 700MHz geklokt zijn en gecombineerd worden met 512MB gddr5-geheugen dat op 750MHz loopt. De referentie-Radeon HD 4890 heeft een kloksnelheid van 850MHz en een geheugensnelheid van 975MHz, terwijl de HD 4790 een gpu-snelheid van 600MHz combineert met een geheugensnelheid van 800MHz.



Afgaande op de specificaties zal de HD4860 goed overklokbaar zijn en prestaties bieden die vergelijkbaar zijn met die van de HD 4870, terwijl de prijs aanmerkelijk lager zal liggen. Onduidelijk is hoe de release zich rijmt met de mogelijke komst van de vergelijkbare HD 4790. Voorlopig zal de HD 4860 in ieder geval alleen in China op de markt komen; later volgen mogelijk meer Aziatische landen. De kans dat de kaart ook naar Europa komt lijkt niet groot. Het is niet de eerste keer dat AMD een kaart exclusief op de Chinese markt brengt: eerder gebeurde dit met een HD 4830 met 800 in plaats van 640 streamprocessors. Mogelijk wil de fabrikant met de introductie zijn voorraad RV790-gpu's opmaken voor de komst van de nieuwe DirectX11-generatie. Overigens heeft AMD al een Radeon HD 4860 uitgebracht, maar dan in de Mobility-serie voor laptops.


MSI heeft twee nieuwe modellen aan zijn recent geïntroduceerde Classic-serie van notebooks toegevoegd. Het betreft twee modellen die een 16-scherm met led-backlights, een 16:9-beeldverhouding en resolutie van 1366x768 pixels hebben.De notebooks uit de Classic-serie van MSI kenmerken zich door een minimalistisch ontwerp. Vorige week kwam de fabrikant met de CR400, die een 14-scherm heeft, en nu heeft het Taiwanese bedrijf de CR600 en de CX600 aan de serie toegevoegd. De beide laptops meten op hun dikste punt 3cm en de modellen wegen 2,48 kilogram. Daarnaast zijn de twee systemen van wifi-n, bluetooth 2.0 + edr, drie usb 2.0-interfaces en een 1,3-megapixelcamera voorzien. Ook hebben ze een touchpad van geborsteld metaal.
De CX600 krijgt naast een Core 2 Duo-cpu de SiS 672DX-chipset, maximaal 4GB ddr2 667MHz-ram en een ATI Mobility Radeon HD4330-videochip met 512MB geheugen. MSI rust de CX600 uit met een harde schijf met 250, 320 of 500GB opslagruimte.De CR600 krijgt net als de CR400 een Core 2 Duo-cpu met de MCP79MVL-chipset en de GeForce 8200M G-gpu van Nvidia. Dankzij de chipset kan dit model ook ddr2 800MHz-geheugen aan boord krijgen, met een maximum van 4GB. Tevens heeft de CR600 een hdmi-interface. Nog niet bekend is wat de nieuwe MSI-notebooks moeten kosten en wanneer ze in Nederland zullen verschijnen.


Asus heeft bekendgemaakt dat het alsnog grotere accu's gaat leveren bij de Eee PC 900. Het bedrijf gaat de originele accu van de laptop kosteloos vervangen door een exemplaar met meer capaciteit.Asus ruilt de accu van de Eee PC 900 om naar aanleiding van klachten van gebruikers. Het bedrijf brengt daarvoor geen kosten in rekening. De omruilactie vindt alleen plaats in Hongkong, de enige plaats waar de Eee PC 900 tot dusverre verkrijgbaar is. Het is nog niet bekend of de notebooks die buiten Hongkong verkocht worden ook van de omstreden, kleine 4400mAh-accu voorzien zijn. Vanaf 1 mei is het nieuwe Eee PC-model in Europa verkrijgbaar, Amerikanen kunnen de notebook vanaf 12 mei kopen.Gebruikers van het eerste uur klaagden dat de capaciteit van de accu van de Eee PC 900 kleiner is dan werd verwacht. Reviewexemplaren van de notebook waren van een 5800mAh-accu voorzien, maar de retailversie van de Eee PC 900 bleek met een 4400mAh-accu uitgerust te zijn. Niet alleen is de gebruiksduur van deze accu lager; Asus rekende ook nog eens dezelfde prijs voor het kleinere model.


Intel schijnt de makers van laptops aan te sporen om minder gebruik te maken van chips van AMD, zo meldt DigiTimes. De drie Taiwanese notebookfabrikanten Acer, Asustek en Benq hebben aangegeven hier niet op in te gaan. Zij gebruiken de goedkopere oplossingen van AMD juist om in Europa marktaandeel te winnen. In de Verenigde Staten is haast geen ruimte voor de Taiwanese bedrijven, omdat daar eigenlijk alleen systemen van grote merken als Dell en HP gebruikt worden. In Europa is dit veel minder het geval. In de tweede helft van 2003 was Acer nummer twee in Europa en het is erg goed mogelijk dat het bedrijf in het eerste kwartaal van dit jaar zelfs nummer ¨¦¨¦n blijkt te zijn.De drie Taiwanese fabrikanten zijn allemaal bezig met systemen die AMD's 64bits-processors bevatten. De Aspire 1500-serie van Acer was de eerste Taiwanese serie die de 64bits-chip van AMD gebruikte en binnenkort komt ook Asustek met een 64bits-systeem op de markt. Het bedrijf introduceert het systeem waarschijnlijk halverwege april. Acer en Asustek boden eerder al AMD Athlon- en Athlon XP-M-systemen aan, Benq daarentegen is helemaal nieuw in deze markt. Verschillende bronnen hebben echter aangegeven dat het bedrijf komend kwartaal verschillende 32bit- en 64bit-laptops met processors van AMD gaat introduceren.



Dell heeft nieuwe diensten voor de Amerikaanse consument aangekondigd. De elektronicagigant kan voortaan bij de klant thuis reparaties uitvoeren en ondersteuning bieden.Dell-logoDe computerfabrikant zal bij zijn 'premium support'-pakket een jaar lang ondersteuning aan huis aanbieden. De door Dell ingehuurde technici zijn volgens het bedrijf in staat om een grote verscheidenheid aan problemen met Dell-apparatuur op te lossen. Dell zegt dat een proef met twintigduizend XPS-laptopbezitters in New York met succes werd afgerond, waarbij de klanttevredenheid op negentig procent zou zijn uitgekomen.Dell kan zijn hulptroepen uiteraard laten opdraven voor het oplossen van computerproblemen, maar het bedrijf overweegt daarnaast serviceabonnementen te introduceren voor hulp met apparatuur als lcd-televisies en home-theatreopstellingen. De pakketten kunnen niet alleen op de website van Dell worden aangeschaft, maar zullen ook via het groeiende retailnetwerk van Dell worden aangeboden. Hierdoor moeten consumenten die een gloednieuw Dell-apparaat in een winkel kopen, ook kunnen profiteren van de extra servicemogelijkheden.


Akku Acer BTP-AS5520G

Samsung hat mit dem Galaxy K Zoom einen Nachfolger des Galaxy S4 Zoom vorgestellt. Auch der Nachfolger soll eine Kombination aus Smartphone und Kompaktkamera sein. Im neuen Modell gibt es vor allem eine verbesserte Kamera, mit der sich hochwertigere Bilder und Videos machen lassen sollen.
Das Nachfolgemodell des Galaxy S4 Zoom gibt nicht länger vor, eine Variante von Samsungs Topmodell zu sein. Das neue Modell heißt Galaxy K Zoom und hat technisch nicht viel mit dem aktuellen Topsmartphone gemeinsam, dem Galaxy S5. Das war bereits beim Vorgängermodell so, das ebenfalls technisch wesentlich schlechter als das Galaxy S4 ausgestattet war.
Aus der 16-Megapixel-Kamera im Galaxy S4 Zoom ist im Galaxy K Zoom eine 20,7-Megapixel-Kamera mit einem 1/2,3 Zoll großen BSI-Sensor geworden. Erneut gibt es einen optischen Bildstabilisator und ein Zoom-Objektiv mit einem 10fachen optischen Zoom. Es wird wie beim Vorgängermodell ein Brennweitenbereich von 24 bis 240 mm abgedeckt. Das Objektiv ist mit f/3.1 im Weitwinkel und f/6.3 im Telebereich aber weiterhin nicht besonders lichtstark.


Der Hauptkamera steht erneut ein Xenon-Fotolicht zur Seite und es gibt eine Reihe von Motivprogrammen. Der Nutzer soll viele Kameraeinstellungen bei Bedarf auch manuell vornehmen können. Auf der Displayseite befindet sich eine 2-Megapixel-Kamera, im Vormodell lag die maximale Auflösung bei 1,9 Megapixeln.Das Galaxy K Zoom wird ¨¹ber einen 4,3 Zoll großen Super-Amoled-Touchscreen bedient, der eine Auflösung von 1.280 x 720 Pixeln hat. Damit hat sich die Displayauflösung im Vergleich zum Vorgängermodell erhöht, dessen Auflösung 960 x 540 Pixel beträgt. Das Smartphone läuft mit einem nicht näher spezifizierten Hexa-Core-Prozessor, bei dem es einen Quad-Core-Teil gibt, der mit 1,3 GHz getaktet ist, und einem Dual-Core-Bereich mit bis zu 1,7 GHz. Das Vormodell hat noch einen Dual-Core-Prozessor mit 1,5 GHz.Der Arbeitsspeicher wurde von 1,5 GByte auf 2 GByte aufgestockt. Der interne Flash-Speicher beträgt unverändert 8 GByte und es gibt wieder einen Steckplatz f¨¹r Micro-SD-Karten, die bis zu 64 GByte groß sein d¨¹rfen. Es wäre denkbar, dass das Galaxy K Zoom App2SD unterst¨¹tzt, um Apps auf die Speicherkarte auslagern zu können.


Auf dem Galaxy K Zoom läuft Android 4.4 alias Kitkat samt der Touchwiz-Oberfläche von Samsung. Der mit dem Galaxy S5 eingef¨¹hrte Ultra-Power-Saving-Modus soll auch im neuen Modell zur Verf¨¹gung stehen. Dann stehen nur noch Grundfunktionen des Smartphones zur Verf¨¹gung, aber der Nutzer soll es noch deutlich länger nutzen können, bevor der Akku leer wird. Aller Voraussicht nach wird das Galaxy K Zoom ebenfalls Samsungs Region-Lock-Sperre aufweisen.Das Smartphone funktioniert auf den LTE-Frequenzen 800, 850, 900, 1.800, 2.100 und 2.600 MHz sowie in den vier UMTS-Frequenzen 850, 900, 1.900 und 2.100 MHz. Außerdem gibt es Quad-Band-GSM, Dual-Band-WLAN nach 802.11 a/b/g/n, Blueooth 4.0, einen NFC-Chip und einen GPS-Empfänger.Das Galaxy K Zoom fällt deutlich größer aus als das Vorgängermodell. Statt 125,5 x 63,5 x 15,4 mm ist das Gehäuse nun 137,5 x 70,8 x 20,2 mm groß. Daf¨¹r hat sich das Gewicht geringf¨¹gig von 208 auf 200 Gramm verringert. Der Akku hat nun eine Nennladung von 2.430 mAh, aber der Hersteller macht keine Angaben zur Akkulaufzeit.


Samsung hat keine Angaben dazu gemacht, wie viel das Galaxy K Zoom kostet und wann es auf den Markt kommen wird. Das Vorgängermodell kam zum Listenpreis von 500 Euro auf den Markt.Erstmals seit langer Zeit kann AMD im selben Segment Intel in der Rechenleistung schlagen: Die Tablet-APU A10 Micro-6700T alias Mullins ist im Referenz-Tablet teils deutlich schneller als die neuen Atoms. Das klappt aber nur mit etlichen Kniffen, auf die sich Gerätehersteller einstellen m¨¹ssen.
Unter dem Codenamen Mullins hat AMD den Nachfolger der Tablet-APU Temash entwickelt. Noch gibt es keine verf¨¹gbaren Geräte mit dem schnellsten Mullins, der die Modellnummer A10 Micro-6700T trägt. Golem.de hatte jedoch Gelegenheit, eine Vielzahl von eigenen Benchmarks auf AMDs Referenzgerät Discovery 2 durchzuf¨¹hren. Solche Plattformen bauen Chiphersteller selbst, um ihren direkten Kunden - hier also den Anbietern von Tablets - die Vorz¨¹ge der neuen Bausteine anzupreisen.Anders als Temash basiert Mullins auf vier Puma-Kernen. Diese stellen eine Weiterentwicklung der Jaguar-Architektur dar, die unter anderem in den SoCs von Xbox One und Playstation 4 zum Einsatz kommen. Wegen nur kleinerer Verbesserungen, insbesondere bei der Rechenleistung pro Watt, nennt AMD die aktuelle Architektur der Mullins-Kerne Puma+.


Die neuen SoCs, denn um solche handelt es sich bei Mullins, werden wie Temash in 28 Nanometern Strukturbreite hergestellt - jedoch bei Globalfoundries statt bei TSMC. Der Prozess ist bei Globalfoundries, das auch f¨¹r andere Chipdesigner Halbleiter fertigt, inzwischen stark weiterentwickelt worden. AMD gibt beispielsweise f¨¹r den GPU-Teil von Mullins mit 128 Rechenwerken eine Reduktion der Leckströme von 38 Prozent an, bei der CPU sind es 18 Prozent. In Verbindung mit einer erweiterten Energieverwaltung auf dem Die selbst konnte AMD die Takte deutlich steigern.F¨¹r x86-Tablets gilt als grobe Richtlinie eine maximale TDP von 5 Watt als Obergrenze f¨¹r ein SoC. In diesen Rahmen passte bei Temash nur das kleinste Modell, der A4-1200 mit zwei Kernen und 1 GHz. Bei Mullins besteht das schnellste Modell, der hier getestete A10 Micro-6700T, aus vier Kernen, die bis zu 2,2 GHz schnell sind, und kommt dennoch nur auf 4,5 Watt TDP. AMD gibt in seinen Unterlagen stets auch die von Intel propagierte Scenario Design Power (SDP) an, sie liegt beim Micro-6700T bei 2,8 Watt.



2,2 GHz erreicht der Micro-6700T nach unseren Erfahrungen aber nur sehr kurzfristig, AMD reizt hier den Spielraum der Boost-Funktion weitgehend aus. Der Basistakt, den die x86-Kerne ¨¹ber längere Zeit halten, liegt nach unseren Messungen bei 1,2 GHz im Akkubetrieb und 1,5 GHz bei angeschlossenem Netzteil. Wir haben deshalb alle Benchmarks sowohl im Akku- als auch Netzbetrieb durchgef¨¹hrt.Insgesamt ist der schnellste Mullins innerhalb vergleichbarer Leistungsaufnahme rund doppelt so schnell wie sein Vorgänger. Daher wagt AMD auch den Vergleich mit Intels schnellstem Silvermont-Atom, dem Z3770 alias Bay Trail, sowie bei der Grafik auch den besonders sparsamen Haswell-Y und den f¨¹r Billig-Notebooks vorgesehenen Pentium mit höherer TDP und Atom-Innenleben.Mit Mullins hat AMD vor allem die selbst definierte Kategorie der Performance-Tablets im Blick, diese können Notebooks und Desktops ersetzen. Teil dieser Strategie ist auch der Dockport, der ¨¹ber einen Displayport-Anschluss sowohl Bild- und Tonsignale als auch USB-Daten und Ethernet ¨¹bertragen kann. Solche Docks, ¨¹ber die sie auch aufgeladen werden, sollen die Tablets zum Kern eines Desktop-PCs machen.


AMD legt Wert auf die Feststellung, dass es sich bei dem hier getesteten Gerät nicht um ein Vorserienexemplar eines Tablets handelt, das so auch auf den Markt kommt. Wenn sich ein Hersteller f¨¹r diesen Formfaktor entscheiden sollte, kann es in Ausstattung und Design deutliche Änderungen geben.Schon in der vorliegenden Form ist das Discovery 2 genannte Gerät - das AMD schon auf dem MWC zeigte - aber ein recht interessantes Windows-Tablet. Mit 899 Gramm und 12-Zoll-Display ist es zwar kein Mobilitätswunder, mit 9,85 Millimetern Dicke und großem Rahmen aber zum Beispiel beim auf der Couch im Internet surfen noch einigermaßen handlich. Das IPS-Display zeigt 1.920 x 1.080 Pixel, satte und nicht ¨¹bertriebene Farben.
In zwei Punkten unterscheidet sich das Discovery 2 von den meisten g¨¹nstigen Windows-Tablets: Zum einen hatte AMD Windows 8.1 in der 64-Bit-Version installiert, und zum anderen ist statt der bei Intel ¨¹blichen lahmen eMMC-SSDs ein Sata-Laufwerk verbaut. Dabei handelt es sich um die i110 von Sandisk mit 64 GByte, die im AMD-Tablet Leseraten von ¨¹ber 400 MByte pro Sekunde erreicht und wesentlich dazu beiträgt, dass sich das Gerät viel flotter als Atom-Tablets anf¨¹hlt.


Intel hat bei seinen aktuellen Atom-SoCs die Sata-Schnittstelle trotz Kritik an den Vorgängern weiterhin eingespart. Die hohen Benchmarkwerte bei den Anwendungstests, insbesondere PCMark 8, f¨¹hren wir wesentlich auf die schnelle SSD zur¨¹ck. Das verbaute RAM lag mit 2 GByte nicht ¨¹ber der Speichermenge, die auch in den meisten Atom-Tablets verbaut ist.
Keine Angaben machte AMD zum verbauten Akku. Er d¨¹rfte aber äußerst großz¨¹gig dimensioniert sein, denn nach vier Stunden mit eingeschaltetem Display bei mittlerer Helligkeit bei ständigen Benchmarks und einigen Ruhepausen von höchstens einer Viertelstunde war der Stromspeicher noch zu 48 Prozent gef¨¹llt. Das ist bei häufiger Belastung von CPU und GPU f¨¹r ein Windows-Gerät unter einem Kilo ein sehr guter Wert.AMD ließ Golem.de bei der Wahl der Benchmarks und der sonstigen Testprogramme freie Hand. Vorinstalliert waren lediglich 3DMark und PCMark 8, andere Programme wie die beiden Cinebench-Versionen und 3DMark 11 installierten wir selbst. F¨¹r die 64-Bit-Tests gibt es, da auf den bisher erhältlichen Atom-Tablets nur ein 32-Bit-Windows installiert ist, keine Vergleichswerte.


F¨¹r den gesamten Test verwendeten wir ¨¹ber mehrere Stunden zwei Exemplare des Discovery 2, eines mit angestecktem Netzteil und eines im Akkubetrieb. Keines st¨¹rzte dabei ab, was aber auch daran liegen mag, dass wir die Geräte vor den lange laufenden Tests wie dem PCMark neu gestartet haben.
Messwerte mit Spielen m¨¹ssen wir vorerst schuldig bleiben, weil sich der von AMD vorinstallierte Steam-Account nicht aktivieren ließ und f¨¹r einen Download von eigenen Spielen die Zeit zu knapp war. Auf einem anderen Exemplar als den von Golem.de begutachteten Geräten lief aber Dirt Showdown mit minimalen Details und 1.280 x 720 Pixeln laut Fraps mit 20 bis 30 fps. F¨¹r ein grafisch eingeschränktes DirectX-11-Spiel zwischendurch sollten die Mullins-Tablets also durchaus gen¨¹gend Leistung mitbringen.Zum Vergleich zogen wir die Tablets Toshiba Encore mit Intels Z3740 und Lenovos Thinkpad 8 mit dem Atom Z3770 heran. Ersteres SoC ist ein Mittelklasse-Atom, wie er in vielen Geräten zu finden ist, und der Z3770 ist neben dem Z3795 einer der schnellsten von Intels ausdr¨¹cklich f¨¹r g¨¹nstige Tablets vorgesehenen Prozessoren.



Da AMD die Mullins-SoCs auch in Docks als Desktopersatz sehen will, hat sich das Unternehmen f¨¹r eine zusätzliche Stufe der Energieverwaltung entschieden. Die daf¨¹r zuständige Einheit im Chip kann nun auch in Echtzeit die Temperatur des Gehäuses messen, daf¨¹r ist ein zusätzlicher Sensor im Tablet nötig. Nicht mehr nur die Wärme am Chipgehäuse (Tjunction), sondern auch die Temperatur des Gehäuses (Tcase) wird nun ausgewertet.Die Idee dahinter: Wenn das Tablet nicht in der Hand gehalten wird, kann es sich stärker erwärmen, ohne dass es f¨¹r den Benutzer unangenehm wird. 40 Grad sieht AMD als Grenze f¨¹r die Gehäusetemperatur an, sie wird in jedem Fall erreicht - aber per Netzteil schneller und dauerhaft.
Diesen zusätzlichen Spielraum sollen die Mullins-Tablets zudem nur nutzen, wenn sie ans Stromnetz angeschlossen sind. Dann takten die CPU-Kerne höher, was mehr Leistung ergibt. Wir haben das mit mehreren Durchläufen von Cinebench 11.5 direkt hintereinander ausprobiert: Im Akkubetrieb erreicht das Discovery 2 dabei konstant 1,2 GHz, mit Netzteil sind es 1,5 GHz. Auch die Frequenzprotkollierung von 3DMark und PCMark 8 zeigt denselben Effekt. Dadurch ergeben sich in der Praxis rund 15 bis 20 Prozent mehr Rechenleistung, wenn ein Mullins-Tablet mit Netzstrom versorgt wird.

Bater¨ªa para ordenador DELL PT6V8

La multinacional intentar¨¢ tambi¨¦n mejorar los resultados de su negocio de televisi¨®n y desarrollar nuevos nich0s de negocio, como tecnolog¨ªa m¨¦dica, con gran potencial a largo plazo. Igualmente, en el plan de mejora de resultados, Sony apostar¨¢ por los mercados emergentes, intentando fortalecer sus cifras de ventas en esas zonas.
Amazon ampl¨ªa la familia Kindle en España. Tras el ¨¦xito del primer Kindle en el pa¨ªs, que sali¨® a la venta para la campaña de Navidad y que se convirti¨® en el producto m¨¢s vendido en la corta vida de Amazon.es, la firma ha decidido lanzar tambi¨¦n el Kindle Touch y el Kindle Touch 3G.¡°Los clientes de Amazon.es nos han estado pidiendo que Kindle Touch estuviese disponible en Amazon.es, as¨ª que estamos encantados de poder anunciarlo hoy¡±, explica en un comunicado Jorrit Van der Meulen, el vicepresidente de Kindle en Amazon Europa. Los dos ereaders est¨¢n ya disponibles para los compradores españoles, abri¨¦ndose sus preventas la pasada medianoche aunque la distribuci¨®n de los dispositivos no arrancar¨¢ hasta el pr¨®ximo 27 de abril. El Kindle Touch cuesta 129 euros y Kindle Touch 3G 189.


El Kindle Touch tiene una bater¨ªa con una duraci¨®n estimada de dos meses y permite pasar las p¨¢ginas ¨²nicamente con un toque, gracias a la tecnolog¨ªa EasyReach.El dispositivo cuenta con WiFi integrado y capacidad para contener hasta 3.000 libros. El modelo 3G añade a estas caracter¨ªsticas una conexi¨®n 3G gratuita (quien paga por el acceso a la red es Amazon, sin establecer ning¨²n tipo de contrato o cuotas mensuales con sus clientes). La conexi¨®n, siempre activada, funciona ¡°en m¨¢s de 100 territorios y pa¨ªses¡±. Los dos dispositivos son muy ligeros, con un peso de 213 gramos el Kindle Touch y 220 el Kindle Touch 3G. Ambos cuentan con una pantalla de 15 cent¨ªmetros.Es una escena que se repite cada vez m¨¢s: subirse al metro en una ciudad española, mirar alrededor y encontrarse a un n¨²mero interesante de viajeros enfrascados en la lectura. En vez de llevar libros de toda la vida, leen con inter¨¦s en sus lectores electr¨®nicos. La era del ereader ya est¨¢ aqu¨ª.


El ¨²ltimo informe sobre H¨¢bitos de Lectura y Compra de Libros en España apunta que el 52,7% lee en soporte digital, al menos de forma trimestral. En este tipo de soportes, el informe engloba ordenadores, tabletas, m¨®viles, PDAs y ereaders. ¡°Hay un grave error de concepto¡±, nos explica Juan Gonz¨¢lez de la C¨¢mara, fundador y director general de Grammata, preguntado sobre si existe un boom del libro electr¨®nico, ¡°ya que algunos de estudios mezclan ereaders y tablets como si todos fuesen igual y, evidentemente, no lo son¡±. ¡°Los lectores asiduos de literatura prefieren la tinta electr¨®nica¡±, asegura, bas¨¢ndose en los datos que atesora su compañ¨ªa.Aunque exista ese crecimiento de la ¡®electura¡® s¨®lo el 6,8% de lo le¨ªdo durante 2011 en soporte digital fueron libros, una cifra que sube pero que contin¨²a lejos del ¨¦xito que tienen en formato digital otros productos editoriales como los peri¨®dicos. S¨®lo el 2,7% de los lectores que emplean un formato digital emplean un ereader, aunque proporcionalmente ese es el soporte que m¨¢s ha crecido. La penetraci¨®n del ereader ha duplicado n¨²meros frente al informe del año precedente.


¡°Es cierto que se est¨¢n haciendo grandes logros pero tambi¨¦n que el avance del libro digital depende de conseguir una mayor facilidad de acceso a los contenidos¡±, explica Gonz¨¢lez de la C¨¢mara, que reivindica que ¡°plataformas y librer¨ªas que cubren la distribuci¨®n y venta hagan un mayor esfuerzo¡± para dinamizar la oferta de contenidos electr¨®nicos en castellano. Antonio Quir¨®s, vicepresidente de bq, apunta que ¡°hasta el momento se ha desarrollado mucho m¨¢s la parte electr¨®nica que la editorial¡°. ¡°Quiz¨¢s hayamos estado en el pescadilla que se muerde la cola¡±, analiza. ¡°El sector editorial apenas si ha dado pasos en la digitalizaci¨®n porque las ventas se presum¨ªan bajas, pero hay que tener en cuenta que las ventas son bajas porque la apuesta de las editoriales españolas por el mundo digital es t¨ªmida y poco elaborada¡±.


La batalla por el mercado ereader es sin embargo una de las grandes guerras en las que se encuentra sumido el mercado. La llegada de Amazon a España y el aterrizaje ya no de uno sino de tres de los modelos de Kindle, el ereader de la tienda online, ha sido un revulsivo. O ha coincidido con el momento en el que el libro electr¨®nico hab¨ªa decidido explotar. En los ¨²ltimos meses, se han podido ver movimientos de pr¨¢cticamente todos los grandes nombres del sector del libro, intentando posicionarse en el mercado del libro electr¨®nico. ¿Es el mercado entonces algo m¨¢s que Amazon y su Kindle aunque s¨®lo parezca que existan ellos?¡°S¨ª, la verdad es que nosotros somos los primeros enfadados por ese asunto de que solo se hable de Amazon y de Kindle¡°, confiesa con total sinceridad Antonio Quir¨®s. ¡°Una buena parte del sector editorial español ha cogido el toro por los cuernos y se ha lanzado a importantes proyectos que en este momento compiten fuertemente con Amazon¡±, añade. ¡°Es cierto que a nivel de marketing y comunicaci¨®n, las marcas extranjeras, como en otros ¨¢mbitos de las TI, hacen mucho m¨¢s ruido que las marcas nacionales pero, desde luego, el producto nacional no tiene nada que envidiar tecnol¨®gicamente a esos dispositivos¡±, explica por su parte Juan Gonz¨¢lez de la C¨¢mara.



Papyre 613. Es la ¨²ltima apuesta de Grammata. Seg¨²n explica la compañ¨ªa, el ereader cuenta con una ¡°gran autonom¨ªa¡±, que le permite soportar hasta 12.000 pasos de p¨¢gina sin recargar la bater¨ªa, y un peso de 240 gramos, bater¨ªa incluida. Utiliza tinta electr¨®nica e-Ink Pearl e incorpora un teclado qwerty para simplificar las b¨²squedas.bq Cervantes 2. Seg¨²n bq es el ¡°ereader m¨¢s r¨¢pido del mercado¡± gracias a una velocidad de paso de p¨¢gina de 0,7 segundos. Cuenta con una pantalla E-ink Pearl de 6 pulgadas, reducci¨®n de reflejos a la mitad y un peso de 190 gramos. La compañ¨ªa explica que, gracias a su diseño de dos botones laterales y joystick central, es adecuado tanto para usuarios zurdos como diestros. Tiene un precio de 99 euros.El nuevo iPad de Apple, como ha ocurrido anteriormente con otros productos de la compañ¨ªa, ha llegado al mercado acompañado de cierta pol¨¦mica. En este caso, el problema es que los dispositivos parecen recalentarse cuando ejecutan tareas que hacen que su nuevo chip, A5X, rinda al m¨¢ximo. No obstante, este calentamiento no parece acercarse en absoluto a temperaturas alarmantes.


En concreto, la temperatura que se alcanza en la esquina inferior izquierda en los momentos de mayor calentamiento es de unos 46 grados, seg¨²n publica Consumer Reports. Este medio ya critic¨® a Apple por los problemas de antena del iPhone 4, tel¨¦fono que no recomend¨®.Sin embargo, en su primera revisi¨®n del nuevo iPad, Consumer Reports no hizo referencia a este problema y lleg¨® a calificarlo como ¡°la mejor tableta del momento¡±. No obstante, despu¨¦s aseguraron que los usuarios deber¨ªan tener ¡°precauci¨®n¡± con el dispositivo en declaraciones a AFP. ¡°No estamos diciendo que sea un producto peligroso, pero 46 grados puede ser un poco inc¨®modo¡±.Por su parte, un portavoz de Apple defendi¨® el producto en una declaraci¨®n publicada por AllThingsD en la que aseguraba que las caracter¨ªsticas del iPad (citaba su pantalla Retina y la duraci¨®n de su bater¨ªa, entre otras) funcionan ¡°dentro¡± de sus ¡°especificaciones t¨¦rmicas¡±.Pero, ¿exactamente cu¨¢nto se recalienta el iPad? Pues, hasta que llegue a España este viernes hay que conformarse con las pruebas realizadas por medios estadounidenses. As¨ª, seg¨²n las mediciones realizadas por Consumer Reports, la temperatura es de unos 46,6 grados, aproximadamente 5,5 m¨¢s que el iPad 2 y ¡°muy c¨¢lido, pero no especialmente molesto¡± en opini¨®n de MG Siegler.


Por otro lado, seg¨²n los datos de las pruebas llevadas a cabo por Cnet, el punto m¨¢s caliente (la esquina opuesta al altavoz) ¨²nicamente llega a los 34,4 grados tras jugar una partida a Infinity Blade II con el m¨¢ximo nivel de brillo.
La firma analista IHS iSuppli ha comprobado pieza por pieza el coste de fabricaci¨®n del nuevo iPad. El resultado es que la tableta, con conexi¨®n 4G LTE, cuesta entre 316 y 408 d¨®lares por unidad, teniendo en cuenta tambi¨¦n los gastos de producci¨®n. Apple la ha puesto a la venta por un precio que va desde los 499 a los 829 d¨®lares.El coste del nuevo iPad, que sus primeros cuatro d¨ªas en las tiendas ha vendido tres millones de unidades, var¨ªa en unos 90 d¨®lares entre la versi¨®n m¨¢s barata del dispositivo y la versi¨®n m¨¢s cara. Sin embargo, la diferencia de precio para el consumidor entre estos dos productos es de 329 d¨®lares.El estudio que ha llevado a cabo IHS iSuppli ha revela que el nuevo iPad es m¨¢s caro de fabricar que el iPad 2, comparando la producci¨®n de ambos dispositivos en el momento del lanzamiento de cada uno. Aun as¨ª los precios de venta son los mismos que los de la anterior generaci¨®n de la tableta.


Las razones para el aumento del coste de producci¨®n est¨¢n en la pantalla retina de alta resoluci¨®n que ahora tiene el nuevo iPad, as¨ª como en la tecnolog¨ªa de conexi¨®n 4G LTE y la bater¨ªa de m¨¢s larga duraci¨®n.Lo m¨¢s caro de todo ha sido la pantalla retina, producida por el rival de Apple, Samsung, cuesta 87 d¨®lares. La firma coreana tambi¨¦n es el proveedor del procesador, que representa un gasto de 23 d¨®lares. En conjunto esto le da a la compañ¨ªa un 30,2% del desembolso en cada nuevo iPad de 32 GB con 4G, seg¨²n recoge DigiTimes.El coste de los componentes del nuevo iPad m¨¢s barato, de 16 GB de almacenamiento y sin 4G, es de 316 d¨®lares. La versi¨®n de 16 GB con 4G cuesta 347,55 d¨®lares. La tableta m¨¢s cara, de 64 GB y con 4G supondr¨ªa un gasto de 397,95 d¨®lares. A esto habr¨ªa que añadir en todos los casos el dinero derivado de la fabricaci¨®n propiamente dicha, que asciende a 10,75 d¨®lares.
Apple ha anunciado que el pasado lunes ya se hab¨ªan vendido m¨¢s de 3 millones de unidades de su nuevo iPad, que se puso a la venta en diez pa¨ªses el viernes 16 de marzo. Este dispositivo tiene una pantalla Retina de mayor calidad que el anterior y un chip A5X, tambi¨¦n m¨¢s veloz. Sin embargo, la duraci¨®n de su nueva bater¨ªa es la misma: unas 10 horas.



Por comparar, el primer d¨ªa en el mercado del primer modelo de iPad, se vendieron 300.000 unidades y no se alcanzaron los 3 millones de tabletas vendidas hasta pasados 80 d¨ªas. Por otro lado, en todo el trimestre anterior, el m¨¢s exitoso en la historia de Apple, se vendieron 15,43 millones de iPads.Asimismo, ¡®¨²nicamente¡¯ se vendieron 1,7 millones de iPhone 4, uno de los productos m¨¢s exitosos de la compañ¨ªa, en los tres d¨ªas posteriores a su lanzamiento. No obstante, el tel¨¦fono se puso a la venta en menos pa¨ªses que el nuevo iPad.Esto ha convertido a esta tableta en ¡°el lanzamiento de iPad con m¨¢s ¨¦xito hasta ahora¡±, seg¨²n el vicepresidente senior de marketing de producto mundial de Apple, Philip Schiller.El directivo tambi¨¦n asegur¨® que est¨¢n ¡°deseosos¡± lanzar el dispositivo en m¨¢s pa¨ªses, algo que ocurrir¨¢ este viernes. En concreto, llegar¨¢ a otros 24 pa¨ªses: Austria, B¨¦lgica, Bulgaria, Rep¨²blica Checa, Dinamarca, Eslovaquia, Eslovenia, España, Finlandia, Grecia, Hungr¨ªa, Irlanda, Islandia, Italia Liechtenstein, Luxemburgo, Macao, M¨¦xico, Nueva Zelanda, Noruega, Pa¨ªses Bajos, Polonia, Portugal, Ruman¨ªa y Suecia.
¿Cu¨¢n inteligente puede ser el consumo el¨¦ctrico? Hasta ahora, la tecnolog¨ªa para hacer inteligente al consumo el¨¦ctrico se centraba en la gesti¨®n de la red el¨¦ctrica, en crear hogares inteligentes que permiten desde un panel de control hacerse con el mapa del hogar y los par¨¢metros de consumo el¨¦ctrico. Sony est¨¢ trabajando en una herramienta distinta, que posibilitar¨¢ hacer el control de este consumo algo personalizado e individual.


La toma de identificaci¨®n, ¡°authentication outlet¡± en ingl¨¦s, dar¨¢ el control del gasto energ¨¦tico al usuario, funcionando tanto como un carn¨¦ de identidad del consumidor como a modo de gestor el¨¦ctrico. El usuario podr¨¢ as¨ª conectarse en todo momento a la red el¨¦ctrica ¨C se encuentre donde se encuentre ¨C y decidiendo qu¨¦ tipo de facturaci¨®n el¨¦ctrica o de consumo quiere afrontar.La toma incorpora un chip IC sin contacto que sumado al lector ¨C grabador de tarjetas que se instala en el enchufe permite conectar a unos y otros. La tecnolog¨ªa RFID Over Power Line, que emplea la toma de identificaci¨®n, utiliza la red el¨¦ctrica para enviar la informaci¨®n y as¨ª unir al chip con el lector.Sony est¨¢ trabajando en esta tecnolog¨ªa y continuar¨¢ trabajando en ella, seg¨²n explica en una nota de prensa. La implantaci¨®n de la toma permitir¨ªa al usuario no s¨®lo conectarse a la red el¨¦ctrica en cualquier momento o cualquier lugar (por ejemplo desde un caf¨¦ o un aeropuerto, algo especialmente necesario a medida que los consumidores se hacen m¨¢s dependientes de las bater¨ªas de sus smartphones y otros dispositivos inteligentes) sino tambi¨¦n prevenir problemas como el robo de electricidad o acceder a nuestro ¡®historial el¨¦ctrico¡¯ y redirigir nuestro consumo el¨¦ctrico.



  1. http://gegensatz.mixxt.at/networks/blog/posts.auch.werden

  2. http://globaldoctoroptions.com/story/akkusmarkt/

  3. http://akkusmarkt.comunidades.net/

  4. https://akkusmarkt.quora.com/


Akku Dell 312-0306

Mit dem Lifetab S7852 verkauft Medion am 8. Mai 2014 in den Aldi-Filialen ein sehr nach iPad Mini aussehendes 8-Zoll-Tablet mit Android 4.4, Quad-Core-Prozessor und Alu-Gehäuse f¨¹r 150 Euro. Golem.de hat vorab getestet, ob sich der Kauf lohnt.
Medion bringt ein neues, g¨¹nstiges Android-Tablet in die Aldi-Märkte: Das Lifetab S7852 soll ab dem 8. Mai 2014 f¨¹r 150 Euro erhältlich sein, daf¨¹r bekommt der Käufer ein 8-Zoll-Tablet mit Aluminiumgehäuse, Quad-Core-Prozessor und Infrarotsender.
Beim Design hat sich Medion einiges von Apples iPad Mini abgeschaut: Ohne den auffälligen Lifetab-Schriftzug unter dem Display sind die beiden Geräte auf den ersten Blick kaum zu unterscheiden. Wie das iPad Mini hat auch das Lifetab ein stabiles Gehäuse aus Metall, das matte Aluminium f¨¹hlt sich gut an. Ganz auf Kunststoff hat Medion beim Gehäuse aber nicht verzichtet: Der Rand um das Displayglas ist aus Kunststoff, ebenso der untere Teil der R¨¹ckseite. Mit 9 mm ist das Lifetab merklich dicker als Apples iPad Mini. Ansonsten liegt das Tablet mit Maßen von 200 x 137 mm und einem Gewicht von 370 Gramm im ¨¹blichen Rahmen f¨¹r 8-Zoll-Tablets.


Wie bei Apples erster Version des kleinen iPads ist das Display beim Medion-Tablet 7,85 Zoll groß, hat ein Seitenverhältnis von 4:3 und eine Auflösung von 1.024 x 768 Pixeln. Das ergibt eine Pixeldichte von 163 ppi, die Darstellung ist dementsprechend nicht ¨¹bermäßig scharf. Ein Treppeneffekt bei Schriften ist mit dem bloßen Auge leicht zu erkennen.Der Bildschirm hat einen merklichen Gelb-Gr¨¹n-Stich, dementsprechend erscheinen weiße Inhalte nicht wirklich weiß. Ansonsten sind Farbwiedergabe und Kontrast am Preis des Tablets gemessen gut. Die Displayabdeckung ist jedoch nicht kratzfest und zieht Fingerabdr¨¹cke geradezu magisch an. Diese lassen sich nicht so leicht wieder abwischen wie bei anderen Tablets mit entsprechender Schutzbeschichtung. Das Display ist blickwinkelstabil, schaut der Nutzer allerdings schräg auf das Tablet, wird das Bild krisselig. Dies scheint am Material der Bildschirmabdeckung zu liegen.Selbst bei einem Preis von nur 150 Euro ist der fehlende Helligkeitssensor nicht mehr zeitgemäß. Die Helligkeit lässt sich nur manuell einstellen, zudem ist die maximale Helligkeit mit durchschnittlich 242,5 cd/qm nicht besonders hoch. Selbst in Innenräumen w¨¹nscht man sich oft ein helleres Display - außen ist es nur schwer, Inhalte bequem abzulesen. Der Lagesensor arbeitet ohne nennenswerte Verzögerung.


Im Inneren des Lifetabs arbeitet ein Quad-Core-Prozessor von Rockchip, der von Systeminformationsprogrammen nur als "RK30" bezeichnet wird. Die angegebene Taktrate von 1,6 GHz, die verbauten Cortex-A9-Kerne und die Mali-400-GPU passen zum Modell RK3188, das Rockchip bereits Anfang 2013 vorgestellt hatte.Der Arbeitsspeicher ist 1 GByte groß, der eingebaute Flash-Speicher 16 GByte. Ein Steckplatz f¨¹r Micro-SD-Karten bis 64 GByte ist eingebaut. Steckt eine Karte im SD-Slot, schaut sie leicht aus dem Gehäuse hervor. Dadurch ist sie zwar leicht zu entfernen, kann aber auch unbeabsichtigt herausgelöst werden. Apps können nicht auf die Speicherkarte ausgelagert werden.WLAN unterst¨¹tzt das neue Lifetab nach 802.11b/g/n auf der Frequenz 2,4 GHz, Bluetooth läuft in der Version 4.0. Ein UMTS-Modem gibt es nicht. Ein GPS-Empfänger ist eingebaut, ebenso ein Infrarotsender. Mit diesem können Geräte wie Fernseher oder TV-Boxen bedient werden, auf unserem Testmodell war allerdings die passende Software noch nicht installiert. Diese sollen sich Nutzer nach dem Kauf des Lifetabs nachinstallieren können.


Auf der R¨¹ckseite des Tablets ist eine 5-Megapixel-Kamera mit Autofokus eingebaut, ein Fotolicht gibt es nicht. Die Frontkamera f¨¹r Videotelefonie hat 2 Megapixel. Die Bildqualität der Hauptkamera ist f¨¹r ein Tablet dieser Preisklasse gut und eignet sich f¨¹r anständige Schnappsch¨¹sse. Details wirken bei Vergrößerung zwar schnell verwaschen, zudem sind bereits bei Tageslichtaufnahmen farbige Artefakte sichtbar. Kontrast, Farbwiedergabe und Schärfe stimmen aber.
Das Lifetab S7852 wird mit Android in der Version 4.4 ausgeliefert. Laut Medion soll eigentlich die Version 4.4.2 installiert sein, auf unserem Testgerät ist allerdings die erste Version von Kitkat aufgespielt. Nach Erscheinen des Tests ist ein Update auf Android 4.4.2 erschienen. Medion hat an der Android-Oberfläche keine nennenswerten Änderungen vorgenommen, dementsprechend gibt es keine besonderen Extrafunktionen.



Bei der ersten Einrichtung des Tablets wird der Nutzer gefragt, ob er das Gerät bei Aldi Nord oder Aldi S¨¹d gekauft hat. Danach werden zahlreiche Apps installiert, inklusive der entsprechenden Aldi-App - ob der Nutzer diese Programme nun möchte oder nicht. Insgesamt sind es ¨¹ber 15 Apps, die automatisch installiert werden. Anders als bei anderen Herstellern kann der Nutzer diese Bloatware aber einfach wieder deinstallieren.Unter den vorinstallierten Programmen sind allerdings auch die Vollversionen der Textverarbeitung Textmaker Mobile, der Tabellenkalkulation Planmaker Mobile und des Powerpoint-Programms Presentations Mobile. Diese drei Apps kosten im Play Store aktuell zusammen 13 Euro.Der Nutzer kann mit dem Lifetab fl¨¹ssig durch die Men¨¹s scrollen, auch mit mehreren geöffneten Programmen kommt das Tablet gut zurecht. Grafisch intensive Spiele hingegen laufen stellenweise nicht ganz fl¨¹ssig, sind aber dennoch gut spielbar.Der Akku des Lifetabs soll laut Medion eine Laufzeit von 10 Stunden ermöglichen. Wie dieser Wert gemessen wurde, ist nicht bekannt. Ein 1080p-kodiertes Video können wir fast sechs Stunden lang anschauen, bis der Akku leer ist - ein guter Wert.


Das Lifetab S7852 soll ab dem 8. Mai 2014 bei Aldi erhältlich sein. Zum Lieferumfang gehören Kopfhörer, ein Ladegerät mit Kabel sowie ein USB-OTG-Adapter. Mit diesem können externe Speichermedien oder Eingabegeräte angeschlossen werden - die wenigsten Hersteller legen ihren Geräten einen derartigen Adapter bei.Das Lifetab S7852 ist f¨¹r den verlangten Preis ein anständiges 8-Zoll-Tablet. Das Metallgehäuse ist gut verarbeitet, der Infrarotsender ist in dieser Preisklasse selten. Erfreulich ist auch, dass Medion zwar zahlreiche Apps vorinstalliert, diese aber einfach wieder gelöscht werden können. Dank des Quad-Core-Prozessors und des 1 GByte großen Arbeitsspeichers läuft das Tablet fl¨¹ssig in der Bedienung.Positiv ¨¹berrascht sind wir von der Kamera des Lifetabs: Die Fotos sind f¨¹r ein Tablet in dieser Preisklasse sehr gut. Gut finden wir auch, dass Medion das aktuelle Android auf dem Gerät installiert - auch wenn auf unserem Test-Tablet statt der Version 4.4.2 nur die Version 4.4 aufgespielt ist.


Bei dem niedrigen Preis muss der Nutzer allerdings auch einige Abstriche machen: So hat das Display nur eine Auflösung von 1.024 x 768 Pixeln und einen Farbstich, zudem ist das Display-Glas nicht kratzfest und sehr anfällig f¨¹r Fingerabdr¨¹cke. Der fehlende Helligkeitssensor ist nicht mehr zeitgemäß, außerdem ist die maximale Helligkeit nicht sonderlich hoch.F¨¹r das Lifetab S7852 gibt es einige Alternativen: So kostet das Yoga Tablet 8 von Lenovo aktuell mit knapp 170 Euro nur etwas mehr und bietet daf¨¹r ein besseres Display und eine längere Akkulaufzeit. Das Memo Pad HD 7 von Asus ist mit knapp ¨¹ber 130 Euro sogar noch g¨¹nstiger als das Lifetab und d¨¹rfte f¨¹r eine ähnliche Käufergruppe interessant sein.F¨¹r das Medion-Tablet Lifetab S7852 ist ein Update auf Android 4.4.2 erschienen. Mit dem Update hat das Tablet auch die versprochene Fernbedienungs-App erhalten.


3D Systems untersucht die Verwendung von leitender Tinte f¨¹r die Produktion von Googles modularem Smartphone Project Ara. Das Unternehmen soll die einzelnen Module f¨¹r das Smartphone im 3D-Druckverfahren herstellen und hat jetzt weitere Details zum Fertigungsprozess veröffentlicht.
Das Unternehmen 3D Systems erforscht zusammen mit der Carnegie-Mellon-Universität die Verwendung von leitender Tinte bei der Produktion der Einzelteile von Googles modularem Smartphone. Das momentan noch als Project Ara bezeichnete Gerät soll aus Einzelteilen bestehen, die vom Nutzer beliebig getauscht werden können. Auf diese Weise kann das Smartphone je nach Nutzeranforderungen ausgestattet werden. Beispielsweise kann ein größerer Akku anstelle eines Kameramoduls eingebaut werden, falls der Nutzer eine lange Akkulaufzeit benötigt. Die Module werden in ein Exoskelett gesteckt, wo sie von kleinen Magneten in Position gehalten werden.
Die einzelnen Module f¨¹r Project Ara sollen von 3D Systems im 3D-Druckverfahren hergestellt werden. Das Unternehmen hat in seinem firmeneigenen Blog jetzt nähere Details zum Fertigungsprozess verraten. Mit leitender Tinte könnten Bauteile wie die Antenne einfach mitgedruckt werden, ohne dass das Teil außerhalb des Druckprozesses händisch eingebaut werden muss.


Der Druckprozess soll zudem so optimiert werden, dass der Druckkopf in einer kontinuierlichen Bewegung die Module druckt. Bisher bewegen sich bei den meisten 3D-Druckern der Kopf und die Plattform, auf der der Druck entsteht, mit wechselnden Geschwindigkeiten. Dies f¨¹hrt laut 3D Systems insgesamt zu einer Verlängerung der Druckzeit. Das Unternehmen plane stattdessen eine Art "Rennstrecke", auf der sich die Modulh¨¹llen kontinuierlich bewegen und gedruckt werden. Nur f¨¹r Fertigungsprozesse, die nicht vom 3D-Drucker erledigt werden können, soll diese Strecke verlassen werden.Project Ara wurde im Herbst 2013 von der damaligen Google-Tochter Motorola erstmals vorgestellt. Im April 2014 fand die erste Entwicklerkonferenz des Projektes statt. Die Zusammenarbeit mit 3D Systems wurde im November 2013 beschlossen.Mozillas eigenes Firefox-OS-Smartphone Flame soll ab dem zweiten Quartal 2014 f¨¹r 170 US-Dollar weltweit erhältlich sein. Das Smartphone ist ein Referenzgerät f¨¹r Entwickler und bietet unter anderem eine umschaltbare Arbeitsspeichergröße.
Zum kommenden Firefox-OS-Smartphone Flame sind neue Details bekannt geworden: Das von Mozilla als Referenzgerät f¨¹r Entwickler gedachte Smartphone soll ab dem zweiten Quartal 2014 weltweit f¨¹r 170 US-Dollar erhältlich sein, schreibt Sören Hentzschel in seinem Blog. Mozilla hatte das Gerät auf dem Mobile World Congress 2014 vorgestellt.



Das Flame soll von T2Mobile hergestellt werden, das wie Alcatel Onetouch eine Marke des chinesischen Herstellers TCL ist. Das Gerät hat eine f¨¹r Firefox-OS-Geräte recht ¨¹ppige Ausstattung, die im Android-Bereich jedoch eher bei Smartphones der Einsteigerklasse vorzufinden ist.So hat das 4,5-Zoll-Display eine relativ geringe Auflösung von 854 x 480 Pixeln. Als Prozessor kommt Qualcomms Snapdragon 200 mit zwei Kernen und einer Taktrate von 1,2 GHz zum Einsatz. Der Arbeitsspeicher ist 1 GByte groß, kann allerdings auf bis zu 256 MByte reduziert werden. Damit sollen Entwickler leichter die Kompatibilität und Leistungsfähigkeit ihrer Apps auf Geräten mit wenig Arbeitsspeicher simulieren können.Das Gerät besitzt zudem eine NFC-Einheit, Bluetooth sowie A-GPS. WLAN beherrscht es nach 802.11b/g/n nur auf einem Frequenzband. Der Flash-Speicher ist 8 GByte groß. Auf der R¨¹ckseite ist eine Kamera mit 5 Megapixeln eingebaut, die Frontkamera f¨¹r Videotelefonie hat 2 Megapixel. Der Akku hat eine Nennladung von 1.800 mAh.Laut Sören Hentzschel sollen Käufer des Flame Zugriff auf Nightly Builds von Firefox OS haben. ¨¹ber welche Vertriebskanäle das Smartphone letztlich erhältlich sein wird, ist noch nicht bekannt. Der Preis von 170 US-Dollar soll bereits die Versandkosten beinhalten, denkbar ist, dass hierauf allerdings noch Steuern kommen.


Viele Android-Smartphones besitzen keine physischen Buttons, doch manchmal w¨¹nscht sich der Anwender doch etwas "Erf¨¹hlbares". Diese L¨¹cke schließt der Aufkleber Dimple, der geschickt mit dem Smartphone kommuniziert.
Der Aufkleber Dimple beinhaltet vier physikalische Knöpfe, die per NFC weitergeben, ob sie gedr¨¹ckt wurden. WLAN, Bluetooth oder gar ein eigener Akku sind nicht erforderlich. Den notwendigen Betriebsstrom beziehen die NFC-Tags ¨¹ber das Lesegerät.Damit keine Umbaumaßnahmen am Smartphone erforderlich werden, kommuniziert Dimple ¨¹ber den integrierten NFC-Leser, der bei vielen Android-Geräten integriert ist. Jeder Knopf besitzt eine separate NFC-ID, so dass die dazugehörige App erkennen kann, welcher gedr¨¹ckt wurde. Da der Aufkleber auf die Gehäuser¨¹ckseite geklebt wird, funktioniert er bei Geräten mit Metallgehäuse wegen der Abschirmung vermutlich nicht. Mit dem HTC One (M7 & M8) arbeitet die Lösung nach Angaben der Entwickler definitiv nicht.
Mit den etwa 0,5 mm hohen Dimple-Knöpfen können beispielsweise Apps geöffnet, Fotos aufgenommen, die Musik gesteuert oder andere Aktionen ausgelöst werden, die sich in der App konfigurieren lassen. Die App ist schon im Google Play Store zu sehen.

Akku Dell U6256

Wie bei der technischen Ausstattung kaum anders zu erwarten, läuft das Xperia Z2 fl¨¹ssig in den Men¨¹s, auch mehrere geöffnete Anwendungen bringen das Smartphone nicht zum Stocken. Grafisch anspruchsvolle Spiele wie Riptide GP 2 oder First-Person-Shooter laufen ebenfalls ohne Ruckler. Internetseiten stellt das Smartphone im Chrome Browser ruckelfrei dar.Der Akku des Xperia Z2 hat eine Nennladung von 3.200 mAh. Sony gibt die maximale Standby-Zeit mit fast 31 Tagen an, die maximale Gesprächszeit soll bis zu 19 Stunden betragen. Videos sollen laut Sony bis zu 10 Stunden lang mit dem Smartphone angeschaut werden können. Die Werte wurden unter Testbedingungen der GSMA ermittelt. In unserem Videotest konnten wir bei voller Helligkeit einen 1080p-codierten Film ¨¹ber 9 Stunden lang anschauen, bis der Akku leer war - ein sehr guter Wert.Unter Volllast wird das Xperia Z2 auf der R¨¹ckseite sehr warm, stellenweise sogar heiß: Zwischen Kameraobjektiv und NFC-Logo erreichen die Temperaturen unter Volllast stellenweise fast 50 Grad Celsius. Bereits beim Spielen heizt sich die R¨¹ckseite unangenehm auf, das Halten des Smartphones wird dann unangenehm. Der obere Bereich der Vorderseite, der beim Telefonieren ans Ohr gehalten wird, erreicht 40 Grad Celsius.


Das Xperia Z2 ist in Sonys Onlineshop f¨¹r 680 Euro erhältlich. Bei anderen Onlinehändlern wie Media Markt oder Saturn ist das Smartphone f¨¹r 600 Euro versandfertig auf Lager. Dies entspricht dem urspr¨¹nglichen Listenpreis von Sony. Im März 2014 hatte der Hersteller den Verkaufspreis um 80 Euro erhöht, der Onlinehandel hat darauf bisher allerdings nicht reagiert.Das Xperia Z2 ist zweifellos ein Smartphone der Oberklasse, das dank des aktuellen Snapdragon-Prozessors, ausreichend Arbeitsspeicher und des aktuellen Androids fl¨¹ssig läuft und mit keiner der von uns ausprobierten Apps Probleme hat. Sony setzt weiterhin auf das gute Design des Vorgängers, das neue Modell ist zudem wieder vor Staub und Wasser gesch¨¹tzt. Gut gefällt uns auch die lange Akkulaufzeit, allerdings wird das Smartphone stellenweise sehr heiß.Die neue Lifelog-App ist ein interessanter Weg, Tagesabläufe zu visualisieren und Momente festzuhalten. Zudem erhält der Nutzer hier - ähnlich wie bei Samsungs Galaxy S5 - Informationen zu verbrannten Kalorien und zur¨¹ckgelegten Wegen. Die neuen Kamerafunktionen machen Spaß, die Kamera selbst hat Sony allerdings leider nicht verbessert. Zwar sind die Bilder auf anständigem Niveau, die verwaschenen Details stören uns beim Xperia Z2 aber genauso wie beim Vorgänger. Hier merken wir einen deutlichen Unterschied zur Kamera des Galaxy S5.


Angesichts der insgesamt doch eher wenigen beziehungsweise im Falle der Hardware kaum merkbaren Änderungen zum Vorgänger stellen wir uns letztlich die Frage, warum jemand das Xperia Z2 anstelle des Xperia Z1 kaufen sollte. Wir empfinden das neue Modell als "zu nah dran" am Vorgänger - ein ähnliches Gef¨¹hl hatten wir auch bei Samsungs Galaxy S5.Zwar gibt es auch beim Xperia Z2 Unterschiede zum Vorgänger - die 4K-Videofunktion, der minimal größere Bildschirm und der nicht merkbar schnellere Prozessor rechtfertigen f¨¹r uns Mehrkosten von aktuell bis zu 175 Euro allerdings nicht. Der stärkste Konkurrent f¨¹r Sonys neues Top-Smartphone ist aufgrund der starken Ähnlichkeit sein eigener Vorgänger.Aldi-Nord verkauft am Donnerstag das LG-Smartphone L90 zum Angebotspreis von 180 Euro - bei anderen Händlern kostet es 50 Euro mehr. Das L90 hat eine lange Akkulaufzeit, einen 4,7 Zoll großen IPS-Touchscreen, einen NFC-Chip, läuft mit Android 4.4 alias Kitkat und unterst¨¹tzt LGs Knock-Code.
Ab dem 8. Mai 2014 gibt es bei Aldi-Nord das Kitkat-Smartphone L90 von LG f¨¹r 180 Euro. Der Listenpreis f¨¹r das Smartphone liegt bei 230 Euro und nur vereinzelt ist es im Onlinehandel f¨¹r 220 Euro zu bekommen. Damit ist das L90 bei Aldi 50 Euro g¨¹nstiger als im ¨¹brigen Handel. Es handelt sich dabei um ein aktuelles Mittelklasse-Modell von LG.


F¨¹r ein Mittelklasse-Smartphone ist es durchaus noch eine Besonderheit, dass es gleich mit dem aktuellen Android 4.4.2 alias Kitkat verkauft wird. Darauf läuft LGs eigene Bedienoberfläche mit den Erweiterungen QSlide, Quickremote und Quickmemo. Zudem gibt es die Erweiterungen Knock On sowie Knock Code. Knock On erlaubt es, das Display mit einem Doppeltipp aus dem Ruhezustand zu wecken. Knock Code ist die Variante mit Zugangscode: Das Gerät schaltet sich erst ein, wenn ein vorher festgelegtes Klopfmuster eingegeben wurde.Das L90 hat ein 4,7 Zoll großes IPS-Display mit einer Auflösung von 960 x 540 Pixeln, was einer Pixeldichte von 234 ppi entspricht. F¨¹r Foto- und Videoaufnahmen gibt es eine 8-Megapixel-Kamera auf der R¨¹ckseite und vorne ist eine 1,3-Megapixel-Kamera f¨¹r Videotelefonate untergebracht.Im Smartphone steckt Qualcomms Quad-Core-Prozessor Snapdragon 400 mit einer Taktrate von 1,2 GHz. Der MSM8226-Prozessor arbeitet mit vier Cortex-A7-Kernen. Der Arbeitsspeicher ist 1 GByte groß, es gibt 8 GByte Flash-Speicher, wovon dem Nutzer rund 3,5 GByte zur Verf¨¹gung stehen. Außerdem gibt es einen Steckplatz f¨¹r Micro-SD-Karten mit bis zu 32 GByte. Gemessen an LGs L40 sollte auch das L90 z¨¹gig in den Men¨¹s arbeiten und es sollte keine Verzögerungen beim App-Start geben, denn es ist technisch besser ausgestattet als das L40.



Das Smartphone unterst¨¹tzt neben Quad-Band-GSM nur die beiden UMTS-Frequenzen 900 sowie 2.100 MHz. Dabei wird HSDPA mit bis zu 21 MBit/s und HSUPA mit maximal 5,76 MBit/s geboten. Zudem gibt es Single-Band-WLAN nach 802.11 b/g/n, Bluetooth 4.0, einen NFC-Chip und einen GPS-Empfänger.Das Smartphone misst 131,55 x 66 x 9,65 mm und wiegt 124 Gramm. Der Akku mit 2.540 mAh soll im Bereitschaftsmodus bis zu 42 Tage durchhalten, als maximale Sprechzeit verspricht LG 24 Stunden im GSM-Modus und 21,5 Stunden im UMTS-Betrieb. Das sind jeweils sehr gute Werte, so dass das Smartphone selbst bei intensiver Nutzung länger als einen Tag durchhalten sollte, bevor der Akku wieder geladen werden muss.Die Preise f¨¹r einfach ausgestattete Smartphones mit Android fallen - und das soll nach Meinung des Chipentwicklers ARM auch so weitergehen. Nachdem erste Geräte unter 50 US-Dollar schon zu haben sind, soll noch im laufenden Jahr die Schwelle zu 20 US-Dollar geknackt werden.
Während viele Nutzer oft nur auf die High-End-Smartphones mit großen Displays und Mehrkern-SoCs schielen, gibt es dennoch einen nach St¨¹ckzahlen weit größeren Markt f¨¹r g¨¹nstigere Geräte. Wie Anandtech von ARMs Tech Day berichtet, sollen bereits 2014 rund 500 Millionen Geräte weltweit verkauft werden, die weniger als 100 US-Dollar kosten. Bis 2018 soll sich das verdoppeln, dann sieht ARM eine Milliarde jährlich verkaufter Geräte dieser Kategorie voraus.


Den gegenwärtigen Tiefstpreis f¨¹r ein Smartphone markiert das SC8621 mit Firefox OS, das nur 25 US-Dollar kosten soll. Daf¨¹r bietet es aber nur einen einzelnen Cortex-A5-Kern und 128 MByte Arbeitsspeicher. Solche Geräte mit wenig Speicher sieht ARM auch weiterhin f¨¹r den Einstieg geeignet - aber auch mit Android als Betriebssystem.Noch 2014 soll es dem Chipentwickler zufolge Android-Smartphones geben, die weniger als 20 US-Dollar kosten. Gemeint ist damit, wie in den USA stets ¨¹blich, der Herstellerabgabepreis ohne örtlich verschiedene Steuern und Importzölle. Auf europäische Verhältnisse umgerechnet w¨¹rde das einen Preis unter 30 Euro bedeuten. Namen von Geräteherstellern nannte ARM dabei nicht.Diese Billiggeräte sollen laut ARM weiterhin mit einem einzelnen Kern und wenig Speicher ausgestattet sein. Da diese Komponenten, in Verbindung mit einem kleinen Display, wenig Energie benötigen, kann auch der Akku als weitere teure Komponente entsprechend klein ausfallen.Um vor allem ältere Versionen von Android ohne Multitasking anzutreiben, kann eine solche Ausstattung durchaus ausreichen. Anandtech weist darauf hin, dass ein einzelner Cortex-A5-Kern schneller als ein SoC mit einem Kern in der Architektur ARM11 ist - ein solcher Chip steckte auch im ersten iPhone, das 2007 auf den Markt kam.


Nach vielen Verzögerungen erscheinen diesen Monat die ersten Android-Smartphones von Kazam in Deutschland. Die Dual-SIM-Geräte kommen alle mit einer sogenannten Displaygarantie auf den Markt. Geht das Display kaputt, wird es kostenlos getauscht.
Im Mai 2014 sollen die ersten Kazam-Smartphones in den deutschen Handel kommen. Der britische Anbieter bewirbt die Android-Smartphones mit einer einjährigen Displaygarantie, die im Kaufpreis enthalten ist. Allerdings gibt es weniger eine Displaygarantie, sondern einen einmaligen Displaytausch innerhalb des ersten Jahres nach Kauf.
Wenn dem Kunden also das Smartphone-Display kaputt geht, wird es ohne weitere R¨¹ckfragen ausgetauscht. Kazam erklärte Golem.de, dass es derzeit noch darauf hinauslaufe, dass das Gerät dann direkt ausgetauscht wird. Erst später soll nur noch das Display ersetzt werden. Dann soll eine maximale Austauschzeit von 72 Stunden erreicht werden.Im Falle eines Displaydefekts geht der Kazam-Kunde zu seinem Händler und der k¨¹mmert sich um alles weitere. Kazam rät, vorher die Smartphone-Daten zu sichern, um bei Bedarf das Backup auf das neue oder das reparierte Gerät wieder aufspielen zu können. Innerhalb des ersten Jahres nach Kaufdatum wird das Display aber in jedem Fall nur einmal kostenlos getauscht. Falls es ein weiteres Mal kaputt geht, m¨¹sste der Käufer selbst f¨¹r die Reparatur aufkommen.



Der Markteintritt des britischen Anbieters hatte sich erheblich verzögert. Als Kazam im November 2013 seinen Markteintritt in Deutschland verk¨¹ndete, sollte es eigentlich nur noch einige Wochen dauern. Im Februar 2014 wurde dann eine Markteinf¨¹hrung hierzulande im zweiten Quartal 2014 anvisiert.Zunächst soll es die Kazam-Smartphones im Laufe des Monats bei den beiden Elektronikketten Mediamarkt und Saturn geben. Danach sollen weitere Händler sie ins Sortiment nehmen, verspricht der Anbieter. Noch hat keiner der großen Onlinehändler ein Smartphone des Anbieters im Angebot.Kazam will gleich mit einer ganzen Palette von Android-Smartphones auf den Markt kommen. Dabei handelt es sich um Einsteiger- und Mittelklassegeräte, die mit unterschiedlichen Displaygrößen zu haben sind. Alle Geräte haben zwei SIM-Kartensteckplätze, einen auswechselbaren Akku und einen Steckplatz f¨¹r Micro-SD-Karten mit bis zu 32 GByte. Dieser wird auch dringend benötigt, denn alle Kazam-Smartphones haben nur 4 GByte Flash-Speicher, wovon dem Nutzer nur etwas mehr als 1 GByte zur Verf¨¹gung steht.


Alle Kazam-Smartphones werden noch mit der veralteten Android-Version 4.2.2 alias Jelly Bean ausgeliefert. Der Hersteller will erst noch pr¨¹fen, ob und welche Geräte ein Update auf Android 4.4 alias Kitkat bekommen. Kazam verwendet das Stock-Android von Android und macht keine eigenen Änderungen daran.Die Kazam-Smartphones haben als Dreingaben lediglich eine App f¨¹r Remote-Support. ¨¹ber den Rescue-Dienst können Kazam-Kunden sich vom Anbieter helfen lassen, indem Service-Mitarbeitern f¨¹r begrenzte Zeit und nur nach einer Kennwort-Bestätigung der Zugriff auf ihr Gerät gewährt wird.Alle Kazam-Smartphones funktionieren nur auf den beiden UMTS-Frequenzen 900 und 2.100 MHz und decken dar¨¹ber hinaus Quad-Band-GSM ab. Dabei wird HSDPA mit bis zu 7,2 MBit/s unterst¨¹tzt. Es gibt Single-Band-WLAN nach 802.11 b/g/n sowie zumeist Bluetooth 3.0 und einen GPS-Empfänger.Die Mehrzahl der zunächst geplanten Kazam-Smartphones läuft mit Dual-Core-Prozessoren, hat 512 MByte Arbeitsspeicher und gehört zur Trooper-Produktreihe. In den meisten Trooper-Modellen steckt der Dual-Core-Prozessor MT6572 von Mediatek, der mit 1,2 GHz getaktet ist. Nur im Einsteigermodell Trooper X4.0 gibt es das Dual-Core-Modell MT6572M, dessen maximale Taktrate 1 GHz beträgt.

Akku Acer 3UR18650F-3-QC228

Im Grafik-Benchmark GFX Bench schafft das Ascend P7 im T-Rex-Test einen niedrigen Onscreen-Wert von 12,3 fps. Das ist sogar noch weniger als das Padfone Mini von Asus mit 14,8 fps. Zum Vergleich: Das Xperia Z2 und HTCs neues One (M8) kommen hier beide auf knapp 30 fps.Das Ascend P7 soll ab Juni in Deutschland erhältlich sein und 420 Euro kosten. Die während der Huawei-Pressekonferenz in Paris gezeigte Dual-SIM-Option ist nicht f¨¹r Deutschland geplant.Mit dem Ascend P7 hat Huawei zahlreiche störende Faktoren des Vorgängermodells beseitigt: Das Display ist hochauflösender, der alte K3V2-Prozessor wurde endlich ausrangiert und auch die Verarbeitung ist besser und stimmiger.Das Ascend P7 punktet im direkten Hardware-Vergleich mit den aktuellen Topmodellen der Konkurrenz jedoch nur an einigen Stellen - beispielsweise finden wir die Qualität der Kameraaufnahmen besser als die des HTC One (M8) und teilweise auch besser als die des Xperia Z2. Was den Prozessor betrifft, leistet das Ascend P7 jedoch merklich weniger. Im Alltag fällt uns das allerdings nur bei sehr rechenintensiven Programmen oder mehreren geöffneten Apps auf.


Gut gefallen uns die zahlreichen Einstellungs- und Kontrollmöglichkeiten der Benutzeroberfläche Emotion UI 2.3. Huawei ermöglicht dem Nutzer eine weitreichende Kontrolle von Zugriffsrechten und Stromverbrauchsoptionen. Mit den verschiedenen Designs lässt sich die Oberfläche an den persönlichen Geschmack anpassen. Leider sind die guten Profiloptionen nicht mehr an Bord, daf¨¹r zahlreiche praktische kleine Anwendungen.Beide Kameras des Ascend P7 machen sehr gute Bilder. Die Frontkamera mit ihren 8 Megapixeln eignet sich außer f¨¹r Videotelefonie auch f¨¹r hochwertige Selbstporträts. Die Hauptkamera bietet einen guten Automatikmodus und macht auch in dunklen Umgebungen gute Bilder.Mit einer Preisempfehlung von 420 Euro ist das Ascend P7 um die 170 Euro g¨¹nstiger als Sonys Xperia Z2, knapp 150 Euro g¨¹nstiger als Samsungs Galaxy S5 und 120 Euro g¨¹nstiger als HTCs One (M8). Trotz des weniger leistungsfähigen Prozessors und fehlender Hardwarespielereien, wie sie beispielsweise die Geräte von Samsung und HTC haben, ist das Ascend P7 aufgrund des flachen Gehäuses, eines gelungenen Designs, einer guten Kamera und cleverer Softwarelösungen eine interessante Alternative zu diesen Geräten.


Stärkster Konkurrent f¨¹r das Ascend P7 ist aktuell das Nexus 5, das jedoch eine schlechtere Kamera und weniger Komfortfunktionen bietet. Um sich gegen das momentan mit 320 Euro allerdings deutlich g¨¹nstigere Google-Smartphone durchsetzen zu können, m¨¹sste der Preis des Ascend P7 nach der Veröffentlichung aber noch etwas sinken.Das Ascend P7 wurde mittlerweile von Futuremark aus der Testdatenbank des 3D-Mark-Benchmarks entfernt. Grund ist, dass Huawei offenbar bei der Leistung geschummelt hat: In eigenen Messungen erreichte das Smartphone anstelle von 7.462 Punkten nur 5.816 Punkte.Nikon hat ein neues Modell seiner 1-Systemkameras vorgestellt. Die Nikon 1 S2 erreicht eine höhere Auflösung, ist lichtempfindlicher und macht mehr Bilder pro Sekunde als das Vorgängermodell. Die kompakten Maße blieben erhalten.
Nikon hat mit der 1 S2 eine neue Auflage seiner Systemkamera 1 vorgestellt, deren herausragendes Merkmal ein Sensor mit 14,2 Megapixeln ist, während es beim Vorgänger nur etwa 10 Megapixel waren. Die Lichtempfindlichkeit wurde auf ISO 12.800 heraufgeschraubt.Auch in puncto Geschwindigkeit wurde die S2 verbessert. Die Kamera nimmt zehn Bilder im RAW-Format mit einer Serienbildrate von 20 Bildern/s mit kontinuierlichem Autofokus auf und erzielt eine Bildrate von bis zu 60 Bildern/s, wenn die Fokuseinstellung des ersten Bildes beibehalten wird.


Die Nikon 1 arbeitet mit 135 Autofokus-Messfeldern, wovon 73 St¨¹ck Phasenerkennungs-AF-Messfelder sind, die in der Mitte des Bildfelds angeordnet sind. Am Rand sind Messfelder zur Kontrasterkennung eingebaut.Einen optischen oder elektronischen Sucher gibt es nicht - daf¨¹r muss der Fotograf das Biod ¨¹ber den 3 Zoll (7,62 cm) großen Bildschirm mit 460.000 Bildpunkten kontrollieren. Neben Fotos macht die Kamera auch Full-HD-Videos mit 1080p und 60 Bildern pro Sekunde. Möglich sind auch Zeitlupenaufnahmen mit 400 oder 1.200 Frames pro Sekunde, wobei die Auflösung dann stark reduziert werden muss. Mit der Funktion Auto-Fotopicker werden parallel zur Filmaufnahme automatisch Fotos gespeichert. Außerdem können mit der Zeitrafferfunktion und dem Jump Cut ohne Weiterverarbeitung auf dem Rechner Filmchen mit Spezialschnitten angefertigt werden.



Mit einem optionalen Funkadapter können die Aufnahmen per WLAN an mobile Geräte ¨¹bertragen werden und sich von dort aus weiterverteilen. Außerdem bietet Nikon ein Unterwassergehäuse f¨¹r Fotos in einer Wassertiefe von bis zu 45 Metern sowie einen Blitz daf¨¹r an. Wer will, kann mit einem optionalen Adapter auch jedes Nikon-DSLR-Objektiv an eine Nikon-1-Kamera anschließen.Das Kameragehäuse misst 60,8 x 101,0 x 29,4 mm und wiegt samt Akku und Speicherkarte etwa 230 Gramm. Dazu kommt noch das Gewicht des angeschlossenen Objektivs. Nikon will die 1 S2 in mehreren Paketen und Farben anbieten. Mit dem "Nikkor 11-27,5 mm" zusammen soll das Paket 460 Euro kosten. Das Paket mit dem Weitwinkel und dem "VR 30-110 mm" soll 640 Euro kosten. F¨¹r das Unterwassergehäuse WP-N3 werden 800 Euro verlangt und f¨¹r das Unterwasser-Blitzgerät SB-N10 etwa 700 Euro.Die aktuelle Auswahl an Smartwatches ist recht klobig und f¨¹r viele Uhrenliebhaber wegen ihres unbeholfenen Designs ein stilistisches No-Go. Mit der Schnalle Modillian können deshalb ganz gewöhnliche Uhren schlau gemacht werden.
Modillian ist eine Schnalle f¨¹rs Uhrenarmband, die mit einem kleinen Akku und Bluetooth 4.0 ausger¨¹stet ist und Kontakt zum Smartphone in der Tasche des Benutzers hält. Ein Display oder Ähnliches besitzt das Zubehör nicht, daf¨¹r jedoch einen Vibrationsmotor.


Kommt auf dem Smartphone ein Telefonanruf, eine SMS oder eine E-Mail an, zeigt das vibrierende Uhrenarmband dem Träger dies mit unterschiedlichen Signalen an. Dann weiß der zwar immer noch nicht, was ihm geschrieben wurde, doch mit Hilfe einer App lassen sich Filter definieren, die die Schnalle beispielsweise nur bei bestimmten Absendern vibrieren lassen.Die Anbindung ist derzeit nur f¨¹r Android vorgesehen, doch auch f¨¹r iOS soll eine Kommunikationsmöglichkeit geschaffen werden, wenn ¨¹ber die Finanzierungskampagne auf Indiegogo gen¨¹gend Geld zusammenkommt. Dort soll ab 10. Juni 2014 die Möglichkeit bestehen, die Armbandschnalle zu unterst¨¹tzen.Nach Informationen von "A Blog to Watch" soll der Akku der Schnalle mehrere Tage lang halten, bis er wieder aufgeladen werden muss. Der Preis soll bei rund 200 US-Dollar liegen. Ob der Hersteller Modelle f¨¹r mehrere Armbandbreiten anbietet, ist noch nicht bekannt. Neue Chance f¨¹r die Elektromobilität: Ein japanisches Unternehmen hat nach eigenen Angaben einen Akku entwickelt, der leistungsfähiger und gleichzeitig viel g¨¹nstiger sein soll als ein Lithium-Ionen-Akku. K¨¹nftig soll der Rohstoff f¨¹r den Energiespeicher sogar auf dem Baum wachsen.
Hat Power Japan Plus einen Wunderakku entwickelt? Das japanische Unternehmen behauptet, sein Akku sei herkömmlichen Lithium-Ionen-Akkus in praktisch jeder Hinsicht ¨¹berlegen.


Ryden Dual Carbon Battery heißt der Energiespeicher. Anode und Kathode bestehen beide aus Kohlenstoff. Hinzu kommt ein fl¨¹ssiger Elektrolyt aus einem organischen Material.Der neuartige Akku habe einige Vorteile gegen¨¹ber Lithium-Ionen-Akkus, erklären die Japaner: Er soll schneller geladen sein. Außerdem soll er beliebig oft geladen werden können, ohne abzubauen. Er sei f¨¹r mehr als 3.000 Ladezyklen ausgelegt.Weiterer Vorteil des Akkus: Er enthält laut Hersteller keine Schwer- oder Edelmetalle. Das senkt zum einen die Kosten. Zum anderen macht es den Akku umweltfreundlich: Der Akku kann am Ende seines Lebenszyklus' recycelt werden.Da der Akku bei weitgehend gleichbleibender Temperatur arbeitet, braucht er kein aufwendiges K¨¹hlsystem. Zudem kann er nicht in Flammen aufgehen - ein Problem, mit dem etwa der Elektroautohersteller Tesla Motors konfrontiert war. Dabei gilt das Model S als sehr sicher.Der Akku soll sich besonders gut f¨¹r Elektroautos eignen. Wenn sich ein Hersteller mit Tesla messen wolle, sei Power Japan Plus "ein geeignetes Unternehmen f¨¹r Gespräche", sagte Marketingchef Chris Craney dem US-Magazin The Atlantic. Das Tesla Model S mit dem 85-Kilowattstunden-Akku gilt derzeit als das Elektroauto mit der größten Reichweite - etwa 500 Kilometer.


Die Akkutechnik wurde zusammen mit Forschern der Kyushu Universität in Fukuoka entwickelt. Das Unternehmen arbeitet an einem neuen Material: Carbon Complex wird aus Baumwolle gewonnen. Es weise Eigenschaften auf, die andere Kohlenstoff-basierte Materialien nicht hätten, erklärt das Unternehmen. Carbon Complex soll in Zukunft das Lithium ersetzen.Power Japan Plus will die Ryden Dual Carbon Battery auf der Electric Drive Transportation Association Conference vorstellen. Sie findet vom 19. bis zum 21. Mai 2014 in Indianapolis im US-Bundesstaat Indiana statt. Archos bringt im Juni 2014 ein Netbook auf Android-Basis auf den Markt. Es soll 170 Euro kosten und sich besser zum Schreiben unterwegs eignen als Android-Tablets.
Derzeit sind Netbooks mit Android selten, aber sie können mit geringem Gewicht und langer Laufzeit eine gute Alternative zu einem herkömmlichen Notebook sein. Archos bringt im Juni ein solches Netbook auf Android-Basis auf den Markt: das Arcbook, das außerdem vergleichsweise g¨¹nstig ist. Der Käufer bekommt f¨¹r 170 Euro ein 10,1 Zoll großes Display. Archos sieht Sch¨¹ler und Studenten sowie vielreisende Geschäftsleute als Hauptzielgruppe.



Allerdings ist aufgrund des niedrigen Preises kein besonders hochauflösendes Display im Arcbook zu erwarten: Es gibt gerade mal eine Auflösung von 1.024 x 600 Pixeln, was f¨¹r diese Displaygröße schon sehr wenig ist. Das Tablet hat Rockchips Dual-Core-Prozessor RK3168, der maximal mit 1,5 GHz laufen kann. Mit welcher Taktrate das Modell im Archos-Netbook läuft, ist nicht bekannt.Das Tablet hat 1 GByte Arbeitsspeicher, 8 GByte Flash-Speicher sowie einen Steckplatz f¨¹r Micro-SD-Karten mit bis zu 64 GByte. Ein Mobilfunkmodem gibt es nicht, es steht Single-Band-WLAN nach 802.11 b/g/n bereit. Zur Bluetooth-Unterst¨¹tzung macht Archos keine Angaben.Das Netbook wird mit Android 4.2.2 alias Jelly Bean ausgeliefert. Ob es daf¨¹r ein Update auf das aktuelle Android 4.4 alias Kitkat geben wird, ist nicht bekannt. Vorinstalliert ist die Office-Suite Office Suite Pro in der veralteten Version 6 von Mobile Systems. Die Vollversion von Office Suite Pro 7 kostet im Play Store 10,90 Euro.Die Tastatur besitzt nach Herstellerangaben neben einem Trackpad besondere Android-Tasten, mit denen der Nutzer das Gerät bequem bedienen kann, ohne immer wieder auf den Touchscreen tippen zu m¨¹ssen, während er die Finger auf der Tastatur hat. Während ein Tablet mit separater Tastatur ¨¹blicherweise einen Tisch oder eine vergleichbare Ablagefläche benötigt, kann mit dem Netbook bequem getippt werden, indem das Gerät auf die Oberschenkel gestellt wird.


Das Netbook hat einen 8.000-mAh-Akku und soll eine Laufzeit von bis zu 9 Stunden schaffen. Unter welchen Bedingungen dieser Wert erreicht wird, ist nicht bekannt.Bei Maßen von 271,5 x 180,5 x 22 mm wiegt das Gerät 1,284 kg und hat neben einer Micro-USB-Buchse eine USB-2.0-Buchse, um daran Zubehör anschließen zu können.ZTE bietet das Firefox-OS-Smartphone Open C ab sofort in Deutschland zum Preis von 85 Euro an. Allerdings ist das 4-Zoll-Smartphone derzeit nur an einer Stelle zu bekommen.
ZTE verkauft in Deutschland das Firefox-OS-Smartphone Open C vorerst nur direkt. ¨¹ber ZTEs eBay-Store kann es f¨¹r 85 Euro bestellt werden. Versandkosten fallen nicht an und das Gerät sollte innerhalb von ein paar Tagen beim Kunden sein. Im ¨¹brigen Onlinehandel ist das Open C nicht zu haben.
Das Open C hat einen 4 Zoll großen Touchscreen mit einer Auflösung von 800 x 640 Pixeln. Das bedeutet f¨¹r ein Firefox-OS-Gerät eine vergleichsweise hohe Auflösung, denn weil sich die Smartphones mit Firefox OS vor allem an Einsteiger richten, sind sie technisch nicht besonders hochwertig ausgestattet.


Das Smartphone hat Qualcomms Dual-Core-Prozessor Snapdragon 200, der mit einer Taktrate von 1,2 GHz läuft. Der Prozessor hat zwei Cortex-A7-Kerne. Der Arbeitsspeicher beträgt 512 MByte und es gibt gerade mal 4 GByte Flash-Speicher. Weitere Daten lassen sich auf der Speicherkarte ablegen, der Slot unterst¨¹tzt Micro-SD-Karten mit bis zu 32 GByte.F¨¹r Fotoschnappsch¨¹sse und Videoschnipsel gibt es auf der Gehäuser¨¹ckseite eine 3-Megapixel-Kamera, auf der Vorderseite ist wohl keine Kamera. Das Smartphone bietet UMTS nur auf den beiden Frequenzen 850 sowie 1.900 MHz sowie Quad-Band-GSM. Zudem gibt es Single-Band-WLAN nach 802.11b/g/n sowie Bluetooth und einen GPS-Empfänger.Das Open C läuft mit Firefox OS und wird wohl gleich mit der neuen Version 1.3 von Firefox OS ausgeliefert. Die Produktseite auf eBay ist leider sehr l¨¹ckenhaft, so dass nicht eindeutig feststeht, mit welcher Version das Gerät beim Kunden landet. Mit dem Update soll das Betriebssystem insgesamt z¨¹giger laufen und es gibt einige Verbesserungen.

Accu DELL XPS 15

HP-logo op Blackbird 002Dit blijkt uit de cijfers van IDC over het derde kwartaal van 2007. De wereldwijde verkoop van pc's steeg met 15,5 procent tot bijna 67 miljoen stuks. HP heeft daarbij een marktaandeel van 19,6 procent. Het gat met Dell groeide ten opzichte van dezelfde periode vorig jaar van 3,2 naar 4,4 procentpunt. HP heeft het vooral goed gedaan in de notebookmarkt. Volgens IDC vervangen steeds meer consumenten desktop-pc's door een laptop. Daarnaast zouden de verschillende retailkanalen van HP uitstekend gepresteerd hebben.Dell wist een groei van 3,8 procent te bewerkstelligen, omgerekend goed voor 10,2 miljoen verkochte systemen. Ook hield Dell zijn leiderspositie in de VS vast en verstevigde het zijn marktaandeel in de snel groeiende Aziatische markten. De groei is volgens IDC echter beperkt gebleven doordat Dell midden in een reorganisatie zit.Met een marktaandeel van 8,2 procent is Lenovo de nummer drie, maar pc-bouwer Acer zit de Chinese computerfabrikant met zijn marktaandeel van 8,1 procent op de hielen. Het is niet ondenkbaar dat Lenovo de derde stek bij het opmaken van de eerstvolgende ranglijst kwijtraakt; Lenovo wist 22,9 procent meer pc's te verkopen dan in de vorige periode, tegenover een indrukwekkend stijgingspercentage van 59,2 voor Acer. Op positie vijf is Toshiba te vinden. Het bedrijf wist wereldwijd 17 procent meer systemen te slijten.


Waar Nederlandse studenten worden aangemoedigd om in hun eerste jaar een laptop aan te schaffen, hebben drie Chinese universiteiten hun eerstejaars verboden een computer te kopen, zodat ze niet internet- en gameverslaafd kunnen worden.Chinese vlagVolgens de Zhejiang-, de Nanjing-, en de Shanghai Jiaotong-universiteiten hebben beginnende studenten onvoldoende zelfbeheersing om een verslaving aan internet en spelletjes te vermijden. Het bezit van een eigen computer zou schadelijk zijn voor de studieresultaten en wordt daarom verboden. De maatregelen zijn niet helemaal nieuw: de technische universiteit van Huazhong heeft dergelijke regels al sinds 2000 en de Wuhan-universiteit voerde het computerverbod in 2002 in.Het verbod zou echter niet de gewenste uitwerking hebben. Eerstejaars internetten en gamen nu op de universiteitscomputers en in internetcaf¨¦s. Bovendien mogen ze vanaf het tweede jaar wel een eigen computer kopen, waarna ze alsnog verslaafd kunnen raken. Twaalf van vijftien ondervraagde ouderejaars gaven aan wel eens een onvoldoende te hebben gehaald omdat ze te veel computerspelletjes hadden gespeeld. Negen van hen verklaarden dat ze hun computer speciaal voor games hadden gekocht.


De Sideshow-functionaliteit van Windows Vista wordt doorgaans met enige scepsis ontvangen en er is getwijfeld aan de mate van toepasbaarheid. Tijdens een bezoek aan het nVidia-hoofdkwartier in Santa Clara heeft TG Daily echter opgetekend dat er wel degelijk potentieel lijkt te zitten in de technologie.In eerste instantie werd het nut van een tweede scherm in bijvoorbeeld een laptop door verschillende ict-journalisten enigszins onderschat. Het idee dat de gebruiker op die manier toegang zou hebben tot gegevens zonder het systeem volledig te hoeven starten, was volgens de meesten geen revolutionair idee. Het was al eerder door andere fabrikanten vertoond en de mogelijke toepassingen leken zich te beperken tot het uitlezen van de systeembelasting of de temperatuur. Tastbare mogelijkheden voor in de dagelijkse praktijk werden niet direct met de technologie geassocieerd.De nieuwsploeg van TG Daily is recent uitgenodigd om eens een kijkje te komen nemen op het hoofdkwartier van nVidia en werd hier positief verrast door de getoonde mogelijkheden met Preface-apparaten. Preface is overigens de naam die aan de techniek is gegeven, nadat de overname van Portalplayer door nVidia een feit was. Preface bestaat uit een scherm en een systeembord met onder andere 256MB nand-flash. Dit alles wordt ingebouwd in bijvoorbeeld het deksel van een notebook, zodat er een display aan de buitenkant zit dat toegankelijk is zonder de laptop open te hoeven klappen. Op die manier kan er onder andere door muziek- en videobestanden gebladerd worden en kunnen deze ook via het schermpje afgespeeld worden. Wijzingen doorvoeren in bestanden of mappen behoort vooralsnog niet tot de mogelijkheden.


De mogelijkheden beperken zich echter niet tot gebruik in notebooks. Er zijn ook al op zichzelf staande apparaten getoond die gebruikmaken van de Preface-technologie. Een device ter grootte van een credit card maakte de meeste indruk op de bezoekers. Met zijn 2,5" scherm en de usb- en bluetooth-verbindingsmogelijkheden werd het als veelzijdige oplossing beschouwd. Het gebruik beperkt zich niet tot het bekijken en beluisteren van muziek, foto's en video. Ook het controleren van e-mail behoort tot de mogelijkheden en zelfs gebruik als afstandsbediening is mogelijk. Dit zou onder andere bij Powerpoint-presentaties handig zijn, aldus TG Daily. Over de eventuele beschikbaarheiddatum of prijzen van dit soort apparaten wilde nVidia nog geen uitspraken doen. Wel werd verkondigd dat de eerste notebooks met ingebouwde Preface-schermpjes al verscheept zijn.



Bij Anandtech is een review verschenen van de PaceBook, een multifunctioneel mobiel apparaat van fabrikant PaceBlade. Het apparaat kan gebruikt worden als laptop, tablet-pc of desktop-pc en is vanaf dit moment verkrijgbaar. Anandtech test de PaceBook op de constructie, de features en de software. Natuurlijk draaien ze er ook nog een heleboel benchmarks op. Daaruit blijkt dat de PaceBook, die beschikt over een 600MHz Transmeta processor, qua snelheid ongeveer te vergelijken is met een Celeron 433 desktop. De nadelen liggen vooral in de lange opstarttijden en de matige prestatie van de batterij in vergelijking met laptops. Een ander probleem is dat de PaceBook nogal warm wordt, soms een graad of 50 op sommige delen aan de buitenkant. Toch heeft Anandtech ook positieve punten te melden: het scherm is riant voor een tablet-pc en de kwaliteit van de onderdelen is prima in orde:


A startup company based in Taiwan hopes to change this by forcing us to rethink the concept of a notebook. Going by the name of PaceBlade, their solution, the PaceBook, is touted as a 3-in-1 computer. As a result of a radical new design, the PaceBook is able to act as a notebook, LCD desktop, and tablet PC all in one. PaceBlade is hoping to succeed where others have failed. Will the PaceBook design take off and become the design of the future? Let's take an in-depth look at what could be the next generation of laptops and see if the PaceBook has the goods necessary to survive in the cutthroat portable computer market.

Skype heeft afgelopen woensdag bekendgemaakt een overeenkomst te hebben gesloten met Xandros, de ontwikkelaars van de Xandros Linux-desktop. Skype zal voortaan meegeleverd worden als VoIP-software in deze Linux-distributie. Verder zal er het een en ander aan marketing gedaan gaan worden door beide bedrijven. Xandros zal SkypeOut-vouchers toevoegen aan zijn nieuwe SurfSide Linux-suite, evenals aan alle Xandros-desktops en -laptops die via Walmart.com, Amazon.com en andere kanalen verkocht zullen worden. Verder heeft Skype ook een contract gesloten met BenQ voor de levering van de Skype-software bij de BenQ P50 Pocket PC. Via deze software kunnen gebruikers van de P50-smartphone via WiFi-netwerken telefoontjes gaan plegen naar andere Skype-gebruikers. Het gecombineerde product zal in april beschikbaar komen in Taiwan en later dit jaar ook voor de Amerikaanse en Europese markt.


Het Portugese JP Sa Couto gaat voor Venezuela een miljoen Intel Classmate-schoollaptops met het Linux-besturingssysteem in elkaar zetten. Het is de grootste Classmate-deal die tot dusver beklonken werd.De overeenkomst werd aangekondigd na een bezoek van de Venezolaanse president Hugo Ch¨¢vez aan Portugal. Dat land heeft al een half miljoen Classmates voor binnenlands gebruik besteld, aldus Ars Technica. De order van Venezuela omvat meer notebooks dan rivaal Olpc tot dusver in totaal verkocht; volgens Tom's Guide heeft die organisatie nog maar een kleine 600.000 schoolcomputers afgezet.Intel Classmate De Portugese scholen kunnen kiezen tussen een Windows- of een Linux-installatie, maar Venezuela beperkt zich volledig tot Linux. Dat werd vorig jaar al duidelijk toen het Zuid-Amerikaanse land besloot om met het zogeheten Bolivarian Computer Initiative de verkoop van goedkope Linux-computers te stimuleren.De overeenkomst die Venezuela sloot omvat overigens ook de levering van telecommunicatie-infrastructuur. Alles bij elkaar zou de deal ruim drie miljard dollar waard zijn.


Sandisk heeft in navolging van G.Skill snelle ssd's de eerste twee modellen in zijn nieuwe G3-familie van ssd's geïntroduceerd. De twee modellen komen uit in 60GB-, 120GB- en 240GB-versies.De twee nieuwe modellen verschillen alleen in grootte: de C25-G en de C18-G zijn respectievelijk 2,5" en 1,8" groot. Beide modellen komen beschikbaar in 60GB-, 120GB- en 240GB-versies. De nieuwe ssd's maken gebruik van mlc-geheugen en zijn volgens Sandisk de snelste in hun soort. Het mlc-geheugen, dat geproduceerd is op een 43nm-proced¨¦, moet ervoor zorgen dat de ssd's betaalbaar blijven. Een nieuw algoritme, genaamd ExtremeFFSTM, zou in combinatie met een nieuwe ssd-controller de prestaties naar een hoger niveau tillen.In Sandisk's eigen testlab haalden de schijfjes een sequentiële leessnelheid van 200MB/s en een sequentiële schrijfsnelheid van 140MB/s. Over de random-snelheden en toegangstijden heeft Sandisk vooralsnog niets losgelaten. De ssd's van Sandisk zijn waarschijnlijk niet de snelste in hun soort: eerder deze week kondigde G.Skill ssd's aan met een schrijfsnelheid van 160MB/s, terwijl de leessnelheid op een gelijke hoogte van 200MB/s ligt. Met een maximale capaciteit van 256GB zijn de ssd's van G.Skill ook groter.



De nieuwe solid state drives zijn voorzien van een serial ata-aansluiting, waardoor ze eenvoudig in laptops gebruikt kunnen worden. Met normaal gebruik zouden de ssd's volgens de fabrikant een eeuw mee moeten kunnen gaan. De 60GB-, 120GB- en de 240GB-schijfjes kosten respectievelijk 149 dollar, 249 dollar en 499 dollar.In navolging van Apple gaat ook IBM handelen in gekleurd plastic. Volgende week zal het een nieuwe op de consumenten markt gerichte serie ThinkPad laptops introduceren, met de keuze uit 7 verschillende kleurvariaties:Seven different colors, including silver, metallic green, two kinds of red, and IBM blue, will be available to start, while more may come in the future. The covers, which fit over the part of the case that holds the screen, will cost less than $30, sources said.

IBM's foray into the world of computer fashion underscores the trend toward style in electronics. Apple Computer started the ball rolling with its curvaceous, blue iMac in 1998. Apple has continued the push with the new iBook laptop.Toshiba introduceert onder de naam 'SpursEngine' een versie van de Cell-processor die speciaal is bedoeld voor het (de)coderen en analyseren van video. Het ontwerp is bedoeld om ingebouwd te worden in consumentenelektronica.

Accu COMPAQ Evo N1000

Het is niet bekend wanneer Apple de modellen officieel gaat introduceren. Eerdere berichten spraken over juni. Volgens iPhone-hacker Chronic komt de release al aankomende woensdag.Volgens onderzoeksbureau Endpoint Technologies Associates staat Lenovo op het punt desktops en laptops onder zijn eigen naam buiten China te gaan verkopen, allereerst in de VS, zo schrijft Reuters. Hoewel een Lenovo-woordvoerder geen commentaar op het vermoeden van de marktonderzoekers wilde geven, zegt Reuters dat Lenovo's vice-president de nieuwsdienst onlangs meedeelde dat het bedrijf rond de Olympische Winterspelen, die thans plaatshebben, met een groot offensief zou beginnen om zijn notebooks wereldwijd aan te prijzen. De grootste computerfabrikant van China heeft zesduizend computersystemen aan de organisatie van de Spelen geleverd, en gebruikt het sportevenement om zich wereldwijd in de kijker te spelen. Lenovo verkoopt weliswaar al buiten China, maar doet dat onder de ThinkPad- en ThinkCentre-merknamen, nadat het bedrijf vorig jaar IBM's pc-divisie overnam. De over de grens op de markt te brengen desktop- en laptopsystemen zouden de nieuwe 3000-serie van het bedrijf betreffen. Laptops zouden in de VS voor 599 dollar over de toonbank gaan; desktopsystemen voor 349 dollar. Lenovo zou zich met de systemen hoofdzakelijk op het midden- en kleinbedrijf willen richten. Specificaties van de systemen zijn niet bekend, behalve dat ze zowel met Intel- als met AMD-processors leverbaar zouden zijn.


Intel werkt aan een port van Android 2.2, bijgenaamd Froyo, naar x86-processors. De fabrikant zal de release deze zomer waarschijnlijk aan ontwikkelaars verstrekken. Door de stap komen mogelijk meer fabrikanten met Android-netbooks.Onze verwachting is dat native x86-Android gebaseerd gaat worden op Froyo en deze zomer beschikbaar komt voor ontwikkelaars, sprak Renee James, die de leiding voert over de software- en dienstentak van Intel, tegen APC Magazine. Volgens haar zou de port, gezien de ervaring van Intel met Linux, geen probleem vormen. Ook beloofde zij dat de ontwikkelcommunity van Android volledige toegang tot de code krijgt.De port moet waarschijnlijk de adoptie van Intels Moorestown-platform voor smartphones en tablets in een stroomversnelling brengen, waarbij Intel probeert op het succes van Android mee te liften. De Moorestown-Atoms zijn er tot nu toe niet in geslaagd de concurrentie met ARM-chips succesvol aan te gaan. De verwachting is dan ook dat de eerste daadwerkelijke toepassing van de port op netbookgebied zal zijn.


Android is oorspronkelijk voor ARM-chips ontwikkeld, maar het OS is al regelmatig naar netbooks geport. Acer verkoopt bijvoorbeeld al netbooks die naast Windows ook Android draaien. Nu Intel zich actief met het porten van versie 2.2 van Android bezighoudt, is de kans groot dat meer fabrikanten overstag gaan.De stap zal tot gefrons leiden bij Microsoft, dat met Windows 7 Starter heer en meester is op de netbookmarkt, maar steeds meer concurrentie ziet opdoemen. De actieve bemoeienis van Intel met Android voor netbooks is opvallend omdat de chipfabrikant samen met Nokia werkt aan MeeGo, eveneens een op Linux gebaseerd OS voor onder andere netbooks. Verder is het de vraag hoe blij Google is met de port. Het zoekbedrijf heeft voor netbooks immers Chrome OS in ontwikkeling.Het nieuwe model zou deels gebaseerd zijn op de 899 dollar kostende HP 2133 Mini-Note PC, maar door goedkopere onderdelen te gebruiken zou de umpc beter aansluiten bij het aanbod van concurrenten als Asus en Acer. Welke hardware HP precies voor het nog naamloze model zal gebruiken is nog onbekend, maar de website Apcmag verwacht dat voor de cpu in elk geval een energiezuinige Atom-processor van Intel wordt gekozen.


Als HP inderdaad voor een Atom-cpu kiest, dan is het waarschijnlijk dat ook toekomstige versies van de Mini-Note van deze processor worden voorzien. Momenteel wordt de HP 2133 aangedreven door een C7-M-processor van Via, maar deze cpu zou in de praktijk over onvoldoende paardenkrachten beschikken om Vista Business soepel te laten draaien. Wanneer HP met de nieuwe modellen op de proppen komt, is nog niet bekend.Toshiba heeft zijn AC100-smartbook geïntroduceerd. Het apparaat heeft als kloppend hart de Tegra 2-soc van Nvidia en draait op Android 2.1. Dankzij de zuinige hardware zou de smartbook bij constante belasting acht uur mee moeten gaan.De Tegra 250-chip heeft twee Cortex A9-kernen en draait op een kloksnelheid van 1GHz. In de kleine behuizing, die 819 gram weegt, wordt de chip bijgestaan door 512MB ddr2-geheugen en 8GB aan opslag. Het scherm heeft een led-backlight, een diagonaal van 10 en een resolutie van 1024x600 pixels. Verder beschikt de smartbook over een usb2-poort, wifi b/g/n, 3g, bluetooth 2.1+edr, een webcam, een kaartlezer en een hdmi-uitgang.



Toshiba heeft enkele wijzigingen in het Android-besturingssysteem aangebracht, waardoor de instellingen van het apparaat op basis van de locatie kunnen worden gewijzigd. Gebruikers kunnen verschillende profielen aanmaken en die vervolgens aan het ssid van een draadloos netwerk koppelen. Zo is het mogelijk om op kantoor andere snelkoppelingen en widgets dan thuis weer te geven. Verder levert Toshiba een mail-client met pop3-, imap- en Exchange-ondersteuning, een messaging-client en een browser van Opera mee. Ook is er software aanwezig om Microsoft Office-bestanden te bewerken.Omdat de hardware zijn oorsprong in de smartphone-markt heeft, weet de AC100 indrukwekkende cijfers op het gebied van stroomverbruik neer te zetten. Zo kan het apparaat maar liefst zeven dagen standby staan en als er continu wordt gebrowsed of video's worden bekeken moet de accu het acht uur uithouden. In- en uitschakelen van de standby-modus zou minder dan een seconde in beslag nemen. De AC100 moet in september op de markt komen met een adviesprijs van 399 euro.
Samsung is de massaproductie gestart van zijn 'driedimensionale' v-nand met 3 in plaats van 2 bits per geheugencel. Het gebruik van dergelijk geheugen kan tot lagere kosten voor Samsung en dus goedkopere ssd's zorgen.


Samsung combineert zijn 3d-v-nand-geheugen en technologie op basis van 3 bits per geheugencel voor ssd's. Samsung zet het tlc-geheugen in voor zijn tweede generatie van v-nandflash, met 32 in plaats van 24 verticaal gestapelde cellagen per nand-chip. Elke chip komt daarmee op 128Gb ofwel 16GB.De eerste consumenten-ssd's met 3d-nand bracht Samsung afgelopen zomer uit: de 850 Pro. Het stapelen van lagen maakt efficiënter gebruik van de beschikbare ruimte mogelijk, zodat er van 'oudere' maar beproefde productieproced¨¦s gebruikgemaakt kan worden bij gelijke datadichtheid ten opzichte van recente 21nm- of 19nm-productie. Dit brengt voordeel op het gebied van de levensduur met zich mee.De eerste ssd's met tlc van Samsung waren de 840-modellen, die het bedrijf in 2012 uitbracht. Het grootste voordeel is het verlagen van de kosten voor Samsung: de fabrikant kan meer dies uit wafers halen. De overstap kan daardoor leiden tot goedkopere ssd's. Het 3bit-v-nand gaat de transitie van dataopslag van harddrives naar ssd's in een stroomversnelling brengen, zegt Jaesoo Han, marketingtopman op gebied van geheugen bij Samsung Electronics.


Sony heeft in de VS een patent aangevraagd voor een met vloeistof gevulde 'airbag'. Het kussen kan als omhulsel dienen voor harde schijven, maar Sony ziet ook toepassingen voor mobieltjes.Sony-logoDe elektronicagigant hoopt dat zijn stootkussen schokken zodanig kan opvangen, dat de op een harde schijf opgeslagen data niet beschadigd raakt. In de vinding is een systeem verwerkt dat de kwetsbare elektronica op zijn plaats moet houden. Daarnaast moet de speciale inwendige structuur ervoor zorgen dat de vloeistof een klap gelijkmatig kan opvangen. Volgens Sony kan het veiligheidskussen met water of siliconenolie worden gevuld. Het bedrijf denkt de 'airbag' toe te kunnen passen in diverse draagbare apparaten, zoals mediaspelers, laptops, smartphones en digitale camera's. Sony experimenteerde eerder met systemen waarbij gels en combinaties van diverse vloeistoffen als schokbreker dienden. Dergelijke technieken bleken echter moeilijk toepasbaar; de gebruikte stoffen zouden zware klappen bovendien onvoldoende kunnen opvangen.



Toshiba heeft drie nieuwe notebooks uitgebracht die zijn gericht op zakelijke gebruikers. De nieuwe apparaten van Toshiba hebben als belangrijkste vernieuwing de nVidia Quadro NVS 110M-gpu. Hiermee is Toshiba de eerste laptopfabrikant die deze gpu in draagbare computers toepast.Toshiba Tecra A7De nieuwe Toshiba systemen zijn de Tecra M5, de Tecra A6 en de Tecra A7. Alle drie de laptops zijn gebaseerd op het Intel Centrino-platform, waarbij de M5 en de A7 beschikken over een Core Duo processor, terwijl de Tecra A6 het moet doen met een Core Solo-processor. Verder zijn de apparaten uitgerust met het EasyGuard-systeem van Toshiba. Dit systeem zorgt ervoor dat de apparaten tegen een stootje moeten kunnen door bijvoorbeeld de harddisk te beschermen wanneer de laptop valt en het toetsenbord resistent te maken voor gemorste dranken of vloeistoffen. Gedetailleerde specificaties van de nieuwe Toshiba-notebooks zijn niet bekend. Wel wordt gemeld dat dankzij de Quadro NVS 110M-gpu het mogelijk is om geavanceere multi-monitor configuraties te realiseren.


Google heeft de Managed Public Sessions-functionaliteit aan Chromebooks toegevoegd. Hiermee krijgen systeembeheerders mogelijkheden om startpagina's, standaard-apps en zwarte lijsten op grote schaal uit te rollen voor gebruik op publieke plekken.De Managed Public Sessions-functionaliteit is volgens Google vooral bedoeld om het gebruik van Chromebooks en Chromeboxes in winkels, hotels, bibliotheken en andere publieke plekken door klanten en werknemers te stimuleren. Door middel van de webgebaseerde management console kunnen systeembeheerders startmeldingen, -pagina's en -apps instellen, lijsten van geblokkeerde sites en apps toevoegen en de maximale tijdsduur van sessies bepalen.Ook kunnen ze onder andere de printer-opties, gebruik van de webcam en netwerktoegang instellen. De beheerdersconsole stelt in staat de instellingen naar duizenden Chromebooks tegelijk uit te rollen. Gebruikers kunnen daarbij gewoon op de Chromebook inloggen met hun Google-account: na het uitloggen worden alle sessiegegevens verwijderd. Momenteel schuift Google in Nederland alleen de Series 5 550 van Samsung naar voren als Chromebook voor dit soort zakelijke doeleinden. De Chromebox wordt in Nederland niet geleverd.


Dell heeft dinsdag een software-update uitgebracht die multitouchfunctionaliteit toevoegt aan het scherm van de Latitude XT. De technologie werkt in combinatie met zowel Windows Vista als Windows XP.Bill Gates en Steve Ballmer toonden eind mei de multitouchmogelijkheden van Windows 7, de opvolger van Windows Vista, en ze gebruikten daarbij de Latitude XT van Dell. Volgens de fabrikant hoeven klanten echter niet te wachten op de release van dat besturingssysteem om het apparaat met meerdere vingers te kunnen bedienen. Dankzij de via support.dell.com uitgebrachte softwareupdate zijn er nu ook multitouchmogelijkheden beschikbaar voor tabletgebruikers die Windows Vista of XP draaien. De update zou de tablet tot de eerste notebook maken die multitouch biedt in beide Microsoft-besturingssystemen.De software maakt het mogelijk om te scrollen door twee vingers op een willekeurige plek op het 12,1-scherm te plaatsen en deze horizontaal of verticaal te bewegen. In- en uitzoomen op webpagina's en afbeeldingen wordt mogelijk door vingers naar elkaar toe of van elkaar af te bewegen. Ook kunnen extra commando's worden gedefinieerd voor het met meerdere vingers beroeren van het scherm. De functionaliteit werkt zonder dat programma's als Firefox of Microsoft Office ervoor aangepast hoeven te worden.

Accu Compaq Presario R3210CA

100 Classic Book Collection voor de Nintendo DSNintendo probeert zijn DS als e-reader aan te prijzen, door de 100 Classic Book Collection op de markt te brengen. Op de cartridge zijn honderd klassieke boeken verzameld die op de DS kunnen worden gelezen. Het gaat om boeken van auteurs als William Shakespeare, Charles Dickens, Jane Austen en de gezusters Brontë. De bundel wordt gemaakt in samenwerking met boekenuitgever Harpercollins. Hij zal in eerste instantie alleen in het Verenigd Koninkrijk verkrijgbaar zijn en zal ongeveer twintig pond kosten.Met de bundel gaat Nintendo de concurrentie aan met bijvoorbeeld Sony, dat in september de Sony Reader op de markt bracht. De Reader kan 160 boeken bevatten er is inmiddels een catalogus met duizenden titels beschikbaar. Ook Amazon heeft een e-reader op de markt gebracht, de Kindle, die ook de inhoud van kranten kan ontvangen als lezers een abonnement afsluiten. De Kindle is alleen in Noord-Amerika verkrijgbaar. Het aanbod op de DS is voorlopig veel kleiner dan dat van Sony en Amazon, maar de DS is een stuk goedkoper dan de hardware van deze concurrenten, en bovendien een stuk veelzijdiger. De boeken die in de collectie van Nintendo zijn opgenomen, zijn allemaal al openbaar en in elektronische vorm verschenen in Project Gutenberg. Daar kunnen versies voor pda's en laptops worden gedownload.


Aan de inmiddels tamelijk lange lijst van bedrijven die Sony-notebookaccu's terugroepen wegens brandgevaar, kan weer een nieuwe naam worden toegevoegd. Hitachi heeft namelijk besloten om 16.000 batterijen terug te roepen. Hoewel er bij het bedrijf nog geen incidenten zijn gemeld van ontploffende batterijen, vervangt Hitachi toch de batterijen om te zorgen dat zijn klanten zich geen zorgen hoeven te maken over hun laptop. De batterijen die worden vervangen zijn geleverd in twee modellen laptops, die alleen zijn verkocht in Japan. In totaal zijn er nu 7,5 miljoen Sony-batterijen vervangen, waarvan de meeste zijn verkocht in Dell-computers. Wanneer echter ook HP nog besluit om batterijen te gaan vervangen kan het totaal aantal makkelijk oplopen tot meer dan 10 miljoen.


HP en Sony hebben in een gezamelijke verklaring bekendgemaakt dat het voor gebruikers van HP-notebooks niet nodig is hun notebookbatterijen - in het Engels batterypacks genaamd - om te ruilen. De mededeling is volgens HP een reactie op 'enig misverstand dat in de media lijkt te ontstaan rondom het begrip 'notebookbatterij'. De afgelopen tijd hebben meerdere laptopfabrikanten een ruilprogramma gestart voor notebookbatterijen die door Sony zijn vervaardigd. In HP's batterypacks worden weliswaar onder andere accucellen van Sony gebruikt, meldt HP, maar die vormen slechts een van de vele onderdelen ervan. HP zegt met zoveel woorden dat door de eigen 'strenge testprocedures' de elders opgedoken risico's deze keer niet op hun producten van toepassing zijn. In hoeverre die testprocedures onfeilbaar blijken te zijn valt te bezien; in oktober 2005 en in april van dit jaar zag HP zich w¨¦l genoodzaakt series notebookbatterijen terug te roepen.


Een select publiek kreeg woensdag de kans een blik te werpen op de toekomst van de Tablet PC. Microsoft demonstreerde immers zijn plannen voor zijn besturingssysteem voor de mobiele markt. Men wilde nog niet kwijt of dat een mobiele Longhorn-versie zou worden, of dat de technologieën in een ander Tablet-besturingssysteem verwerkt zouden worden. Bij wijze van hint kon Darin Fish, development manager voor Microsoft's mobiele platform, wel vertellen dat de mogelijkheden van zowel Tablet PC's als laptop's naar elkaar toe zullen groeien. Zo zou elektronische inkt reeds de komende twee jaar in gewone notebooks geïmplementeerd worden.Tablet PC (klein)De consument zal niet langer een keuze hoeven te maken tussen een Tablet PC of een laptop. In de toekomst koop je gewoon een mobiele pc die je gebruikt als laptop, maar wanneer de omstandigheden het vereisen draai het het scherm om en werk je verder op een Tablet PC. Volgens studiebureau Gartner zullen in 2004 47 miljoen mobiele computers verkocht worden, terwijl dat aantal tegen 2007 zelfs zou stijgen naar 71 miljoen. Hierbij wordt al geen onderscheid meer gemaakt tussen Tablet PC's of klassieke notebooks. Vanuit die visie wil Microsoft ¨¦¨¦n OS voor de mobiele markt creëren.


Deze zomer nog moet daartoe Windows XP Tablet Edition 2005 in de rekken liggen. Het eerste wat opvalt in deze nieuwe versie, die overigens tot voor kort bekend stond als Editie 2004, is de nieuwe toolbar van waaruit de meeste toepassingen te benaderen zijn. Tijdens de demo werden in deze toolbar bijvoorbeeld afspraken en de levensduur van de batterij weergegeven. Naast een verbeterde handschriftherkenning mogen we de volgende features verwachten:Hulpschermen: denk hierbij aan een pda-schermpje waar extra informatie op weergegeven wordt tijdens een powerpointpresentatie;

Mobiele media: met enkele muisklikken, eventueel zelfs zonder in te loggen, krijg je toegang tot al je multimediabestanden;

Ink-filenames: geef een bestand zijn eigen symbool of tekst zodat je, door gewoon dit alias op het scherm te schrijven het bestand geopend wordt;

Flick: door met de pen of muis een beweging te maken kun je programma's opstarten of acties uitvoeren, vergelijkbaar met het principe dat Opera gebruikt;

Snipper: een tool, die nu nog geïntegreerd zit in Microsoft Powertools maar deel uit moet gaan maken van het OS, waarmee je tekst eenvoudig kunt selecteren door deze te omcirkelen.

Afhankelijk van de gekozen pc en de configuratie van de hardware dienen klanten die liever Windows XP op hun nieuwe Dell geïnstalleerd zien, extra te betalen. De Amerikaanse hardwareleverancier rekent een minimumbedrag van 120 dollar wanneer een pc met XP Professional wordt geconfigureerd. De meerprijs kan zelfs oplopen tot 150 dollar wanneer voor de 'downgrade' gekozen wordt.



Standaard levert Dell zijn pc's en laptops met een versie van Windows Vista op de harde schijf voorgeïnstalleerd, maar naar eigen zeggen biedt de computerleverancier ook Windows XP omdat het 'naar zijn klanten luistert'. Een beperkt aantal pc's is dan ook met Windows XP te koop, maar het bedrijf hangt daar wel een pittig prijskaartje aan. Dell maakt al langere tijd gebruik van de mogelijkheid die Microsoft biedt om legitiem een oudere Windows-versie te gebruiken met de registratiecode van een moderner besturingssysteem. Formeel is de verkoop van Windows XP aan eindgebruikers al in juni van dit jaar gestaakt: alleen fabrikanten mogen Windows XP nog meeleveren, bijvoorbeeld als besturingssysteem van netbooks.Intel heeft hoge verwachtingen van zijn tweede generatie Wireless Display-technologie. WiDi 2.0 ondersteunt al 1080p-content en zal 'op korte termijn' ook overweg kunnen met hdcp. Ook wordt er met televisiefabrikanten gepraat."We hebben hoge verwachtingen van Wireless Display 2.0", aldus Patrick Bliemer, directeur van Intel Noord-Europa, donderdag tijdens een bijeenkomst. "Er was, zeker in Europa, weinig animo voor de eerste generatie WiDi, omdat er dingen ontbraken. Die zaken zijn nu verbeterd."


Hoewel WiDi al een tijdje bestaat, is het buiten de VS nooit echt van de grond gekomen. Dit komt voornamelijk doordat de eerste generatie van deze technologie maximaal 720p ondersteunt en niet overweg kan met hdcp. Ook was er maar ¨¦¨¦n fabrikant die de benodigde adapter leverde.Wireless Display is een door Intel ontwikkelde technologie om een televisie of monitor draadloos te kunnen gebruiken als tweede display. Hiertoe moet er aan de televisie een adapter worden aangesloten die het WiDi-signaal ontvangt. De WiDi-technologie werkt alleen op systemen die zijn voorzien van de nieuwe generatie Core-processors en een Centrino-wifi-chip.WiDi 2.0, dat begin dit jaar op de CES werd aangekondigd, kan volgens Intel voor een doorbraak zorgen. Deze versie kan kan namelijk wel met 1080p-content overweg. Bovendien wordt via een update ook ondersteuning voor hdcp-content toegevoegd. Deze update, versie 2.1, verschijnt in het tweede kwartaal.De software-update valt waarschijnlijk samen met de verwachte introductie van de benodigde adapters. In ieder geval Netgear, Belkin en D-Link werken momenteel aan een eigen WiDi-adapter. Deze komen naar verwachting in mei op de markt.


Volgens Bliemer is Intel momenteel ook in gesprek met tv-fabrikanten over de integratie van WiDi 2.0. Intel wil geen namen noemen, maar Bliemer bevestigde wel dat het om een Zuid-Koreaanse fabrikant gaat: Samsung of LG dus. Het is aannemelijk dat het hier om Samsung gaat. Deze fabrikant kan de WiDi-technologie ook in zijn laptops verwerken.Fujitsu Siemens heeft op zijn eigen computerforum aangegeven dat er geen oplossing beschikbaar is of komt voor het 'lagging issue' waar vorige maand melding van werd gemaakt. Dit probleem houdt in dat sommige Amilo M-laptops regelmatig ¨¦¨¦n ¨¤ twee secondes bevriezen tijdens het spelen van games of het weergeven van geluid of beeld. Oorspronkelijk werd er vermoed dat het lagging issue veroorzaakt wordt door een rekenfout in de RAID-controller. Dit werd ook bevestigd in sommige e-mails van de helpdesk van Fujitsu Siemens, maar inmiddels lijkt die uitleg van hogerhand terzijde geschoven te zijn.


Fujitsu Siemens logoVolgens de computerfabrikant is er geen sprake van een merkspecifiek probleem, maar gaat het om een algemene laptopeigenschap. Fujitsu Siemens is namelijk van mening dat notebooks nu eenmaal niet bedoeld zijn om games op te spelen. 'Huidige 3D-games zijn meestal ontworpen voor high-end desktopsystemen. Vanwege het verschil in afmetingen zijn er verschillen tussen de hardware in een laptop en in een desktop. Mobiele componenten hoeven niet per definitie gelijkwaardig te presteren aan hun desktopequivalenten, ondanks de mogelijke overeenkomst in naam', aldus Fujitsu Siemens. De computerleverancier onderbouwt zijn claim dat het om een algemeen probleem gaat door een aantal links te geven naar gamersfora. Hier maken mensen met zowel desktop- als laptopcomputers melding van soortgelijke problemen als die voortkomen uit het lagging issue. Daarnaast raadt het bedrijf aan op andere gamesites te kijken voor tips om een systeem te optimaliseren voor het spelen van games.



De getroffen bezitters van de gewraakte Amilo M-reeks zijn het oneens met de uitleg van Fujitsu Siemens en het permanent uitblijven van een oplossing. De belangrijkste kritiekpunten daarbij zijn dat de Amilo-laptops op de website aangeprezen worden als een ideale desktopvervanger met excellente capaciteiten voor het afspelen van films en muziek en het spelen van games. Daarnaast treedt het probleem ook op wanneer er geen spellen gespeeld worden, wat de probleemuitleg onaannemelijk maakt. Ook de verklaring van Fujitsu Siemens over een bromgeluid dat sommige Amilo M-modellen maken, zou geen hout snijden. Het bedrijf zegt dat dit komt door de aanwezige grafische kaart van nVidia, terwijl de Amilo M1437G met een ATi-gebaseerde X700-gpu hetzelfde probleem vertoont.De wereldwijde levering van x86-processors is het afgelopen kwartaal op het hoogste punt ooit uitgekomen, stelt onderzoeksbureau IDC. In het vierde kwartaal liep AMD langzaam maar zeker in op Intel, zowel met desktop- als met laptop-chips.

Akku Lenovo IdeaPad Y560P

Insgesamt betrachtet zeigt das Toughpad in allen getesteten Benutzersituationen eine beeindruckende Akkulaufzeit. Diese ist jedoch f¨¹r den von Panasonic anvisierten Verwendungszweck - den Einsatz im Freien - auch nötig. Zusätzlich ist der Akku leicht wechselbar, der Nutzer kann also mehrere Akkus verwenden und so die Nutzungsdauer ohne Steckdose nochmals erhöhen. Im laufenden Betrieb ist der Akku nicht wechselbar.Das FZ-G1 ist mit 1,01 kg zu schwer, um als Ersatz f¨¹r herkömmliche Tablets zu dienen. Das Toughpad ist kein Tablet f¨¹rs Sofa, sondern ein Arbeitsgerät f¨¹r Baustellen, den Außendienst an Orten, wo es schmutzig ist und ein Tablet auch nach ruppiger Benutzung noch funktionieren muss. Die handlichen Maße eines gewöhnlichen Tablets gehen hier zugunsten des Schutzes verloren.


Das FZ-G1 f¨¹hlt sich daher insgesamt eher wie ein wetterfestes Notebook ohne Tastatur an und nicht wie ein gewöhnliches Tablet. Dank des Core-i5-Prozessors und Windows 8 Pro laufen die gewohnten Windows-Anwendungen schnell und fl¨¹ssig, der Nutzer ist nicht auf speziell zusgeschnittene Apps wie bei Windows RT angewiesen. Auch die Akkulaufzeit entspricht eher der eines Notebooks als eines Consumer-Tablets. F¨¹r professionelle Tablet-PCs in Slate-Bauweise ist die Laufzeit gut.Das FZ-G1 lässt sich dank HDMI-Ausgang schnell in einen stationären PC umwandeln. Maus und Tastatur können ¨¹ber ein USB-Dongle oder Bluetooth angeschlossen werden, einen Unterschied zu einem gewöhnlichen PC merkt der Nutzer dann nicht mehr. Der Funktionsumfang des Toughpads erstreckt sich also von einem tragbaren, robusten Tablet-Computer mit langer Laufzeit bis hin zum vollwertigen PC.


Die Schutzausstattung des FZ-G1 hat ihren Preis: Im Onlinehandel ist das Tablet mit LTE-Modul ab 2.560 Euro zu haben. Das Modell mit zusätzlichem GPS-Chip ist das teuerste, es kostet 3.000 Euro. Daf¨¹r gewährt Panasonic auf das Tablet eine dreijährige Garantie und verspricht, ein defektes Gerät innerhalb von 96 Stunden zu reparieren. Die Versorgung mit Ersatzteilen ist nach Aussage Panasonics zudem ¨¹ber mehrere Gerätegenerationen gesichert.
Das FZ-G1 hat zahlreiche Ausstattungsmerkmale, die es zu einem leistungsfähigen Outdoor-Tablet-Computer machen. Neben dem sch¨¹tzenden Gehäuse hat es einen außerordentlich hellen Bildschirm, einen wechselbaren Akku mit langer Laufzeit und einen Digitizer-Stift, der die Eingabe im Desktopmodus von Windows 8 deutlich erleichtert. Dank des Core-i5-Prozessors hat das Toughpad zudem ausreichende Leistungsreserven, um die von einem Ultrabook gewohnten Arbeiten bewältigen zu können.Panasonic bewirbt das FZ-G1 dementsprechend als robustes Einsatzgerät f¨¹r Außendienstmitarbeiter. Wir waren daher etwas ¨¹berrascht, dass unser Testgerät bereits nach zwei Falltests aus geringer Höhe erste Beschädigungen aufwies.


Die abgebrochene Abdeckklappe geht insgesamt aber noch als Abzug in der B-Note durch, obwohl eine Beschädigung bei einer Unterschreitung der maximal zulässigen Fallhöhe von 50 Prozent eigentlich nicht vorkommen sollte. Das Teil ist jedoch leicht austauschbar und hat die eigentliche Funktion des Tablets nicht beeinträchtigt. Einen garantierten Schutz bieten Schutzzertifizierungen zudem nat¨¹rlich nicht.Insgesamt betrachtet rechtfertigen trotz des Falltests die Leistung, die Akkulaufzeit und die Verarbeitung den relativ hohen Preis des FZ-G1.Der Biohacker Rich Lee hat sich Magnete in die Ohrmuscheln implantieren lassen, die als Kopfhörer dienen. Lee plant zudem, mit zusätzlichen Sensoren seine Wahrnehmung zu erweitern: Er will beispielsweise Wärme und Kälte hören.
Wenn Rich Lee unterwegs Musik hören möchte, braucht er keine Kopfhörer: Er trägt sie stets mit sich herum - sie sind in seinem Körper implantiert. Lee beschreibt sein Projekt in dem Magazin H+. H+ wird von der Organisation Humanity Plus herausgegeben, die sich nach eigenen Angaben "f¨¹r die ethische Nutzung von Technologien, um die Fähigkeiten des Menschen zu erweitern", einsetzt.



Das System besteht aus zwei Magneten, die jeweils in den Tragus eingesetzt wurde - der Tragus ist der kleine Knorpel vor dem Eingang des Gehörgangs. Hinzu kommt ein Sender in Form einer Spule, die Lee um den Hals trägt. An der Spule hängen ein Verstärker und ein Akku. Die Spule wird an ein Abspielgerät, etwa das Smartphone, angeschlossen. Das System ist weitgehend unsichtbar: Die Spule verschwindet unter dem Hemd, die implantierten Magnete sind praktisch nicht zu erkennen.Das Magnetfeld, das die Spule erzeuge, bringe die Magneten in seinen Tragi dazu, Töne zu erzeugen, erklärt Lee in einem Video. Lee hat auch Magneten in seinen Fingerspitzen. Stecke er diese in sein Ohr, komme die Musik aus seinen Fingerspitzen, sagt er. Das sei schon "eine tolle Sache".Lee bezeichnet sich selbst als Biohacker oder Grinder. Das Konzept von Biohacking ist, den menschlichen Körper mit Technik anzureichern, um so die Fähigkeiten, etwa die Wahrnehmung, zu verbessern oder um Defizite auszugleichen: Neil Harbisson etwa, der keine Farben sehen kann, hat mit dem Eyeborg ein Gerät entwickelt, das Farben in Klänge ¨¹bersetzt: Harbisson sieht zwar keine Farben, aber dank des Eyeborgs hört er sie.


Lee hat schon einige Ideen, was er mit seinen Ohrmagneten anstellen kann. "Das Implantat wird eine Vielzahl neuer Sinneswahrnehmungen ermöglichen", sagt der Biohacker: Wenn er beispielsweise ein Richtmikrofon als Eingabegerät an sein Smartphone anschließe, könne er unbemerkt die Gespräche anderer Menschen in einem Raum belauschen. Er könnte auch eine App auf seinem Smartphone installieren, die das Stressniveau in einer Stimme erkenne - da werde sein Implantat zum L¨¹gendetektor.Andere Möglichkeiten seien, "einen großen Teil der Welt, die normalerweise unsichtbar ist, erfahrbar zu machen. Sie ist dann zwar immer noch unsichtbar, aber sie wird hörbar." Mit einem Geigerzähler könne er "die Welt der Strahlung erkunden." Mit einem Temperaturf¨¹hler könnte er Wärme und Kälte auf eine ganz neue Art und Weise erleben.


Bei dem Kopfhörer-Projekt ging es Lee jedoch nicht allein um das Biohacking. Er bef¨¹rchte, zu erblinden, schreibt Lee: Er habe vor einigen Jahren die Sehfähigkeit auf dem rechten Auge weitgehend verloren und bef¨¹rchte, dass das Gleiche auch mit dem linken passieren werde. Er wolle deshalb einen Ultraschallentfernungsmesser an das System anschließen, der ihm mit einem Summen auf Hindernisse aufmerksam mache - vergleichbar dem Orientierungssystem einer Fledermaus.Lee plant zudem schon die nächsten Schritte. Bewähre sich das Magnetimplantat, wolle er sich als Nächstes Spulen sowie weitere Magneten an anderen Stellen des Ohrs implantieren lassen - Letztere um zu sehen, ob sich die Wirkung verbessern lasse. Außerdem will Lee das Implantat um eine Bluetooth-Schnittstelle erweitern.Um die Akkus eines Elektroautos zu laden, muss meist ein Stecker genutzt werden. Doch das geht auch per Induktion vom Boden aus. Ein Fraunhofer-Institut hat bei einem solchen System jetzt einen besonders hohen Wirkungsgrad erreicht.
Das Fraunhofer-Institut f¨¹r Solare Energiesysteme (ISE) in Freiburg hat ein System zum drahtlosen Laden von Elektroautos entwickelt. Ein Kabel zwischen Ladestation und Fahrzeug ist dabei nicht erforderlich. Der Fahrer parkt einfach ¨¹ber der Spule, die in der Straße oder einem Parkplatz eingelassen wird. Die Gegenspule wird unter das Auto montiert.



Nach Angaben der Wissenschaftler konnte beim Prototyp ein Wirkungsgrad f¨¹r die induktive ¨¹bertragungsstrecke von 97,4 Prozent bei einem Spulenabstand von 13 cm erzielt werden. Die Bodenspule hat einen Durchmesser von etwa 70 cm. Die ¨¹bertragbare Leistung beträgt bis zu 22 kW. Damit wäre es nach Angaben der Forscher möglich, eine ¨¹bliche Elektrofahrzeugbatterie in weniger als einer Stunde auf 80 Prozent ihrer Nennkapazität zu laden.Das System besteht aus einem resonanten leistungselektronischen Wandler f¨¹r die Bodenmontage. Er erzeugt mit Hilfe des Resonanzkreises und der Spule im Boden ein hochfrequentes Magnetfeld. Ein Wandler im Auto sorgt f¨¹r die Umwandlung in Gleichstrom, mit dem der Akku geladen wird.Das System kann aber auch andersherum arbeiten. Dann wird vom Akku aus Strom wieder ins Netz zur¨¹ckgespeist.


Zum schnellen Laden von Elektroautos per Induktion hat auch Bosch ein System entwickelt. Das Plugless Level 2 EV Charging System soll in Garagen oder auf einem Firmenparkplatz installiert werden. Damit das System funktioniert, muss am Auto ein Adapter montiert werden, in dem sich die Spule befindet. Derzeit ist das System f¨¹r den Nissan Leaf und f¨¹r den Chevrolet Volt erhältlich. Der Preis liegt jeweils bei etwa 3.000 US-Dollar. Dazu kommen noch die Installationskosten.Die EOS 70D ist eine neue DSLR von Canon, bei der erstmals ein Bildsensor mit 40,3 Millionen Doppelfotodioden eingesetzt wird. Sie werden entweder zur automatischen Scharfstellung separat oder zur Erfassung der Bilddaten f¨¹r maximale Bildqualität gemeinsam ausgelesen.
Canons neue DSLR EOS 70D ist mit einem APS-C-CMOS-Sensor mit 20,2 Megapixeln Auflösung ausgestattet, den Canon entwickelt hat. Seine Lichtempfindlichkeit reicht von ISO 100 bis 25.600. Sein spezieller Aufbau mit doppelt so vielen Fotodioden wie Pixeln wird zum automatischen Scharfstellen bei der Full-HD-Videoaufnahme und der Fokussierung bei Fotoaufnahmen im Live-View-Modus eingesetzt. Die Dual-Fotodioden können aber auch f¨¹r die Bildpixel zusammen ausgelesen werden - das unterscheidet die Technik von anderen Autofokus-Methoden, bei denen die Pixel auf dem Sensor entweder zur Scharfstellung oder zur Bildaufnahme genutzt werden.


Der sensorbasierte Phasendifferenz-Autofokus kann nur im Live-View-Modus und beim Filmen eingesetzt werden. Jedes Pixel besteht dabei aus zwei Fotodioden, die Licht unabhängig voneinander einfangen können. Dabei werden die Phasenunterschiede der beiden Parallaxenbilder ermittelt, um die Linsenpositionen f¨¹r eine korrekte Fokussierung zu ermitteln. Bei der konkurrierenden Kontrast-Messmethode wird die Linsenkonstruktion hingegen solange vor- und zur¨¹ckbewegt, bis die korrekte Position anhand des Kontrasts festgestellt wurde. Das dauert in der Regel länger und sorgt f¨¹r ein als hektisch empfundenes Bild, was besonders beim Filmen stört.Wenn das Bild aufgenommen wird, wird der Output beider Fotodioden f¨¹r ein einzelnes Pixel verwendet. Das geschieht auch, wenn ein anderer Fokusmodus eingesetzt wird. Die Auflösung der Bilder liegt bei rund 20,2 Megapixeln.



  1. http://globaldoctoroptions.com/story/akkusmarkt/

  2. http://akkusmarkt.comunidades.net/

  3. https://akkusmarkt.quora.com/

  4. http://folgenden.jugem.jp/


Akku DELL Vostro V130

In der offiziellen Spezifikation sind einige mögliche Cover und deren notwendige Pin-Belegung bereits aufgef¨¹hrt, ebenso diverse Hinweise zur Softwareprogrammierung. Weitere Bestandteile des Entwicklerkits sind eine Vorlage f¨¹r ein Ambiance-RPM sowie CAD-Dateien zum Verändern des Gehäuses und zum 3D-Druck.Die Software steht unter einer BSD-artigen Lizenz, die eigentliche Spezifikation sowie die Daten zum Gehäuse unter einer eigenen Community-Lizenz. Diese erlaubt zwar den persönlichen Gebrauch, aber keine kommerzielle Weiterverwendung. Das macht die Lizenz zumindest im engeren Sinne zu einer unfreien Lizenz, ähnlich wie die Non-Commercial-Lizenzen der Creative Commons.Erste Onlinehändler haben Samsungs Galaxy Tab 3 7.0 Lite bereits auf Lager und verkaufen es f¨¹r 150 Euro. Damit bietet Samsung ein 7-Zoll-Tablet f¨¹r Einsteiger an, die nicht viel Geld daf¨¹r ausgeben wollen. Das Samsung-Tablet gibt es gegen Aufpreis auch mit eingebautem UMTS-Modem.

Mit dem Galaxy Tab 3 7.0 Lite bietet Samsung ein Tablet f¨¹r Einsteiger, das vor allem durch einen g¨¹nstigen Preis punkten soll. Technische Raffinessen gibt es daher nicht. Die UMTS-Variante des Tablets kann auch direkt zum Telefonieren benutzt werden, wie es etwa beim Fonepad von Asus der Fall ist.


Das 7-Zoll-Tablet hat einen Touchscreen mit einer Auflösung von 1.024 x 600 Pixeln, was bei Einsteiger-7-Zoll-Tablets durchaus ¨¹blich ist. Im Tablet steckt ein nicht näher spezifizierter Dual-Core-Prozessor mit einer Taktrate von 1,2 GHz. Der Arbeitsspeicher ist 1 GByte groß, es gibt 8 GByte Flash-Speicher, wovon dem Käufer rund 4,7 GByte zur Verf¨¹gung stehen. Der eingebaute Steckplatz erlaubt Micro-SD-Karten mit bis zu 32 GByte.Das Tablet bietet Single-Band-WLAN nach 802.11b/g/n, Bluetooth 4.0 sowie einen GPS-Empfänger. Gegen einen Aufpreis von derzeit um die 70 Euro gibt es das Tablet auch mit eingebautem UMTS-Modem. Das Tablet kann dann auch zum Telefonieren verwendet werden. Dabei werden die beiden UMTS-Frequenzen 900 sowie 2.100 MHz und Quad-Band-GSM unterst¨¹tzt; LTE-Funktionen gibt es nicht.Im Tablet ist auf der R¨¹ckseite eine 2-Megapixel-Kamera untergebracht, vorne ist es eine VGA-Auflösung. Samsung bringt das Tablet mit einer stark veralteten Android-Version auf den Markt. Statt des aktuellen Android 4.4 alias Kitkat, wie bei den neuen Toptablets, gibt es nur Android 4.2 alias Jelly Bean. Derzeit ist nicht bekannt, ob das Tablet einmal ein Update auf Android 4.3 oder 4.4 erhält. Wie ¨¹blich läuft darauf Samsungs eigene Touchwiz-Oberfläche.


Das Tabletgehäuse misst 193,4 x 116,4 x 9,7 mm und wiegt in der Basisversion 310 Gramm. Bei der UMTS-Ausf¨¹hrung erhöht sich das Gewicht auf 322 Gramm. Mit dem eingebauten 3.600-mAh-Akku soll das Surfen im WLAN bis zu 9 Stunden am St¨¹ck möglich sein. Bei der Videowiedergabe ist der Akku nach 8 Stunden leer. Das UMTS-Modell erlaubt beim Surfen ¨¹ber eine Mobilfunkverbindung eine Akkulaufzeit von 7 Stunden. Samsung macht allerdings keine Angaben, mit welcher Displayhelligkeit diese Werte erreicht werden.Samsung nennt f¨¹r die WLAN-Ausf¨¹hrung des Galaxy Tab 3 7.0 Lite einen Listenpreis von 160 Euro, bei verschiedenen Onlinehändlern ist es aber auch schon f¨¹r 150 Euro zu haben. Der Listenpreis f¨¹r die UMTS-Ausf¨¹hrung beträgt 230 Euro, der Preis im Onlinehandel liegt teilweise weniger als 10 Euro darunter.Zum noch nicht offiziell vorgestellten Galaxy S5 von Samsung gibt es nun weitere Details. So soll das neue Topsmartphone einen 5,24 Zoll großen Touchscreen, 3 GByte Arbeitsspeicher und einen 3.200-mAh-Akku haben.

Einige der bisher bekanntgewordenen technischen Spezifikationen zum Galaxy S5 wurden nun aus einer anderen Quelle teilweise bestätigt und ergänzt. Der gewöhnlich gut informierte Brancheninsider Eldar Murtazin hat die ihm bekannten Daten zum Galaxy S5 per Twitter veröffentlicht. Demnach wird das Galaxy S5 einen 5,24 Zoll großen Touchscreen mit einer besonders hohen Auflösung haben.


Die Displayauflösung des Galaxy S5 ist bereits seit Mitte Januar 2014 bekannt und wird demnach 2.560 x 1.440 Pixel betragen. Das ergibt dann eine sehr hohe Pixeldichte von 560,54 ppi. Damit ist die Pixeldichte des Galaxy S5 noch höher als beim Xplay 3S, einem f¨¹r China angek¨¹ndigten 6-Zoll-Smartphone mit einer Auflösung von 2.560 x 1.440 Pixeln.Zudem nennt Murtazin erstmals die Speicherbest¨¹ckung des Galaxy S5. Es soll 3 GByte Arbeitsspeicher haben und wahlweise mit 32 oder 64 GByte Flash-Speicher angeboten werden. Demnach wird es keine Ausf¨¹hrung mehr mit 16 GByte Flash-Speicher geben, die es noch vom Galaxy S4 gab. Derzeit ist nicht abschließend bekannt, ob das Galaxy S5 wie die Vorgängermodelle wieder einen Steckplatz f¨¹r Micro-SD-Karten hat.Als weiteres neues Detail soll das Galaxy S5 einen Akku mit einer Kapazität von 3.200 mAh haben, das Vormodell hat einen 2.600-mAh-Akku. Zur Akkulaufzeit des Galaxy S5 liegen noch keine Informationen vor. Murtazin bestätigt außerdem die 16-Megapixel-Kamera auf der Gehäuser¨¹ckseite, vorne soll eine 3,2-Megapixel-Kamera vorhanden sein. Auch die zwei Ausf¨¹hrungen des Galaxy S5 wurden bestätigt.



Denn Samsung wird das Galaxy S5 voraussichtlich mit zwei unterschiedlichen Prozessoren anbieten. Einerseits ist das Topmodell mit dem Octa-Core-Prozessor Exynos 6 zu haben, andererseits mit Qualcomms Quad-Core-Prozessor Snapdragon 805. Der Snapdragon 805 soll im Vergleich zum Snapdragon 800 besonders bei grafikintensiven Apps eine höhere Geschwindigkeit bieten. Noch ist nicht klar, nach welchen Kriterien der Prozessor ausgewählt wird.Samsung wird das Galaxy S5 auf dem Mobile World Congress 2014 in Barcelona offiziell vorstellen. Am Abend des 24. Februar 2014 wird Samsung sein kommendes Topsmartphone wohl zusammen mit einer ¨¹berarbeiteten Galaxy Gear zeigen. Das erste Modell von Samsungs Smartwatch wurde Anfang September 2013 auf der Ifa in Berlin gezeigt. Samsung will beim Nachfolgemodell das Gehäuse schrumpfen und mehr Funktionen einbauen.Das Galaxy S5 soll es wahlweise in einem Metall- und Kunststoffgehäuse geben. Die bisherigen Galaxy-S-Modelle steckten allesamt in einem Kunststoffgehäuse. Das begr¨¹ndete Samsung im Gespräch mit Golem.de unter anderem damit, dass ein Kunststoffgehäuse unempfindlicher f¨¹r Beschädigungen sei. Und falls der Akkudeckel doch mal zerkratzt sei, könne der Gerätebesitzer den Deckel einfach austauschen. Viele Metallgeräte der Konkurrenz best¨¹nden hingegen aus einem Unibody-Gehäuse, so dass ein Austausch der R¨¹ckseite nicht ohne weiteres möglich sei.


Gemäß den bisher vorliegenden Informationen wird das Galaxy S5 im Kunststoffgehäuse f¨¹r rund 650 Euro in den Verkauf gehen. Das Modell mit Metallgehäuse soll mit etwa 800 Euro deutlich teurer sein. Es gibt die Vermutung, dass die Metallausf¨¹hrung mit dem Exynos-6-Prozessor angeboten wird und die Kunststoffausf¨¹hrung mit dem Snapdragon 805 läuft.Das Galaxy S5 soll mit dem aktuellen Android 4.4 alias Kitkat auf den Markt kommen. Das ¨¹berrascht nicht weiter, denn die auf der CES 2014 neu vorgestellten Samsung-Tablets erscheinen ebenfalls bereits mit Android 4.4.Samsung plant wohl auch wieder drei Ableger des Galaxy S5. Demnach wird es wieder ein Galaxy S5 Mini, ein Galaxy S5 Zoom und ein Galaxy S5 Active geben. Es wird erwartet, dass die Miniausf¨¹hrung einen 4,8 Zoll großen Touchscreen mit einer Auflösung von 960 x 540 Pixeln haben wird. Sollte sich das bestätigen, wäre sie nur minimal kleiner als das aktuelle Galaxy S4. Derzeit ist noch unklar, ob das Galaxy S5 Mini wie die bisherigen Miniausf¨¹hrungen eine deutlich schlechtere Ausstattung als das namensgebende Topmodell haben wird.


LGs aktuelles Topmodell G2 gibt es derzeit bei der E-Plus-Marke Base in der kleinen Ausf¨¹hrung f¨¹r 350 Euro. Das Android-Smartphone hat ein sehr gutes Display mit hoher Auflösung, einen schnellen Prozessor und eine lange Akkulaufzeit.

Die E-Plus-Marke Base verkauft zurzeit das LG-Smartphone G2 in der 16-GByte-Ausf¨¹hrung f¨¹r 350 Euro ohne Vertrag. Damit ist es circa 50 Euro g¨¹nstiger als bei anderen Onlinehändlern. Als das Topsmartphone von LG im September 2013 in den Verkauf ging, kostete es 500 Euro. Base bietet allerdings das G2 ausschließlich in der kleineren 16-GByte-Ausf¨¹hrung an, die 32-GByte-Variante ist nicht im Sortiment. Das G2 mit 32 GByte gibt es im Onlinehandel f¨¹r um die 500 Euro.
Das G2 hat keinen Steckplatz f¨¹r Speicherkarten, so dass sich keine Daten mehr auf dem Gerät ablegen lassen, wenn der interne Speicher voll ist. Der Arbeitsspeicher beträgt 2 GByte. Das Smartphone wird ¨¹ber einen 5,2 Zoll großen IPS-Touchscreen bedient, der eine Full-HD-Auflösung von 1.920 x 1.080 Pixeln hat, was eine sehr hohe Pixeldichte von 423 ppi ergibt.


LG hat die Einschalttaste auf die R¨¹ckseite des G2 gelegt, da das laut Hersteller der Ergonomie der meisten Benutzer entspricht. Ebenfalls auf der R¨¹ckseite befinden sich die Lautstärketasten. Liegt das Smartphone auf der R¨¹ckseite, kann es auch durch zweimaliges Klopfen auf das Display aus dem Standby-Modus geweckt werden. Es lässt sich zudem mit einem Doppeltipp auf den Touchscreen ausschalten.Im G2 steckt Qualcomms Quad-Core-Prozessor Snapdragon 800 mit einer Taktrate von 2,3 GHz. Das Smartphone unterst¨¹tzt LTE, UMTS und GSM. Zudem gibt es Dual-Band-WLAN nach 802.11 a/b/g/n, Bluetooth 4.0, einen NFC-Chip und einen GPS-Empfänger.Das G2 misst 138,5 x 70,9 x 8,99 mm und wiegt 140 Gramm. Mit dem 3.000-mAh-Akku wird eine sehr lange Sprechzeit mit einer Akkuladung versprochen. Im UMTS-Modus sind es im Vergleich zur Konkurrenz sehr lange 21 Stunden und im GSM-Betrieb sollen es sogar 34 Stunden sein. Die Bereitschaftszeit von rund 34 Tagen ist ebenfalls ¨¹berdurchschnittlich lang.F¨¹r Foto- und Videoaufnahmen gibt es eine 13-Megapixel-Kamera mit Autofokus, LED-Fotolicht und einem optischen Bildstabilisator. Vorne ist eine 2,1-Megapixel-Kamera f¨¹r Videotelefonate eingebaut. Ausgeliefert wird das G2 noch mit Android 4.2.2, ob es ein Update auf Android 4.3 oder Android 4.4 erhalten wird, ist nicht bekannt.



Shimano hat mit der CM-1000 eine Actionkamera vorgestellt, die gegen die Gopro Hero 3 und Garmins Virb antritt und mit Unterst¨¹tzung des Funkprotokolls ANT+ auch Leistungsdaten des Fahrrads und des Fahrers aufzeichnen kann.

Shimanos Actionkamera kann am Lenker, dem Helm oder mit einem Brustgeschirr auch am Körper befestigt werden und zeichnet Videos in Full-HD mit 30 Bildern pro Sekunde auf. Sie ist bis 10 Meter Tauchtiefe ohne Zusatzgehäuse wasserdicht.
Wer will, kann bei niedrigerer Auflösung von 1.280 x 720 Pixeln auch mit 120 Frames pro Sekunde filmen. Bei 640 x 360 Pixeln sind es gar 240 Bilder/s. So lassen sich Zeitlupenaufnahmen anfertigen. Die Kamera arbeitet mit einer Festbrennweite mit einem Bildwinkel von 180 Grad und einer Anfangsblendenöffnung von f/2. Gespeichert wird auf MicroSD-Karten mit maximal 32 GByte. Einen separaten internen Speicher gibt es nicht.Mit 86 Gramm ist die CM-1000 mit Akku vergleichsweise leicht und 44 x 70 x 30 mm klein. Allerdings ist dadurch auch der Akku kompakt geraten und zeichnet mit einer Ladung nur zwei Stunden Videos auf.


Die Kamera ist mit WLAN ausger¨¹stet und kann Videos zum iOS- und Android-Gerät streamen, wenn darauf die passenden Apps von Shimano installiert wurden. Außerdem unterst¨¹tzt die CM-1000 das Funkprotokoll ANT+ und kann so Daten von Sensoren aufzeichnen, die Geschwindigkeit, Puls, Trittkraft und Kadenz ¨¹bermitteln.Um der iWatch möglichst lange Akkulaufzeiten zu ermöglichen, könnte Apple seine Smartwatch mit Solarzellen ausstatten. Das ist aber nur eine Möglichkeit, die Akkus ohne Steckdose zu laden.

Mobile Geräte erfordern lange Akkulaufzeiten - längere, als es die derzeit verf¨¹gbare Technik bieten kann. Die Hersteller suchen deshalb nach Möglichkeiten, die Akkus unterwegs zu laden. Etwa mit Sonnenlicht.Apple erwägt nach einem Bericht der New York Times, seine iWatch mit Solarzellen auszustatten. Das Glas der Smartwatch werde gewölbt sein und in das Glas könnte eine Solarzelle integriert sein, ¨¹ber die der Akku geladen werde.

Akku Acer TravelMate 8473

Der große Vorteil der MD war damals die geringe Größe. Auch wenn Sony es verstand, die Technik so klein wie möglich zu machen, sind portable CD-Player bis heute wahre Monster am G¨¹rtel. Ein MD-Player dagegen ist hosentaschentauglich. Die Geräte wurden im Laufe der Zeit sogar kleiner als der typische Kassetten-Walkman. Dabei war die MD-Technik der CD deutlich ¨¹berlegen, allerdings auch teurer.Minidiscs unterscheiden sich in ihrem Aufbau sehr von den meisten anderen Speichermedien. Bei den Discs ist ein Caddy Pflicht. Die Schutzh¨¹lle sorgt daf¨¹r, dass möglichst wenig Staub auf die Medien kommt. Der Laser eines Lesegeräts kann trotzdem auf den Datenträger strahlen, denn eine kleine Öffnung wird ¨¹ber einen Schieber (Shutter) freigegeben. Der hat im Unterschied zu vielen anderen Formaten keine Feder. Das Laufwerk muss selbst daf¨¹r sorgen, dass eine MD wieder verschlossen wird. Zudem ist der Schieber vor allzu neugierigen Nutzern gesch¨¹tzt. Ohne gezielten Fingernageleinsatz bekommt man ihn nicht auf.


Im Inneren ist die Minidisc verwandt mit der Magneto Optical Disk (MO-Disk) und der CD, und zwar sehr viel näher als viele denken. Das sogenannte Orange Book als Standarddokument findet sich in einigen MD-Spezifikationen und beschreibt eine CD-MO - also eine Compact Disc Magneto Optical. Gelesen wird ein MO-Medium technisch ähnlich wie eine CD mit einem Laser, dessen Licht vom Datenträger und seiner Reflexionsschicht zur¨¹ckgeworfen wird und so die Bits erkennbar macht.Beim Schreiben gibt es hingegen Unterschiede zu rein optischen Medien, die f¨¹r MD und MO gleichermaßen gelten. Beim magneto-optischen Verfahren wird die Disc beziehungsweise Disk punktuell aufgeheizt und dann durch einen Magneten so verformt, dass unterschiedliche Oberflächen f¨¹r die Laserabtastung entstehen. Daf¨¹r sind anders als bei der CD zwei unterschiedliche Köpfe nötig. Im Sandwichverfahren wird die MD von unten auf 180 Grad Celsius gebracht, während der Magnetkopf die erwärmte und bewegliche Fläche mit Datenmustern beschreibt. Trotz des Konstruktionsaufwands durch die zwei Köpfe gelang Herstellern wie Sony oder Sharp eine erhebliche Miniaturisierung, die auch Hosentaschen-MD-Rekorder möglich machte.


Das ist der Grund daf¨¹r, dass beschreibbare MDs oben und unten eine Öffnung haben, während vorbeschriebene MDs nur unten geöffnet werden. Das gilt auch f¨¹r die kleine MO im 3,5-Zoll-Format, nicht aber f¨¹r die 5,25-Zoll-MOs. Diese haben zwei Seiten, weil die ziemlich dicken Scheiben auf beiden Seiten beschrieben werden können.Das magneto-optische Verfahren ist langlebiger als andere Verfahren. Eine Minidisc kann beispielsweise bis zu einer Million Mal beschrieben werden. Phase-Change-Medien wie die DVD-RAM schaffen noch 100.000 Zyklen. Die beliebten RW-Medien schaffen nur 1.000 Schreibvorgänge. Letzteres ist f¨¹r festplattenartige Zugriffsstrategien nicht gerade viel und vor allem hier kann die Minidisc noch heute ihre Vorteile ausspielen. Es ist schlicht egal, wo welches Musikst¨¹ck technisch auf der Scheibe liegt.


Mit der Minidisc hat Sony eine ganze Konkurrenz-Infrastruktur zu Kassetten und CDs aufgebaut. Vorbespielte Medien im Handel, portable Player, gute Hi-Fi-Geräte und ein Bedienungskomfort, den Kassetten und CDs damals nicht boten. Gewissermaßen sind es kleine Festplatten mit anderer Aufnahmetechnik und denselben Nachteilen. Eine Minidisc kann durchaus im Laufe der Zeit fragmentieren. Das war f¨¹r uns aber nie ein Problem.Mit dem Aufkommen von Apples iPod und anderen Festplattenplayern wurde es vor ¨¹ber zehn Jahren immer schwieriger f¨¹r Sonys MD und Sonys Partner, die ebenfalls MD-Equipment anboten. Insbesondere gegen Apple mit seinen Festplatten im CF-Format (iPod Mini) und der Konzentration auf Flash-Speicher konnte Sony nicht ankommen. Sonys Network-Walkman-Serie erreichte beispielsweise nie die Popularität von Apples iPods, die de facto zum neuen Walkman wurden. Der japanische Konzern gab die Minidisc trotz der schlechten Ausgangslage im vergangenen Jahrzehnt dennoch nicht auf und entwickelte sie parallel zu Flash-Playern weiter. Es gab sogar den Versuch eines Neustarts:



Den meisten unbekannt d¨¹rfte der Umstand sein, dass Minidiscs auch als Datenspeicher dienen können. Mitte des vergangenen Jahrzehnts stellte Sony das USB-Laufwerk DS-HMD1 vor, das auch Teil des Neustarts der MD-Technik war. Es konnte auf die damals neuen Hi-MD-Medien 1 GByte speichern, auf alte Medien durch eine Neuformatierung immerhin rund 300 MByte statt etwa 170 MByte im alten Format.
Die kleinsten Minidiscs, die schon in der Anfangszeit als Datenträger dienen konnten, fassten damals 140 MByte. Das wohlgemerkt mit Medien, die schon genutzt wurden, als Anwender noch mit wabbeligen 5,25-Zoll-Floppy-Disks hantierten und um jedes KByte im Arbeitsspeicher oder auf den Medien kämpften. Trotzdem konnte sich die MD nicht als Datenspeicher durchsetzen. Beliebter waren Iomegas Zip-Laufwerke und vor allem in Japan die MO-Laufwerke.


Sony hatte einiges mit der Hi-MD vor, wie aus einer Pressemitteilung vom März 2005 hervorgeht. So war damals nicht nur geplant, MP3 direkt von der MD abzuspielen, sondern diese auch als Medium f¨¹r Kameras zu etablieren.Gelungen ist beides nicht, trotz der hohen Speicherkapazität bei niedrigem Preis. Ein paar Monate zuvor, im Oktober 2004, berichteten wir noch von CF- und den heute fast vergessenen MMC-Karten, die mit 1 GByte unter 100 Euro zu haben waren - damals ein Schnäppchen. Im Mai 2005 musste der Interessent f¨¹r eine schnelle 1-GByte-SD-Karte noch rund 150 Euro bezahlen.In Japan haben sich magneto-optische Systeme schon immer ganz gut verkauft. Neben Sonys Minidisc verbreitete sich dort auch die MO-Disk und wurde bis vor einigen Jahren vor allem von Fujitsu gut unterst¨¹tzt. Olympus und Fujitsu boten auch in Deutschland 3,5-Zoll-MO-Laufwerke an. Die 5,25-Zoll-Medien der MO gab es auch noch, sie waren jedoch f¨¹r den professionellen Einsatz bestimmt und f¨¹r Endanwender noch weniger bezahlbar als die ohnehin schon teuren kleinen MOs. Ein Gigamo-USB-Laufwerk kostete 2001 rund 800 DM.


Die drei Datenträgersysteme haben bis heute große Vorteile und werden in wenigen Bereichen deswegen auch weiterhin eingesetzt. Die Medien sind in Schutzh¨¹llen untergebracht. Magneten können ihnen wenig anhaben, denn f¨¹r eine Veränderung der Daten m¨¹ssen die Datenträger punktuell erhitzt werden, erst dann ist es mit einem Magneten möglich, Daten zu verändern. Das Auslesen passiert rein optisch. Und weil die Laufwerke hohe Zuverlässigkeit garantieren sollten, wurde nach dem Schreibvorgang noch einmal kontrolliert, ob alles geklappt hat. Das machte die Laufwerke allerdings teils sehr langsam. F¨¹r eine versprochene Haltbarkeit von 30 bis 50 Jahren musste der Anwender hinnehmen, dass eine MO erst einmal gelöscht, dann beschrieben und dann kontrolliert werden musste. Nur mit Direct-Overwrite oder auch Limdow genannte Medien sparten den ersten Durchgang.


Manch einer wagte es, seine Daten Iomega-Technik oder anderen Wechselplattenformaten statt optischen Systemen anzuvertrauen. Gerade Iomega prägte damals den Click of Death bei den zwischenzeitlich beliebten Zip-Laufwerken. Clik!- und die gar nicht mal so alten Rev-Laufwerke hatten sich nicht gut verbreitet. Und dann gab es noch Syquest, das eine Konkurrenz zu Iomegas Jaz-Laufwerken aufbauen wollte. Das probierte auch Castlewood Systems mit dem ORB-Drive. Einige dieser Formate sind mit Festplatten verwandt, nur dass die Platten nicht in einem geschlossenen Gehäuse untergebracht sind. Das machte die Medien sehr anfällig f¨¹r Staub, der zwischen Platte und Schreib-/Lesekopf geraten konnte.Zuverlässige Archivmedien sind selten geworden. Sony hat die Professional Disc for Data (PDD) schon vor sieben Jahren eingestellt. Das war eine archivfähige Blu-ray-Variante, die in einem Caddy gesch¨¹tzt wurde. Die DVD-RAM hat kaum noch Bedeutung, auch hier war ein Caddy völlig normal. Zudem besteht bei einigen DVD-RAM-Kombinationen Verletzungsgefahr. DVD-RAM-Laufwerke konnten immerhin noch alte PD-Medien mit Caddy lesen. Allerdings war die DVD-RAM2 nicht in allen Laufwerken lesbar. Die HD-DVD-RAM hat es trotz ihres Potenzials nie auf den Markt geschafft. Wir haben auf einer Internationalen Funkausstellung aber immerhin einmal ein Medium mit sichtbaren Sektoren gesehen - ohne Caddy.


Ein Exot ist Plasmons UDO-Technik, die mit der Blu-ray wegen des blauen Lasers gewissermaßen verwandt ist und eigentlich professionelle 5,25-Zoll-MOs beerben sollte. Der Hersteller geriet allerdings zwischenzeitlich in finanzielle Not und wurde von Alliance Storage Technologies (ASTI) gerettet. Jetzt wird zwar noch die zweite UDO-Generation mit 60 GByte Kapazität (doppelseitig) verkauft, allerdings lassen die dritte und vierte Generation auf sich warten. Seit 2007 ist beim UDO-Format nichts passiert. ASTI unterst¨¹tzt sogar noch die alten optischen 12-Zoll-Datenträger. Selbst in Auktionshäusern ist die Technik selten, man findet aber noch Medien wie Sonys WORM-Disk WDM6DA0. Wir haben im Rahmen der Recherchen nicht herausgefunden, ob diese mit den damals seltenen 11,8-Zoll-Laserdiscs verwandt waren, die in Varianten teils mit Caddy (Sonys LVR-6000) auch beschrieben werden konnten. Es w¨¹rde den Rahmen dieses Artikels sprengen, auf Laserdiscs und dergleichen näher einzugehen. Eine ¨¹bersicht ¨¹ber analoge Bildplattensysteme wie die Laserdisc bietet Elmar D¨¹nßer - wie es sich damals gehörte, in schönstem frame-basierten HTML-Design.



Neben diesen nahezu verschwundenen optischen Archivsystemen haben sich in den vergangenen Jahren noch andere Systeme als Alternative im professionellen Bereich mehr oder weniger etabliert. Auch hier gab es vormals eine große Vielfalt, die ¨¹ber die Jahre immer kleiner wurde. ¨¹brig geblieben ist bei den Bändern etwa die LTO-Technik, die Ende 2012 als LTO-6-Generation auf den Markt kam. Auch die sollen Lebenszeiten von 30 Jahren erreichen, doch die Laufwerke sind mit fast 3.000 Euro selbst f¨¹r ambitionierte Anwender oder Fotografen viel zu teuer. Zudem sind LTO-Laufwerke nur zwei Generationen r¨¹ckwärtskompatibel. MO und MD wurden hingegen auf Kompatibilität hin designt. Ein 2,3-GByte-MO-Laufwerk kann problemlos 230-MByte-Medien der zweiten Generation lesen und ein Hi-MD-Laufwerk liest nat¨¹rlich auch alte 60-Minuten-MDs noch.


Mitunter werden Daten auf Archival-Grade-Medien untergebracht. Dazu gehören etwa auch 2,5-Zoll-Festplatten, die in RDX-Gehäusen stecken und derzeit maximal 1 TByte Speicherkapazität bieten. RDX-Medien sollen mehr als 30 Jahre lang halten. Allerdings nur bei entsprechend kontrollierter und wohltemperierter Lagerung (PDF). Selbst dann muss prinzipbedingt mit Ausfällen, beispielsweise beim Kugellager, gerechnet werden. Trotzdem: Mehr als einen Meter d¨¹rfen die RDX-Medien nicht fallen. Die leichten MOs oder MDs können deutlich mehr vertragen. Es gehörte sogar dazu, beim Wechsel einer MD im portablen Player das Medium mal fallen zu lassen.
In die Marktl¨¹cke der g¨¹nstigen Archivmedien versucht eine teure DVD zu stoßen, aber auch nur mit bescheidenem Erfolg. Von der M-Disc, die angeblich 1.000 Jahre halten soll, hört man nur wenig. Es gibt sie aber immerhin zu kaufen. Es scheint, als hätten Anwender kein Interesse an der Archivierung f¨¹r die Enkelkinder, was zumindest irgendwann erneut Probleme mit den schreibenden Laufwerken mit sich bringen könnte, wenn sich damit kein Geld verdienen lässt. Immerhin kann die M-Disc in ganz normalen DVD-Laufwerken gelesen werden.


Bleiben noch Flash-Speicher, denen nicht die beste Haltbarkeit nachsagt wird, was aber sicher auch an vielen billig produzierten USB-Sticks liegt. Sandisks Memory Vault soll immerhin 100 Jahre ¨¹berstehen. Die aktuell angebotene Kapazität von 8 oder 16 GByte reicht aber nicht einmal, um die Fotosammlung eines Urlaubs zu sichern. Auch auf Nachfrage konnte uns Sandisk auf der vergangenen Internationalen Funkausstellung nicht sagen, ob es einmal größere Medien geben wird.Vom technischen Standpunkt her ist das Verschwinden der magneto-optischen Technik schade. Ihre Langlebigkeit und nahezu beliebige Wiederbeschreibbarkeit zollten Kenner sowohl im Audio- als auch im IT-Bereich Anerkennung. Allerdings wurde die Technik irgendwann nicht mehr weiterentwickelt. Sony und Fujitsu hatten beispielsweise Pläne, auf Blaue-Laser-Technik umzustellen und so deutliche Kapazitätssteigerungen bei MOs zu ermöglichen. Das wäre sicher auch mit der verwandten Minidisc möglich gewesen, die so schön handlich und robust ist. Verwirklicht wurde das nie.



  1. http://globaldoctoroptions.com/story/akkusmarkt/

  2. http://akkusmarkt.comunidades.net/

  3. https://akkusmarkt.quora.com/

  4. http://folgenden.jugem.jp/


Akku Acer Aspire 2020

Das Sony Xperia Z1 Compact ist in den Farben Weiß und Gelbgr¨¹n ab 490 Euro im Onlinehandel erhältlich. Die schwarze Variante und das pinkfarbene Modell kosten momentan knapp 5 Euro mehr.Sony ist es mit dem Xperia Z1 Compact gelungen, sein aktuelles Topsmartphone Xperia Z1 in ein kompaktes Gehäuse zu stecken. Dabei hat der japanische Hersteller nicht auf die Leistungsfähigkeit des großen Modells verzichtet. Dank des identischen Prozessors und gleicher Arbeitsspeichergröße ist das Z1 Compact genauso schnell wie das große Modell. Hier geht Sony gl¨¹cklicherweise einen anderen Weg als die Konkurrenz, deren kleine Varianten der aktuellen Topmodelle mit diesen bis auf den Namen nicht viel gemein haben.Dank des kleineren Displays lässt sich das Z1 Compact angenehmer bedienen als das 5 Zoll große Z1. Zudem hat Sony die Qualität des Bildschirms deutlich verbessert: Der Touchscreen ist jetzt blickwinkelstabil. Zwar ist die Auflösung geringer, dank der Displaygröße von 4,3 Zoll werden Bildschirminhalte dennoch scharf genug dargestellt.Auch die Kamera hat Sony vom Xperia Z1 ¨¹bernommen - und mit ihr leider die schlechte Detailzeichnung, den unzuverlässig reagierenden Kontrast und die nicht abstellbare Voreinstellung, wenn die Kamera-App ¨¹ber den separaten Auslöser gestartet wird. Insgesamt betrachtet zählt die Kamera des Z1 Compact aber dennoch zu den besseren Smartphone-Kameras, wobei wir Sonys Digitalkameratechnik auch hier nicht zwingend erkennen.


Im Größenbereich von 4,3 Zoll ist das Xperia Z1 Compact bei den Android-Smartphones technisch gesehen unschlagbar. F¨¹r Nutzer, denen das bisherige Topgerät Xperia Z1 von der Ausstattung her gefallen hat, aber zu groß war, d¨¹rfte das Xperia Z1 Compact eine interessante Alternative sein.Im R¨¹cklicht eines Fahrrads haben australische Bastler eine Kamera untergebracht, die kontinuierlich Videos aufnimmt. Autofahrer soll die Aussicht, aufgenommen zu werden, von riskanten ¨¹berholmanövern oder dichtem Auffahren abhalten.

F¨¹r Autos gibt es Dashboard-Kameras schon lange, doch die schauen meist nach vorn, während die Fly6 von Andrew Hagen und Kingsley Fiegert aus Australien im R¨¹cklicht eines Fahrrads untergebracht ist. Finanziert wird die Serienproduktion ¨¹ber Kickstarter.
Mit Fly6 soll f¨¹r Unfall- und Bedrohungssituationen Beweismaterial gesichert werden, um fl¨¹chtige Autofahrer identifizieren zu können. Die Kamera im R¨¹cklicht nimmt Videos mit 1.280 x 720 und 30 Bildern pro Sekunde samt Zeitstempel auf. Das Festbrennweitenobjektiv deckt einen Blickwinkel von 130 Grad ab.


Neben dem Bild wird auch Ton auf die MicroSD-Karte im Gerät aufgenommen. Der Akku des 105 Gramm schweren R¨¹cklichts wird ¨¹ber USB geladen und soll f¨¹r ungefähr 5 Stunden Licht und Aufnahmen sorgen.Die LEDs können in vier Stufen gedimmt werden und mit zwei unterschiedlichen Blinkfolgen f¨¹r mehr Aufmerksamkeit sorgen. Mit 9,8 Lumen sind die LEDs derzeit aber nicht besonders hell. Bislang existieren aber nur Vorserienmodelle, die von 150 Testpersonen ausprobiert werden.Ein Fly6 soll ¨¹ber Kickstarter 129 australische Dollar (85 Euro) plus 10 Euro Versand kosten. Die Auslieferung soll ab Juni 2014 erfolgen. In den regulären europäischen Handel sollen die R¨¹ckleuchten ab Oktober/November 2014 kommen.Die Finanzierung ¨¹ber Kickstarter ist bereits vollständig gesichert. Eigentlich wurden nur 95.000 australische Dollar benötigt, doch mittlerweile sind mehr als 125.000 eingegangen, obwohl die Kampagne noch knapp 4 Wochen bis zum 10. März 2014 läuft.Das deutsche Team hat als erstes in der Formel E seine Fahrer bekanntgegeben. F¨¹r Abt Sportsline werden die Formel-E-Testfahrer Lucas di Grassi und Daniel Abt, der Sohn des Teamchefs, antreten.

Lucas di Grassi und Daniel Abt werden ab September die beiden Elektroautos von Abt Sportsline steuern. Das Rennsportteam aus Kempten im Allgäu ist das erste Team der Elektrorennsportserie Formel E, das seine Fahrer vorstellt.



Der Brasilianer di Grassi war bereits in der Formel 1 als Test- und als regulärer Fahrer unterwegs. Im vergangenen Jahr trat er f¨¹r Audi in Le Mans an und wurde zusammen mit seinen Teamkollegen Marc Gen¨¦ und Oliver Jarvis Dritter. Die drei steuerten den Audi R18 E-Tron Quattro mit Hybridantrieb. Di Grassi ist zudem der Testfahrer des Formel-E-Einheitsautos.Daniel Abt ist seit einigen Jahren in mehreren Formel-Serien aktiv, unter anderem in der GP3 und der GP2, wo er 2013 startete und auch in diesem Jahr antritt. Die GP2 gilt als Vorstufe f¨¹r die Formel 1. Abt kommt aus einer Familie von Motorsportlern: Schon Großvater Johann Abt war Rennfahrer, ebenso sein Onkel Christian Abt. Vater Hans-J¨¹rgen Abt ist der Besitzer und Teamchef von Abt Sportsline.
Die anderen neun Teams haben noch keine Fahrer benannt. Daf¨¹r haben sich schon eine Reihe von Fahrern gemeldet, unter denen die Rennställe auswählen können: 24 Fahrer wollen in der neuen Rennsportklasse antreten, darunter eine Reihe ehemaliger Formel-1-Fahrer, etwa Jaime Alguersuari, S¨¦bastien Buemi oder Narain Karthikeyan. Auch eine Frau will einen Elektrorennwagen steuern: die fr¨¹here DTM-Fahrerin Katherine Legge.


Die erste Formel-E-Saison startet am 13. September 2014 in der chinesischen Hauptstadt Peking. Es werden zehn Läufe auf Stadtkursen ausgetragen, darunter auch einer in Berlin, am 30. Mai 2015. Das letzte Rennen findet am 27. Juni 2015 in London statt.In der ersten Saison starten alle Fahrer mit dem gleichen Auto, dem Spark-Renault SRT_01E, der im September auf der IAA in Frankfurt vorgestellt wurde. Der Formelrennwagen - ein offener Einsitzer mit freistehenden Rädern - wird von einem Elektromotor mit einer Maximalleistung von 200 Kilowatt (kW) angetrieben. Die volle Leistung wird aber voraussichtlich nur in der Qualifikation zur Verf¨¹gung stehen. Im Rennen ist die Leistung auf 133 kW begrenzt. Die Fahrer können aber im Rennen kurzzeitig die 67 kW zum Beschleunigen abrufen.Der Rennwagen beschleunigt in rund drei Sekunden von 0 auf 100 km/h, bei einer Höchstgeschwindigkeit von voraussichtlich 225 km/h. Der Lärmpegel soll bei etwa 80 Dezibel liegen. Das Auto wiegt 800 Kilogramm, davon entfallen 200 Kilogramm auf den Akku.In der Formel E treten zehn Teams aus aller Welt an, aus den USA, China, Japan und Indien. Europa ist vertreten mit Teams aus Frankreich, Großbritannien, Monaco und Deutschland. Unter den Teamchefs sind auch zwei Prominente: Das von Richard Branson gegr¨¹ndete Unternehmen Virgin wird dabei sein, hinter dem Team Venturi Grand Prix stehen der monegassische Elektroautohersteller Venturi Automobiles und Filmschauspieler Leonardo DiCaprio.


Der französische Anbieter Wiko hat mit dem Highway ein Smartphone mit Octa-Core-Prozessor zum Preis von 350 Euro vorgestellt. Das neue Topmodell hat einen 5 Zoll großen Full-HD-Touchscreen mit einer 16-Megapixel-Kamera hinten und einer 8-Megapixel-Kamera vorn.Das Highway ist das neue Topsmartphone des französischen Anbieters Wiko, der seit Herbst 2013 auf dem deutschen Markt aktiv ist. Es hat eine sehr gute Ausstattung zu einem g¨¹nstigen Preis. Die hervorstechenden Merkmale sind der Octa-Core-Prozessor das 5-Zoll-Full-HD-Display und die beiden Kameras. Die Hauptkamera hat 16 Megapixel, vorne gibt es eine 8-Megapixel-Kamera - was f¨¹r eine Frontkamera eine ungewöhnlich hohe Auflösung ist. Generell sind alle Wiko-Smartphones mit Dual-SIM-Technik ausgestattet.
Der 5 Zoll große IPS-Touchscreen im Highway hat eine Full-HD-Auflösung von 1.920 x 1.080 Pixeln; das entspricht einer Pixeldichte von 441 ppi. Das Display ist durch Cornings Gorilla-Glas 2 vor Kratzern und Beschädigungen gesch¨¹tzt. Im Smartphone befindet sich ein nicht näher bezeichneter Octa-Core-Prozessor, der mit Cortex-A7-Kernen läuft, die jeweils mit 2 GHz getaktet sind. Intern stehen 2 GByte Arbeitsspeicher und 16 GByte Flash-Speicher zur Verf¨¹gung, einen Speicherkartensteckplatz gibt es nicht.Das Highway hat vor allem auf der Vorderseite eine Kamera mit ungewöhnlich hoher Auflösung. Die Frontkamera hat 8 Megapixel, auf der R¨¹ckseite gibt es eine 16-Megapixel-Kamera mit Autofokus, Gesichtserkennung und LED-Licht. Mit dem magischen Radierer lassen sich nachträglich störende Elemente aus einem Foto entfernen.


Das Smartphone arbeitet in den drei UMTS-Netzen 900, 1.900 sowie 2.100 MHz und unterst¨¹tzt Quad-Band-GSM, LTE ist nicht vorhanden. Wie bei den Wiko-Smartphones ¨¹blich, hat auch das neue Modell zwei SIM-Karten-Steckplätze. Dadurch lassen sich zwei SIM-Karten parallel betreiben, um neben einer privaten SIM-Karte auch eine Firmenkarte oder aber die SIM-Karte eines anderen Anbieters im selben Gerät zu nutzen. Im Urlaub kann der Nutzer somit etwa eine ausländische SIM-Karte nutzen, um Roamingkosten zu vermeiden.Zu den unterst¨¹tzten WLAN-Standards liegen keine Angaben vor, Bluetooth 4.0 und ein GPS-Empfänger sind vorhanden. NFC wird nicht unterst¨¹tzt. Wiko liefert das Highway mit Android 4.2.2 alias Jelly Bean aus. Noch ist nicht bekannt, ob es ein Update auf Android 4.3 oder das aktuelle Android 4.4 alias Kitkat geben wird. Die Android-Oberfläche wird von Wiko kaum verändert, so dass es der Basisversion entspricht.Der Rahmen des Highway ist aus Aluminium, die R¨¹ckseite ist aus Hartglas. Das Gehäuse misst 144 x 70 x 7,7 mm und mit dem 2.350-mAh-Akku wiegt es 154 Gramm. Zur Akkulaufzeit liegen noch keine Angaben vor.



Wiko will das Highway im März 2014 zum Preis von 350 Euro auf den Markt bringen. Wiko wird es auf dem Mobile World Congress Ende Februar 2014 in Barcelona zeigen.Mit dem Lumia Icon bringt Nokia eine verkleinerte Version seines aktuellen Topsmartphones Lumia 1520 auf den Markt. Die Hardwareausstattung ist mit der des großen fast identisch, das Display ist jedoch nur 5 Zoll groß.
Der finnische Hersteller Nokia bringt mit dem Lumia Icon ein neues Windows-Phone-Smartphone auf den Markt, das aktuelle Tophardware in einem verglichen mit dem Lumia 1520 verkleinerten Gehäuse bietet. Statt des 6 Zoll großen Bildschirms bietet das Icon ein 5-Zoll-Display, das auch mit 1.920 x 1.080 Pixeln auflöst.

Durch die geringere Bildschirmgröße ergibt dies eine höhere Pixeldichte als beim Lumia 1520: Nokias 6-Zöller hat 368 ppi, das neue Lumia Icon kommt auf 441 ppi. Auch das Icon hat einen Displayschutz aus Cornings Gorilla Glass, hier wird allerdings bereits die dritte Version verwendet. Auch soll das Display wieder besser im Sonnenlicht ablesbar sein - eine Eigenschaft, die bereits die Lumia-Modelle 1520 und 1020 haben und die gut funktioniert.


Die Hardware des Lumia Icon unterscheidet sich ansonsten kaum von der des Lumia 1520: Im Inneren arbeitet ebenfalls ein Snapdragon-800-Prozessor mit vier Kernen und einer Taktrate von 2,2 GHz. Der Arbeitsspeicher ist 2 GByte groß, der eingebaute Flash-Speicher 32 GByte. Neben Quad-Band-GSM und UMTS unterst¨¹tzt auch das Lumia Icon LTE und schnelles WLAN nach 802.11ac.Auf der R¨¹ckseite des Lumia Icon hat Nokia wie beim Lumia 1520 eine Pure-View-Kamera mit 20,7 Megapixeln und Carl-Zeiss-Linsen eingebaut. Auch hier stehen zwei LED-Fotolichter zur Verf¨¹gung. Die Frontkamera f¨¹r Videotelefonie hat 1,2 Megapixel.Wie das Lumia 1520 kommt auch das Lumia Icon mit Windows Phone 8 und der aktuellen Nokia-Version Lumia Black. Diese bietet unter anderem mehr Platz auf dem Startbildschirm und beinhaltet Nokias Zusatzprogramme wie Storyteller, Here Maps und Nokia Beamer.Der eingebaute Akku mit einer Nennladung von 2.420 mAh kann dank des Qi-Standards drahtlos geladen werden. Die maximale Standby-Zeit soll 18 Tage betragen, die maximale Gesprächszeit im UMTS-Modus ¨¹ber 16 Stunden. Videos soll der Nutzer bis zu 9 Stunden lang anschauen können, bis der Akku leer ist. Wie genau diese Werte gemessen wurden, gibt Nokia nicht bekannt.

Akku Toshiba Satellite A210

Geladen wird das Mophie Juice Pack Air ¨¹ber einen Micro-USB-Anschluss. Dar¨¹ber wird dann auch gleich das iPhone selbst geladen. Wer will, kann sich ¨¹ber den Ladezustand der H¨¹lle per Knopfdruck mit Hilfe einer LED-Skala informieren. Der Aufschnallakku lädt im Betrieb nicht etwa ständig den Akku des Smartphones. Ein Schalter an der H¨¹lle sorgt daf¨¹r, dass das erst passiert, wenn der Nutzer es w¨¹nscht. Die H¨¹lle dient auch als Schutz f¨¹r das Gehäuse, allerdings nicht f¨¹r den Touchscreen des Smartphones.So schlank wie das Juice Pack Helium ist die Air-Version allerdings nicht. Das Air-Modell misst 6,6 x 14,1 x 1,6 cm bei einem Gewicht von 76 g, während das Helium-Akku-Paket auf 6,32 x 13,94 x 1,45 cm kommt. Das iPhone ist ohne H¨¹lle 0,76 cm dick. Das iPhone wird also durch den Air-Aufschnallakku demnach mehr als doppelt so dick.Die Craft Camera ist eine einfache Kamera, die auf dem Arduino-Uno-Modul basiert und aus Open-Source-Hardware besteht. Ihr Gehäuse besteht aus stabiler Pappe und kann leicht nachgebaut werden. Einige Nachteile hat die Selbstbauhardware aber trotzdem.
Die Digitalkamera "Craft Camera" ist nicht im Handel erhältlich. Sie stammt nicht von den großen Kameraherstellern aus Asien, sondern ist ein Selbstbauprojekt, das auf dem Ein-Platinen-Rechner Arduino Uno basiert, der f¨¹r 20 Euro erhältlich ist. In Hinsicht auf Auflösungsvermögen und Bildkontrolle muss der Anwender jedoch starke Abstriche machen.


Das Gehäuse und die Craft Camera wurden von Coralie Gourguechon entworfen. Alle Elemente der Kamera sind Open Source. Nach Angaben der Designerin ist das vornehmliche Ziel des Projekts, ein Zeichen gegen die geplante Obsoleszenz und die Komplexität elektronischer Produkte zu setzen.Ein kleiner Nachteil gegen¨¹ber traditionellen Digitalkameras: Ein Sucher oder ein Display zum Betrachten der Komposition oder der aufgenommenen Fotos fehlt der Craft Camera. Die Fotos, die mit der Kamera aufgenommen werden, lassen sich nur ¨¹ber die SD-Speicherkarte ansehen, die dazu erst von einem Rechner eingelesen werden muss.Kern des Projekts ist das "JPEG Color Camera TTL Interface" von Linksprite, das den Bildsensor und das Objektiv sowie die Anschlusstechnik beinhaltet. Damit lassen sich allerdings maximal Fotos in VGA-Auflösung (640 x 480 Pixel) aufnehmen. Das Modul kostet etwa 35 Euro.Der Smartphone-Markt ist umkämpft. F¨¹r die Hersteller gilt es, sich vor allem durch leistungsstarke Hardware und ausgefallene Designs vom Wettbewerb abzuheben. Die Ausblicke f¨¹r das Jahr 2017 sind dabei richtig gut... » Mehr erfahren
Die Stromversorgung wird von einem Lithium-Ionen-Akku von Liquidware ¨¹bernommen. Der Akku wird ¨¹ber Mini-USB geladen und ist mit rund 40 Euro das teuerste Einzelteil der Kamera. Die aufgenommenen JPEG-Bilder landen auf einer SD-Karte. Das Kartenmodul M¨¦moire von Snootlab sorgt f¨¹r die dazugehörige Schnittstelle. Es kostet rund 20 Euro.


Die recht klobig wirkende H¨¹lle wird aus Pappe zurechtgeschnitten, gefaltet und verklebt. Wer will, kann das Gehäuse danach noch verzieren oder bemalen. Ohne Kleinteile wie den Auslöser liegt der St¨¹ckpreis der Komponenten bei etwa 115 Euro.F¨¹r 150 Euro bringt Huawei mit dem Ascend Y300 ein Smartphone mit Dual-Core-Prozessor auf den Markt. Es erscheint mit Android 4.1, hat einen 4 Zoll großen Touchscreen und eine 5-Megapixel-Kamera.
Das Ascend Y300 ist im Grunde das Nachfolgemodell des Ascend G330, das im Herbst 2012 auf den Markt kam. Unverändert sind Displaygröße und Auflösung geblieben. Der 4 Zoll große IPS-Touchscreen hat eine Auflösung von 800 x 480 Pixeln, so dass sich daraus eine Pixeldichte von 233 ppi ergibt. Laut Datenblatt hat auch das Ascend Y300 kein kratzfestes Display, was bei dem niedrigen Preis aber auch nicht weiter ¨¹berrascht.



Ebenfalls geblieben sind die 5-Megapixel-Kamera mit Autofokus und LED-Licht auf der Geräter¨¹ckseite und die 0,3-Megapixel-Kamera auf der Displayseite. Im Unterschied zu anderen Huawei-Smartphones hat das Ascend Y300 keinen aus eigenem Hause, sondern Qualcomms Dual-Core-Prozessor Snapdragon MSM8225 mit einer Taktrate von 1 GHz. Auch die Speicherbest¨¹ckung entspricht der des Ascend G330. Es gibt also 512 MByte Arbeitsspeicher und 4 GByte Flash-Speicher sowie einen Steckplatz f¨¹r Micro-SD-Karten, die bis zu 32 GByte groß sein d¨¹rfen.Das Smartphone funktioniert in den UMTS-Netzen mit 900 MHz sowie 2.100 MHz und in allen vier GSM-Netzen. Zudem bietet es GPRS, EDGE sowie HSPA mit bis zu 7,2 MBit/s im Download und 5,76 MBit/s im Upload. Als weitere Drahtlostechniken gibt es Single-Band-WLAN nach 802.11 b/g/n sowie Bluetooth 2.1. Zudem sind ein GPS-Empfänger, ein UKW-Radio sowie eine 3,5-mm-Klinkenbuchse vorhanden und es wird DLNA unterst¨¹tzt.Das Ascend Y300 erscheint mit Android 4.1 alias Jelly Bean und es wird voraussichtlich das erste Huawei-Smartphone in Deutschland sein, auf dem sich vorinstalliert die neue Bedienoberfläche Emotion von Huawei befindet. Ob die Neuvorstellung ein Update auf Android 4.2 alias Jelly Bean erhalten wird, ist noch nicht bekannt.


Bei Maßen von 124,5 x 63,8 x 11,2 mm wiegt das Smartphone 130 Gramm. Der Lithium-Polymer-Akku mit 2.150 mAh soll eine Sprechzeit von bis zu 5 Stunden jeweils im GSM- und UMTS-Betrieb schaffen. Die Bereitschaftszeit gibt der Hersteller mit rund 14 Tagen an.Asus verbaut in seiner neuen Padfone-Generation mit dem Zusatz Infinity alles, was der Markt derzeit an moderner Technik hergibt. Ein 441-ppi-Display, LTE, NFC und sogar 802.11ac-WLAN hat Asus in das kleine Smartphone mit 10-Zoll-Display als Tablet-Dock gesteckt. F¨¹r das Gerät verlangt Asus aber einen sehr hohen Preis.
Asus hat das Smartphone Padfone Infinity mit Full-HD-Display vorgestellt. Auf nur 5 Zoll platziert Asus 1.920 x 1.080 Pixel und erreicht damit eine Pixeldichte von 441 ppi. Sie liegt also deutlich höher als die Dichte des Retina-Displays von Apple-Geräten. Zum Padfone Infinity gehört wie ¨¹blich auch ein Tablet, in das das Padfone hinten eingesetzt werden kann. Das 10-Zoll-Tablet bietet eine identische Auflösung wie das Smartphone, also 1.920 x 1.080 Pixel. Beide Displays setzen jeweils auf IPS-Paneltechnik und bieten 400 Candela/qm, sind also f¨¹r den Außeneinsatz geeignet. Außerdem sind die Displays gegen Fett und Kratzer resistent.


Die Hardware des Padfone Infinity ist sehr großz¨¹gig ausgestattet und bietet zum Teil Ausstattungsmerkmale, die kaum ein Konkurrent verbaut. 64 GByte internen Speicher sieht Asus vor und der Prozessor kann auf 2 GByte RAM zugreifen. Einen Steckplatz f¨¹r Speicherkarten gibt es nicht. Als System-on-a-Chip hat Asus Qualcomms Snapdragon 600 ausgewählt. Dessen vier Kerne werden mit jeweils 1,7 GHz getaktet. Zusätzlich gibt es noch 50 GByte Cloud-Speicher.Ebenfalls sehr gut ausgestattet sind die Funkeinheiten des Padfone Infinity. Asus hat nicht nur reguläres Dual-Band-WLAN (802.11a/n und 802.11.b/g/n), sondern auch schon das moderne 802.11ac (5 GHz). Die Antennenkonfiguration ist allerdings noch nicht bekannt, daher lässt sich nichts ¨¹ber die Geschwindigkeit sagen. Im Mobilfunkbereich verbaut Asus ebenfalls aktuelle Techniken. HSPA gibt es als Zweikanalvariante mit 42 MBit/s (DC-HSPA) und LTE (100 MBit/s). Neben Quad-Band-GSM kann HSPA in den Frequenzen 900 und 2.100 MHz benutzt werden. LTE wird auf den Bändern 800, 1.800, 2.100 und 2.600 MHz unterst¨¹tzt. Das Gerät ist damit f¨¹r den deutschen Markt gut geeignet. Zu den Drahtlostechniken des Smartphones gehören zudem Bluetooth 4.0 und NFC.


Anschlussseitig sehr interessant ist der neue Mobility Displayport (MyDP). Die Fähigkeiten des Anschlusses haben wir in unserem MyDP-Artikel erklärt. MyDP ist im Prinzip das Gegenst¨¹ck zu MHL, das auf den Heimkinoanschluss HDMI setzt. Bei den SIM-Karten setzt Asus ebenfalls auf einen sehr neuen Standard: die Nano-SIM (4FF).Das Padfone soll auch als lichtempfindliche Kamera dienen. Mit einer Anfangsblende von f/2.0 sollen auch Schnappsch¨¹sse in schlechten Lichtumgebungen gelingen. Die Auflösung der Hauptkamera liegt bei 13 Megapixeln. Mit der Kamera sind auch Serienaufnahmen mit bis zu 100 Bildern möglich. Dabei erreicht die Kamera eine Geschwindigkeit von 8 fps. Die Frontkamera f¨¹r Videotelefonie bietet 2 Megapixel.Das Padfone Infinity soll sehr lange Akkulaufzeiten bieten. Nur das Smartphone ohne das Tablet kommt laut Asus auf 6,5 Stunden Surfen im Internet, 9 Stunden Videolaufzeit und 19 Stunden Sprechzeit in 3G-Netzen. Die Standby-Zeit soll bei etwa 17 Tagen liegen. Im Tablet gedockt erhöhen sich die Laufzeiten noch einmal deutlich auf 19,5, 27 beziehungsweise 57 Stunden. Die Standby-Zeit liegt dann bei 51 Tagen. Der Akku lässt sich beim Padfone Infinity nicht entfernen. Das Smartphone alleine wiegt 141 Gramm. Das Tablet wiegt 531 Gramm und besitzt zum Aufladen einen Micro-USB-Anschluss und ebenfalls einen fest verbauten Akku.



Smartphone-Technologie: Wer es groß mag, der greift zu einem Phablet. Doch die performanten Riesen sind mit ihrer Größe von >5,5 Zoll nicht jedermanns Sache. F¨¹r wen eignen sie sich eigentlich? » Mehr erfahren
Ab April 2013 kann das Padfone Infinity gekauft werden. Als Betriebssystem wird Android 4.2 vorinstalliert sein. Die meisten Konkurrenten werden in diesem Zeitraum noch Android-4.1-Geräte auf den Markt bringen. Die großz¨¹gige Ausstattung hat jedoch einen hohen Preis, der bei rund 1.000 Euro liegen wird. Laut dem uns vorliegenden Datenblatt wird es auch eine 32-GByte-Variante geben, zu der noch kein Preis genannt wurde.Mit dem Lumia 520 bringt Nokia ein neues Smartphone mit Windows Phone 8, das sich mit einem Preis von 200 Euro vor allem an Einsteiger richtet. Damit ist es noch g¨¹nstiger als das Lumia 620, das bisher das g¨¹nstigste Lumia-Smartphone war. Mit dem Lumia 720 gibt es ein neues Mittelklassemodell.
Das Lumia 520 hat einen 4 Zoll großen Touchscreen mit einer Auflösung von 800 x 480 Pixeln, was einer Pixeldichte von 233 ppi entspricht. Das Display soll kratzfest sein und sich auch ohne Einschränkungen mit herkömmlichen Handschuhen oder Fingernägeln bedienen lassen. R¨¹ckwärtig ist eine 5-Megapixel-Kamera mit Autofokus eingebaut, auf eine Frontkamera wurde wohl aus Kostengr¨¹nden verzichtet. Im Smartphone steckt ein Dual-Core-Prozessor mit 1-GHz-Taktrate aus Qualcomms Snapdragon-Familie. Der Arbeitsspeicher fasst 512 MByte, der Flash-Speicher ist 8 GByte groß und es gibt einen Steckplatz f¨¹r Micro-SD-Karten mit bis zu 64 GByte.


Das Smartphone wird wahlweise f¨¹r die UMTS-Frequenzen 900 und 2.100 MHz sowie 850, 1.900 und 2.100 MHz auf den Markt kommen. Dabei wird HSDPA mit bis zu 21 MBit/s unterst¨¹tzt. Ferner gibt es Quad-Band-GSM, Single-Band-WLAN nach 802.11 b/g/n sowie Bluetooth 3.0. Im Gerät stecken ein GPS-Empfänger und eine 3,5-mm-Klinkenbuchse.Das Gehäuse des Lumia 520 misst 119,9 x 64 x 9,9 mm und wiegt 124 Gramm. Die H¨¹llen können vom Käufer ausgetauscht werden. Im UMTS-Betrieb wird mit einer Akkuladung eine Sprechzeit von knapp 10 Stunden versprochen. Im Bereitschaftsmodus gibt Nokia eine Akkulaufzeit von maximal 15 Tagen an. Der Akku hat eine Kapazität von 1.430 mAh.Parallel zum Lumia 520 hat Nokia mit dem Lumia 720 ein neues Mittelklassemodell vorgestellt. Das Lumia 720 hat ebenfalls einen Touchscreen, der auch mit beliebigen Handschuhen oder mit den Fingernägeln bedient werden kann. Bei einer Bilddiagonalen von 4,3 Zoll gibt es eine Auflösung von 800 x 480 Pixeln, was eine Pixeldichte von 217 ppi ergibt. Durch Gorilla-Glas sollen Kratzer und Beschädigungen am Display verhindert werden.


F¨¹r Foto- und Videoaufnahmen gibt es auf der Gehäuser¨¹ckseite eine 6,7-Megapixel-Kamera mit Autofokus, BSI-Sensor und LED-Licht. Auf der Displayseite ist eine 1,3-Megapixel-Kamera f¨¹r Videokonferenzen untergebracht. Prozessor, Arbeitsspeicher, Flash-Speicher und Speicherkartensteckplatz sind identisch zum Lumia 520.Das Smartphone deckt die vier UMTS-Frequenzen 850, 900, 1.900 und 2.100 MHz ab und arbeitet in allen vier GSM-Netzen. Es beherrscht GPRS, EDGE sowie HSDPA mit bis zu 21 MBit/s und HSUPA mit bis zu 5,7 MBit/s. Als weitere Drahtlostechniken gibt es Single-Band-WLAN nach 802.11 b/g/n sowie Bluetooth 3.0. Im Gerät stecken ein GPS-Empfänger mit Kompassfunktion, ein NFC-Chip und eine 3,5-mm-Klinkenbuchse.128 Gramm wiegt das Lumia 720, das in einem 127,9 x 67,5 x 9 mm großen Gehäuse steckt. Der 2.000-mAh-Akku soll im GSM-Betrieb eine beachtliche Sprechzeit von etwas mehr als 23 Stunden schaffen. Im UMTS-Betrieb verbleiben immer noch gut 13 Stunden. F¨¹r den Bereitschaftsmodus gibt Nokia eine Akkulaufzeit von fast 22 Tagen an. Das Lumia 720 unterst¨¹tzt wie das Lumia 820 und das Lumia 920 die drahtlose Ladetechnik, mit der der Akku ohne Anstöpseln von Kabeln geladen werden kann.



  1. http://akkusmarkt.jimdo.com/

  2. http://blogs.elle.com.hk/akkusmarkt/

  3. http://wwwakkusmarktcom.doodlekit.com/blog

  4. http://akkusmarkt.bravesites.com/

Akku Dell Inspiron 2200

Das L90 hat ein 4,7 Zoll großes Display, zu dem ebenfalls keine Auflösung genannt wird. Hier setzt LG einen Quad-Core-Prozessor mit einer Taktrate von 1,2 GHz ein, nähere Angaben dazu liegen nicht vor. Der Arbeitsspeicher ist 1 GByte groß und es gibt 8 GByte Flash-Speicher. Auch hier bleibt die Frage eines Speicherkartensteckplatzes unbeantwortet.Im UMTS-Smartphone stecken eine 8-Megapixel-Kamera und ein 2.540-mAh-Akku, zur Akkulaufzeit gibt es keine Informationen. Das Gehäuse misst 131,5 x 66 x 9,6 mm, auch hierbei nennt LG kein Gewicht und macht keine Angaben zu WLAN und Bluetooth.LG will alle drei Modelle noch im ersten Quartal 2014 auf den Markt bringen. Wie viel die Smartphones dann kosten werden, ist nicht bekannt. Alle drei Modelle wird LG auf dem Mobile World Congress (MWC) kommende Woche in Barcelona zeigen.Sony ist der erste Hersteller, der eine wirklich leistungsstarke Miniversion eines aktuellen Topgerätes herausbringt. Das Xperia Z1 Compact ist eine verkleinerte, aber genauso leistungsstarke Version des Xperia Z1 - mit einem deutlich besseren Display und langer Akkulaufzeit.

Sony macht mit der verkleinerten Version seines Topsmartphones Xperia Z1 etwas Entscheidendes anders als andere Hersteller: Es schrumpft zwar die Größe des Geräts, aber nicht die Leistung. In das kleinere Gehäuse des Xperia Z1 Compact - zunächst als Z1F f¨¹r den japanischen Markt angek¨¹ndigt - packt Sony nahezu die gleiche Technik wie in den F¨¹nfzöller Xperia Z1, verwendet aber ein mit 4,3 Zoll Bilddiagonale deutlich kleineres Display.


Andere Hersteller hatten das bisher anders gehalten: Die kleineren Varianten der Topgeräte sind nicht nur kompakter, sondern auch deutlich leistungsschwächer. Die Hardware des Galaxy S3 Mini und des Galaxy S4 Mini von Samsung hat nicht viel mit den urspr¨¹nglichen Geräten gemeinsam. HTC macht mit seinem One Mini auch keine Ausnahme.Sony dagegen hat mit dem Xperia Z1 Compact nicht nur eine gleichwertige Miniversion des Z1 herausgebracht, das Gerät ist in einigen Punkten sogar besser als das Topsmartphone. Das gilt vor allem f¨¹r das Display.
Es hat mit 1.280 x 720 Pixeln eine niedrigere Auflösung als das Z1 mit 1080p, die Pixeldichte ist mit knapp 342 ppi ebenfalls niedriger - das Xperia Z1 erreicht hier knapp 441 ppi. Die 720p-Auflösung des Triluminos-Displays ist allerdings ausreichend, Bildschirminhalte werden scharf dargestellt. Auch feine Details sind gut zu erkennen, kleine Schrift ist sehr gut lesbar, ein Treppeneffekt ist lediglich bei genauerem Hinsehen erkennbar. Farben sollen auch beim Xperia Z1 Compact dank der X-Reality-Engine aufgrund einer größeren Farbpalette lebendiger dargestellt werden - auf uns wirken sie kräftig, aber nicht unnat¨¹rlich. Große farbliche Unterschiede zu Displays anderer Smartphones können wir allerdings wie beim Xperia Z1 auch hier nicht feststellen.


Einen großen Unterschied zum Display des Xperia Z1 gibt es bei der Compact-Ausf¨¹hrung allerdings: Der Bildschirm ist jetzt blickwinkelstabil. Anders als beim Xperia Z1 verliert der Bildschirm des Z1 Compact nicht mehr stark an Helligkeit und Kontrast, wenn der Nutzer schräg auf ihn schaut. Auch die Farben invertieren nicht. Beim Z1 Compact ist das Displayglas kratzfest und hat wie das Z1 eine zusätzliche Bruchschutzfolie. Bei hellem Umgebungslicht sind Bildschirminhalte immer noch gut ablesbar. Der Lagesensor arbeitet ohne erkennbare Verzögerung, auch der Helligkeitssensor reagiert schnell.Die restliche Hardware entspricht mehr oder weniger der des großen Xperia Z1: Wie bei Sonys großem Smartphone arbeitet im Z1 Compact ein Snapdragon-800-Prozessor mit vier Kernen und einer Taktrate von 2,2 GHz, der Arbeitsspeicher ist 2 GByte groß, der eingebaute Flash-Speicher 16 GByte. Ein Steckplatz f¨¹r Speicherkarten bis 64 GByte ist eingebaut. Das Auslagern von Apps auf die Speicherkarte ist allerdings nicht möglich. Das Z1 Compact unterst¨¹tzt Quad-Band-GSM, UMTS und LTE sowie WLAN nach dem neuen schnellen Standard 802.11 ac. Bluetooth läuft in der Version 4.0, ein GPS-Modul und ein NFC-Chip sind eingebaut.



Auch bei der Kamera hat Sony keine Abstriche gemacht: Das Z1 Compact hat ebenfalls die 20,7-Megapixel-Kamera mit 1/2,3 Zoll großem Exmor-RS-Sensor, dem G-Lens-System mit maximaler Blendenöffnung von f/2.0 und separatem Auslöseknopf. Dieser startet die Kamerafunktion sehr schnell auch direkt aus dem Standby: Sony gibt die Startzeit mit einer Sekunde an, was hinkommt. Auch der zweigeteilte Digitalzoom des Z1 mit qualitativ hochwertigem erstem Zoombereich ist beim Z1 Compact vorhanden.
Allerdings ¨¹bernimmt das Z1 Compact nicht nur die guten Kamerafunktionen und die umfangreiche und ¨¹bersichtliche Kamera-App des Z1 - auch die schlechten Eigenschaften finden sich beim kleinen Smartphone. Beispielsweise startet der separate Kamera-Knopf die Kamera-App wie beim Z1 immer im "intelligenten" Modus, der Aufnahmeszenarien selbstständig erkennt - an sich eine gute Idee, wenn die maximale Auflösung nicht nur maximal 8 Megapixel betragen w¨¹rde. Möchte der Nutzer die Kamera des Z1 Compact bei voller Auflösung verwenden, muss er wie beim Z1 innerhalb der App auf den manuellen Modus umschalten. Wird die Kamera jedoch ¨¹ber das App-Icon ausgerufen, startet das Programm problemlos im vorher ausgewählten Automatikmodus.


Auch die Bildqualität unterscheidet sich nicht von der des Z1, weshalb einige weniger gute Eigenschaften auch beim Z1 Compact vorhanden sind. Feine Details sind beim Z1 Compact genauso verwaschen und lösen sich teilweise in regelrechtem Pixelmatsch auf - der Aquarell-Effekt ist also auch hier vorhanden. Ebenso fehlt manchmal der Kontrast, die Belichtung und der Weißabgleich stimmen hingegen meist. In dunkleren Umgebungen macht die Kamera des Z1 Compact recht gute, wenngleich auch artefaktreiche Bilder.Das Fazit zur Kamera des Z1 Compact fällt - aufgrund der gleichen Technik wie beim Z1 - nicht ¨¹berraschend aus: Auch die Kamera des Z1 Compact zählt zwar zu den besseren Smartphone-Kameras, gemessen an Sonys Ank¨¹ndigungen mit G-Lens und Exmor-Sensor hätten wir uns allerdings auch hier eine bessere Bildqualität gew¨¹nscht. Zwar sind die Fotos scharf, die matschigen Details sind aber ebenso störend wie beim Z1. Auch zeigt sich der Kontrast genauso unberechenbar wie bei Sonys großem Topsmartphone: Bei manchen Bildern sind die Kontraste super, bei anderen mit gleicher Lichtsituation hingegen sehr flau.


Das Gehäuse des Z1 Compact ähnelt sowohl in Form als auch in Verarbeitung dem des Z1. Das Gehäuse ist aus Aluminium, der Rand ist in gleicher Weise wie beim großen Modell gefräst. Die R¨¹ckseite des Smartphones ist aus Kunststoff.Das Z1 Compact ist ebenfalls nach IP55 und IP58 vor Wasser und Staub gesch¨¹tzt - 30-min¨¹tige Tauchfahrten in bis zu einen Meter Tiefe sollen laut Sony kein Problem sein. Daf¨¹r sind auch hier alle Anschl¨¹sse bis auf die intern abgedichtete Kopfhörerbuchse mit gummiisolierten Klappen verschlossen. Wie bei den bisherigen wasserfesten Smartphones von Sony bedeutet dies, dass zum Laden immer erst die Klappe geöffnet werden muss - eine separat erhältliche Dockingstation vereinfacht dies, indem sie das Gerät ¨¹ber zwei Kontakte am rechten Rand lädt.
In unserem Test hat das Z1 Compact ein Wasserbad unbeschadet ¨¹berstanden, es lässt sich in nassem Zustand auch gut bedienen. Lediglich unter Wasser reagiert der Touchscreen technisch bedingt wie bei anderen wasserfesten Smartphones nicht zuverlässig.



Der im unteren Rand eingebaute einzelne Lautsprecher bietet eine ausreichende Lautstärke mit wahrnehmbaren Bässen. Die Höhen reißen bei hoher Lautstärke aus und klingen dann unangenehm schrill. Insgesamt ist es Sony aber gelungen, einen durchaus voll klingenden Lautsprecher einzubauen.Dank der geringeren Größe liegt das Z1 Compact nicht nur deutlich besser in der Hand als das Z1, es lässt sich auch bequem mit nur einer Hand bedienen. Gerade Nutzer mit kleineren Händen werden das zu schätzen wissen. Auch lässt es sich wesentlich besser in der Hosentasche tragen. Bei Maßen von 126,9 x 64,8 x 9,5 mm wiegt das Z1 Compact mit 136 Gramm nat¨¹rlich auch entsprechend weniger - das Z1 bringt fast 40 Gramm mehr auf die Waage. Das mit 4 Zoll Bildschirmgröße etwas kleinere iPhone 5S von Apple wiegt 112 Gramm.Der fest eingebaute Akku des Z1 Compact hat eine Nennladung von 2.300 mAh und soll eine Gesprächszeit von bis zu 18 Stunden ermöglichen. Die Standby-Zeit liegt laut Sony bei fast 28 Tagen. Videos soll das Smartphone bis zu 12 Stunden wiedergeben. Sony spezifiziert nicht, unter welchen Bedingungen diese Werte entstanden sind. In unserem Videotest konnte das Z1 Compact einen 1.080p-Film fast acht Stunden lang abspielen, bis der Akku leer war - ein ausgezeichneter Wert.


Das Z1 Compact wird mit Android in der Version 4.3 ausgeliefert. Auf dem Z1 lief zunächst noch die ältere Version 4.2.2, hier ist seit Dezember 2013 ebenfalls Android 4.3 verf¨¹gbar. Wie beim Z1 hat Sony beim Z1 Compact seine eigene Benutzeroberfläche mit zahlreichen Erweiterungen wie den Mini-Apps installiert, die der Nutzer parallel zur aktuellen App verwenden kann.Dank des Snapdragon-800-Prozessors und 2 GByte RAM läuft auch das Z1 Compact fl¨¹ssig in den Men¨¹s, auch mehrere offene Anwendungen bringen das System nicht zum Stocken. Selbst grafisch anspruchsvollere Spiele wie Riptide GP2 laufen absolut ruckelfrei, der Chrome-Browser zeigt allerdings auch beim Z1 Compact die typischen Mikroruckler.In den Benchmark-Ergebnissen spiegeln sich die optischen Eindr¨¹cke des fl¨¹ssigen Systems wider. Im Gerätebenchmark Geekbench 3 erreicht das Z1 Compact einen Single-Wert von 925 Punkten und einen Multi-Wert von 2.898 Punkten - erwartungsgemäß liegt es damit auf einer Höhe mit dem Z1. Beim Grafik-Benchmark GFX-Bench 3.0 schafft das Z1 Compact im T-Rex-Test 35 fps - das Z1 schaffte beim alten GFX-Bench 2.7 mit Android 4.2.2 24 fps. Im 3D-Mark von Futuremark erreicht das Z1 Compact im Icestorm-Unlimited-Test einen Wert von 19.155 Zählern - auch hier liegt es etwas vor dem Z1, das mit Android 4.2.2 eine Punktzahl von 17.507 Zählern erreicht.

Akku Acer TravelMate 6231

Das kleine System und das Head Mounted System werden von einem 7,4-Volt-Lithium-Polymer-Akku mit Energie versorgt, ähnlich wie bei einem ferngesteuerten Spielzeugauto. Eine Ladung reicht f¨¹r eine bis anderthalb Stunden virtueller Realität, danach muss das Eyesect wieder ans Netz.Die helmartige Konstruktion ist asymmetrisch aufgebaut und neigt sich daher leicht auf die rechte Seite. Auf Basis der Haltestreben des Oculus Rift und eines Abgusses von Sebastians Kopf hat The Constitute mit Industrieplastilin ein futuristisches Aussehen modelliert, die zum Teil freiliegenden Kabel unterst¨¹tzen dieses - mit Fl¨¹ssigkeit gef¨¹llte Schläuche wurden nur aus Zeitgr¨¹nden nicht verbaut.Das Eyesect-Projekt wäre ohne das Artist-in-Residence-Stipendium der Cynetart f¨¹r Sebastian Piatza nicht realisierbar gewesen: Alleine das Rift und die beiden Kameras kosten zusammen ¨¹ber 600 Euro, dazu kommen das Kontron-Board, die Linsen, weitere Bauteile sowie der Entwicklungsaufwand. Wäre das Eyesect ein kommerzielles Produkt, so Christian Zöllner, w¨¹rde The Constitute es f¨¹r 10.000 Euro verkaufen - das entspricht dem Gegenwert des Stipendiums.Die nächste Evolutionsstufe der VR-Konstruktion soll das zweite Dev-Kit des Oculus Rift nutzen. Zöllner stellt sich beispielsweise ein flexibles Konstrukt aus mit einer Gummihaut ¨¹berzogenen Stäben vor, an welche die Kameras andocken sollen. Alleine die Idee klingt schon befremdlich. Alien eben.


LG hat das G2 Mini offiziell vorgestellt und wird die abgespeckte Variante des Topsmartphones in zwei Ausf¨¹hrungen anbieten. Wie auch andere Smartphone-Hersteller hat LG den Weg eingeschlagen, die Miniausf¨¹hrung so zu beschneiden, dass sie mit dem namensgebenden Topmodell von der Ausstattung nicht mehr viel gemeinsam hat.
G2 Mini nennt LG ein neues Android-Smartphone, das voraussichtlich im Fr¨¹hjahr 2014 auf den Markt kommt. Auch wenn die Bezeichnung anderes vermuten lässt: Mit dem G2, LGs aktuellem Topmodell, hat die Neuvorstellung nicht viel gemeinsam. Die Ausstattung wurde stark verändert, es gibt deutlich weniger leistungsstarke Hardware.
Damit schlägt LG auch den Weg ein, den Samsung und HTC bereits gegangen sind. Auch die Miniversionen der Topmodelle von Samsung und HTC liefern nicht die Leistung der Topmodelle. Damit bleibt Sony mit dem Xperia Z1 Compact der einzige Hersteller von Android-Smartphones, der die Technik des Topmodells in ein kleineres Gehäuse packt.Das G2 Mini hat einen 4,7 Zoll großen IPS-Touchscreen und ist damit nur geringf¨¹gig kleiner als das G2, das ein 5,2 Zoll großes Display hat. Die Displayauflösung wurde von 1.920 x 1.080 Pixeln auf 960 x 540 Pixel reduziert, so dass sich die Pixeldichte von 424 dpi auf 234 dpi erheblich verringert hat.


Wie auch das G2 hat die Miniausf¨¹hrung den Powerknopf und die Lautstärkewippe auf der Gehäuser¨¹ckseite statt am Gehäuserand. Vermutlich wird sich das Gerät durch einen Doppeltipp auf den Touchscreen aus dem Standby holen lassen.Auch die Speicherbest¨¹ckung wurde verringert. Statt 2 GByte gibt es nur 1 GByte Arbeitsspeicher und es stehen 8 GByte Flash-Speicher zur Verf¨¹gung. Während das G2 keinen Speicherkartensteckplatz hat, ist im G2 Mini einer f¨¹r Micro-SD-Karten vorhanden, um darauf weitere Daten ablegen zu können.LG wird das G2 Mini in zwei Ausf¨¹hrungen anbieten. Das Smartphone mit LTE-Unterst¨¹tzung läuft mit Qualcomms Quad-Core-Prozessor MSM8926, während die UMTS-Variante den Prozessor MSM8226 verwendet. Beide Prozessoren laufen mit einer Taktrate von 1,2 GHz. Zum Vergleich: Das normale G2 hat einen 2,3 GHz schnellen Snapdragon 800 von Qualcomm. F¨¹r Deutschland ist wohl nur die LTE-Version geplant.Aus der 13-Megapixel-Kamera im G2 wird eine 8-Megapixel-Kamera und vorne befindet sich eine 1,3-Megapixel-Kamera. LG hat noch keine Angaben dazu gemacht, welche LTE- und UMTS-Frequenzen das Smartphone abdeckt. Es gibt ansonsten Single-Band-WLAN nach 802.11 b/g/n, Bluetooth 4.0 und einen GPS-Empfänger. Die LTE-Version hat zusätzlich einen NFC-Chip.



Das G2 Mini erscheint gleich mit dem aktuellen Android 4.4 alias Kitkat, während das G2 noch mit Android 4.2 erschienen ist. Darauf läuft dann LGs Bedienoberfläche. Hierbei verspricht der Hersteller, dass viele der Funktionen des G2 auch in die Miniausf¨¹hrung ¨¹bernommen wurden.Bei Maßen von 129,6 x 66 x 9,8 mm wiegt das Smartphone 121 Gramm. Es hat einen 2.440-mAh-Akku, Angaben zur Akkulaufzeit liegen nicht vor.LG wird das G2 Mini in der kommenden Woche auf dem Mobile World Congress (MWC) in Barcelona zeigen. Zunächst soll das Gerät in ausgewählten Ländern im März 2014 auf den Markt kommen. Kurz danach ist ein Marktstart in Europa geplant, eine nähere zeitliche Eingrenzung macht der Hersteller nicht. Was das G2 Mini dann kosten wird, ist nicht bekannt.Der Zeitpunkt f¨¹r die Markteinf¨¹hrung des G2 Mini erscheint ungewöhnlich, weil bereits in den kommenden Wochen und Monaten ein Nachfolger des G2 erwartet wird. Das G2 wurde im August 2013 vorgestellt und kam Ende September 2013 auf den deutschen Markt.2014 sollen erste Smartphones mit Ubuntu auf den Markt kommen. Das hat Mark Shuttleworth im Vorfeld des Mobile World Congress 2014 bekanntgegeben. Dort will Canonical weitere Details mitteilen. Zunächst soll Ubuntu auf Smartphones in den Wachstumsmärkten angeboten werden. Daf¨¹r hat Canonical Partner in China und in Spanien gefunden. Weitere Hersteller will das Unternehmen 2015 gewinnen.


In Europa sollen Smartphones mit dem Linux-basierten Betriebssystem von dem eher unbekannten spanischen Hersteller BQ kommen. BQ vertreibt seine Geräte auch in Portugal und Lateinamerika. Auf welchem BQ-Smartphone Ubuntu laufen soll, ist noch nicht bekannt. Shuttleworth deutete gegen¨¹ber OMG! Ubuntu lediglich an, dass das Smartphone Dual-SIM-fähig sei.
Etwas konkreter sind die Informationen zum Smartphone des Herstellers Meizu. Es soll sich um das MX3 handeln, das ein 5,1-Zoll-Display mit einer Auflösung von 1.800 x 1.080 Bildpunkten hat. Der Grafikkern ist ein SGX 544MP3 von PowerVR. Der Prozessor hat ARMs Big-Little-Architektur und damit vier A15-Kerne, die mit 1,6 GHz getaktet sind, und weitere vier A7-Kerne, die mit 1,2 GHz getaktet sind. Diese kommen bei weniger leistungshungrigen Aufgaben zum Einsatz und sollen die Leistungsaufnahme verringern. Der Lithium-Polymer-Akku hat eine Nennkapazität von 2.400 mAh. Der Arbeitsspeicher ist 2 GByte groß.Der in Zhuhai und Guangdong angesiedelte Hersteller Meizu bezeichnet das Gerät zwar als GSM- und HSPA+-fähig, allerdings macht Meizu keine Angaben dazu, welche europäische Frequenzen das Smartphone unterst¨¹tzt. Meizu liefert das MX3 aktuell mit seinem eigenen Betriebssystem namens Flyme OS 3.0 aus.


Ob auf dem Gerät auch die geplante Möglichkeit, ein Smartphone mit Ubuntu auch als Desktop mit einem angeschlossenen Monitor zu verwenden, umgesetzt wird, steht noch nicht fest. Canonicals Community Manager Jono Bacon hatte im Januar 2014 noch gesagt, diese Funktion werde erst konkret, wenn entsprechende Hardwarehersteller gefunden seien.Dass Ubuntu k¨¹nftig auch auf Smartphones laufen soll, k¨¹ndigte Canonical vor etwa einem Jahr an. Mit einer Crowdfunding-Kampagne versuchte das Unternehmen dar¨¹ber hinaus, ein eigenes Gerät mit dem Betriebssystem zu finanzieren, was aber an dem zu hoch angesetzten Finanzziel scheiterte. Dennoch verpflichteten sich mögliche Käufer zu Zahlungen von insgesamt 12,8 Millionen US-Dollar, was von großem Interesse an dem System zeugt.Mit dem Galaxy Core LTE bringt Samsung ein weiteres Mittelklasse-Smartphone mit durchschnittlicher Hardware auf den Markt, das in puncto Ausstattung vielen anderen Galaxy-Geräten ähnelt. Ein Unterscheidungsmerkmal ist die LTE-Unterst¨¹tzung.

Samsung hat das Android-Smartphone Galaxy Core LTE vorgestellt. Das Mittelklasse-Gerät ist das dritte Modell der Core-Reihe, die alle einen Dual-Core-Prozessor, 1 GByte Arbeitsspeicher, 8 GByte Flash-Speicher und Displaygrößen bis maximal 4,7 Zoll gemein haben.



Das Galaxy Core LTE hat einen 4,5 Zoll großen Bildschirm, der eine Auflösung von 960 x 540 Pixeln hat. Das ergibt eine Pixeldichte von 245 ppi. Der nicht näher benannte Dual-Core-Prozessor hat eine Taktrate von 1,2 GHz. Ein Steckplatz f¨¹r Micro-SD-Speicherkarten ist eingebaut.Das Smartphone unterst¨¹tzt GSM, UMTS und LTE auf nicht näher benannten Frequenzen. WLAN beherrscht das Gerät nach 802.11b/g/n, also nur auf der Frequenz 2,4 GHz. Bluetooth läuft in der Version 4.0, ein GPS-Empfänger und ein NFC-Chip sind eingebaut. Eine Dual-SIM-Variante wie beim ersten Galaxy Core scheint es nicht zu geben.Auf der R¨¹ckseite ist eine 5-Megapixel-Kamera eingebaut, vorne befindet sich eine VGA-Kamera f¨¹r Videotelefonie. Der Akku hat eine Nennladung von 2.100 mAh. Das Gehäuse des Galaxy Core LTE ist 132,9 x 66,3 x 9,8 mm groß, zum Gewicht macht Samsung keine Angaben. Die R¨¹ckseite des Smartphones besteht aus einem lederähnlichen Material.Das Galaxy Core LTE wird mit der veralteten Android-Version 4.2.2 ausgeliefert. Dar¨¹ber installiert Samsung seine eigene Benutzeroberfläche und integriert zusätzliche Apps wie S Translator, S Voice und S Travel.


Das Galaxy Core LTE soll in Europa in den Farben Weiß und Schwarz auf den Markt kommen. Im Onlinehandel ist das Smartphone f¨¹r 255 Euro vorbestellbar.Mit dem Ascend G740 bringt Huawei ein Android-Smartphone mit LTE-Unterst¨¹tzung, großem Display und langer Akkulaufzeit auf den Markt. Daf¨¹r hat das Smartphone einen älteren Dual-Core-Prozessor und wenig Speicherplatz - sowie starke Konkurrenz aus dem eigenen Hause.

Huawei hat mit dem Ascend G740 ein neues Android-Smartphone im Mittelklassesegment auf den Markt gebracht. Es bietet neben einem großen Display LTE-Unterst¨¹tzung und eine gute 8-Megapixel-Kamera, die restliche Hardware ist allerdings eher Standard. Golem.de hat sich das neue Smartphone in einem Test genauer angeschaut.
Das Ascend G740 hat ein 5 Zoll großes Display mit einer Auflösung von 1.280 x 720 Pixeln. Das ergibt eine Pixeldichte von 293 ppi. Die Auflösung ist hoch genug, um Bildschirminhalte scharf darzustellen, bei genauerem Hinsehen sind aber einzelne Pixel erkennbar. Bei kleinen Schriften ist ein Treppeneffekt sichtbar. Das Display gibt Farben ausgeglichen und nat¨¹rlich wieder. Der Bildschirm ist blickwinkelstabil, eine seitliche Betrachtung f¨¹hrt kaum zu Einbußen bei der Helligkeit. Die Farben invertieren nicht, insgesamt hinterlässt der Bildschirm mit seinen angenehmen Farben einen sehr guten Eindruck.

Akku Dell Inspiron 1546

Das ist nicht nur beim Betrachten oder Verarbeiten von Fotos indiskutabel, auch Videos und Spiele verlieren so viel von ihrem Reiz, denn alle dunkleren Töne saufen gnadenlos in Schwarz ab, helle Farben wie das Gr¨¹n einer Landschaft oder Rottöne knallen dagegen hart auf die Netzhaut. Das wirkt lästig und unangenehm. Erfahrene Anwender mögen sich mit einem eigenen Farbprofil in den Einstellungen des Nvidia-Treibers behelfen, aber den stets zu hohen Kontrast des Panels kann man so nur halbwegs ausgleichen.Wir f¨¹hrten Medion diese Darstellung auch im Vergleich mit anderen Notebooks vor, das Unternehmen hielt dann R¨¹cksprache mit seinen Technikern. Ergebnis: Die Displays werden nicht einzeln ab Werk kalibriert, und die Bildqualität anderer Exemplare entspricht unserem Testgerät. Im Zweifel sollte man sich das X7611 also selbst ansehen, um zu pr¨¹fen, ob die Darstellung f¨¹r die persönlichen Vorlieben noch tragbar ist. Im Wortsinne sollte man sich dabei nicht von der perfekten Ausleuchtung und den meist voll aufgedrehten Displayhelligkeiten in Elektronikmärkten blenden lassen.


Offenbar hat Medion also beim Display gespart, was bei einem 1.300-Euro-Gerät unverständlich ist. F¨¹r andere Bereiche gilt das nicht: Wo viele Anbieter oft billige WLAN-Module einbauen, sitzt im Erazer ein N7260 von Intel mit zwei Antennen, das auch Widi beherrscht. Es erreicht mit 802.11n bei 2,4 GHz 130 MBit/s und im 5-GHz-Band 300 MBit/s. Wir schafften an einem Messpunkt, wo einfache WLAN-Module nur auf knapp 100 MBit/s kommen, auch im ¨¹berlaufenen 2,4-GHz-Band mit 14 benachbarten Netzen noch 130 MBit/s. Beim Kopieren großer Dateien aus dem lokalen Netz ergaben sich netto ¨¹ber 11 MByte pro Sekunde. 802.11ac beherrscht das Funkmodul allerdings nicht.Ein weiteres, gut durchdachtes Detail ist der Einschaltknopf: Er leuchtet weiß, wenn die integrierte Grafik genutzt wird, und orange, wenn die Nvidia-GPU arbeitet. So kann man vor allem im Akkubetrieb schnell feststellen, ob man nicht versehentlich die gar nicht gebrauchte 765M aktiviert hat, und von Hand im Treiber die GPU wechseln.


Insgesamt ist das Erazer X7611 ein faires Angebot. F¨¹r 1.350 Euro gibt es viel Leistung, die einige Jahre ausreichen d¨¹rfte, und zudem eines der leichtesten 17-Zoll-Notebooks. Damit wäre es zum Spielen und Arbeiten, unterwegs auch angesichts der brauchbaren Laufzeiten, ein guter Desktopersatz. Das gilt aber nur, wenn ein externer Monitor verwendet wird - drei davon können gleichzeitig betrieben werden -, denn das Display beherrscht keine korrekte Farbdarstellung. Ohne dieses Manko könnte das Erazer als gutes Allround-Notebook mit großem Display durchgehen.
Selbst wenn man sich mit dem Bildschirm abfinden kann, bleibt die ungeschickte Anordnung der Schnittstellen lästig. Eine Strombuchse gehört nicht an die rechte Seite eines Notebooks und schon gar nicht in die Mitte des Gehäuses. USB-Stecker, die bei einem 17-Zöller deutlich herausstehen, haben wir auch noch nicht gesehen. ¨¹berarbeiten sollte Medion auch die L¨¹fterkennlinien, denn ein lauter CPU-Ventilator stört im Alltag mehr als die L¨¹ftung f¨¹r die GPU - und genau die ist beim X7611 leiser als der Prozessork¨¹hler.


Damit bleibt das Erazer eben doch ein Spezialist, der nur beim Spielen mit Headset bis auf das Display voll ¨¹berzeugen kann. Es sollte aber nicht allzu schwer sein, das Gerät mit etwas Feinarbeit zu einem voll empfehlenswerten Allzweckgerät f¨¹r die Anwender zu verbessern, die viel Leistung und ein großes Display brauchen. Wissenschaftler der Harvard-Universität haben Biotinten entwickelt, mit denen sich komplexes dreidimensionales Gewebe herstellen lässt. Es ist sogar von Blutgefäßen durchzogen.

Dem Ziel, Gewebe k¨¹nstlich herzustellen, ist Jennifer Lewis einen Schritt nähergekommen: Die Materialwissenschaftlerin von der Harvard University in Cambridge im US-Bundesstaat Massachusetts hat mit ihrem Team Biotinten und einen 3D-Drucker entwickelt, mit denen komplexes Gewebe aufgebaut werden kann.
Die Tinten m¨¹ssen wichtige Zutaten von lebendem Gewebe enthalten, damit sie sich mit diesem verbinden. Drei verschiedene haben die Forscher entwickelt, mit denen sie jeweils unterschiedliches Gewebe drucken: Eine dieser Tinten enthält eine extrazelluläre Matrix, auch Interzellularsubstanz genannt, die Gewebe zusammenhält. Tinte Nummer zwei enthält neben der extrazellulären Matrix noch lebende Zellen. Aus diesen Tinten lässt sich Gewebe mit unterschiedlichem Aufbau herstellen.



Forscher haben auch vorher schon 3D-Druck-Verfahren f¨¹r Gewebe entwickelt. Allerdings könne dieses nur sehr d¨¹nn sein. Dickeres Gewebe sterbe ab, erklärten die Harvard-Forscher: Den Zellen fehle Nahrung und Sauerstoff. Lebendes Gewebe sei zu diesem Zweck von d¨¹nnwandigen Blutgefäßen durchzogen, die diese zu den Zellen brächten sowie Kohlendioxid und Abfallstoffe abtransportierten.
Lewis hat mit ihrem Team deshalb eine weitere Biotinte entwickelt, um diese lebenswichtige Funktion nachzubauen: Mit der dritten Tinte können sie Blutgefäße herstellen. Diese hat eine ungewöhnliche Eigenschaft: Sie schmilzt, wenn sie abk¨¹hlt. Die Wissenschaftler drucken damit zunächst ein zusammenhängendes Netz von Fäden. Danach k¨¹hlen sie die Tinte und saugen sie ab - so entsteht ein Netz von kleinen Röhren in dem Gewebe.Die Wissenschaftler erzeugten auf diese Weise Gewebe unterschiedlicher Bauweise aus drei verschiedenen Zelltypen mit einem Netz von Blutgefäßen. Als sie in das Röhrensystem Endothelzellen injizierten, wuchsen diese nach und bildeten so eine Auskleidung in den Röhren.


Das Verfahren sei zwar "ein fr¨¹her, aber wichtiger Schritt hin zum Aufbau eines voll funktionsfähigen Ersatzes f¨¹r verletztes oder krankes Gewebe", erklären die Forscher. Insbesondere sei es ein wichtiger Fortschritt, dass Zellen in dem k¨¹nstlich hergestellten Gewebe ¨¹berlebten und w¨¹chsen. "Im Idealfall wollen wir der Biologie so viel Arbeit wie möglich ¨¹berlassen", sagte Lewis.Im nächsten Schritt wollen sich die Forscher darauf konzentrieren, 3D-Gewebe aufzubauen, das wirklichkeitsnah genug ist, um daran Arzneimittel zu testen. Daf¨¹r gebe es unmittelbar Bedarf, sagte Lewis. Das Ziel ist, irgendwann in der Lage zu sein, ein verletztes Körperteil mit einem Computertomographen abzutasten, das entsprechende Gewebe am Computer zu entwerfen, es dann von einem 3D-Drucker herstellen zu lassen und es schließlich dem Patienten einzusetzen.
Materialwissenschaftlerin Lewis hat bereits mehrere Spezialtinten f¨¹r verschiedene Anwendungen entwickelt. Damit lassen sich etwa Antennen drucken oder Schaltkreise malen. Ende vergangenen Jahres stellte sie einen 3D-gedruckten Akku vor. Die Biotinten beschreiben sie und ihr Team in der Fachzeitschrift Advanced Materials.


Wie sieht eigentlich ein Chamäleon oder ein Greifvogel die Welt? Und wie f¨¹hlt es sich an, sich selbst aus der Schulterperspektive zu betrachten? Golem.de hat The Constitute besucht und dort den Eyesect-Helm auf Basis eines Oculus Rift ausprobiert.

Als ich den Eyesect-Helm aufsetze, f¨¹hlt sich das an, als ob sich ein Alienschädel auf meinen Kopf senkt. Ich stelle fest: Von hinten betrachtet sehe ich ein bisschen wie der von H. R. Giger gestaltete Xenomorph aus. Ich entfremde mich von meinem eigenen Körper - nicht umsonst wird die Entfremdung eines Menschen von sich selbst im Englischen als Alienation bezeichnet.
Eyesect ist eine helmartige Konstruktion mit einem integrierten Head Mounted Display. Der geteilte Bildschirm ist durch etwa einen Meter lange Kabel mit zwei unabhängigen Kameras verbunden: Eine zeigt die linkte Monitorhälfte, die andere die rechte. Die Kameras werden per Magnet an der Kopfbedeckung befestigt, in den eigenen Händen oder von einer anderen Person gehalten. So kann der Nutzer völlig neue Perspektiven erleben: mit beiden Augen unabhängig sehen wie ein Chamäleon, rumdumblicken wie ein Frosch, aus der F¨¹hlerperspektive wie eine Schnecke die Welt erkunden oder ¨¹ber die eigene Schulter schauen wie in einem Rollenspiel.


"Anders sehen und anders aussehen gehört zusammen", erklärt der Designer Christian Zöllner von The Constitute. Die Berliner K¨¹nstlergruppe ging aus VR-Urban hervor und beschäftigt sich mit bionischen wie biologischen Effekten und virtuellen Realitäten. Zusammen mit dem Designer Sebastian Piatza und dem Ingenieur Julian Adenauer hat Zöllner den Eyesect-Prototyp entworfen.Mit horizontalen 240 Grad ist das maximale Gesichtsfeld von Eyesect deutlich breiter als das eines Menschen mit 180 Grad. Daher wirkt der erste Blick mit seitlich am Helm angebrachten Kameras so, als sei ein Fischaugenobjektiv verbaut - aber ohne die starke Kr¨¹mmung. Zum Vergleich: Frösche erreichen 330 von möglichen 360 Grad, einige Greifvögel erfassen etwa 300 Grad.Bereits nach kurzer Zeit gewöhnt sich das Gehirn an die ungewohnte Sicht: Wird die räumliche Auflösung gegen einen anteiligen Rundumblick getauscht, r¨¹ckt die Umgebung näher heran, Bewegungen wirken klarer und sind schneller erkennbar. Bei Fluchttieren wie Pferden oder jagenden Greifvögeln ist dieser Aspekt besonders wichtig.


Deutlich verwirrender ist es, eine Kamera nach vorne zu richten und eine nach schräg hinten - wie es ein Chamäleon mit seinen Augen tun kann. Diese Reptilien suchen die Umgebung mit voneinander unabhängigen Augenbewegungen ab, das horizontale Gesichtsfeld umfasst etwa 340 Grad. Ist eine Beute ausgemacht, fokussiert das Chamäleon diese mit beiden Augen und sieht dann binokular mit sehr guter räumlicher Auflösung wie ein Mensch. Das ist wichtig, um die Distanz f¨¹r die Schleuderzunge abschätzen zu können.Die fehlt nat¨¹rlich beim Eyesect-Prototyp, dennoch ist das Gehirn nach einiger Gewöhnung in der Lage, auch völlig unterschiedliche Kamerablickrichtungen - ein imaginäres Auge sieht nach vorne und eines schräg nach hinten - als ein Bild wahrzunehmen. Den Versatz versucht das Gehirn offenbar zu interpolieren.Nach mehreren Minuten fällt uns auf, dass einer der beiden Monitore deutlich größer wirkt und den anderen zu ¨¹berlagern scheint. Das zweite Monitorbild wird dadurch eher unterbewusst wahrgenommen - dies ist auf die Augendominanz zur¨¹ckzuf¨¹hren: Das menschliche Gehirn fusioniert zwar beide retinalen Bilder, die von der Netzhaut erfasst werden, bevorzugt jedoch die Informationen eines Auges.



Da die Kameras an Kabeln befestigt sind, dienen sie in die Hände genommen als eine Art F¨¹hler oder Fangarme mit Augen. Wir haben versucht, uns wie eine Raubkatze in geduckter Haltung nahe am Boden schleichend zu bewegen und die vor uns stehende Gopro-Kamera optisch abzutasten.Das Ausstrecken des linken Arms kommt einer frontalen Vergrößerung gleich, der rechte Arm beäugt das kleine Aufnahmegerät von der Seite. Das f¨¹hlt sich an wie ein Krake, der ein Beutetier aus allen Richtungen fixiert, kurz bevor er zupackt. Aus Sicht der Gopro hingegen wirkt dieses Taxieren unangenehm und bedrohlich, der feste Blickwinkel vermittelt bedr¨¹ckende Enge.Besonders interessant ist die Erfahrung, sich selbst wie eine Computerspielfigur aus der virtuellen Schulterperspektive zu sehen und so die echte Welt zu erkunden. Hierzu haben wir die beiden Kameras einer anderen Person in die Hände gedr¨¹ckt und diese ist uns mit erhobenen Armen auf Schritt und Tritt gefolgt. Die Kameras befinden sich somit schräg hinter uns, oberhalb des Kopfes.


Auf dem Head Mounted Display sieht das so aus, als w¨¹rden wir uns wie in einem Rollenspiel fortbewegen - diese Perspektive wirkt f¨¹r Spieler vertraut und recht angenehm, da das binokulare Sehen nicht verloren geht, die ¨¹bersicht sich aber deutlich verbessert.F¨¹r die technische Umsetzung des Eyesect-Projekts hatte Sebastian Piatza anfangs die Cinemizer OLED im Blick. Das erste Dev-Kit des Oculus Rift weckte Ende 2012 aber schnell das Interesse des Entwicklers: Eyesect war das Thema von Piatzas Masterarbeit, und diese musste im Juni 2013 abgegeben werden.Als Augen dienen zwei Platinenkameras mit Weitwinkelobjektiven mit einem horizontalen wie vertikalen Öffnungswinkel von jeweils 120 respektive 132 Grad. Die Kameras hat The Constitute so konfiguriert, dass sie mit 800 x 640 Pixeln aufnehmen können. Dies entspricht der Auflösung einer Bildschirmhälfte des Oculus Rift. Beide Kamerabilder werden im Vollbild nebeneinander platziert und alle 16,7 Millisekunden aktualisiert.Die Kameras und das Oculus Rift sind mit einem Pico-ITX-Computer verbunden, dieser basiert auf einer Kontron-Embedded-Platine. Als Prozessor dient ein Silverthorne-Atom-Chip mit einem Kern und DDR2-Speicher. Mehr Rechenleistung ist nicht notwendig, um den simplen Code auszuf¨¹hren, der die 60 Bilder pro Sekunde von den Kameras an das Rift weitergibt. Als Betriebssystem kommt Windows 7 zum Einsatz - zwar wäre den Erfindern Linux lieber gewesen, hier funktionieren aber die Kameratreiber nicht wie gew¨¹nscht.

Akku Acer Aspire 7220

Nicht nur die Kombination der Komponenten bei geringem Gewicht ist ungewöhnlich, auch ein mattes Full-HD-Display findet man gerade bei Gaming-Notebooks selten. Zusammen mit der guten Tastatur und zwei Displayports ist das Erazer auch ein guter Ersatz f¨¹r Desktop-PCs - wären da nicht die Bonbonfarben, auf die wir gleich noch eingehen. Unterwegs ¨¹berzeugt das Gerät aber durch eine Laufzeit, die in unseren Messungen ¨¹ber vier Stunden erreicht.Wir testen im Folgenden ein von Medion gestelltes Muster des X7611 in der größeren Ausstattung mit 128-GByte-SSD f¨¹r 1.350 Euro, es gibt auch noch ein kleineres Modell mit 64-GByte-SSD und einem Display von 1.600 x 900 Pixeln f¨¹r 1.220 Euro.Gaming-Notebooks brauchen starke K¨¹hlung. Im Falle des Erazer wandeln CPU und GPU zusammen ¨¹ber 100 Watt elektrischer Leistung vorwiegend in Wärme um, und die muss irgendwie aus dem flachen Gehäuse heraus. ¨¹blich ist bei so leistungsfähigen Chips eine getrennte K¨¹hlung mit Heatpipes und zwei L¨¹ftern f¨¹r jeden der Bausteine.


Daf¨¹r hat sich auch Medion entschieden: Die Luftauslässe sind f¨¹r die CPU rechts und f¨¹r die GPU links angebracht. Beide Ventilationsöffnungen sitzen an den Seiten und belegen das hintere Viertel des Gehäuses. Dadurch findet sich dort kein Platz mehr f¨¹r die Schnittstellen, was insbesondere bei der Stromzufuhr ärgerlich ist: Die Rundbuchse sitzt ausgerechnet rechts und so weit vorne, dass Rechtshänder leicht mit der Maus gegen den Winkelstecker des Netzteils stoßen. Gerade f¨¹r ein Gaming-Notebook, bei dem das externe Zeigegerät wohl oft zum Einsatz kommt, ist das sehr ung¨¹nstig.
Auch der neben dem Stromport befindliche Cardreader ist dadurch schwerer zugänglich als nötig. Zudem ist er so verbaut, dass SD-Karten drei Millimeter aus dem Gehäuse stehen. Sie sollten beim Transport also entfernt werden, damit sie sich nicht in einer Tasche verhaken. Sehr lobenswert ist dagegen, dass Medion den Cardreader von Realtek per PCIe angebunden hat, er kann so schnelle Speicherkarten ausreizen. Mit einer Sandisk Extreme Pro erreichten wir beim Lesen bis zu 90 MByte/s und beim Schreiben 80 MByte/s. Beim Kopieren von vielen kleinen JPEG-Fotos auf die SSD ergaben sich noch rund 60 MByte/s, dreimal so viel wie bei billigen USB-2.0-Readern, die man immer noch in vielen Notebooks findet.


Ebenso wie SD-Karten stehen auch USB-Geräte etwas aus dem Gehäuse heraus, die Ports sind so eingesetzt, dass stets knapp 2 Millimeter eines USB-Steckers herausstehen. Das ist f¨¹r die kleinen drahtlosen Empfänger f¨¹r Eingabegeräte lästig, weil diese am besten auch unterwegs eingesteckt bleiben, damit sie nicht verloren gehen. Zwei USB-3.0-Ports finden sich rechts, zwei weitere links am Erazer.
Auf der linken Seite gibt es noch vorne drei Audiobuchsen, und zwar f¨¹r Kopfhörer, Mikro und analogen Eingang. Letzterer ist n¨¹tzlich, um die gut klingenden Lautsprecher auch f¨¹r ein anderes Gerät wie ein Smartphone verwenden zu können. In einer Reihe folgen an der linken Seite noch zwei Mini-Displayports sowie einmal HDMI. Alle Monitorausgänge können parallel genutzt werden, auch zusammen mit dem integrierten Display. Per HDMI sind nur höchstens 1.920 x 1.200 Pixel möglich, die Displayports kamen im Test auch mit 2.560 x 1.440 Pixeln zurecht.Sinnvoll platziert ist die Buchse f¨¹r Gigabit-Ethernet, sie sitzt hinten links vor dem GPU-Luftauslass. Dort stört ein dickes Netzwerkkabel wenig. Angetrieben wird der Port von einer Killer-NIC, (Bigfoot E2205), die ¨¹ber ihre Treiber Datenpakete f¨¹r Spiele priorisieren kann. Der Nutzen ist jedoch unter Spielern umstritten, wir bemerkten bei Battlefield 4 im Multiplayer keine Vorteile.


Die Sandisk-SSD X110 im mSata-Format verhilft dem Erazer zu einer Bootzeit von Windows 8.1 direkt bis zum Desktop von knapp 10 Sekunden. Die Lesegeschwindigkeit bei großen Dateien ist mit 390 MByte/s heute gute Mittelklasse, schreiben kann das Laufwerk aber nur mit rund 275 MByte/s.Das geringe Gewicht und der f¨¹r die Ausstattung g¨¹nstige Preis machen es schon klar: Ein besonders edles Metallgehäuse ist nicht zu erwarten. Dennoch wirkte das Erazer auf mehrere Testpersonen hochwertig, denn der Kunststoff fasst sich angenehm an. Das mattschwarze Material ist an allen Stellen leicht aufgeraut, so dass sich das große Notebook sicher greifen lässt.Im Sinne der Gewichtsersparnis ist das Material der Oberschale und des Displays aber stets recht d¨¹nn ausgef¨¹hrt, so dass es sich eindr¨¹cken lässt. Dabei knarzt jedoch nichts, und ein Blick ins Gehäuse zeigt, dass auch die Festplatte in der stabileren Unterschale gut gesch¨¹tzt ist. Abweichende Spaltmasse entdeckten wir an keiner Stelle, auffällig ist nur, dass im geschlossenen Zustand der hintere Teil des Displays abzustehen scheint. Das täuscht jedoch, die Anzeige ist trotzdem flach - vielmehr ist das Displaygelenk leicht auf Zug eingebaut, was daf¨¹r sorgt, dass es sicher schließt. Beim Öffnen gibt sich das X7611 aber eine Blöße, denn die daf¨¹r vorgesehene Kante an der Vorderseite ist viel zu schmal. Besser funktioniert das Aufklappen mit beiden Händen an den Seiten des Displays.



Die Tastatur bietet einen festen, aber noch nicht zu harten Anschlag mit präziser F¨¹hrung. Unverständlich ist bei einem 17-Zoll-Notebook, warum der Ziffernblock - den viele Spieler als Pfeiltasten verwenden - kleiner als der Buchstabenbereich ausgef¨¹hrt ist. Eine Tastaturbeleuchtung, bei Gaming-Notebooks ebenfalls beliebt, ist zwar vorhanden. Sie ist aber nur in absoluter Dunkelheit wirklich n¨¹tzlich, da nicht besonders hell. Das ist offenbar Absicht: Schon mit etwas Abstand scheinen die blauen LEDs an allen Stellen unter den Tasten durch. Ob man das als störend empfindet, ist Geschmackssache.
Das gilt auch f¨¹r das Layout, denn die linke Windows-Taste fehlt ersatzlos, die rechte ist am gewohnten Platz. Laut Medion ist das so vorgesehen, damit Nutzer beim Spielen nicht versehentlich auf dem Desktop landen. Viele externe Gaming-Tastaturen bieten die Möglichkeit, diese Windows-Taste zu deaktivieren, eine solche Lösung hätte uns besser gefallen. Sinnvoll ist dagegen, die oft benötigten Einstellungen f¨¹r Lautstärke und Helligkeit allesamt auf die Pfeiltasten zu legen und nicht wie bei anderen Notebooks auf die Funktionstasten. Das Touchpad ist schön groß und reagiert präzise, was auch der nur leicht rauen Oberfläche geschuldet ist. Gewöhnungsbed¨¹rftig sind aber die Maustasten, die in den unteren Ecken stecken, sie m¨¹ssen recht weit gedr¨¹ckt werden, um einen Klick auszulösen.


Warum ausgerechnet der CPU-L¨¹fter unseres Testgeräts lauter als der GPU-L¨¹fter ist, bleibt unverständlich. Das Prozessorgebläse ist schon beim Abspielen von Flash-Videos in HD deutlich hörbar, bei noch höherer Last wird es nervig pfeifend. Die Lautstärke ist zwar nicht allzu hoch, das Geräusch empfinden wir aber dennoch als unangenehm. Obwohl es sich beim GPU-L¨¹fter um das gleiche Modell handelt, wird dieser nicht so laut wie die K¨¹hlung des Prozessors. Laut Medion handelt es sich nicht um einen Einzelfall, die L¨¹fterkurven der beiden Ventilatoren sind unterschiedlich ausgelegt.Auch wenn man beim Spielen kein Headset trägt, kann das L¨¹fterkonzert durchaus von den Lautsprechern des Erazers ¨¹bertönt werden. Sie entwickeln eine beachtliche Lautstärke und verzerren auch bei hohen Pegeln kaum. Anders als bei vielen anderen Notebooks stellen sie Sprache und Gesang nicht in den Vordergrund, sondern sind recht neutral abgestimmt. Bässe sind zwar nur zu erahnen, aber insgesamt machen sowohl Spielesounds als auch Musik durchaus Freude.Auch in Full-HD-Auflösung und mit der zweithöchsten Detailstufe von Battlefield 4, Tomb Raider und Call of Duty: Black Ops 2 hatten wir einige Stunden Spaß mit dem X7611. Ein Ausreißer war wie stets der Hardwarefresser Crysis 3, hier mussten wir f¨¹r im Schnitt mehr als 30 fps auf mittlere Details zur¨¹ckschalten.



Wir haben in den Benchmarkdiagrammen die GTX 765M mit kleineren und älteren mobilen Nvidia-GPUs verglichen und dazu auch das von der CPU des Medion gestellte HD Graphics 4600 aufgenommen. Auch wenn Intel die Grafikleistung bei Haswell erneut deutlich gesteigert hat, zeigt sich, warum in ein Gaming-Notebook eine diskrete GPU gehört: Die 765M ist ¨¹ber alle Tests mindestens dreimal so schnell. Ein Notebook mit mobiler Radeon-Grafik stand f¨¹r einen kurzfristigen Vergleich nicht zur Verf¨¹gung.Zu beachten ist aber, dass die 765M nur die drittschnellste mobile GPU von Nvidia ist, sie verf¨¹gt lediglich ¨¹ber 768 Rechenwerke, die Modelle 770M und 780M kommen auf 960 und 1.536 Shadereinheiten. Diese Grafikprozessoren sind aber noch leistungshungriger und teurer - damit ist das Erazer immerhin ein Gaming-Notebook der oberen Mittelklasse. Die Nvidia-GPU wird ¨¹ber den Mechanismus Optimus automatisch zugeschaltet, sobald eine Direct3D- oder OpenGL-Anwendung läuft, im Treiber kann man die 765M oder das integrierte HD Graphics auch automatisch auswählen.


Wie stets bei dieser Gerätekategorie unterscheiden sich die Laufzeiten beim Spielen und beim Arbeiten stark. Mit Tomb Raider kommen wir bei der zweithöchsten Detailstufe nur auf eine Stunde und 20 Minuten im Akkubetrieb. Mit dem Balanced-Test von Powermark, der Surfen, Textverarbeitung, einfaches Spielen und Videos umfasst, hält das Notebook aber 4 Stunden und 4 Minuten durch. Dabei wählten wir mittlere Helligkeit, automatische Grafikumschaltung und waren per WLAN verbunden.Damit ist das X7611 immerhin f¨¹r mindestens eine Stunde anspruchsvolles Spielen unterwegs oder einen halben Arbeitstag abseits der Steckdose gut. Das gilt nicht f¨¹r jedes leichte 17-Zoll-Notebook - es stört aber immer das wirklich schlechte Display.Die positiven Aspekte des 17,3-Zoll-Displays im Erazer sind schnell aufgezählt: Es ist matt, spiegelt daher wenig und ist f¨¹r ein TN-Panel recht blickwinkelstabil. Vor allem beim weiten Aufklappen, also dem Blick von unten, verändern sich die Farben kaum. Von oben betrachtet und bei seitlichem Einblick invertiert die Darstellung aber doch - immerhin fällt das beim geraden Sitzen vor dem Notebook noch kaum auf, was nicht bei allen 17-Zöllern der Fall ist.


Damit ginge das Display auch angesichts des Preises in Ordnung, wäre da nicht die völlig falsche Farbdarstellung. Sie fällt schon beim Anmeldebildschirm des vorinstallierten Windows 8.1 auf: Die gelbe Linie sieht aus wie mit einem Textmarker gezogen, Zwischentöne - die sich auf anderen Displays klar erkennen lassen - sind kaum vorhanden. Die gesamte Darstellung ist quietschbunt, aus sattem Rot wird beinahe Pink, und Gr¨¹ntöne haben einen hässlichen blauen Farbstich. Um das im Vergleich mit anderen Notebookdisplays zu dokumentieren, haben wir den Anmeldebildschirm mit einem festen Weißabgleich von 6.500 Kelvin ohne jegliche Farbkorrektur bei vergleichbarer Helligkeit und stets gleicher Blende und Verschlusszeit fotografiert.
Ein solch verbogener Farbkontrast stört nicht nur bei Testbildern, sondern sogar beim Arbeiten mit Windows oder Office-Anwendungen, denn es gibt kein echtes Weiß. Stattdessen stellt das X7611 alles mit einem deutlichen Blauschleier dar, selbst die Fenster des Windows Explorers wirken auf den ersten Blick fremd.

Akku Dell Inspiron 7000

Der Logitech Powershell ist f¨¹r mobile iOS-Vielspieler durchaus einen Blick wert. Uns haben die unterst¨¹tzten Titel mit dem Gamepad jedenfalls mehr Spaß gemacht als mit den virtuellen Eingabetasten auf dem Touchscreen. Trotzdem ist es schade, dass das Zubehörgerät nicht ein bisschen besser ist: Die Oberfläche f¨¹hlt sich nicht gut an, die Abmessungen sind etwas zu groß zum Transport und ein bisschen zu klein f¨¹r gute Griffigkeit.Dazu kommt dann auch noch das ungenaue D-Pad - es ist die größte Schwachstelle des Powershells. ¨¹brigens: Sonderlich schick sieht das Ding auch nicht aus. Endg¨¹ltiges KO-Kriterium d¨¹rfte f¨¹r Spieler allerdings der Preis sein: Selbst bei der Hälfte hätten wir im Laden noch ungnädig eine Augenbraue hochgezogen. Mal zum Vergleich: Ein einzelner neuer PS4-Controller kostet 60 Euro - und erscheint schon ¨¹berteuert.Trotzdem gefällt uns der grundsätzliche Ansatz der iOS-Spielesteuerung, zumal wir an der Implementierung in den Games keine großen Kritikpunkte haben. Insgesamt haben die Softwareentwickler ihren Job sehr gut gemacht. Wird Zeit, dass die Hardwarehersteller nachziehen.


Samsung bringt mit dem Galaxy Note 3 Neo ein weiteres Smartphone aus dieser Produktgruppe auf den Markt. Technisch entspricht es weitgehend dem Galaxy Note 2 und hat damit nur wenig mit dem namensgebenden Galaxy Note 3 zu tun.

Samsung ¨¹berrascht mal wieder mit seinem Produktportfolio: Der Smartphone-Marktf¨¹hrer bringt diesen Monat mit dem Galaxy Note 3 Neo ein Produkt auf den deutschen Markt, das im Wesentlichen die technische Ausstattung des Galaxy Note 2 hat, das es weiterhin zu kaufen gibt. Ende Januar 2013 wurde das Gerät zunächst f¨¹r den polnischen Markt angek¨¹ndigt, und es war nicht zu erwarten, dass Samsung es in Deutschland verkaufen w¨¹rde.
Das Galaxy Note 3 Neo hat einen 5,5 Zoll großen Super-Amoled-Touchscreen mit einer Auflösung von 1.280 x 720 Pixeln. Damit entspricht das Display weitgehend dem des Galaxy Note 2. Das namensgebende Galaxy Note 3 hat ein 5,7-Zoll-Display mit einer deutlich höheren Auflösung von 1.920 x 1.080 Pixeln.


Der Neuling hat 2 GByte Arbeitsspeicher, im Namensgeber gibt es 3 GByte. Ansonsten gibt es 16 GByte Flash-Speicher und einen Steckplatz f¨¹r Micro-SD-Karten mit bis zu 64 GByte. Samsung hat keine Angaben dazu gemacht, ob das Gerät App2SD unterst¨¹tzen wird. Im Gerät befindet sich auf der Gehäuser¨¹ckseite eine 8-Megapixel-Kamera, vorne gibt es eine 2-Megapixel-Kamera.Bei der Prozessorleistung liegt die Neuvorstellung wohl zwischen dem Galaxy Note 2 und dem Galaxy Note 3. Das Note 2 hat einen Quad-Core-Prozessor mit 1,6 GHz und im Note 3 gibt es einen 2,3 GHz schnellen Quad-Core-Prozessor. Im neuen Modell befindet sich der Exynos 5 Hexa mit einer Taktrate von bis zu 1,7 GHz. Damit sollen eine hohe Leistung und ein geringer Energieverbrauch gewährleistet werden.Das Smartphone unterst¨¹tzt LTE, UMTS sowie GSM und ist mit WLAN nach 802.11 a/b/g/n samt dem ac-Standard ausger¨¹stet. Außerdem gibt es Bluetooth 4.0, einen GPS-Empfänger und einen NFC-Chip. Bei Maßen von 148,4 x 77 x 8,6 mm wiegt es 162 Gramm. Das Smartphone hat einen 3.100-mAh-Akku, zur Akkulaufzeit liegen noch keine Angaben vor.


Samsung bringt das Galaxy Note 3 Neo mit Android 4.3 auf den Markt, also der letzten der drei Jelly-Bean-Versionen. Darauf läuft Samsungs Bedienoberfläche. Wie bei den Galaxy-Note-Modellen liegt dem Gerät ein Stift bei und Samsung hat daf¨¹r eine Reihe spezieller Apps vorinstalliert. Ob und wann ein Update auf Android 4.4 alias Kitkat erscheint, ist nicht bekannt.Es ist eines der wenigen Samsung-Smartphones, die mit der Smartwatch Galaxy Gear kompatibel sind.Samsung will noch in diesem Monat das Galaxy Note 3 Neo auf den Markt bringen, es könnte allerdings März 2014 werden, bis es breit verf¨¹gbar ist. Der Listenpreis wird mit 580 Euro angegeben, im Onlinehandel kann das Smartphone derzeit f¨¹r 500 Euro bestellt werden. Zum Vergleich: Das ähnlich ausgestattete Galaxy Note 2 gibt es derzeit f¨¹r um die 350 Euro und das Galaxy Note 3 gibt es mit 3 GByte Arbeitsspeicher und 32 GByte Flash-Speicher f¨¹r um die 500 Euro.



Geeksphone hat mit dem Verkauf des Multi-OS-Smartphones Revolution begonnen. Es kann ¨¹ber den Onlineshop des Anbieters zum Vorzugspreis bestellt werden. Das Smartphone wird mit Android ausgeliefert, kann aber auch mit Firefox OS bespielt werden.

Das Multi-OS-Smartphone Revolution kann ab sofort im Onlineshop des spanischen Smartphone-Herstellers Geeksphone bestellt werden. Zur Markteinf¨¹hrung kostet das Smartphone etwas mehr als 222 Euro, mit Versandkosten ergibt das einen Preis von knapp 240 Euro. Steuern sind in dem Preis nicht enthalten.
Geeksphone hat nicht bekanntgegeben, wie lange der Einf¨¹hrungspreis noch gilt. Später soll das Revolution 20 Euro mehr kosten, es wird dann also mit Versandkosten f¨¹r rund 260 Euro zu haben sein. Auch diese Angabe gilt ohne Steuern. Geeksphone wird das Revolution auch auf dem Mobile World Congress Ende des Monats in Barcelona zeigen.


Eigentlich wollte Geeksphone mit dem Peak+ ein gut ausgestattetes Firefox-OS-Smartphone auf den Markt bringen, hat die Markteinf¨¹hrung aber aus technischen Gr¨¹nden abgesagt und stattdessen das Revolution angek¨¹ndigt. Wer das Peak+ bestellt hatte, konnte das Revolution zum gleichen Preis bekommen. Wer davon Gebrauch gemacht hat, zahlt f¨¹r das Revolution nur 180 Euro und spart damit derzeit 60 Euro.Mit diesem Schritt konzentriert sich Geeksphone nicht mehr auf Firefox OS, sondern setzt k¨¹nftig wieder verstärkt auf Android. Bereits vor einigen Jahren hatte es von Geeksphone Android-Smartphones gegeben, dann setzte der Hersteller auf Firefox-OS-Smartphones.Das Revolution wird zwar mit Googles Android ausgeliefert, im Unterschied zu anderen Android-Smartphones soll es aber f¨¹r Nutzer ohne Probleme und ohne Garantieverlust möglich sein, stattdessen Firefox OS aufzuspielen. Geeksphone hat sich weiterhin nicht dazu geäußert, mit welcher Android-Version das Smartphone erscheinen wird. Aktuell ist Android 4.4 alias Kitkat, aber viele Hersteller bringen noch immer Geräte mit Android 4.2 oder 4.3 auf den Markt.


Das Revolution hat einen 4,7 Zoll großen IPS-Touchscreen mit einer Auflösung von 960 x 540 Pixeln, was eine Pixeldichte von 234 ppi ergibt. Das Smartphone läuft mit Intels Hyperthreading-fähigem Dual-Core-Prozessor Atom Z2560 mit einer Taktrate von 1,6 GHz. Bisher ist der Prozessor in Tablets durch einen äußerst geringen Stromverbrauch positiv aufgefallen.Die bisherige Ausstattung ist f¨¹r ein Mittelklassegerät gut, allerdings hat es f¨¹r diese Preisklasse zu wenig Speicher. Intern sind 1 GByte Arbeitsspeicher und gerade einmal 4 GByte Flash-Speicher vorhanden. Ein Steckplatz f¨¹r bis zu 32 GByte große Micro-SD-Karten ist vorhanden.Auf der Gehäuser¨¹ckseite ist eine 8-Megapixel-Kamera mit LED-Licht eingebaut und vorne befindet sich eine 2-Megapixel-Kamera. Mobilfunktechnisch bietet das Smartphone Quad-Band-GSM-Unterst¨¹tzung und es funktioniert in den vier UMTS-Netzen 850, 900, 1.900 sowie 2.100 MHz. LTE wird nicht geboten. Zudem gibt es Single-Band-WLAN nach 802.11 b/g/n, Bluetooth 3.0 und einen GPS-Empfänger.Die Gerätemaße betragen 135 x 68,4 x 9,8 mm, zum Gewicht macht der Hersteller noch keine Angaben. Auch zur Akkulaufzeit liegen keine Details vor, es ist nur bekannt, dass ein austauschbarer 2.000-mAh-Akku verwendet wird.


Die Armatix iP1 ist eine kleine zehnsch¨¹ssige Pistole mit dem Kaliber .22, die nur genutzt werden kann, wenn der Sch¨¹tze eine Uhr trägt, in der der richtige Pin-Code eingegeben wurde. Damit soll Schussunfällen vorgebeugt werden.

Damit der Besitzer der Armatix iP1 nicht f¨¹rchten muss, dass Dritte unerlaubt seine Waffe benutzen, hat der Waffenhersteller ein System entwickelt, das die Schussbereitschaft nur herstellt, wenn der Besitzer auf der iW1-Funkarmbanduhr den richtigen Pin eingegeben hat und die Uhr in der Nähe ist. Wird die Waffe dem Sch¨¹tzen aus der Hand geschlagen oder verliert er sie, wird sie deaktiviert. ¨¹ber eine LED an der Pistole wird signalisiert, ob sie schussbereit ist oder nicht. Auch ¨¹ber ein fehlendes Magazin informiert die LED.Außerdem lässt sich die Waffe zeitgesteuert aktivieren, so dass sie etwa nur eine Stunde lang schussfähig ist. Der Akku soll rund ein Jahr lang halten.



Sogenannte Smart Guns gibt es schon lange und mit unterschiedlichen Authorisierungsfunktionen. Neben Griffst¨¹cken mit Fingerabdrucksensoren, die erkennen, ob der rechtmäßige Eigent¨¹mer die Waffe in Händen hält, oder GPS-basierten Freigabesystemen, die die Waffe sofort deaktivieren, wenn sie sich außerhalb eines vordefinierten Gebiets befindet, gibt es viele andere Lösungen wie eine Spracherkennung, die Ungl¨¹cke und Diebstähle verhindern beziehungsweise nutzlos machen sollen. Das Unternehmen Triggersmart aus Irland verwendet wie Armatix ein RFID-System, allerdings nicht in Form einer Uhr, sondern eines Rings.Kontrovers diskutiert wird allerdings vor allem in den USA die Frage, wie zuverlässig diese Technik funktioniert - und ob im Fall eines Falles auch der rechtmäßige Eigent¨¹mer nicht schießen kann, weil ihn seine Waffe nicht erkennt. Zudem verhindert die Technik nat¨¹rlich auch nicht, dass der Eigent¨¹mer ein Verbrechen begeht.


Das neue Gaming-Notebook von Medion ¨¹berzeugt mit geringem Gewicht, hohem Tempo und vielen Schnittstellen. Zahlreiche ungeschickte Detaillösungen nerven jedoch, und das Display ¨¹bertreibt es kräftig bei der Farbdarstellung.

D¨¹nner geht immer - das gilt inzwischen nicht nur f¨¹r Ultrabooks. Medion bietet mit dem Erazer X7611 mit seinem Namenszusatz Slim Gamer ein 17-Zoll-Notebook an, das nur 2,3 Zentimeter dick ist. Die Materialersparnis resultiert in einem f¨¹r die Geräteklasse geringen Gewicht von nur 2,7 Kilogramm.Die Marke Erazer steht bei Medion stets f¨¹r Spiele-PCs, und so ist auch die Hardware des neuen Geräts recht potent: Der Haswell-Vierkerner Core i7-4700HQ zählt zu Intels schnellsten mobilen CPUs, ihm steht eine Geforce GTX 765M mit 2 GByte GDDR5-Speicher zur Seite. In der getesteten Ausstattung sind 16 GByte DDR3-1600 als Hauptspeicher verbaut, und es gibt zwei Laufwerke: eine 128 GByte große mSata-SSD von Sandisk sowie eine Samsung-Festplatte mit 1 TByte.
F¨¹r einen DVD-Brenner war kein Platz mehr im Gehäuse, Medion legt daher ein USB-Laufwerk bei. Es handelt sich um das Modell SE-218 von Samsung, das nur 14 Millimeter d¨¹nn ist. Wie bei den meisten flachen Notebooks ¨¹blich ist der Akku im Gehäuse verbaut, er ist jedoch nicht verklebt und lässt sich nach dem einfachen Entfernen der Unterseite austauschen. Das ist aber keine Option f¨¹r unterwegs, Medion bietet auch keine Zusatzakkus an.

Accu HP Compaq 6510b

Ook heeft Intel de netbooks robuuster gemaakt. Onder andere heeft het toetsenbord een update gekregen, waardoor jonge gebruikers de toetsen nu niet meer kunnen lospulken. Het model kan beter tegen vallen en het toetsenbord is beter bestand tegen morsen met vloeistof.De Classmate PC is een netbook voor onderwijsdoeleinden met een roteerbaar, capacitief 10,1"-touchscreen, met een resolutie van 1024x600 pixels. Intel komt nu ook met speciale versies voor leraren, maar wat er precies anders is aan deze versie werd niet helemaal duidelijk. In ieder geval zou er speciale software op de modellen gezet worden en zou de Teacher-editie eenvoudig met de leerlingmodellen kunnen communiceren. Intel maakte de prijzen van de nieuwe Classmate PC's nog niet bekend, maar de fabrikant belooft dat ze goedkoper worden dan de huidige versies. In de komende maanden moeten ze beschikbaar komen.Intel claimt in totaal 5 miljoen Classmate PC's geleverd te hebben sinds de aankondiging in 2007. Zuid-Amerika is de grootste markt, met 3,7 miljoen geleverde eenheden, daarna volgt Europa met 960.000 stuks.


PC MicroWorks komt met een high-end gaminglaptop op de markt. De Black-Hawk XR5 beschikt over een quadcore Intel-processor en kan twee gpu's huisvesten die middels sli samenwerken.Black-Hawk XR5 Quad-CoreDe XR5 is voorzien van twee nVidia GeForce Go 8800 GTX-gpu's met in totaal 1GB videogeheugen. De Intel Core 2 Quad Q6700-processor draait op een snelheid van 2,66GHz. Verder heeft het topmodel 4GB ddr2-werkgeheugen. Met ruimte voor drie harde schijven, die in een raid-opstelling geplaatst kunnen worden, biedt de XR5 een opslagcapaciteit van maximaal 600GB, zo heeft de fabrikant bekendgemaakt.Het 17" wuxga-display kent een resolutie van 1920x1200 pixels en is daarmee geschikt om 1080p-hd-materiaal in volledige resolutie vanaf de ingebouwde blu-ray-drive weer te geven. Verder is de Black-Hawk voorzien van draadloze netwerktechnieken als hsdpa, bluetooth en 802.11n-wifi. De gaminglaptop is vanaf december verkrijgbaar, waarbij de prijzen beginnen bij 3565 dollar.


Intel heeft op het IDF een nieuwe netbook-categorie geïntroduceerd: hybrids. De apparaten zouden tablet-eigenschappen zoals een touchscreen moeten combineren met de komende Atom-cpu en standaard laptopfunctionaliteit.Intel verwacht dat de hybrids een startprijs van 400 dollar gaan krijgen, waardoor ze iets duurder zijn dan netbooks, maar op een vergelijkbaar prijspeil als tablets uitkomen. Volgens Intel combineren de hybrids de voordelen van tablets en netbooks. De apparaten zouden ongeveer 16mm dik moeten worden, waar netbooks 17mm tot 25mm en tablets gemiddeld 9mm dik zijn.De hybrids zullen de nieuwe generatie Cedar Trail-Atoms bevatten en dan ook van Smart Connect en Rapid Start, voor respectievelijk connectiviteit in slaapstand en snelle startmodus, gebruik kunnen maken. Op termijn zullen er ook hybride-ultrabooks komen, verwacht Intel. De fabrikant voorziet dat hybrids van veel sensors voorzien zullen worden, zoals gyroscopen, lichtsensors en nabijheidssensors.


Intel liet al aan Tweakers.net weten dat ongeveer de helft van de huidige netbookfabrikanten van plan is volgend jaar hybrids uit te brengen. Eerder brachten al diverse fabrikanten Atom-netbooks met schuifbare, kantelbare of roteerbare touchscreens uit, zoals Asus, Dell, Lenovo en Samsung.Acer gaat onder de naam van het onlangs ingelijfde Gateway laptops verkopen. Het merk is op dit moment vooral bekend van zijn desktops, maar de notebookmarkt groeit de laatste tijd dusdanig hard dat Acer hiervan meer wil profiteren.Acer Gateway logoVolgens Acer-president Gianfranco Lanci komen de eerste notebooks met het Gateway-beeldmerk al in het eerste kwartaal volgend jaar op de markt. De overname van het computermerk werd vorige week pas voltooid; Acer betaalde 710 miljoen dollar voor Gateway. Acer verkoopt, zodra de overname van Packard Bell is voltooid, computers onder de merknamen Acer, Gateway, eMachines en Packard Bell.



Acer verwacht dat zijn marktaandeel in de Verenigde Staten dankzij de overname van Gateway zal stijgen tot 11,7 procent. De acquisitie pakt beter uit dan verwacht: de kostenbesparing werd al verhoogd van 150 miljoen dollar naar 200 miljoen dollar en verdere besparingen worden niet uitgesloten. Die besparingen worden vooral gehaald dankzij grootschaliger inkopen bij leveranciers. De kosten voor het oplappen van de merknaam Gateway bedragen slechts 30 miljoen dollar.AMD heeft op de CES voor de tweede keer de ATI XGP-technologie gedemonstreerd. Dit systeem draait om een externe videokaart, die aan een netbook of laptop kan worden gehangen. Het nieuwe XGP heeft de mobiele HD 5830 aan boord.AMD bracht al eerder een ATI XGP uit, maar in 2008 rustte de fabrikant het apparaat nog uit met een HD 3870 en die versie sloeg niet aan. Ditmaal beschikt het 'eXternal Graphics Platform' over de gisteren gepresenteerde ATI Mobility HD 5830, met 800 streamprocessors die op 500MHz zijn geklokt. De gpu kan verder over ddr3- of gddr3-geheugen met een kloksnelheid van 1600MHz beschikken. In combinatie met de 128bit-geheugenbus levert dit maximaal 25,6GBps aan geheugenbandbreedte op, wat de prestaties behoorlijk zal drukken.


Het apparaat moet op een XGP-poort aangesloten worden, die op de pci-e 2.0-standaard is gebaseerd en zodoende ruimschoots genoeg bandbreedte levert. Voor zover bekend zijn er slechts twee laptops met een XGP-poort uitgerust: de Amilo Sa 3650 van Fujitsu en de recentere Acer Ferrari One. De Acer Ferrari One heeft echter een vrij trage cpu, waardoor het maar de vraag blijft hoeveel nut de HD 5830 in de praktijk zal hebben. Het XGP heeft verder drie video-uitgangen, wat ATI Eyefinity-opstellingen mogelijk maakt.De Windows 7 Starter-editie die Microsoft wil uitbrengen, zal als beperking meekrijgen dat het OS slechts drie applicaties simultaan laat draaien. Volgens de softwaregigant is dat voldoende voor de beoogde netbook-markt.Windows 7 Starter moet Windows XP gaan vervangen als OS voor netbooks en eenvoudige laptops, zo blijkt uit de vrijgegeven informatie over de verschillende Windows 7-uitvoeringen die Microsoft openbaar heeft gemaakt. Het OS zal echter de beperking krijgen dat er maximaal drie applicaties naast elkaar gedraaid kunnen worden.


Eee Pc / Windows 7-soep Volgens Bas Paumen, manager van de Windows Client divisie van Microsoft Nederland, is dit voldoende voor de gebruiker van een netbook: "Deze uitvoering van Windows 7 is gericht op het uitvoeren van eenvoudige taken, zoals het lezen van e-mail en het surfen over het web. In dit segment worden lagere eisen gesteld." Paumen stelt verder dat gebruikers door de beperkte taken die zij op een netbook veelal uitvoeren, zich niet in hun bewegingsruimte beknot zullen voelen. Ook zouden consumenten desgewenst kunnen overstappen op Windows 7 Home Premium.Hoewel Microsoft nog niets wil zeggen over de prijs voor de Windows 7 Starter-editie en deze versie mogelijk uitsluitend aan oem's geleverd zal gaan worden, is niet duidelijk of het een aantrekkelijk alternatief vormt voor Windows XP. Zo stelt de huidige XP-versie voor netbooks geen beperkingen aan het maximale aantal te openen applicaties. De softwaregigant lijkt echter met een uitgeklede en goedkope Windows 7 ook in deze markt zijn dominante positie te willen behouden, nu XP langzaam zal worden uitgefaseerd en Linux op steeds meer netbooks als een serieus alternatief wordt gezien.


Volgens bronnen van Mac Rumors komt Apple nog deze week met informatie over nieuwe MacBooks. Deze zouden waarschijnlijk gebaseerd zijn op Intels Santa Rosa-platform, zo blijkt uit drivers in Mac OS X Leopard.Apple logo (90 pix)Eerder beweerde ThinkSecret al dat Apple halverwege november met nieuwe MacBooks zou komen, maar daar bleef de informatie dan ook bij. Inmiddels is duidelijk geworden dat in het nieuwe Apple-besturingssysteem Leopard-drivers zijn ingebakken voor de Intel GMA X3100 igp-chip, de opvolger van de momenteel in MacBooks aanwezige grafische oplossing: de GMA 950. Dit is een sterke aanwijzing dat de nieuwe MacBooks, net als de nieuwe MacBook Pro's, gebaseerd zullen worden op Intels vierde generatie van het Centrino-platform.



De Chinese computerfabrikant Lenovo werkt aan een netbook of kleine laptop met een beeldschermdiagonaal van 12". De Intel Atom N270-processor wordt op een Ion-moederbord van Nvidia gesoldeerd.De Chinese fabrikant, die enkele jaren geleden de pc-productie van IBM overnam, zal binnen afzienbare tijd een laptop uitbrengen die het midden houdt tussen een netbook en een ultraportable. De met een 12,1"-beeldscherm uitgeruste netbook mag niet als zodanig bestempeld worden, maar wordt net als de hordes bestaande netbooks door een Intel Atom N270 met een kloksnelheid van 1,6GHz aangedreven. Anders dan de klassieke netbooks wordt de S12 echter voorzien van een moederbord met de Ion-chipset, Nvidia's antwoord op Intels 945GSE-moederborden.De grafische prestaties van Nvidia's Ion-chipset moeten voldoende zijn voor het afspelen van full hd-video, dat via een hdmi-aansluiting op tv kan worden bekeken. Ook het spelen van games zou met de Ion, die qua prestaties vergelijkbaar is met een NVidia 9400M-gpu, tot op zekere hoogte mogelijk zijn.


Naast de N270-processor, de Ion-chipset en het 12,1"-beeldscherm van 1280x800 pixels lijken de specificaties van de S12 sterk op die van de gebruikelijke netbooks. De Lenovo-laptops krijgen 1GB ddr2-geheugen, een harde schijf van 160GB en Windows XP Home als besturingssysteem. Een 1,3-megapixel-webcam, drie usb-poorten, een express card-slot en bedrade en draadloze netwerkmogelijkheden ronden de featureset af. Een zescellige accu voorziet de 2,9cm dikke en 1,7kg zware notebook van stroom. De S12 wordt vanaf augustus in de winkels verwacht en moet dan voor 500 dollar, omgerekend ruim 350 euro, over de toonbank gaan.Radiostation Sky Radio komt met een mobiele app waarmee gebruikers een radiostation met streaming muziek kunnen afstemmen op hun eigen voorkeuren. Deze Spotify-variant wordt woensdag gepresenteerd, maar komt pas later uit.Gebruikers kunnen met MyRadio een radiostation maken met streaming muziek op basis van genres, waarna de software kijkt welke liedjes worden overgeslagen om de voorkeuren van de gebruiker gedetailleerder te leren kennen. Gebruikers kunnen bovendien een 'thumbs up' of 'thumbs down' geven.